Boeldag op de Dijkstreek
Geplaatst op: 8 mei 2009 Hoort bij: Familie Een reactie plaatsenVanochtend tegen de wind in naar Leek gefietst om het gemeentearchief daar te bezoeken. De gezins- en woningkaarten leverden niet veel op. Ook de bouwdossiers van 1923 en 1924 bevatten niets van mijn gading. Wel was er een raadsbesluit uit 1971 dat de straatnaam wijzigde van Dorpsstraat in het veel logischer Dijkstreek. Een brief met een kennisgeving dienaangaande ging naar de gebroeders H. van Til op Dorpsstraat 20 (het arbeiderswoninkje) en F. van Til, Dorpsstraat 22 (de boerderij), met afschriften naar de afdeling bevolking, de directeur van het hoofdpostkantoor.
Vanmiddag in de Groninger Archieven de boeldag-advertentie van de kinderen Kroese (Kroeze) uit 1939 gevonden. Hij stond in het Algemeen Nieuws en Advertentieblad voor Westerkwartier en Noordenveld (een voorganger van de Leekster Courant), de dato 18 maart 1939. Er kwamen 58 koeien en 5 paarden onder de hamer:

Er moet dus ook nog een notarieel proces-verbaal van de veiling zijn, met de kavels en de geboden bedragen. In principe zijn de notariële archieven van Groninger standplaatsen tot 1925 openbaar, want inmiddels overgedragen aan de Groninger Archieven. Wat betreft de periode daarna schijnen zaken naar het archiefdepot van één standplaats overgebracht te zijn, als ze niet nog steeds bij het oorspronkelijke notariskantoor berusten. Binnenkort dus maar eens een belletje naar Ezinge plegen voor dat stuk. Privacy-overwegingen kunnen niet tegen de inzage in stelling worden gebracht, dunkt me.
Toelichting van mijn achterneef: “Die 58 koeien werden niet allemaal gemolken, er zitten ook kalfvaarzen bij”. Hij blijft er bij dat er veertig melkkoeien waren. De hokkelingen waren een tot twee jaar oude rundertjes, en de gekruiste Belgische roodschimmel merrie was de kruising van een begisch werkpaard met een bovenlander of Oldenburger. Deze zag er roodachtig met witte vlekjes uit. Met de relatief kleine, zich heen en weer bewegende zigzagegge werd pasgezaaid zaad in het land geëgd. En de tweede veiling sloeg waarschijnlijk op een veiling voor bijzondere percelen. In eerste instantie werd er bij opbod gebden, dan kwam er bodgeld bovenop het hoogste bod en dan werd er afgemijnd: vanaf dat bedrag steeds iets lager omgeroepen, tot iemand “mijn” of “mienend” zei.
Nog wat losse eindjes:
- mijn jong gestorven ‘oom‘ blijkt noch begraven in Midwolde, noch in Lettelbert.
- Mijn grootmoeder noemde haar moeder nog mem. Mijn overgrootmoeder en haar oudere kinderen – of tenminste de zussen – spraken onder elkaar in de jaren dertig nog Fries, aldus mijn moeder die als peuter en kleuter op de boerderij logeerde en er grappig in het gras huppelde.
- Mijn overgrootvader wilde nooit op de foto, heeft mijn moeder eens gehoord.

Recente reacties