Braadworstkoning

Boven het luifeltje ziet men met bekroonde oranje letters BWK. En die afkorting staat voor BraadWorstKoning.

Een maand geleden kiekte ik het stalletje, voornamelijk vanwege het lage licht. Vanmiddag kwam ik er weer langs. Ik had wel zin in iets hartigs en bestelde een broodje met zo’n vorstelijke braadworst.

Terwijl de uitbater het gerecht klaarmaakte, wees hij op het certificaat van echtheid achter het linker raampje. Hij verkoopt niet zomaar braadworst, maar echte Thüringer braadworst. Hij had er gewerkt, in Thüringen en eigenlijk door heel Duitsland heen, en steeds in de horeca, maar nu was hij gerepatrieerd.

Hij stond inderdaad nog niet zo lang op de Groninger markt. Met deze handel begon hij van de zomer. Via internet bestelde hij de verschillende Thüringer braadworsten, testte deze uitgebreid op de kameraden in zijn stamkroeg, en uiteindelijk kwam daar als de allerbeste uit de braadworst die hij nu verkoopt.

Ik moet zeggen dat het broodje me verrekte goed smaakte. In de worst zat behoorlijk wat kümmel, maar daar hou ik wel van.


Huub Wijfjes, de bloggers en het Dagblad

portret-frontaal-2

Huub Wijfjes, mediahistoricus en journalistiekdocent bij de RUG en straks geschiedschrijver van de VARA, heeft sinds dinsdag een weblog. De journalistieke pretenties van sommige webloggers vindt hij maar niets, en volgens hem slaat het Dagblad van het Noorden een volkomen verkeerde koers in.

In zijn openingsstukje haalt Wijfjes meteen al uit naar de webloggers die menen “dat ze de nieuwe journalistiek aan het maken zijn”. “Ik ben zo vrij dat een misverstand te vinden”, verklaart Wijfjes. “Het meeste en meest geconsumeerde nieuws (…) wordt nog gewoon gemaakt door de traditionele journalistiek…” En: “De meeste bloggers zijn maar met een flintertje van het rijke palet der journalistiek bezig, voornamelijk met het becommentariëren van nieuws dat door ouderwetse journalisten de wereld in geholpen is”. De internet-nieuwtjes die de bloggers zelf genereren acht hij “zeker niet representatief voor wat er in de wereld gebeurt”.

“Het geschreeuw op de vele weblogs en internetsites”, aldus de journalistiekdocent, “verbloemt een veelal schrijnende overdaad aan geestelijke armoede. Het verbloemt ook blindheid voor wat er in het gewone leven van gewone mensen aan de hand is. Want het internet is echt niet het nieuwe universum van de meeste mensen; dat is het dorp, de wijk en de stad waar men woont, werkt en leeft. En juist daarvan weet een oude journalist veel meer.”
Daarom is Wijfjes ook niet zo bang voor de toekomst van de traditionele media. Wel brandmerkt hij een onderdeel, namelijk de dagbladjournalistiek, als “lui en gemakzuchtig”. Maar volgens hem is het nog niet te laat om dat te veranderen. Als hier alleen al de van negen tot vijfmentaliteit doorbroken wordt, gaat die journalistiek er flink op vooruit.

Eén van die labbekakkerige kranten is volgens Wijfjes’ tweede stuk het Dagblad van het Noorden, dat net eenachtste van alle redactie-fte’s eruit sodemieterde. De hoofdredactie van het Dagblad gaf daarbij te kennen dat ze “volledige regioverslaggeving” niet meer wil garanderen. En dat vindt Wijfjes nou net de foute richting. “Juist kiezen voor de regio lijkt me de enige weg om in het toenemende mediageweld staande te blijven”, zegt hij. Het Dagblad van het Noorden zou volgens hem moeten durven kiezen voor “alleen die Noordelingen die een krant willlen blijven lezen”. Want: “Onderzoek wijst uit dat dat de meer dan gemiddeld geïnteresseerde lezer is, met een behoorlijke opleiding en, specifiek voor het Dagblad, met sterke belangstelling voor regionale en lokale zaken.”
In antwoord op een wat kregel reagerende Dagblad-redacteur scherpt Wijfjes dat zelfs nog wat verder aan: “Naar mijn opvatting moet regioverslaggeving de kern zijn van een regionale krant; het allerlaatste dat je eventueel opgeeft bij bezuinigingen. En juist op dat vlak moet ook de diepte gezocht worden. Dat doet het Dagblad op dit moment veel te weinig. Dat is een van de oorzaken (niet de enige) dat lezers weglopen en er geen nieuwe bijkomen.”

