Een Winneweerder stamineetje

Weer zo’n bijkomstigheid uit een procesbundel. De zwervende boerenarbeider Wolter Willems (43), anno 1820 verdacht van een koperdiefstal in Siddeburen, rept in een verhoor van een tocht die hij maakte vanaf Appingedam, langs het Damsterdiep door Winneweer, tot een

“klein huisje dat daar stond op de rechterzijde van de weg, zittende er een bordje op de linkerzijde der voordeur als men dezelve ingaat, waar op staat met witte letters Tapper.”

Niet alle herbergen waren even groot, in de stad niet en op het platteland al evenmin. Er bestonden zelfs vrij grote verschillen. Eigenaren van de grotere dorpsherbergen konden zich meten met de boeren. Die kregen ze ook over de vloer. In dit geval was het een aggenebbish dingetje. “Het”, zegt Willems over de eigenaar van het Winneweerder stamineetje,

“was maar een arbeider en hebbende Tapperie”.

Groninger Archieven, archief Hof van Assisen (141), inv. nr. 6.61



Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.