Het Duitse vliegveld
Geplaatst op: 7 december 2008 Hoort bij: autobio Een reactie plaatsenAls jongens speelden we op bunkerruïnes. Om de echo riepen we in de luchtpijpen, en we verbeeldden ons dat onder het water nog dooie Duitsers lagen. Om de hoek woonden mensen in kazerne-achtige gebouwen die de Duitsers er neer hadden gezet. Het hele complex heette nog gewoon het vliegveld, of eventueel het Duitse vliegveld. De wat aanstellerige term Fliegerhorst, die de laatste jaren in de mode raakt, gebruikten wij helemaal niet. Maar enfin, de foto’s van majadebij zijn er niet minder om: slideshow.
Cox op avontuur
Geplaatst op: 7 december 2008 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenHoe Cox Habbema (19) er vandoor ging met Charles Aznavour (39). Henk de Weerd vond de affaire in een Winschoter Courant uit 1963.
Wetsingerzijl
Geplaatst op: 6 december 2008 Hoort bij: Ommelanden Een reactie plaatsenAfgezien van de overschrijverij is het natuurlijk verheugend dat de Wetsingerzijl gerenoveerd wordt. Hoewel de begroting van negen ton me wat aan de lage kant lijkt:








NB: Deze foto’s zijn ruim drie jaar geleden gemaakt. Intussen is er nog meer muurwerk in het water gestort dan hier zichtbaar is.
Nog wat achtergrondinfo (pdf): in de tijd dat het Reitdiep nog een getijdenrivier was (voor 1877) moest de Wetsingerzijl voorkomen dat er zout water het Sauwerdermaar instroomde. Sinds de aanleg van een zeesluis bij Zoutkamp (1877) heeft hij geen functie meer. Tegenwoordig (pdf) groeien er zeldzame muurvarens op.
Andere fotoseries:
Subsidieslokker copieert zelfs rectificaties
Geplaatst op: 6 december 2008 Hoort bij: Media Een reactie plaatsenRuim een jaar geleden verbaasde ik me hier over het feit, dat de site Blik op Nieuws erin geslaagd was om bijna twee ton los te weken van het persfonds voor “journalistieke en vernieuwende informatieproducten”. Hoe journalistiek en vernieuwend Blik op Nieuws is, bleek me gister weer. Niet alleen het Dagblad-berichtje over de renovatie van de Wetsingerzijl werd letterlijk overgenomen door Blik op Nieuws, maar ook werd de melding dat de verkeerde foto in het papieren Dagblad terechtkwam, door Blik op Nieuws gecopypaste.
Vernieuwend. Jaja! Maar laat me er niet aan voorbijgaan dat Blik op Nieuws wèl met bronvermelding en linkjes naar de bron copieert. Het lijkt netjes, of is enige achterdocht op zijn plaats? Je zou namelijk bijna gaan denken dat Blik op Nieuws nu een tool van de NDC is om de DvhN-website hoger in de zoekresultaten te krijgen.
Man slaat steil achterover en sterft
Geplaatst op: 5 december 2008 Hoort bij: Oosterpoort Een reactie plaatsenAldus de Leeuwarder Courant van woensdag 21 augustus 1963. Dat het voorval die krant haalde, zal komen doordat er ook veel Friezen afkwamen op de dinsdaagse veemarkt in Groningen.
Maar of deze meneer Fries was? De “tatoeëring van een gewichtheffer op de rechterarm en van een vrouw met een bal aan de voet op de linkerarm” doet eerder een zeeman vermoeden.
In het Nieuwsblad van het Noorden van dezelfde dag als de Friese publicatie staat een vrijwel gelijkluidend relaas. Alleen noemt het Nieuwsblad wèl de naam van het slachtoffer: P. Kunst. Volgens het Nieuwsblad was hij al 72 jaar, kennelijk zag hij er jong uit voor zijn leeftijd. In het adresboek van 1961 staat dat er aan de dichtbijzijnde Cubastraat een loonslager P. Kunst woonde. Dat zal hem dan wel zijn.
Het NvhN noemt ook naam en adres van de caféhouder: A. Georg, Veemarktstraat 19. Dat is vrij dicht bij de Oosterweg. “Het café was op enkele bezoekers na al leeg”, zegt de krant. Op een marktdag, kan je hieruit afleiden, was het vooral ’s morgens druk in de horeca aan de Veemarkt. ’s Middags liep de drukte zienderogen terug. Die paar bezoekers zullen een verklaring hebben afgelegd tegen de recherche. Het NvhN: “Volgens getuigen was geen sprake van enig geweld van de zijde van de caféhouder.”