Het zal niemand verbazen die mij kent, maar volgens mij heeft Wijfjes volkomen gelijk, waar hij zegt dat een regiokrant zich op de regio moet richten. Daar lezen de beter opgeleide lezers uit de regio inderdaad die krant voor, dat doen ze allang niet meer voor het landelijke en internationale nieuws. Het probleem bij het Dagblad is echter, dat de krant – met name in de voormalige veenstreken van Groningen en Drenthe – vele abonnees heeft, die niet zo goed opgeleid zijn, en die nog steeds ‘een complete krant’ in hun brievenbus verlangen. Bovendien is juist het nationale en internationale persberichtennieuws goedkoop, vergeleken bij de kopij die het Dagblad in eigen huis moet produceren. Dat vergeet Wijfjes, maar vormt vast een overweging bij het Dagblad.

Bij de fusie van het Nieuwsblad van het Noorden en het Groninger Dagblad, een paar jaar geleden, zat het nieuwe Dagblad qua redactie ook al dermate ruim in het jasje, dat de hoofdredactie verklaarde menskracht vrij te zullen maken voor onderzoeksjournalistiek. Ik neem aan dat Wijfjes met zijn “diepte zoeken” hier bijvoorbeeld op doelt. Intussen kwam er met die boventallige redactie bitter weinig van dat voornemen tot verdieping terecht, en nu het vet van de redactie afgehaald wordt, komt er natuurlijk helemaal niets meer van terecht.
Het Dagblad, vrees ik, is een olietanker die te laat en in paniek de koers omgooide, nu definitief de verkeerde richting inslaat, en straks onherroepelijk op de klippen loopt.


Gelkinghe weer online

Feitenrelaas van de laatste paar dagen

gelkinghewronline

Maandag (27 maart)
belde Bram Hulzebos van het Dagblad me om ongeveer tien over vijf ’s middags met de vraag of mijn weblog uit de lucht was. Wist ik nog niet, het klopte. Ik moest er wat meewarig om lachen, want er stond weinig brisants meer op. Wel vond ik het vervelend dat ik niet zelf niet nog verder kon bijschaven, want de toegang tot mijn beheerpagina was me ook ontzegd. Zodoende kon ik geeneens gevolg geven aan de voor mij nogal onduidelijke instructies van Web-log. Overigens stond er na een half uur een stukkie op de Dagblad-site. (Het beloofde followupje in de papieren krant kwam er vandaag pas in.)

’s Avonds sloeg mijn berusting om in lichte vrolijkheid, dankzij de solidariteit van het web. Er kwam een kleine stroom van adhesiemailtjes op gang, maar ook verschenen er openlijke steunbetuigingen her en der, zoals op de blogs van Bert Westerink, Linda Voortman, Gronical en Henk Willem Smits. Op de nieuwsgroep nl.regio.groningen namen Nieuwtje, FredW, Joske, RL, Remco Kouwenhoven en Yorien het voor me op. Ik ben beslist nog mensen vergeten, Camerados schiet me nu nog te binnen, maar sowieso wil ik iedereen bedanken voor de onderhandse en publiekelijke harten onder de riem.

Gisteravond (28 maart)
heb ik alle mailtjes van Web-log op een rijtje gezet en een destillaat gemaakt. Het probleem van Web-log kwam neer op “het noemen van personalia omtrent <meneer>, een teveel aan privé-gegevens, naam, toenaam, adres e.d., die te herleiden zijn naar iemand die daar geen toestemming voor had gegeven”.
Ik heb nooit een voornaam, adres, telefoonnummer of iets dergelijks van meneer genoemd. Ik nam dan eindelijk aan dat het om zijn achternaam ging. En stelde Web-log voor die achternaam dan maar systematisch te vervangen, bijvoorbeeld door YYYYYY. Een alternatief aanbod van me was om meneer alleen meneer te noemen, zonder meer.

Vandaag, 29 maart
kreeg ik een mailtje van Joris Leermakers, de oprichter, voorheen de eigenaar en nog steeds de hoogste baas van Web-log. Volgens hem was het niet de bedoeling geweest om me van mijn beheerpagina af te sluiten: “Onze excuses hiervoor”. Ik kreeg de toegang tot mijn beheerpagina terug. Mijn alternatieve voorstel werd geaccepteerd: “Het lijkt mij zeker acceptabel als de achternaam van meneer gewijzigd wordt in ‘meneer’. Nadat dit aan is gepast kan wat mij betreft uw weblog meteen weer online.”

