Het huurcontract van mijn overgrootvader Kroese

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“De huurder zal elk jaar minstens driehonderd kubieke meter klei uit den dijk moeten graven en over minstens vijf hectare land moeten brengen en slechten, een en ander op aanwijs en ten genoegen van de verhuurster of een daarvoor door haar aangewezen persoon. Bij niet nakoming van deze verplichting in eenig jaar zal hij verbeuren eene boete van vierhonderd gulden.”

Aldus een opmerkelijk artikel uit het huurcontract dat mijn overgrootvader Frans Kroeze afsloot voor de boerderij Dijkstreek 1 bij Enumatil. Eind 1919 gebeurde dat. Een paar decennia eerder was de buurman op de Schensemaheerd, Dijkstreek 3, begonnen met dit zogenaamde kleimennen of bekleien van onproduktieve gronden. Maar deze bodemverbetering bood op den duur maar weinig soelaas. Uiteindelijk werd het land toch te knippig en te zwaar voor de ploeg en dus ongeschikt voor akkerbouw. En daarom zette men het om in groenland. Overigens was de Dijkstreek waar men die klei vanaf mende beslist geen dijk, maar een oude zeeboezem, die zich langzamerhand boven de omringende inklinkende veengraslanden had verheven.

Mijn overgrootvader, oorspronkelijk afkomstig uit Oudkerk (Fr.), was op dat moment nog veehouder op Oosterzand, gemeente Oldekerk. Hij huurde de boerderij op de Dijkstreek met de bijbehorende 38 hectare land voor vijf jaar van de weduwe Jacob Auwema uit Tolbert, die zich bij de notaris liet vertegenwoordigen door haar schoonzoon Hedde Cazemier, landbouwer uit hetzelfde Tolbert, Frans Kroeze zou de wed. Auwema een huur gaan betalen van 7600 gulden per jaar, wat neerkwam op 200 gulden de bunder.

Dat was nogal een huursom, voor die tijd. Daar kon de wed. Auwema riant van leven. Om te waarborgen dat er ook betaald werd, stonden er onder de namen van Cazemier en Kroeze nog drie namen onder het huurcontract. Maatsch (?) Andries Visser, Johannes Klazens Hellinga en Jan Douwes van der Meer waren alledrie landbouwers. Ze kwamen uit respectievelijk Oudkerk, Lekkum en Wijns, dus uit de Friese geboortestreek van Frans Kroeze.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Mijn overgrootvader kon het bouwland meteen in gebruik nemen, het groenland, de tuin en de boomgaard op 12 maart 1920 en de boerenplaats zelf met de behuizing de schuren, de hut, de stookhut en het arbeidershuisje op 12 mei, oftewel de traditionele werkwisselings- en verhuisdatum Oude Mei. Als je het huurcontract bekijkt, dan liet de weduwe Auwema niets aan het toeval over. Ze bond het gebruik van haar boerderij aan maar liefst 24 bepalingen.

Zo moest Frans Kroeze de huurprijs jaarlijks in twee gelijke termijnen voldoen, op 1 november en op 1 mei. Voor het eerst zou dat gaan gebeuren op 1 november 1920. Maar de laatste termijn werd een maand vervroegd, die moest namelijk op 1 april 1925 al bij de weduwe binnen zijn. Vaak konden huurders van boerderijen kwijtschelding van een deel van de huur krijgen als het slecht ging met hun bedrijf. Maar Frans Kroese hoefde daar niet op te rekenen. Hij moest zijn eigen schade dragen,

“…en zal wegens misgewas of welke andere rampen of tegenspoeden ook, geene schadevergoeding of vermindering van den huurpijs kunnen vorderen, neemende hij zoowel de voorziene als onvoorziene toevallen voor zijne rekening.”

