Het tunneltje van Selwerd, met sneeuw

Egon_rijpkema_tunneltje_selwerd

Deze foto van het tunneltje van Selwerd – hier groot te zien – is van Egon Rijpkema
(Flickr creative commons).


RTV Noord ookt zware pijp met verkapte tabaksreclame

RTV Noord krijgt een flinke hoeveelheid, zeer overwegend negatieve reacties na zijn verkiezing van de rook-uitbaters van café de Kachel tot Groningers van het jaar:

Mensen die uit eigen belang ongezonde praktijken promoten hebben nu gewonnen van kandidaten die zich belangeloos voor anderen inzetten. Met deze verkiezing kachelt de prijs in waarde achteruit. Zo luidt de overheersende mening.

Ene Dirk van Nieuwpoort schreef vanmiddag:

Volgens mij handelt RTV Noord zelfs in strijd met de Mediawet Artikel 4.1 Het televisieprogramma-aanbod van de publieke mediadiensten en van commerciële mediadiensten bevat geen aanbod dat de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar ernstige schade zou kunnen toebrengen.”

Dit lijkt over de top, maar er zit wat in. We hebben tabaksreclame niet voor niets van het televisiescherm geweerd. Een dergelijke hulde aan lui die het gebruik van tabak propageren, staat op gespannen voet met het beleid om rookpropaganda uit te bannen.


‘De wereld lijkt nu zo onwaarschijnlijk ver’

Geplaatst op 30 december 2009  a

’s Avonds zit boer Oostendijk bij het geurend houtvuur; dan gaan de handen bij ’t vuur en de voeten op de stookplaat. Geen comfort. Een gemis? Oostendijk vindt van niet!

“De Drentse bodem is schraal; hij schenkt de boeren slechts een krap bestaan. De opbrengst van het stukje grond en de enkele beesten verschaft hun noch een breed comfort, noch een rijk maal. Velen moeten het stellen zonder het gemak van waterleiding en electriciteit.

We waren die avond bij boer Oostendijk, een eenzame, die zonder vrouw of familie leeft op zijn kleine erf. Met moeite hebben we zijn deur kunnen vinden. Buiten joeg de storm en de regen. Maar binnen wachtte ons warmte en behaaglijkheid.

De boer, met zijn doorwerkte handen boven de knapperende, geurende houtblokken, de kousevoeten op de stookplaat… Een weldadige rust is hier; de wereld lijkt nu zo onwaarschijnlijk ver. Nu en dan klinkt in het achterhuis het gestommel van een koe; buiten raast onverminderd de woedende storm…

Het vuur, het schemerig licht van de petroleumlamp, en het zachte zingen van de waterketel maken ons stil en vertrouwelijk. We praten wat met elkaar, of eigenlijk …. zonder dat we ’t beseffen …. raten we meer nog met ons zelf… Over vroeger en over nu.

“Wat is er veranderd?!” zegt de boer kalm.

Hij heeft gelijk om het zo te stellen. Wij kunnen ons niet meer voorstellen een huis zonder vloerkleed, zonder uitgebreid meubilair, zonder electrisch comfort, zonder radio, stofzuiger en straks televisie… Toch kan Oostendijk buiten dit alles.

Wat is er veranderd? De wereld, de mensheid, die jaagt naar de nieuwwste uitkomsten der techniek. Is zij er beter en gelukkiger door?

Boer Oostendijk zal u glimlachend aanstaren bij deze vraag en slechts wijzen op de grote koppen in de krant.”

In december 1951 zond het blad De Spiegel zijn verslaggever v. C. naar mijn geboortedorp Havelte voor een sfeerreportage over oudere boeren. Bovenstaande citaten maken deel uit van deze reportage. Hoewel mijn vader de boekhouding deed voor veel kleine boeren in de omgeving, komt de familienaam Oostendijk mij absoluut niet bekend voor. Ook zit de naam niet in de Familienamendatabank. Ik neem dus maar aan dat de verslaggever de naam verkeerd verstond.