Uiteraard heb ik de excuses in dank aanvaard. De naam van ‘meneer’ heb ik overal waar die nog stond weggehaald en/of vervangen door meneer, zonder meer. En daarop gaf Leermakers mij de sleutel hoe ik mijn weblog weer online kon krijgen.

Gelkinghe bestaat weer.


Nog even dit

Dat de waarheid niet gezegd mag worden, betekent nog niet dat ze niet bestaat.


Kommunikee

Ik kreeg gisteravond een mailtje van Web-log, de gratis gastheer van dit blog hier, dat er klachten bij hun waren binnengekomen. Klachten die aanleiding zouden kunnen vormen tot een smaadproces tegen Web-log. “Het gaat om de logs die jij hebt opgesteld omtrent ene meneer.” Daar zouden “teveel prive gegevens” in staan.

Als ik niet toegaf aan hun eis tot verwijdering zouden ze Gelkinghe helemaal uit de lucht gaan halen. Binnen 24 uur. Hoewel er volgens mij helemaal geen privacy-gevoelige gegevens van genoemde persoon hier stonden – geen adres, geen telefoonnummer en zelfs geen voornaam – ben ik maar gezwicht, en heb ik een aantal brisante passages over meneer verwijderd. Ik geloof absoluut niet dat ik me aan smaad schuldig heb gemaakt, integendeel, ik gaf de waarheid en niets dan de waarheid en kan alles verantwoorden. Maar mijn gemoedsrust en gezondheid zijn me meer waard dan die passages.

Naschrift 25 maart, 8.59 uur
Hoe neutraal het Dagblad van het Noorden is in deze kwestie, blijkt maar weer uit het stuk van vandaag. De woorden “vuilspuiterij” en “lasterlijke passages” zijn niet geciteerd uit de mond van meneer, zoals het zou horen, maar komen rechtstreeks voor rekening van Dagblad-journalist Bram Hulzebos. Die op dit punt niet is gecorrigeerd door de eindredactie.

Nog bedankt Bram, voor dit opiniestuk dat je krant voor nieuws laat doorgaan.
Met zulk broddelwerk is het ook geen wonder, dat het Dagblad jaarlijks 3 à 4 % van zijn oplage kwijtraakt. En dat er nu weer 20 mensen uitvliegen bij de Dagblad-redactie.


Historisch atlas stelt liefhebber teleur

Precies een week geleden was ik even bij deze plechtigheid. “De eerste Groninger Historische Atlas” zou gepresenteerd worden. Net of er niet eerder historische atlassen van Groningen verschenen. Zelf heb ik er vijf, maar het zijn er nog meer, veel meer.

Ik was er een kwartiertje, daar bij die plechtigheid in boekhandel Scholtens-Wristers, maar iemand hield een nogal uitgebreid praatje over het Groninger landschap, dat voor mij geen nieuws bevatte. Bovendien ontwaarde ik CdK Hans Alders niet, die het eerste exemplaar zou ontvangen. En dus ging ik maar weer weg, want ik had betere dingen te doen.

Zaterdag heb ik dezelfde boekwinkel gezocht naar de atlas, maar hem niet kunnen vinden.

Vandaag hoor ik dat Hans Alders helemaal niet bij die plechtigheid is geweest. Ook hij had zeker betere dingen te doen. Van de atlas waren er slechts vijf exemplaren bij de plechtigheid, sommige met een kromgetrokken band. Inmiddels hadden de uitgeverij en de binderij een geschil over de kwaliteit van het werk.

De atlas blijkt ook nog eens een heruitgave van een atlas die in 1990 door de firma Robas is uitgegeven. Wat op geen enkele manier kenbaar is op de site van de huidige uitgever. Het is een mooie atlas, maar ik zou hem niet graag dubbel willen hebben. Die bijna 40 euro kan ik me gelukkig besparen.


Gelkinghe aangeklaagd wegens smaad

De meneer van de zogenaamde Neutrale gaat schrijver dezes aanklagen wegens smaad. Hij is op zijn pik getrapt door de stukjes die op dit weblog staan over hem en zijn lullige flutkrant.

