Vooruitgang
Geplaatst op: 12 februari 2006 Hoort bij: De actuele wereld Een reactie plaatsenVan 1989 tot 1993 had de VS een vice-president, Dan Quaile, wiens naam kwartel betekent. Quaile schoot voornamelijk bokken.
Tegenwoordig heeft de VS een vice-president die op kwartels jaagt.
Maar dat zo beroerd doet, dat hij een medejager neerschiet.
Het gaat steeds beter met de VS.
Snei en ies
Geplaatst op: 12 februari 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenOok TV Drenthe döt an vrogger. In samenwerking met het Drents Audio-Visueel Archief toont ze iedere maand ouwe filmpjes in haar nieuwe programma Tijdsbeeld. Hier de eerste aflevering, met beelden van:
– Spijkerboor in de sneeuw, 14 februari 1979
– Zwierende paren in Meppel, jaren ’30 en ’40
– wedstrijd tussen topschaatsers in De Wijk, 18 januari 1960
Breister
Geplaatst op: 11 februari 2006 Hoort bij: UK + RUG Een reactie plaatsenWaar zie je zo’n studente nou nog?
De kwestie Amnesty (1975)
Geplaatst op: 10 februari 2006 Hoort bij: autobio Een reactie plaatsenIn het tweede jaar van mijn studie, najaar 1975, sloot ik me aan bij de de anarchistisch angehauchte Aktiegroep Aktivering (AA). Op het gezellige Instituut voor Geschiedenis aan de Heresingel kreeg de toenmalige communistische mantelorganisatie GSb (Groninger Studentenbond), nauwelijks een poot aan de grond. Anders dan bij de meeste RUG-opleidingen was er bij geschiedenis geen GSb-basisgroep. Studenten van de AA zaten er in de raden. Ook in de faculteitsraad van letteren had de AA een eigen fractie, apart van die van de GSb.
Wel vaardigde de AA als autonome club een vertegenwoordiger af naar de Beleidsraad van de GSb. De allereerste keer dat mij die onnoemelijke eer te beurt viel, maakte het GSb-bestuur melding van een adhesie-verzoek, afkomstig van Amnesty International. Amnesty voerde die winter actie voor dissidenten in de Sovjet-Unie. Het GSb-bestuur zei dat de GSb niet in zou gaan op het verzoek van Amnesty, en daarmee was – haastige hamerklop op de bestuurstafel – de kous af.
Dat dacht het GSb-bestuur tenminste. Maar bij mijn achterban van de AA viel de handelswijze van het GSb-bestuur in slechte aarde. Paul van Tongeren, toen nog de spil van de AA, nu voorlichter van de NOVIB, vond dat ik in de GSb-Beleidsraad op de zaak terug moest komen. En daarmee was de AA het unaniem eens.
In de volgende GSb-Beleidsraad kwam ik dus als brave afgevaardigde van geschiedenis op de kwestie terug. Wat leidde tot een enorme discussie, die goed liet zien hoe de studentenpolitieke krachtsverhoudingen op dat moment lagen. De vertegenwoordigers van psychologie, sociologie, andragogiek, pedagogiek, onderwijskunde, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, sociale geografie, economie, Nederlands, theologie, rechten en nog wat opleidingen meer stonden pal achter het GSb-bestuur. Ook zij zagen niets in een adhesie aan Amnesty’s actie voor Sovjet-dissidenten. Slechts afgezanten van geneeskunde (de tegenwoordige VU-hoogleraar Eddy Houwaert), filosofie en biologie kreeg ik mee.
Geheel en al conform het leninistische concept van het democratische-centralisme wilde het GSb-bestuur net zolang doordiscussiëren, tot de minderheid platgeluld was en zich gewonnen gaf. Dat gebeurde zomaar niet, en het bestuur tilde de discussie over de pauze heen. In die pauze liet het versterking halen van het CPN-bureau in de Turftorenstraat, een Jaap Hooiveld, die een jaar of wat eerder zijn sporen verdiend had in het GSb-bestuur. Hij studeerde nog wel, maar was intussen opgeklommen tot CPN-kaderlid. Ook deze Jaap bracht geen nieuwe gezichtspunten. Dezelfde argumenten herhaalden zich keer op keer.
