De rel bij de Unie

Geplaatst op 16 september 2008  a

Deze brief, afgedrukt in de World van vrijdag 14 maat 1788, is nogal partijdig. De prinsgezinden, verzameld in het Gouden Hoofd en de Gouden Roemer, zouden met grote moeite een rel en plundering, begonnen door de patriotten van de Unie, hebben voorkomen. In werkelijkheid werd de Unie belegerd door orangistisch gepeupel, waarop sommige patriotten in de Unie in paniek begonnen te schieten.

De rel vond plaats op 20 februari 1788. In de Gouden Roemer, een wijnhuis aan de oostzijde van de Guldenstraat op de hoek van de Grote Markt, vierden vooraanstaande prinsgezinden dat hun partij de macht in de stad weer helemaal in handen had. Ze maakten muziek, die door de open ramen de aanwassende meute op straat bereikte. Deze zong graag mee:

“Al is ons Prinsje nog zo klein, hij zal nogthans Stadhouder zijn”

In de Unie, een herberg en sociëteit aan de noordzijde van de Grote Markt tegenover de huidige Waagstraat, durfden de patriotten er eerst nog wel tegenin te zingen:

Al is de Prins nog zo groot, echter hij zal in de slood.”

Dat was koren op de molen van de orangistische meute, die zich opmaakte om de Unie te bestormen, waarna er vanuit de Unie dus werd geschoten. Nog net op tijd kwamen de Burgerwacht en militairen tussenbeide, anders was er een bloedbad gevolgd.

De slag bij de Waag, zoals de rel naderhand heette, bood het nieuwe orangistische stadsbestuur een mooie kans om de patriotten mores te leren. Het ontbond de patriotse sociëteit in de Unie en nam de papieren in beslag. Jan van Bolhuis, de kastelein van de Unie, en zijn heetgebakerde broer Berend gingen bovendien het gevang in, en bleven daar nog wel een jaar zitten. Een ander vooraanstaand Unie-lid, Pieter Boelens, nam de benen, maar kreeg een levenslange verbanning aan zijn broek.

Bron: J.K.H. van der Meer – Patriotten in Groningen 1780 – 1795, pag. 189-193.



Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.