Meneer kan zijn borst natmaken. Ik lust hem rauw. Voor de zaak zal ik niet alleen de getuigen die al ik heb oproepen, maar nog een aantal extra op de koop toe. De trieste waarheid over deze persoon zal dan ten volle in het naakte daglicht komen te staan.

Overigens heb ik het bericht over de smaadklacht niet van meneer zelf, maar van de hoofdredacteur van de UK en een jurist van het RUG-bestuur. Hij deelde deze mensen – die totaal niets met de zaak te maken hebben – telefonisch mede dat hij mij wegens smaad aan zou klagen. Kennelijk met de bedoeling om mij op mijn werk in discrediet te brengen.

Voor wie het gemist mocht hebben hier nog even de stukjes waar het om gaat:
Een karakterloos, laf en overbodig prul
Buurtkrantenoorlog II
Buurtkrantenoorlog op til?

Naschrift 23 maart
Meneers’ hulpje verspreidt mijn uitgeprinte en gecopieerde teksten bij de middenstand.
Wat blijft er van de zogenaamde smaad over, als je die zelf vermenigvuldigt?

Maar enfin, uit hoofde van het copyright kan ik nu een mooie nota gaan schrijven.


Zie en hoor de klokken

Filmpje, gemaakt in de klokkengieterij van Simon Laudy in Finsterwolde. Daar komt ook de klok van Grupstra vandaan, die vandaag goed was voor 50 euri boete.


Alles over Friesland

Straks hiero.


Hildegard von Bingen in de Lutherse kerk

19 Hildegard theophilus

De instrumenten van Super Librum trokken veel bekijks in de pauze. Midden op het podium het gereconstrueerde theophilus-orgel, dat aan beide zijden ‘poestentreders’* nodig bleek te hebben, om zijn omfloerste klanken te kunnen produceren. Erachter een spiksplinternieuw middeleeuws carillon van twaalf klokken, pythagorisch gestemd om bij dat orgel te passen. Sommige klokken waren door de lage temperatuur nog niet helemaal zuiver, waar vooraf netjes excuus voor was gevraagd. Vedel, rebec, en twee vrouwelijke zangstemmen, sopraan en mezzo, maakten het middeleeuwse muziek-ensemble compleet.De Lutherse kerk is van veel later tijd dan de middeleeuwen, maar hoewel een ietwat anachronistische setting voor de liederen van Hildegard von Bingen, voldeed ze prima qua akoestiek. Helaas was de geestelijke muziek met haar vele gedragen, langgerekte orgelklanken in een strak volgehouden mineur dit keer niet optimaal aan me besteed. Ik miste de rust om er helemaal in op te gaan. Maar verveeld heb ik me nou ook weer niet, en het concert duurde precies zolang als het duren moest. De mezzosopraan, Nancy Mayer, was goed. Ik hoop dat Super Librum zich een volgende keer ook eens waagt aan een wat meer populair repertoire. Ben benieuwd hoe dat pracht-orgel combineert met een draailier of doedelzak.

Noot *

Een ‘poestentreder’, op zijn Nederlands balgentreder, was de functionaris die vroeger in de Groninger kerken het orgel van lucht voorzag, door het al trappend bedienen van de blaasbalg. Het ging om een tamelijk nederig baantje. Bij een van de poestentreders van Super Librum kocht ik twee cd-tjes. Hij vertelde me dat het nog niet meeviel, zijn werk. Als hij iets te laat intrad, kon je inderdaad merken dat het orgelvolume lichtelijk ging welven.


Een karakterloos, laf en overbodig prul

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Vanmiddag lag De Neutrale dan eindelijk op de deurmat. De acht maanden voorbereidingstijd kan je er niet bepaald aan afzien.

Aanvankelijk was de werktitel De Neutrale Oosterpoort. Die titel blijkt nu veranderd in De Neutrale Zuid-Oost. Enerzijds verraadt dat de ambitie om een ruimer verspreidingsgebied te hebben dan de Oosterpoort alleen, anderzijds is dat Zuid-Oost een verzamelnaam voor wijken die nauwelijks wat met elkaar te maken hebben.

Droeg het nul-nummer nog een kop met gotische letters, die riepen bij een middenstander de associatie met een nazi-blaadje op. En daarom hebben de samenstellers maar besloten tot kopletters in een soort honingraat-structuur, een ensemble dat totaal niet duidelijk overkomt.