Op een gegeven ogenblik vroegen wij als minderheid een schorsing van de vergadering aan. We staken de koppen bij elkaar en stelden een motie op, om toch steun aan Amnesty te betuigen. Deze lazen we na de schorsing voor, en vroegen er een stemming over aan. Dat was olie op het vuur. Nu ging de discussie over de vraag of je een discussie wel met een stemming mocht besluiten. Dat was binnen de GSb namelijk in geen jaren gebeurd.
Ook bij dit afgeleide debat liepen de gemoederen hoog op. En toen gebeurde er iets, wat ik nooit zal vergeten. In het GSb-bestuur zat een magere psychologiestudent met lang, sluik haar, die bij zomer- en winterdag op sandalen liep. Ik meen dat hij secretaris was van de GSb. Deze Jurjen Jacobs, tegenwoordig campingbaas in Frankrijk, stond trillend van woede op achter de bestuurstafel, en riep:
“Iemand probeert hier de democratische gang van zaken te verzieken door een stemming door te drukken!!!”
Die stemming kwam er uiteindelijk toch. Dat wel. Kennelijk had het democratisch-centralisme nog onvoldoende greep op de GSb. Maar we verloren die stemming ook. En dik. Want met tweederde meerderheid wees de GSb-Beleidsraad onze motie af. De Amnesty-actie voor dissidenten in de Sovjet-Unie kreeg van de Groninger Studentenbond geen steun. Bij deze gelegenheid werd echter ook manifest, hoe sterk de GSb in de ban van de CPN was.
Stad en Land ineen
Geplaatst op: 9 februari 2006 Hoort bij: Kunsten Een reactie plaatsenAangetroffen op de site van Anne Hilderink. Projectie op het Groninger stadhuis van het landschap bij Aduarderzijl. Stad en land ineen, of Laagland op een voetstuk. Vijf jaar geleden alweer.
Ouwe brouwerij
Geplaatst op: 9 februari 2006 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenTussen de bedrijven door nog even snel in de Gelkingestraat wezen kijken, waar op nummer 46 deze raadselachtige rondgemetselde vuurplaats van circa 1600 gevonden is.
Volgens mij gaat het om de onderbouw voor een brouwerskuip. Heb Taco Tel, de gemeentelijk bouwhistoricus, die me een rondleiding gaf, het verhaal verteld van de Groninger brouwersknecht Lesterhuis, die omstreeks 1840, 1850 uitgleed op de natte vloer en met kop en kont in zo’n kolkende bierkuip viel, wat de goeie man niet overleefd heeft. Als je op die manier in zo’n kuip kon belanden, dan stak die niet erg ver boven de vloer uit, wil ik maar zeggen.
Heb Taco bovendien gewezen op een bakkersoven van rond 1700 en een stukje literatuur uit 1799, met platen van ouwe brouwerskuipen: Jakobus Buys – Volledige beschrijving van alle konsten, ambachten, handwerken, fabrieken, trafieken, derzelver werkhuizen, gereedschappen, enz. : (…) Zestiende stuk. De bierbrouwer en mouter.
Ik was wel blij dat ik hem iets terug kon bieden. Evenzogoed een mooie historische sensatie. Want van de late middeleeuwen tot in de zeventiende eeuw was Groningen met haar kluin een echte bierstad. Die kluin was een belangrijk, zoniet het belangrijkste exportprodukt. De brouwers vormden met elkaar ook het voornaamste gilde van Groningen. Je moest maar liefst 2000 Emder guldens aan vastgoed bezitten, wilde je er lid van kunnen worden.
Van die hele rijke Groninger brouwershistorie is dus heel weinig over.
En vandaag ving ik er een glimp van op.
Student zonder stad
Geplaatst op: 9 februari 2006 Hoort bij: Stad nu, UK + RUG Een reactie plaatsen
De lijsttrekker van de politieke partij Student en Stad heeft duidelijk nog geen kaas gegeten van het ophangen van spandoeken. Op die manier komen er geen studenten in de raad, Finn! Maar liefst 24 van de 30 studenten op de S&S-lijst zijn overigens (bestuurs-)lid van een gezelligheidsverenigiging (Vindicat, Albertus, Dizkartes, Cleopatra, Hendrik, Fleks, Bernlef, GSV). Dat is tachtig procent. terwijl van alle studenten hooguit eenderde lid is. Erg representatief kan ik zo’n selectie niet vinden.
