Vlintenrooiers
Geplaatst op: 13 juli 2005 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenOp 30 juni 1863 rapporteert de Provinciale Drentsche Courant een grote bedrijvigheid op het Ellertsveld bij Sleen. Mensen verzamelen er veldkeien, en verdienen daar goed aan. Met een tweespan kan je er wel 6 à 8 gulden per dag mee beuren.
Het vlinten rapen nam in Drenthe 130 jaar eerder al eens grote vormen aan, toen de paalworm het houten post- en paalwerk van de dijken teisterde. Maar toen was het vooral het zuidwesten van Drenthe dat keien leverde voor met name de Hollandse stormvloedkeringen. Een enorme hoeveelheid ging erheen – in de vlintenbusiness was het toen even druk geweest als normaal in de hooitijd. Onder andere sneuvelde een monsterkei (dolmen?) bij Kallenkote die 127.000 pond vlinten opleverde.
In de zomer van 1863 bericht ook de Arnhemsche Courant over het keiendelven op het Ellertsveld, in een stuk dat de Drentsche Courant overnam. Dat deze lucratieve bezigheid nu in de zuidoostelijke uithoek van Drenthe in zwang raakte, kwam duidelijk door de verbeterde afvoermogelijkheden, langs het vrij nieuwe Oranjekanaal en de helemaal spiksplinternieuwe Noord-Willemsvaart. Dit keer gingen veel vlinten via Delfzijl naar de Dollard, maar, zo schreven de kranten:
“Men verzekert dat de Drentsche heide genoeg steen heeft voor al onze zeeweringen en men die dus niet uit Noorwegen behoeft te halen.”
In elk geval hadden de boeren bij het Ellertsveld het er maar druk mee. Van een stukje land, een halve bunder groot, kwam maar liefst 8000 pond keien. Grote stenen van 2000, 3000 kilo werden anders dan in 1735 niet opgeblazen, maar met behulp van een drie-stel en een katrol op een boerenwagen gedeponeerd. De alternatieve methode bestond uit het graven van een brede geul in de heide, tot onder zo’n steen. Als de geul klaar was, brachten de vlintenrooiers hun wagen tot onder de steen, waarna ze de steen op de wagen rolden.

Recente reacties