Voor de foto op de voorpagina heeft men een billboard geprojecteerd op de oude graansilo aan de Griffeweg. Daar zal vooral Hent Hamming, de directeur van Adfomedia, plezier aan beleven – de omwonenden die zoveel moeite hebben gedaan om dat illegale billboard van zijn pand af te krijgen zullen er het hunne van denken. Het idee is overigens gewoon gejat uit een ouwe Oosterpoorter.

Op pagina 2 van De Neutrale een verrassing. Bovenaan staat in een vette zwarte balk een oproep voor een nieuwe, “leukere” titel. Want: “De Neutrale als naam is een cadeau van het dagblad”. Zo zie je, Bram Hulzebos van het Dagblad, hoe je kwootjes zich tegen je keren en hoe je gratis reclame gewaardeerd wordt. Stank voor dank zullen we maar zeggen. Je werkgever, Bram, zal er ook wel heel blij mee zijn dat de Neutrale voor de rubrieksadvertenties de naam Haasjes ontleent aan wijlen het Nieuwsblad.

Hoe ideeënloos de redactie van De Neutrale feitelijk is, blijkt eveneens uit het redactioneel onder die vette zwarte balk. In kreupel Nederlands roept het de lezers nogmaals op “een passendere naam” in te sturen. Dat redactioneel is geschreven door een anonieme ik, maar ondertekend met “de redactie”. En die anonieme ik vindt “een inleiding altijd vervelend om te schrijven, maar ja”. Ook schrijft deze inspiratieloze anonimicus dat zijn blaadje De Oosterpoorter geen concurrentie wil aandoen, maar slechts “een aanvulling” wil zijn. Dat is natuurlijk zo doorzichtig als wat, want zelfs een kind kan meteen zien dat het De Neutrale te doen is om de advertenties. Als de enige echte wijkkrant eenmaal kapot is gemaakt, kunnen de advertentie-prijzen flink omhoog.

Ik blader verder. Op pagina 3 een al even anonieme Bozo, die een pseudo-intellectuele verhandeling geeft over neutraliteit. “Neutraliteit is een theoretisch en onpraktisch, meestal verwerpelijk begrip”, aldus Bozo. Die, als ik hem goed begrijp, ook principes maar “zinloos” vindt. Aan het stukje is overigens duidelijk te zien dat De Neutrale nog voor de verkiezingen uit had moeten komen, want het geeft ook een advies om te stemmen, al mag dat weer niet “op een partij die een mening heeft over een onderwerp”.

Verder zijn er wat columns, onder andere van een PCQ, een student die nu al moeite heeft om aan zijn stof te komen, en van een Opa Oost die zich terecht afvraagt: “Wat is er opeens mis met de oude Oosterpoorter? Was dat blad opeens niet meer neutraal?” De redactie kan haar borst natmaken, immers, deze Opa Oost lijkt een Trojaans paard dat al meteen de confrontatie zoekt: “Ze kunnen deze stukjes niet weigeren, want deze opa is toevallig wel officeel columnist, en dan mag je alles schrijven. Of tekenen. En nog anoniem ook!”

En daarmee hebben we de inhoud eigenlijk wel gehad. Nieuws bevat het blad helemaal niet en de rest van de inhoud bestaat uit pagina’s met recepten, puzzels, de onvermijdelijke kleurplaat, en een dermate grote hoeveelheid advertorials, dat De Neutrale binnen de kortste keren door de algehele Oosterpoorter middenstand heen moet zijn. Uit een van die advertorials blijkt overigens goed hoe schaamteloos de samenstellers tewerk gingen: “Korte tijd geleden werden wij benaderd door een aantal mensen van de nieuwe oosterpoorter buurtkrant”.

Al met al is ‘De Neutrale’ helemaal geen buurtkrant, maar een onvoldragen produkt dat geestelijke armoe uitademt. Vanuit journalistiek oogpunt is het een karakterloos, laf en overbodig prul.

Lees ook:
Buurtkrantenoorlog 2
Buurtkrantenoorlog 1


Consequenties van de mislukte museumfusie

Het afhaken van het Scheepvaartmuseum roept nog een vraag op. In het Groninger Forum zou ook het budget van het Scheepvaartmuseum opgaan, althans de subsidie van de gemeente. Eind 2004 werd die subsidie nog verhoogd van 142.430 euro naar 158.000 euro per jaar. Dat gebeurde hangende de museumfusie. Het gemeentebestuur wilde voorlopig de positie van de kleinere musea versterken, om daarmee de aantrekkingskracht van Groningen te vergroten.