Sicco Mansholt op Wapserveen
Geplaatst op: 8 februari 2006 Hoort bij: autobio, Het Noorden Een reactie plaatsenSicco Mansholt had vaak een hele goeie pers. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het interview, dat in het voorjaar van 1995 in De Groene stond.
Mansholt woonde toen in een oude boerderij ‘op’ Wapserveen, en Louis Velleman noteerde daar: “‘Ik ga hier niet weg, nooit. Als het niet meer gaat, dan moet er hulp komen, zo veel als nodig is. Maar hier wil ik blijven.”
Mansholt overleed er die zomer. De man die tegen de zomer van 2006 op zijn biografie gaat promoveren, Johan van Merriënboer, noemt hem in een eerder artikel zelfs bij zijn voornaam. Ook posthuum blijft de goede pers Sicco dus bij.
In dat artikel meldt Merriënboer dat Mansholt na de kerstvakantie van 1974 die oude boerderij ‘op’ Wapserveen betrok. In de omgeving was dat het gesprek van de dag. Dat weet ik, want die omgeving was, zoals studenten tegenwoordig zeggen, mijn ‘thuisthuis’.
Als student zat ik een paar jaar later bij mijn ouders op het terras. De schilder die bij mijn ouders de boel opverfde, vertelde bij de koffie dat hij dat ook had gedaan bij de Mansholts. Maar terwijl hij bij mijn ouders gewoon kon aanschuiven, was daar bij de Mansholts geen sprake van geweest. “De heer en mevrouw Mansholt zaten ook op het terras te koffiedrinken, maar wij konden mooi op de ladder blijven staan. Daaraan kan je toch zien dat het zo’n Groninger hereboer is”, vond de schilder.
Sindsdien had Mansholt bij mij een minder goeie pers. Een salonsocialist vond ik hem. En met die instelling las ik ook de passages over hem in Frank Westermans’ Graanrepubliek, een jaar of zes geleden. Mansholts’ ‘overnight‘ bekering van grootschaligheids- naar kleinschaligheidsdenken in de landbouw vond ik vergaand ongeloofwaardig.
Maar nu ik me weer eens een avondje verdiept heb in de figuur, vind ik dat koffietafelverhaal eigenlijk ook maar een kleinburgerlijke anecdote. Mansholt begint me steeds meer te fascineren. Ik kijk dan ook uit naar die biografie.
Waar is Jan Keulen?
Geplaatst op: 6 februari 2006 Hoort bij: Media Een reactie plaatsenIk vroeg me vanavond af waar Jan Keulen zit. Misschien was hij een dezer hectische dagen als Midden Oosten-deskundige te horen of te zien op radio of buis, maar dat heb ik dan grandioos gemist. Voor de zomer werkte hij nog voor de journalistiek-opleiding aan de RUG, sinds hij daar vertrok ben ik hem uit het oog verloren. Vandaar een kleine zoekactie op het web.
Zijn laatste levensteken op internet dateert van 24 januari. Het betreft zijn eigenhandige foto-weblog van een journalistentraining in Yemen, waar hij een van de trainers is.
Afgaande op een van de drie links zit (of zat?) Keulen daar namens Free Voice. Free Voice is een journalistenclub die zich inzet voor persvrijheid en onafhankelijke, pluriforme en betrouwbare journalistiek in onder meer het Midden-Oosten. Naast het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Nationale Postcode Loterij en de Nederlandse Dagblad Pers, ondersteunt de Deense regering Free Voice. Medio november staken de Denen ongeveer 70.000 in een Free Voice-programma dat de persvrijheid in Jordanië, Libanon, Egypte, Marokko, Bahrein en Yemen versterken moet. Denemarken maakte die donatie overigens bekend tijdens een conferentie in een hotel in Amman, op een moment dat elders in die stad drie hotels het doelwit van Zarqawi’s zelfmoordterroristen waren. Jan Keulen nam aan die conferentie deel namens Free Voice.
