Hannes, de laatste aapjeskoetsier

Geplaatst op 17 februari 2009

Dit is het septemberblad uit het Tytboeck voor 1954 van de Linetreckers. De voorstelling steekt kwalitatief dermate boven die van de andere kalenderbladen uit, dat je bijna gaat denken aan een creatie van Johan Dijkstra zelf.

Het betreft een portret van Hannes, de laatste aapjeskoetsier van de stad. Een aapje was een huurkoetsje, dat ‘stationneerde’, zeg maar paraat stond op een vaste plek in de stad. Vergelijk het met de taxi’s op de standplaatsen van tegenwoordig.

Naar het apenpakje van de koetsier heette zo’n huurkoetsje aapje. De term kwam ter wereld in Amsterdam tijdens het Fin de Siècle. Volgens Adriaan Venema waren zulke huurkoetsiers met hannekemaaiers, bedelaars en dichters maatschappelijke outcasts.

Hannes, voluit Johannis Maria Reuser geheten, werd geboren in 1874 in Kockengen, Utrecht. Met twee broers had hij later een stalhouderij en sleperij in Hilversum. Voor het academische lustrum kwam hij in 1909 een weekje naar Groningen. Hij zou hier zijn leven lang blijven.

Hij noemde zich ook wel “Opperstalmeester van de Universiteit” en was bijzonder populair bij studenten. Er zijn nogal wat foto’s van hem, meest gemaakt bij of in Mutua Fides, de sociëteit van Vindicat atque Polit, maar ook wel bij het katholieke Albertus Magnus en het gereformeerde VERA. Doorgaans had hij een hoge hoed op. Hier is dat een pet, de hoed zat zeker in de was.

Drie jaar nadat deze prent gemaakt is, overleed hij, 83 jaar oud. Volgens het stukje in het Nieuwsblad was de “studentenkoetsier”  de laatste jaren niet meer zo vaak “in het Groninger straatbeeld te bewonderen”. De laatste jaren had hij het niet meer zo druk. “Dat kon ook niet meer, de benen waren stram geworden en de ogen werden minder.” Desondanks zouden “velen zich deze figuur nog duidelijk kunnen herinneren”.

In de 48 jaar dat Hannes als huurkoetsier actief was,

“…heeft hij vele generaties van Groninger studenten zien komen en gaan. Naar alle hoeken der aarde zijn zij vertrokken, dichtbij en veraf. Hannes bleef.
De dokter in Oldehove, de advocaat in Den Haag, de zakenman in New York of Buenos Aires of in Bangkok, zij hebben allen wel een in het koetsje van Hannes gezeten, en zij allen zullen, wanneer zij vroeger of later vernemen dat Hannes overleden is, met een beetje weemoed moeten terugdenken aan de jaren van vroeger.”

Volgens het stuk mocht Hannes zelf graag praten over zijn vroegere klanten:

“Een bonte rij van namen had hij in zijn hoofd, van studenten die hij eens gereden had. Daarvan kon hij vertellen, de enkele maal, dat hij zo ’s nachts om een uur of twaalf nog wel eens op de sociëteit Mutua Fides verscheen om een kleine hartversterking tot zich te nemen. En de jongeren luisterden graag naar hem: bij hem vonden ze nog iets van die oude jaren, die allemaal zo heel anders waren, en toch eigenlijk nog net zo als nu.”

Hij reed ook veel examenfeesten. Dan kreeg hij uiteraard ook wat te drinken,

“…en in dit genot deelde de trouwe Rossinant. Want ook Rossinant lustte wel een biertje; het werd door hem tevreden opgeslobberd.”

“Om hen heen zweefde nog de nagalm van feestgedruis, van veelbelovend flesgerinkel en van vrolijke, zij het soms ietwat door alcohol bezwangerde kreten.
Met hen glijdt dit nu alles voorgoed terug in het nevelig verleden.”

De enige overlijdensadvertentie in het NvhN was van Vindicat, dat deels ook de begrafenis betaalde en op de dag van de begrafenis de rouw aannam. Dat was op dinsdag 15 januari 1957. Na de uitvaartmis, die ochtend in de kathedrale Martinuskerk aan het Academieplein, ging de koetsenstoet langs Mutua Fides, waar kransen aan de koetsen werden gehangen. Veel Vindicaters volgden de rouwkoets, die uit Thesinge kwam, en de volgrijtuigen van Pragmaticum Illustre, een subclub van het corps. Bij de katholieke begraafplaats aan de Hereweg stonden ook veel studenten en burgers. De rector van Vindicat sprak aan het graf:

“Jij was een vriend van de studenten, de studenten waren vrienden van jou. Weinig mensen kunnen er zich op beroemen zoveel vrienden te hebben gehad als jij.”

En namens de corpsreünisten sprak mr. J.J. Lindeboom uit Assen. Hij bedankte Hannes voor alle “vrolijkheid, hartelijkheid en opgewektheid” in al die jaren:

“Jij had geen gezin, Hannes, eigenlijk had je ook geen woning, maar in je hart had je vele woningen voor jouw Groninger studenten.”

Zie ook


5 reacties on “Hannes, de laatste aapjeskoetsier”

  1. Niklas schreef:

    Goh, misschien heb ik Hannes dan nog wel eens in levende lijve gezien, als ik in de vakanties bij mijn opa en oma werd geparkeerd.
    Ik herinner me wel koetsjes in de stad, maar Hannes niet.

  2. jan schreef:

    Mooi verhaal weer. Elke keer als ik de naam Reuser lees krijg ik een lichte schok. Mijn overleden moeder heette zo. Vorig jaar vond ik op een bijna ongelofelijke maner een onvermoede neef terug met dezelfde achtenaam. Ik heb er over geschreven.

  3. Jetske schreef:

    Van Harte Gefeliciteerd en nog vele goede en gezonde jaren gewenst!
    Enne…je verjaardag vergeet ik natuurlijk nooit meer. Gelijk met prinses Christina.. 😉

  4. Rob schreef:

    Hannes trof het beter met Vindicat dan hun huisknecht Goedewijn. Het is een verhaal wat ik ooit opgevangen heb. Of Goedewijn echt bestaan heeft en of het verhaal erover ook nog waar is weet ik niet. In ieder geval kreeg Goedewijn bij zijn begrafenis geen krans. Niet nodig met zo’n naam…


Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.