Stout Sinterklaasliedje
Geplaatst op: 5 december 2008 Hoort bij: autobio Een reactie plaatsen
De eerste keer dat je dit zingt, ergens gaandeweg de laagste klassen van de lagere school, hoop je maar dat dat de Goedheiligman inderdaad niet bestaat:
“Sinterklaas is jarig
zet hem op de pot
alstie begint te stinken
doe dan de deur op slot.
Vergelijking scans
Geplaatst op: 3 december 2008 Hoort bij: Kunsten, Oosterpoort Een reactie plaatsenWeer even aan het negatiefscannen geweest. Onderstaande foto komt van een van de laatste rolletjes die ik volschoot met mijn analoge Minolta spiegelreflex. Het plaatje werd gemaakt bij het Oosterpoorter wijkfeest van 18 mei 2005 en te zien is een jochie dat een springkussen afstuitert.
De scan van het negatief :

De scan van de oorspronkelijke afdruk:

Dat lichte daar valt wel wat aan te doen, maar ik zie nu ook dat de zwarte vlakken op het product van de negatiefscanner minder goed afsteken.
‘Je kan doodvallen, wat ons betreft’
Geplaatst op: 2 december 2008 Hoort bij: De actuele wereld Een reactie plaatsenIn de bus van Drachten naar Groningen valt midden op het gangpad een meisje flauw. Twee studenten die op weg zijn naar hun opleiding maatschappelijk werk helpen haar op de been. Ze vragen of iemand zijn zitplaats aan haar wil afstaan. Er is niemand die opstaat, Pas na herhaald vragen geeft een jongen gehoor aan het verzoek –
“De rest zat gewoon zichzelf te vermaken met de Spits. Geen aandacht helemaal niets.”
Glimnat
Geplaatst op: 2 december 2008 Hoort bij: Stad nu Een reactie plaatsen
Het was geen echte bui, met een begin en een eind. Eerder een heel geleidelijke opschaling van een dunne miezerregen naar een gestage stofregen naar een regen waarvan de onderhand middelmatig grote druppels zich op een ongemerkt moment verdichtten, om in een veel groter getal per vierkante meter neer te dalen. Als je dan nog niet schuilde, ging je dat merken.
De stad was glimnat. Er hing een rare lucht, met stukken helder gewassen blauw waar de zon langsheen piepte en tegelijkertijd vage, maar actieve regenwolken. De regenboog kon ik niet laten liggen.
Wanderina en Klaas
Geplaatst op: 1 december 2008 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenIn een procesbundel van de Etstoel, eertijds de hoge rechtbank van Drenthe, zitten vijf moeizaam geschreven epistels van de Deventer dienstbode Wanderina Wynoldi. Zij schreef deze brieven aan haar Groninger verloofde Klaas Remkes met tussenpozen van ongeveer een maand. De eerste was van 2 september 1713 en de laatste van 29 januari 1714. Dankzij de brieven raken we op de hoogte van vijf maanden uit hun relatie.
Over de adressant, Klaas, komen we, zoals gebruikelijk bij eenzijdig bewaard gebleven correspondentie, alleen indirect wat te weten. Aanvankelijk woont hij in herberg De Hulzebos aan het Schuitendiep in de stad Groningen, maar met Sint Maarten verhuist hij naar het huis van Jan Eppes in Kropswolde, waaruit af te leiden valt dat hij net als Wanderina tot de dienstbare stand behoort.
In drie gevallen luidt de algemene aanhef van Wanderina: “Looft Godt booven alle”, en in twee “Looft Godt altydt”. Tot besluit van haar brieven roept ze steevast een zegenwens over Klaas uit: “Zij Godt in genade bevolen”. Ze is dus tamelijk gelovig, maar dat is anno 1713 ook niet zo vreemd.
Nauw in verband met dat geloof staan de mededelingen over gezondheidstoestanden die een flink deel van haar brieven vullen. Zo heet het in de eerste:
“…wat mij angat yn staat van gesontheyt dat kan wel nu noch passeren. (…) Maar yck wenschen wel dat yck eens een half uer bij mijn UL alderlyfte waar (…), dan soude mijn UL lyeft noch wat hoore.”