Alle kleine reparaties aan de gebouwen, tot een bedrag van 2 gulden, kwamen voor zijn rekening. Bij grotere reparaties betaalde de weduwe Auwema weliswaar de materialen, maar Kroeze moest die zelf aanvoeren en ook de werklonen betalen. De weduwe mocht bovendien op eigen gezag onderhoud laten plegen.  En als dat langer dan veertig dagen duurde, en de gebouwen onverhoopt enige tijd onbewoonbaar mochten zijn, dan kon Kroeze geen schadevergoeding eisen. Alleen was de verhuurster verplicht de heerd “ten spoedigste” weer bewoonbaar te maken.

Kroeze moest zelf met zijn gezin op de boerderij wonen en die gebruiken. Hij mocht deze niet onderverhuren of in gebruik afstaan, of personen bij zich laten inwonen. Wel kreeg hij het recht het arbeidershuisje te verhuren.

De weduwe Auwema hield “het recht van weg” over en vrije toegang tot het gehuurde en kon ook aan derden dit recht geven. Het jacht- en visrecht bleef ook aan haar. Frans Kroese moest zich van jagen en vissen onthouden. Het “houtgewas” bij de boerderij mocht hij niet beschadigen of kappen. Als de verhuurster hout wilde laten rooien, dan moest hij dat toelaten.

Het in een “goed schouwbaren staat” onderhouden van de paden, wegen, waterlossingen en zwetsloten was eveneens zijn pakkie-an. Eventuele schouwboetes waren niet voor haar, maar voor zijn rekening.

Ze legde hem de verplichting op om gedurende de hele pachttermijn “in vollen eigendom” te houden “veertig stuks rundvee, waarvan ten minste vijftien stuks boven twee jaren, en vijftien boven een jaar oud moeten zijn”. Voor elk stuk vee minder dan hier bepaald van een bepaalde soort, verbeurde Frans Kroeze een boete van 25 gulden per maand. (Deze 40 koeien gaven gecombineerd met de 38 bunder land weer die vuistregel van 1 koe per hectare).

Frans Kroeze mocht geen “mest, ier, asch of ander vuilnis, aarde, hooi, stroo en granen in stroo op het gehuurde gemaakt, gewonnen of aanwezig” verkopen dan wel vervreemden, maar moest “dat alles ten nutte van het gehuurde aanwenden”. Wat er van zulke substanties op het eind van de pachttermijn overbleef, was voor de volgende huurder. Intussen had hij de plicht de dagelijkse mest en gier…

“…overeenkomstig goed landmansgebruik behoorlijk op de bestemde bergplaatsen bijeen te zamelen”.

Volgens de verhuuradvertentie bestond 7 van de 38 hectare nog uit bouwland. Dat is minder dan 20 %. Ten tijde van het eerste kadaster, anno 1832, was zeker 40 % van het land nog akkerland geweest. Die ontwikkeling naar steeds meer groenland ging ook nu door. Drie percelen onder Oldekerk moest mijn overgrootvader in zijn tweede huurjaar “aanleggen tot weiland” door het in te zaaien met wit klaverzaad. Deed hij dat niet, dan verbeurde hij een boete van 200 gulden voor elke hectare. Na het tweede huurjaar mocht hij alleen nog een vierde perceel onder Oldekerk als bouwland gebruiken. Van het winterkoren dat bij het ingaan van het contract nog op het land stond, was het deel van de verhuurster voor hem, een ander deel voor de nog zittende huurder Pieter David de Hoop., “met inachtneming der plaatselijke gebruiken”.

Omgekeerd was er geen sprake van dat er groenland in akkerland kon worden omgezet. Van de bestaande en nog aan te leggen weilanden mocht Frans Kroeze niets “omscheuren, of op welke wijze ook tot bouwland maken”. Deed hij dat wel, dan kreeg hij een boete van 1000 gulden per hectare, waarbij een deel van een bunder voor een volle bunder werd gerekend.

Hij mocht het groenland maar één keer per jaar maaien. Dat moest gebeuren voor 25 juni. Op elke dag later stond weer een boete, nu van 20 gulden per hectare, waarbij een deel van een hectare weer voor een volle werd gerekend.