‘De zaak met de moderne keus’

H. beloonde mijn informatie omtrent kunstenaars en prijzen dit keer met een Groninger Studentenalmanak 1965, deel II.

Weliswaar is het ding uitgegeven onder auspiciën van de corporale almanakredactie, maar het bevat een algemene informatiegids voor de RUG, naast een complete adressenlijst per 1 november 1964 van àlle studenten. Zo’n lijst verscheen later jaarlijks onder de titel Vademecum, maar dan uitgegeven door de communisten van de GSb, tot de steeds grotere privacy-gevoeligheid er eind jaren zeventig een eind aan maakte.

Leuk zijn vaak de advertenties in dat soort gidsjes. Deze ademt het optimisme van begin jaren zestig:

Geplaatst op 29 december 2009  a

De zaak noemde zich naar de eerste communicatiesatelliet (1962). Nog een beetje stijf en saai zijn de horeca- en uitgaansadvertenties, zoals deze van Grand Theatre, toen nog een bioscoop:

Geplaatst op 29 december 2009  b

Wat wil je ook, het Noorder Muziekhuis adverteerde nog met elektronische orgels, “ook in huur, met recht op koop”:

Geplaatst op 29 december 2009  c

Terwijl de firma Hemmes, “de zaak met de moderne keus”, het voor de heren en dames studenten liever nog even hield op jazz, cabaret en klassiek:

Geplaatst op 29 december 2009  d


Oldambtster armen droegen een D op hun mouw

Als het Groninger stadsbestuur in 1781 een nieuw diaconiereglement voor het aan de stad onderworpen, oostelijke deel van de provincie afkondigt, staat daar dit artikel in:

“Alle perzonen, door de Diaconiën onderstand genietende, en beneden de sestig jaren oud zijnde, zullen dit teeken D of een diergelijke op de linker armen moeten dragen, waar toe de Diaconen alle en een iegelijk sullen houden.”

Nog niet al te oude armelui die steun kregen, moesten dus een D op de mouw dragen, en de armvoorstanders dienden er voor te zorgen dat dit uitgevoerd werd. De bedoeling van de maatregel was duidelijk het mobiliseren van sociale controle. Iedereen kon zo zien, wie een uitkering uit de lokale armenkas kreeg, en eventueel aanmerkingen maken op verzwegen bijverdiensten, bedelarij of ander wangedrag

De maatregel zou overal in het Wold- en Klei-Oldambt, het Gorecht en  Sappemeer, Wedde en Westerwolde ingang moeten vinden. Hoe het met de andere rechtsgebieden zat, weet ik niet, maar voor het Wold-Oldambt is de naleving kenbaar uit een bundeltje rapportjes dat drost De Sitter opstelde tussen februari 1786 en februari 1788.

Bijna overal in het Wold-Oldambt zat toen…

“de D wel op nieuwe, dog niet zo strict op de oude kleederen”

Eigenlijk was dat ook niet zo verwonderlijk. Wilde men immers die D ook op kleren hebben die de armen al voor 1781 in hun bezit hadden, dan moesten de armen die kleren eerst inleveren. En dat ging het gros van de diaconieën te ver.

Alleen in Scheemda en Zuidbroek leidde de praktijk tot “geen remarques” bij de drost, Daar voldeden de diaconieën “volkomen” aan het nieuwe reglement. Zuidbroek was het ambtelijke machtscentrum van het Wold-Oldambt, wat enig conformisme in de hand kan hebben gewerkt. Maar hoe Scheemda in dit plaatje paste?

Of de D nog lang op de mouwen van de Oost-Groninger armen heeft gezeten, weet ik ook niet. In elk geval voerde de kerkeraad van Beerta de maatregel veertig jaar na de afkondiging van het reglement opnieuw in. Hij besloot eind 1821 dat alle ondersteunde armen onder de zestig

“…voortaan tot zigtbaar teeken eene D van geel koord of lint op den regter arm zullen dragen, en dat zulken die weigeren mogten zich aan deze bepaling te onderwerpen, geen onderstand, hoegenaamd ook, uit de Armenkas zal ontvangen.”

Aangezien voorouders van me in Beerta woonden en er ook onderstand van de diaconie ontvingen, moeten zij met zo’n gele D op hun rechtermouw hebben gelopen.


