Hildegard von Bingen in de Lutherse kerk
Geplaatst op: 19 maart 2006 Hoort bij: Muziek Een reactie plaatsen
De instrumenten van Super Librum trokken veel bekijks in de pauze. Midden op het podium het gereconstrueerde theophilus-orgel, dat aan beide zijden ‘poestentreders’* nodig bleek te hebben, om zijn omfloerste klanken te kunnen produceren. Erachter een spiksplinternieuw middeleeuws carillon van twaalf klokken, pythagorisch gestemd om bij dat orgel te passen. Sommige klokken waren door de lage temperatuur nog niet helemaal zuiver, waar vooraf netjes excuus voor was gevraagd. Vedel, rebec, en twee vrouwelijke zangstemmen, sopraan en mezzo, maakten het middeleeuwse muziek-ensemble compleet.De Lutherse kerk is van veel later tijd dan de middeleeuwen, maar hoewel een ietwat anachronistische setting voor de liederen van Hildegard von Bingen, voldeed ze prima qua akoestiek. Helaas was de geestelijke muziek met haar vele gedragen, langgerekte orgelklanken in een strak volgehouden mineur dit keer niet optimaal aan me besteed. Ik miste de rust om er helemaal in op te gaan. Maar verveeld heb ik me nou ook weer niet, en het concert duurde precies zolang als het duren moest. De mezzosopraan, Nancy Mayer, was goed. Ik hoop dat Super Librum zich een volgende keer ook eens waagt aan een wat meer populair repertoire. Ben benieuwd hoe dat pracht-orgel combineert met een draailier of doedelzak.
Noot *
Een ‘poestentreder’, op zijn Nederlands balgentreder, was de functionaris die vroeger in de Groninger kerken het orgel van lucht voorzag, door het al trappend bedienen van de blaasbalg. Het ging om een tamelijk nederig baantje. Bij een van de poestentreders van Super Librum kocht ik twee cd-tjes. Hij vertelde me dat het nog niet meeviel, zijn werk. Als hij iets te laat intrad, kon je inderdaad merken dat het orgelvolume lichtelijk ging welven.

Nederig baantje, maar wel belangrijk dat je iemand met een goede conditie had. Ik hoorde van een oude leraar dat hij als misdienaar op de balg van het orgel moest springen, om beurten met een ander jongetje. Als ze te langzaam rond gingen dan kreeg het orgel te weinig lucht en ging het zweven. Als ze de organist niet aardig vonden snap je wat er gebeurde.