Hier lijkt dus wat meer aan de hand. Later bepaalt ze zich tot: God zij dank gezond, hoop van u hetzelfde en dat zulks “ter zaligheid” nog lang mag duren etc. Voor ons gevoel lijken het misschien frasen. Toch doen we er goed aan de ernst van dit soort mededelingen niet te onderschatten. Gezondheid is anno 1713 een hoogst ongewisse zaak, zoals Wanderina’s derde brief laat zien:
“…mijn oom die heeft een splynter in de vynger gestooten en daer heeft hij het vyer in gekregen, soo dat wij ander niet te verwaghten waar dan de doot, maar de dockter die verordrede er dran dat hem weer van hert of trock, soo dat heij nu al de achte week te bedde gelegen heeft en heft noch alle dage soo dat wij nu verhope dat het Godt saal versyn dat hij haest weer yn staet van gesontheyt mogh herstelt woorden, want wij sijn der soo verdryt an. Het een lyt is al ofgeset.”
Een splinter in de vinger kon via koudvuur tot de dood leiden. Tenzij God de chirurgijn een gelukkige hand gaf.
Wanderina spreekt Klaas op zeer verschillende manieren toe. Termen van respect – eerwaarde, eerwaardige, waarde, eerzame – gebruikt ze 9 maal, termen van liefde – (zeer) beminde, zeer geliefde, allerliefste lief en engel – 92 maal. Meestal heet Klaas “mijn beminde lief”. Ook valt de term “uitverkorene” drie keer, alle drie keren in de tweede brief (30 oktober 1713), en de term “bruidegom” 12 keer, een maal in de derde brief en maar liefst elf maal in de laatste. Ook de term “engel” reserveert ze voor de laatste brief. Waarom dat zo is, daar kom ik op terug.
Intussen noemt ze zichzelf in de brieven steevast dienstwillige en/of getrouwe “dienresse totterdoot”, behalve in de laatste brief waar “u beminde bruit” er nog eens overheen komt. De verhouding tussen haar en Klaas is die van een vrouw en een man die weliswaar niet getrouwd zijn, maar elkaar al wel bindende huwelijksbeloften hebben gedaan, welke zijn bekrachtigd door bijslaap, bruidspenning en/of akte. Wellicht dat Wanderina’s opmerking over haar gezondheid in de eerste brief erop duidt dat zij en Klaas het bed hebben gedeeld.
Hoe verloopt het contact tussen Deventer en Groningerland? Vrij moeizaam, kan ik zeggen. Om te beginnen heeft Wanderina nauwelijks tijd om haar epistels neer te krabbelen. Op drie van de vijf noteert ze dat deze “met hast” geschreven zijn en uit de tweede brief blijkt ook waarom: “met hast omdat yck alleen nu ben”. Als haar kost- en werkverschafster, de weduwe Menting, thuis is, heeft Wanderina als dienstbode geen tijd om te schrijven, laat staan als de weduwe Menting logé’s over de vloer heeft:
“… wij hebben het huis soo vol vrinden gehadt dat ick soo lange geen tijt gehadt hebbn om UL mijn beminde lieft te schrijven het gene mij leet genogh gedaen heeft.”
Ten tweede gaat er nogal eens iets mis met de post tussen Groningen en Deventer. Zo blijkt uit Wanderina’s tweede brief (30 oktober) dat ze nog geen antwoord gehad heeft op haar eerste:
“…yck ben in honderderley gedagten of UL mijn beminde lyeft maer syck mog wesen…”
Ze haalt zich allerlei muizenissen in het hoofd, vandaar het voor het eerst opduiken van de termen “uitverkoren” en “bruidegon” plus de bezwering:
“…wij sijn voor Godt getrout ons [onleesbaar wegens inscheuring] sal ge minschen schijden dan Godt”
Uit haar derde brief de dato 28 november blijkt de overbodigheid van deze verzuchting. Klaas is nog een regelmatiger correspondent dan zij, en heeft al drie brieven geschreven waarvan zij er twee ontving. Waarom die ene niet aankwam?
“…eer vrou Mentings krijch soo ben de breven opgebroken want dese laste brift van UL ontfangen die waer hel los, daer kon yck gen synnen op syn. Nu ben wij in twijffen omdat het en ander hant van schrijven is dy ick nu heb ontfangen en dat Anken daer voort woorden van make en heft vrou Menting d voort de huer opgesigh dat sij de bryft moch oopgebroken hebben.”