De vraag is dan nu hoe de gemeenteraad van Groningen deze onafhankelijkheidsverklaring van het Scheepvaartmuseum budgettair zal opvatten. Het museum voldoet in het huidige gebouw beslist niet aan allerlei arbo-normen, het museum is ook niet toegankelijk voor gehandicapten, ook zo bezien lag er toch een redelijk zwaar appel om samen te gaan in het Groninger Forum.


Scheepvaartmuseum haakt af bij Groninger Forum

Het Noordelijk Scheepvaartmuseum haakt af als onderdeel van het Groninger Forum. Dat betekent dat het niet verhuist naar de oostzijde van de Grote Markt. Het blijft gewoon zitten waar het nu zit, aan de Brugstraat, en de collecties krijgen geen tentoonstellingsruimte in de nieuwe cultuurinstelling aan de Grote Markt.

Volgens de directeur van het Scheepvaartmuseum, Jan Wiebe van Veen, vloeit het afhaken voort uit de verbreding van het Groninger Forum. “Een jaar of acht geleden”, memoreert Van Veen, “was het de bedoeling dat we met het Groninger Museum zouden samengaan in een Centrum voor Geschiedenis. Toen diende zich de mogelijkheid van de Grote Markt als lokatie aan, maar tegelijkertijd kwam de Openbare Bibliotheek erbij. Het concept breidde zich steeds meer uit naar een informatiecentrum, met maar voor een deel aandacht voor geschiedenis. Die verbreding is een sneeuwbaleffect geworden, en onze inbreng werd daarmee steeds kleiner.”

Vervolgens heeft het Scheepvaartmuseum de balans opgemaakt, aldus Van Veen: “Heffen we ons als Scheepvaartmuseum op, en gaan we deelnemen in het Groninger Forum dat steeds meer in de richting van een informatiecentrum gaat, of houden we ons museum aan de Brugstraat?” In overleg met het Groninger Museum en de Openbare Bibliotheek is onlangs de knoop doorgehakt en tot het laatste besloten.

Nog steeds toont Van Veen zich enthousiast over het Groninger Forum: “Het is een ijzersterk concept, om geschiedenis te koppelen aan de huidige tijd.” Van Veen benadrukt dat zijn museum beslist niet afhaakt als participant. In de besprekingen over het Groninger Forum krijgt het Scheepvaartmuseum echter dezelfde secundaire status als bijvoorbeeld de Groninger Archieven en de universiteit nu al hebben.


Super Librum

16 super librum

Ave Generosa van Hildegard von Bingen (ca. 1150) door Super Librum.

Zaterdagavond speelt dat gezelschap in de Lutherse kerk. Ik denk dat ik morgen maar eens op zoek ga naar een kaartje.


Ron met de VUT

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“De meest kleurrijke figuur van het Alfa-gebouw”; “het sociale hart van de afdeling Nederlands”; “een zachte cynicus en vrolijke nihilist, met een dwarse kijk op het leven”; “een nietsontziende en ongezouten columnist, de Jan Blokker van de UK”. Dat waren zo wat van de typeringen die vanavond voorbijkwamen op de afscheidsreceptie van Ron van Zonneveld.

Ron ging met de VUT. Vanuit Leiden kwam hij ooit naar de Groninger universiteit met de gedachte: “Eens kijken hoe lang ik het daar volhou.” Het werden er dertig jaar. Inmiddels heeft hij al zijn taalkunde-boeken weggegeven en houdt hij zich nog louter met schilderen bezig.

Bij de UK was Ron de man die het vaakst voor boze ingezonden brieven zorgde. Hij was ook de man die de toenmalige rectrix van Vindicat de uitspraak ontlokte: “Wat ben jij een graftak geworden zeg”. En naar het schijnt heeft het college van bestuur hem zelfs eens officieel berispt voor een stukje.

Er kwamen dan ook fraaie anecdotes voorbij, vanavond. Ik hou het beperkt tot één. Komt Ron de oude Sassen tegen, de hoogleraar Nederlands en zijn leidinggevende. Die hem vraagt: “Ron, hoe begin jij je taalkundige dag eigenlijk?”
Ron: “Met inloggen.”

Ron zag naar eigen zeggen dagenlang tegen deze receptie op, had er nachten niet van kunnen slapen: “Want er komt geen hond, ik zou ook niet gaan”. Al die tijd had hij zich onledig gehouden met het schrijven van drieregelige rijmpjes:

“Bedankt voor het afscheid
ik wens jullie allemaal een mooie tijd
bij deze universiteit.”