Hij zit dus, naar het zich laat aanzien, voor Deens geld in Yemen om de persvrijheid te propageren. Daar komt hij wel vaker voor Deense rekening, getuige een artikel dat bijna twee jaar geleden in The Yemen Times stond. Het rept van een grootschalig media-ontwikkelingsprogramma, op initiatief van een Deense delegatie, die daarmee de democratie ter plaatse versterken wil. Van die Deense missie maakte Keulen deel uit als “training specialist” en afgevaardigde van de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ).
Ik weet niet, maar ik geloof niet dat ik daar momenteel in zijn schoenen zou willen staan. Wel heb ik bewondering voor zijn idealisme en moed. En ik ben heel benieuwd naar het eventuele vervolg op dat curieuze weblog.
Martin Bril en het Noorden
Geplaatst op: 5 februari 2006 Hoort bij: Kunsten Een reactie plaatsenMartin Bril is de laatste maanden erg met het Noorden bezig. Hetgeen blijkt uit zijn weblog, dat hij de laatste tijd ook van flink wat inhoud voorzag.
Zo schreef Bril gister drie Groningse Gedichten, die alle min of meer gaan over meisjes en melancholie. Ook op 29 december plaatste hij er meerdere, een overpeinzing op het Damsterdiep en – in Noordzee Quick – herinneringen aan zijn oom en aan zijn vaders favoriete visrestaurant.
Recent proza over het noorden staat er eveneens op die site van Martin Bril. Van 2 februari dateert Overal wonen mensen:
“Ik heb in het noorden heel wat voetstappen liggen, zoals dat zo mooi heet, en inmiddels ook vele duizenden kilometers. Niet dat ik het als mijn broekzak ken, maar het scheelt weinig. Ik voel me thuis zodra ik er ben – ik kom er namelijk vandaan, op verschillende manieren.”
En:
“Ja, je kan rustig zeggen dat ik me noordeling voel.
Niet in hart en nieren.
Maar toch: genoeg.
Meer dan voldoende.”
Zie ook Brils’ verhalen van onderweg:
Winsum-Roodeschool (31.1.2006)
Zussen in Het Gerecht (11.12.2005)
Tuk, Steenwijk, Frederiksoord (24.1.2006)
Een Huwelijk in Drenthe (31.1.2006)
Koolbakkers
Geplaatst op: 5 februari 2006 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenOp 14 juni 1763 staat er een curieuze advertentie in de Groninger Courant. Ze werd geplaatst door een man, wiens vrouw er een week eerder vandoor was gegaan met al hun huisraad en een deel van de gezamenlijke handelsvoorraad:
“Den 7 Juny 1763 heeft zig te Groningen van haar man geabsenteert een vrouw genaamt JANNA PIETERS, zynde lang van postuur, heestig van stem, geboortig van Drent, hebbende een klein geel hondje by haar; vermoedelyk met een soldaat weggegaan – klein postuur, blont van hair – en heeft alles wat in de huyshouding behoort benevens eenige koopmanschappen mede genomen. Die onderrigt van dezelve kan geven, addressere zig by Nicolaas Sygmont buyten Ooster Poort te Groningen.”
Van Nicolaas Sygmont, ook wel Sigemundt, en diens vrouw Janna Pieters is iets meer bekend dan van veel andere mensen uit die tijd. Ruim een jaar eerder, op vrijdagmiddag 23 april 1762, was er in hun huurhuisje aan de Houtzagersteeg namelijk een vechtpartij geweest, die heel slecht had kunnen aflopen. Daarbij nam Janna het nog fanatiek voor haar kerel op.
Nicolaas en Janna waren die middag naar de stad geweest en troffen voor hun huis Jacob Speelman en Heine Overklemmer aan. Deze kenden ze van het nabijgelegen “koddebeijers huis”, oftewel de jeneverkroeg van de provinciale jachtopziener Berend Scharpenborg aan het begin van de Houtzagersteeg. In diens knijp had Janna ruzie gemaakt met Heine Overklemmer, omdat die haar en haar man niet groette.