Blijkbaar kan Klaas zijn eigen brieven niet schrijven en laat hij dat door wisselende schrijvers doen. Hoewel Wanderina de laatste brief, die opengebroken was, niet meteen kon ontcijferen, las de jongere dienstbode Anke de woorden meteen hardop voor, iets wat haar tot verdachte nummer één van het openbreken bestempelde. De weduwe Menting ontsloeg haar daarom.
Wanderina neemt ook maatregelen. Klaas moet voortaan maar weer zijn post naar Trijntien Harmens sturen, die aanvankelijk ook al postadres was. Deze “kammeraet” van Wanderina fungeerde toen nog als dienstbode bij de heer Diemen in de Assestraat. Na haar huwelijk met de tuinman Jan ten Verhoors hield ze op het postadres te zijn. Nu raadt Wanderina Klaas aan om zijn brieven opnieuw naar Trijntien te sturen. Deze woont nog steeds in de Assestraat, maar dan in het derde huis vanaf de “Fleyshower stege”:
“Maer UL belieft daer een Couvert om te maken om voor te behand aan mij.”
Hoewel de tuinmansvrouw als adressante van Klaas in eerste instantie voor de porti opdraait zijn de brieven toch niet voor haar ogen bestemd!
Uiteraard ontmoeten de gelieven elkaar liever in levende lijve dan dat ze elkaar steeds moeten schrijven. Uit Wanderina’s eerste brief blijkt dat Klaas in september 1713 nog in Deventer was. Waarschijnlijk hebben ze bij deze gelegenheid afgesproken dat ze in mei 1714,zullen trouwen. Eind november al blijkt dit op problemen te stuiten. De weduwe Menting zeurt elke dag of Wanderina na mei niet langer aan wil blijven:
“…omdat sij dan gen twee nije meyden wylde hebben want ik bin der nu maar allen en dat valt mijn wat te swar.”
Wanderina is weliswaar een oudere, ervaren kracht in de huishouding, maar ze kon het moeilijk alleen af. Als zij weg zou gaan zou de weduwe Menting twee nieuwe dienstboden moeten inhuren in plaats van één, iets wat de routine in haar huishouden natuurlijk danig in het gedrang brengt.
Nader bericht volgt in de brief van tweede kerstdag. Met de nieuwjaarswens krijgt Klaas dan het verzoek nog wat “passinti” (geduld) te hebben “om over te komen”, want Wanderina is in principe voor de aandrang van haar werkgeefster gezwicht. Alleen vraagt ze haar verloofde nog wel
om instemming. Ook de mening van zijn familie telt mee:
“…want daer dan te komen en niet wel worden ontfangen dat soude droefheyt wesen.”
Blijkbaar zou het stel zich bij het huwelijk in Groningerland vestigen. Maar voorlopig gaat dat niet door. Uit Wanderina’s laatst bewaard gebleven brief (29 januari 1714), dezelfde waarin ze Klaas zo menigmaal bruidegom en engel noemt, blijkt hoe hij tegenover dit uitstel staat:
“UL schrijft mij dat ik over soouden koomen. Mijn beminde is wel bewust dat ick dat niet doen kan…”
Ze verzoekt derhalve nogmaals om uitstel van het huwelijk:
“Ick wet wel dat UL mijn liefte eengel seer verlaande is(…) Mijn beminde bruidegom UL wilt alle swaar gedagten laten varen, sit welgetrost…”
En om de bittere pil te vergulden pakt Wanderina tegen haar gewoonte in aan het eind van haar brief nogal hartstochtelijk uit:
“…sit ock van mij UL beminde bruit duisent maal van mij UL bruit gekust.”
Zelfs de groeten van de weduwe Menting en haar beide dochters en van kameraad Trijntje en haar tuinman worden voor de gelegenheid aanmerkelijk aangedikt:
“…die dot UL ock hondert en duisent mael groeten.”
Evenals de zegenwens die nu luidt:
“…hier mede wensche ick UL in de allerhoogsten Godt die mijn beminde wil spaaren en bewaaren voor alle onheyl en sonden.”
Die zegenwens mag niet verhoeden dat Klaas Remkes even later op weg naar zijn Deventer verloofde op verdenking van paardendiefstal wordt opgesloten in het Asser cachot.


Recente reacties