De Toekomst aan de Meeuwerderweg

Geplaatst op 28 december 2009  a

Toen Martin de Vries De Komeet verkocht en ik hoorde dat er een nieuwe tapijtzaak in Meeuwerderweg 106 zou komen, heb ik de nieuwe eigenaar gevraagd of hij de winkelruimte daar ging strippen. Van Martin wist ik namelijk dat er nog oude reclame van De Toekomst op een muur moest zitten. Helaas stripte de nieuwe eigenaar de zaak niet en bleef het zicht op die oude reclame dus nog even uit.

De Toekomst was een ‘Coöperatieve  Productie- en Verbruikersvereniging’ van socialistische snit, met onder meer een droge kroeg en een bakkerij, maar ook een afdeling kruidenierszaken. Deze laatste werd in 1909 opgericht. In 1910 kreeg De Toekomst een eerste kruidenierswinkel aan het Zuiderdiep, de tweede was vanaf 1 mei 1912 die op Meeuwerderweg 106, hoek Joachim Altinghstraat.

De venters van De Toekomst deden in deze buurt namelijk zeer goede zaken:

“De omzet in die buurt beliep toen reeds ƒ 300, – per week en men verwachtte een belangrijke toeneming wanneer daar een filiaal werd gevestigd…”

Het winkelpand werd nota bene gehuurd van Mees, de bouwmaterialenhandelaar die eind negentiende eeuw de projectontwikkelaar van dit stuk Oosterpoort was geweest. Chef van het filiaal werd E. Blokzijl, tot dan toe eerste bediende van de winkel aan het Zuiderdiep.

Het aantal kruidenierswinkels van De Toekomst in de stad groeide gestaag, er was geen volkswijk of er zat wel één. Als filiaalchef functioneerde Blokzijl goed, bij hem trad er weinig weegverlies op, en toen De Toekomst in 1915 een pand aan de Zuiderweg te Hoogkerk kocht, werd Blokzijl daar de chef van het nieuwe filiaal. J.J. Pik, eerste bediende aan de Meeuwerderweg, nam de opengevallen plaats van Blokzijl in.

Pik zou tot 1924 blijven. Toen kon zijn collega van het filiaal Gerbrand Bakkerstaraat het niet bolwerken. Deze J. van der Woude werd overgeplaatst naar de kennelijk wat gemoedelijker Meeuwerderweg, terwijl Pik zijn plaats in het Oosterpark innam.

Van der Woude bleef slechts een halfjaar. In maart 1925 werd hem ontslag verleend, terwijl JW Beijer uit Zwolle hem opvolgde. Onder zijn bestier kocht De Toekomst in 1927 het pand Meeuwerderweg 106 met de achterliggende woning aan de Joachim Altinghstraat voor in totaal 13.000 gulden.

Kort na deze aankoop – wellicht de opmaat tot een verbouwing – ging ook Beijer naar een filiaal in het Oosterpark, waarbij hij aan de Meeuwerderweg werd opgevolgd door mejuffrouw Been. Zij zou in januari 1937 van haar taak worden ontheven en als eerste bediende terechtkomen in het filiaal aan de Oude Kijk in het Jatstraat. Chef Leutholff van de opgeheven vestiging aan de Nieuwe Ebbingestraat kwam vervolgens naar de Meeuwerderweg.

Deze gegevens haal ik uit een jubileumboek van De Toekomst uit 1938. Documentatie van na dat jaar ontbreekt. De winkel van De Toekomst aan de Meeuwerderweg heeft zeker nog tot na de oorlog bestaan, maar het is me vooralsnog onbekend wanneer hij precies opgeheven is. Het kan ook zijn dat er nog even een Co-op heeft gezeten.

Geplaatst op 28 december 2009  b


Houdt uw stad rein

Bedrijfsfilm uit ca 1964 van het Reinigingsbedrijf, Markt- en Havenwezen (RMH). de toenmalige Milieudienst van de gemeente Groningen. Het eerste deel brengt de vuilnisophaaldienst in beeld en op een bepaald moment lijkt het of de film bedoeld is om nieuw personeel te werven:

“U ziet dat de containerdienst veel afwisseling beidt en prettige zijden heeft.”