Bij de nieuwe ontmoeting vroeg Overklemmer of Janna en Nicolaas meegingen naar Scharpenborgs’ kroeg, om het bij te leggen met een “een sopie” (borrel). Janna had daar totaal geen oren naar. Haar Nicolaas stapte hun huis binnen, maar Overklemmer kwam hem achterna, pakte Nicolaas in zijn eigen woning bij de lurven en schreeuwde “dat wel twee van zulken tegen elkaar aan kon slaan”. Dat was zelfoverschatting, zo bleek. Terwijl Nicolaas Heine Overklemmer met zijn ene hand vasthield, greep hij met zijn andere een hartsvanger van de muur. Net op tijd kwam Overklemmers vriend Speelman binnen, die het blanke wapen weer uit Nicolaas’ hand wrong. Janna sloeg intussen met een steen een gat in het hoofd van Overklemmer, die haar uitschold voor hoer en dievegge.
Ongetwijfeld vloeide er bij deze klucht, naast wat bloed, veel alcohol door de aderen. Van Janna en Nicolaas weten we verder niets, maar dat ze aan de zelfkant leefden lijkt wel zeker, mede gezien de status van de zich jegens hun “groots” gedragende Heine, die voluit Johannes Hindriks Overklemmer heette. Volgens diens drinkmaat Jacob Speelman reisde Overklemmer sinds enige jaren “met koopmanschap naar armoe”, al wist Speelman niet eens om wat voor negotie het ging. Overklemmer zelf verklaarde dat hij gewoonlijk in saffraan en aanverwante artikelen deed. Maar in perioden dat hij bij het leger was, handelde hij ook wel in wijn en brandewijn, die hij uit Bremen betrok. Een geboren Groninger zijnde, logeerde hij in de stad altijd in de Oude Toren van Babel, een volkslogement aan De Laan, waar hij, aanwezig of niet, een vaste kamer had.
In de Acte waarbij Burgemeesteren en Raad hun fiscaal opdroegen “de insolenties” ten huize van Nicolaas Sygmont te onderzoeken, staat echter dat Overklemmer “mede onder de koolbakkers bekend” was. En koolbakkers – denk maar aan ‘iemand een kool stoven’ – waren pure oplichters, want bedelaars die op vertoon van valse papieren geld inzamelden dat zogenaamd “voor arme kercken, brandschade of schipbreuken” bestemd was.
In 1765 komen we die term koolbakkers nog eens tegen in een resolutie van het Groninger stadsbestuur. Hoewel er diverse koolbakkers uit de stad waren gezet, bleven ze maar terugkomen, als vliegen op de stroop. Burgemeesteren en Raad kondigden toen een streng placcaat af, waarbij ze joden, marskramers, ambulante kooplui in oliën, met kijkkasten en liedjes, kwakzalvers, goochelaars, bedelaars en andere landlopers verboden om nog langer in de stad en haar jurisdicties te komen. Iedere reiziger moest over een “dugtige pas” van minder dan een jaar oud beschikken. En zo ze die niet hadden, dan mochten snikkevaarders, schippers en voerlui ze niet meenemen. Ook mochten herbergiers ze geen logies geven. Op de naleving van deze bepalingen diende een heel legertje ambtenaren toe te zien.
In dat placcaat valt de term koolbakkers niet, maar als het stadsbestuur het in 1774 redigeert en opnieuw uitvaardigt, worden ze wel genoemd, en dat in één adem met “swervende smousen en gauwdieven”. Mensen die het voortaan nog eens waagden dergelijke lieden onderdak te verlenen, kregen bij die gelegenheid een tuchthuisstraf in het vooruitzicht gesteld.
Facelift Cultuurcentrum
Geplaatst op: 5 februari 2006 Hoort bij: Stad nu Een reactie plaatsenDe blikvanger van het Cultuurcentrum staat er een beetje zieltogend bij. De blauwe neons van de ‘boortoren’ zijn gedeeltelijk kaduuk, de koekblik-achtige ring rond de boortoren roest er lustig op los, en ook de lamp in de rode ‘diamant’ op de top werkt niet meer. Maar er gaat wat gebeuren, het Cultuurcentrum krijgt opnieuw een facelift.
