De dood van een journalist

Onder het tussenkopje Winschoten stond er een dik rouwkader. Met daarin de mededeling dat kort voor het ter perse gaan van dit nummer, het vierde van 1894, de redactie van de Winschoter Courant het treurige bericht bereikte dat haar mede-redacteur W.J.N. Landré, tevens notaris alhier, na een zeer korte ziekte overleden was.

Ik had vanochtend even een uurtje over, was toch al op het archief, en vroeg dus de legger van dat jaar aan. De berichten over Landré troffen het meest in de tien nummers die ik door kon nemen. Niet zozeer omdat de man het notarisambt combineerde met de journalistiek, want dat deden wel meer notabelen in die tijd. Maar door zijn loopbaan, die tamelijk exemplarisch was, terwijl ik werkelijk nog nooit van de man had gehoord.

In het volgende nummer stond een in memoriam. Landré werd geroemd om zijn grote kennis, zijn vlugge begrip, zijn ronde karakter en zijn heldere oordeel. Landré aarzelde niet om te zeggen wat hij voor recht en waar hield. Door dat oordeel van hem had hij tal van vijanden gemaakt, zo lezen we. En soms waren die vijanden ook wel machtig.

Hij was geboren in 1841 te Haaften als zoon van een predikant en had eerst zelf ook theologie gestudeerd. Naderhand koos hij voor een juridische loopbaan. Hij werkte eerst mee aan de Middelburgsche, en later aan de Rotterdamsche Courant. Bij die krant was hij tegen de opname van artikelen door prins Alexander geweest. Die zou eerst erg boos op Landré zijn geweest, maar hem naderhand gelijk hebben gegeven, en zou er de hand in hebben gehad dat Landré de notarisstandplaats in Vlijmen kreeg.

Daar in Vlijmen bleef Landré schrijven, onder andere over land- en tuinbouw, en voor De Economist. In 1890 verhuisde hij naar Winschoten, van waaruit hij in de redactie zat van het Tijdschrift voor Notarissen. Bovendien schreef hij voor de Winschoter Courant, en verzorgde hij recensies voor Het Leeskabinet. Het was een man van onvermoeide ijver, die woekerde met zijn gaven.

Tot zover het in memoriam. Het begrafenisverslag, elders in dit nummer, maakte nog melding van zijn lidmaatschap van de Winschoter Tentoonstellingscommissie. De man liet negen onvolwassen kinderen na, die geen van allen al zelf de kost verdienden.

Pas in het zesde nummer stond de overlijdensadvertentie van de weduwe MC Landré-Krah en de weduwe Gori-Landré. Dit familiebericht werd nota bene opgegeven in Leiden.



Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.