In het tweede deel gat het onder meer om de gladheidsbestrijding, de drijfvuilboot, de putjesslobbers en de veegdienst:

“De nonchalance van het grote publiek gaat veelal de perken te buiten.”

De film is op YouTube gezet door Bert V., die er eerder veel oude opnamen van Hoogkerk neerzette


Reitdiephaven in de sneeuw

Vliegerfoto’s van Kapturer


Campagne gaat door in Hoogkerk

Nu de suikerfabriek in Hoogkerk ook de productie draait van de stilgelegde suiikerfabriek in Groningen, zal de campagne wat langer duren. Met kerst is men nog niet klaar. Dit was het beeld hedenmiddag om twintig over vier: KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Zoutkamp krabbelde op

In de Schuttevaer deze week een groot stuk over het weer opgebloeide Zoutkamp:

“Na de afsluiting van de Lauwerszee is Zoutkamp jarenlang stilgevallen. Je zag hier amper een toerist en dagjesmensen kwamen er in eerste instantie op zondag ook niet meer. Het tij is echter gekeerd. Toeristen zie je het hele jaar door en zondags is het hier een drukte van belang. De Zoutkampers hebben het geloof in zichzelf teruggekregen.”


Visboer bij de Trompbrug

Sinds jaar en dag verkoopt Gerard Lich haring en lekkerbekjes bij de Trompbrug in Groningen. Hij doet dat goed, want hij won er al eens een vette prijs mee. Schrippie maakte een documentaire over hem en de omgeving die het bekijken waard is.


Virtuele gezelligheid

Open haardvuren te kust en te keur.


Damster schipbreuk

Ben je als woonbootbezitter voor je kerstvakantie vergeten het water af te sluiten, gebeurt er dit.


Kerst in Drenthe

Historische opnamen uit een verleden dat we zelf meemaakten werken vaak ontnuchterend op onze uniciteitswaan. Neem het onderstaande filmpje – de kinderen droegen dezelfde soort kleding als wij, aan de muur hing precies hetzelfde Tomado-rekje als bij ons, waar exact dezelfde ‘spaar-encyclopedie’ in stond. Wel waren de huishoudens die in beeld komen wat luxer. Kalkoen kwam bij ons niet op tafel, wij hadden geen open haard en zelfs heel lang geen electrische kerstboomverlichting. Maar voor de rest – zo was het bij ons, in de jaren zestig, zeventig:

Het filmpje komt van het Drents Archief. De meneer die in een van de laatste scènes een kerstboom optuigt, doet me sterk denken aan Frits Lutterop, een ambtenaar van de gemeente Havelte met historische interesses.


Zoutstrooier gemeente pekelt ongebruikt parkeerterrein

SONY DSC

Deze eerste kerstdag heb ik me vanochtend om twintig over tien hevig mogen verbazen. En wel over een zoutstrooiwagen van de Milieudienst, zoals die ongeveer op het geratste plaatje staat: met een grote ronde borstel voor, een platte bak achter en een zoutverstrooier daar weer achter.

Dit vehikel reed almaar zoutverstrooiend rondjes op dit parkeerterrein bij de Oude Stationsweg. Op twee wagens na was dit terrein, dat op werkdagen gebruikt wordt door enige tientallen medewerkers van aanpalende bedrijven, helemaal leeg. De komende dagen zal dit terrein vanwege de kerst ook zo goed als ongebruikt blijven liggen. De medewerkers van die bedrijven werken dan immers niet.

Het op deze lokatie zo fanatiek verstrooien van zout was van een dermate kolossale nutteloosheid, dat je het als je reinste slapstick zou kunnen betitelen. Ware het niet dat de komedie een droevig aspect had: datzelfde zout bleef immers achterwege op plekken in de stad, waar het wèl nodig was.

Het frappeert bovendien dat dit parkeerterrein helemaal niet in de gemeentelijke strooiroutes opgenomen is. Waarmee de vraag zich opdringt wat die gemeentelijke strooiwagen daar überhaupt te zoeken had.

Bron foto: website Milieudienst

Update 13 januari 2010:

Het antwoord van de Milieudienst