“Dat rooie diamantje werkt al meer dan een jaar niet meer”, zegt Age Lieffering, hoofd technische zaken bij het Cultuurcentrum. “Ik vind dat jammer, want het is wel een blikvanger”. Volgens Lieffering moet er een hele speciale lamp in het omhulsel: “Het probleem is dat je er je kunt er niet makkelijk bij kan, alleen met een hoogwerker gaat dat”.
De plaatsing van de nieuwe lamp wordt zo’n beetje het sluitstuk van een algehele restauratie van de boortoren met bijbehoren. “De grote ring gaat er helemaal af”, vertelt Lieffering, want die roest aan alle kanten. Er komt een nieuwe van aluminium. De toren zelf blijft staan, wordt opnieuw geschilderd en er komen nieuwe neons in.”
Volgens Lieffering gingen er ook stemmen op voor het helemaal weghalen van de boortoren. De restauratie, die deze zomer haar beslag krijgt, maakt weer deel uit van een algehele facelift voor het Cultuurcentrum. Zo wordt het nu nog witte vakwerk zwart geschilderd. “Het gebouw heeft nu niet genoeg uitstraling”, verklaart Lieffering, “men ervaart het als koud, kil en kaal. Het moet er allemaal wat sjieker uit gaan zien.” Voor de kleur zwart werd gekozen op basis van een tekening door de uit de Oosterpoort afkomstige binnenhuis-architect Bart Vos, mede-eigenaar van Maupertuus. “Die heeft al vaker leuke dingen hier gedaan.”
Dat het Cultuurcentrum een wat verwaarloosde indruk maakt, komt mede door de nu verlaten plannen om het naar de oostzijde van de Grote Markt te verplaatsen. “Alle onderhoud is toen op nulkommanul gezet”, memoreert Lieffering: “En dat heeft best wel sporen nagelaten”.
Office voor onaangepasten
Geplaatst op: 4 februari 2006 Hoort bij: Webdinkies Een reactie plaatsenOverbezet servertje daar:
Voeg aan dit ‘Maak je eigen graffiti-apparaat’ een ‘Componeer je eigen punk-machine’ toe en je hebt een soort Office voor onaangepasten.
Rondje Oosterpoort
Geplaatst op: 4 februari 2006 Hoort bij: Oosterpoort Een reactie plaatsenGrote kunstmug tegen gevel Hereweg:
Plotseling opgedoken straatnaambordje op de steiger bij de Oosterhaven, dat blijk geeft van Friese annexatiedriften. Groningers let op uw saeck:
Kleurstaaltjes Oosterhaven:
Doorkijkje etalage Meeuwerderweg:
Wijnhuispenning in Jamestown
Geplaatst op: 3 februari 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
In Virginia (VS) is een paar jaar geleden het vroeg zeventiende-eeuwse fort Jamestown opgegraven. Er kwam een penning naar boven van het Groninger Wijnhuis, uit 1590.
Nu is wel bekend dat er acht Nederlanders in dat verre Jamestown vertoefden, maar de – overigens fraaie – opgravingswebsite noemt helaas alleen de namen en rangorde van de Engelse kolonisten en een mailtje derwaarts om namen van de Nederlanders heeft me niets opgeleverd.
Toch blijft die Groninger Wijnhuispenning daar aan de overkant van de oceaan me intrigeren. Bij mijn weten kregen Groninger stadsbestuurders en ambtenaren namelijk zulke penningen voor betoonde diensten. Ze konden die penningen verteren in het Wijnhuis, dat annex aan het oude Raadhuis op de Grote Markt stond.
Het lijkt er dus sterk op dat en Groninger avonturier uit de betere kringen op een zeer vroeg tijdstip in Amerika belandde. Vermoedelijk was hij protestants, want Virginia was oorspronkelijk een protestantse kolonie
Hoe dan ook, hij maakte er ontberingen mee:
“Disease, famine and continuing attacks of neighboring Algonquians took a tremendous toll on the population.”
Wellicht is hij er ook gestorven.
Maar zo’n leven is stof voor een roman.









Recente reacties