Hij moest de sintelweg in een behoorlijke staat onderhouden. Verhuurster leverde echter de benodigde sintels aan de wal van het Wolddiepje of de Matsloot. Alle verdere werk kwam voor zijn rekening.

Als de opvolgende huurder in de herfst of het voorjaar van het laatste huurjaar werkzaamheden op het land wilde verrichten, dan moest hij die gelegenheid verschaffen “tot berging”der werkpaarden, gereedschappen en kunstmeststoffen”. Bovendien moest hij dan gedogen “dat twee paarden gedurende zes dagen in het weiland worden geweid”.

In het laatste huurjaar had hij tot 12 mei (weer die oude mei) het recht om schapen te weiden op 2 hectare land, die zij hem dan zou aanwijzen.

Etc. etc. etc.

Bron: Groninger Archieven, Archieven Notarissen met standplaatsen in Groningen, Toegang 1873, inv.nr. 385, bundel acten notaris RA Quintus te Groningen, acten tweede helft 1919, nummer 288 dd 9 december 1919.


7 reacties on “Het huurcontract van mijn overgrootvader Kroese”

  1. Jetske schreef:

    Dat was een weduwe met haar op de tanden? Zou misschien nu een “goede” leidinggevende kunnen zijn. Zij is er vast niet minder van geworden van het hele verhaal.
    En hoe heeft je overgrootvader daar geboerd?

  2. Otto S. Knottnerus schreef:

    Gelkinghe, het wordt tijd dat je eens een kwartierstaat opneemt als bijlage bij de weblog. Want het duizelt me langzamerhand bij jouw voorouders uit drie provincies.

  3. Jan K. schreef:

    De weduwe had nogal wat noten op haar zang, Je vraagt je af of je overgrootvader daar op die manier fatsoenlijk kon boeren …

  4. Gelkinghe schreef:

    @Otto,
    Goed idee. Maar die kwartierstaat gaat wat betreft de Kroeses nog niet veel verder terug, dan mijn overgrootouders.

    Intussen een handreiking:
    mijn vader Perton, geb. Uffelte
    zijn vader Perton en zijn moeder Lindeman
    beide geboren in Finsterwolde
    Familie Perton tussen 1788 en ca 1850 Beerta, daarna Finsterwolde.
    Altegaar Oldambssters dus.

    Mijn moeder Vondeling
    haar vader Vondeling en haar moeder Kroese
    Familie Vondeling uit Zuidhorn, maar oorspronkelijk Delfzijl (1800) en Termunten (1850). Eveneens Oldambsters!
    Familie Kroese oorspronkelijk afkomstig uit Oudkerk, Tietjerksteradeel.
    Bin’n ja Fraizen west.

    @Jan,
    Ik vond vanmiddag de aankondiging van de boeldag bij de opheffing van het bedrijf op de Dijkstreek door de 4 broers en zussen Kroese in 1939. Het was een erg omvangrijk boerenbeslag, ik ben dus geneigd om te zeggen dat de familie er redelijk fatsoenlijk heeft geboerd, in financieel-economische zin.

  5. jan schreef:

    Je hebt achter Maatsch een vraagteken staan. Ik weet niet of die in het oorspronkelijke document stond of dat je die zelf hebt gezet. Als dat laatste het geval is en het zou betekenen dat je niet weet wat het betekent (wat ik me niet kan voorstellen) dan weet ik misschien het antwoord. Het staat voor maatschap. Veel boeren sluiten maatschappen, een soort bedrijfsvorm. Familieleden doen dat vaak. Ik wist overigens niet dat het toen ook al gebeurde. Als ik het tenminste bij het rechte eind heb.

  6. Gelkinghe schreef:

    @Jan,
    Je hebt gelijk voor het tegenwoordige, maar dit is een Friese voornaam die me onbekend is of die zo slecht opgeschreven is dat ik hem niet herken. Het gaat om iemand die zich borg stelt, dus een natuurlijke persoon.

  7. jan schreef:

    @Gelkinghe. Kijk, heb ik weer wat geleerd.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.