De groene Van Dale en andere streektaalkwesties

Een van de UK-hoofdredacteuren die ik meemaakte had een grote hekel aan het woord niks. Daar ging subiet een streep doorheen. Het moest niets zijn, vond hij.

Juist naar niks en niets heeft Siemon Reker, hoogleraar Groninger taal en cultuur, onlangs een onderzoekje gedaan. Hij merkte dat heel veel hoofdredacteuren, net als die van de UK, niks mijden als de pest, maar dat het woord in de oostelijke gewesten, zeg maar langs de Duitse grens, toch iets geaccepteerder is dan in de kustprovincies. Niks komt oorspronkelijk uit het Duits en heeft de Randstad nog niet bereikt. Wat iets anders is dan dat het spreektaal of volkstaal zou zijn, zoals de Van Dale beweert

Dezelfde hoofdredacteur vond ook altijd dat je het bijvoeglijk naamwoord Gronings(e) moest gebruiken, in plaats van Groninger. Zwaar ten onrechte natuurlijk, maar dat heb ik hier al eens uitgelegd. Siemon Reker constateert nu dat bij het Dagblad van het Noorden de regionale variant Groninger veel vaker gebruikt wordt voor zaken in een plattelands- of in elk geval gewonere context, terwijl Gronings(e) vaak gebruikt wordt voor chiquere materie, bijvoorbeeld universiteit of hoogleraren. De manier waarop hier Groninger verdrongen wordt door Groningse, lijkt sterk op een top-downproces.

Ik heb ook wel eens een eindredacteur meegemaakt, die – ritme of niet, kon niet schelen – een groene volgorde van hulpwerkwoord en deelwoord steevast verving door een rode. Ter verklaring: het hulpwerkwoord voor het deelwoord zetten (bijvoorbeeld: is gevallen), wordt de rode volgorde genoemd, terwijl het de groene volgorde is, als het hulpwerkwoord na het deelwoord komt (bijvoorbeeld: gevallen is). In Friesland en Groningen is die laatste volgorde het meest algemeen, zij vormen ’s lands groenste provincies, en dus zit er een regionale ‘smet’ op die groene volgorde. Terwijl in de jaren dertig bulletins van de Radionieuwsdienst ANP nog in 30 % van de gevallen de groene volgorde hanteerden, gebeurde dat in de jaren tachtig nog maar in 1 % van de gevallen. Reker: “Het ANP-radionieuws heeft zic dus in die halve eeuw van het Noorden verwijderd”. Desalniettemin ontdekte hij dat voorbeeldzinnen in de dikke Van Dale nog in 75 % van de gevallen zo groen zijn als gras. “Dat is een grote verrassing”, aldus Reker,

“maar ik u vraag u zeer dringend om hier geen ruchtbaarheid aan te geven; want voor je het weet, besluiten ze in Utrecht om Van Dale in stilte te ontgroenen…”

Reker presenteerde deze onderzoekjes van hem in een lezing, die hij uitsprak op het streektaalfestival !REUR!, begin maart in Emmen. Eigenlijk ging die lezing over het gebruik dat je van internet en krantendatabanken  kunt maken voor het onderzoek naar taalverschijnselen, maar Reker plaatst in de schriftelijke uitwerking die er onlangs van die lezing verscheen, toch ook enkele polemische opmerkingen.

Voor iemand als Reker is taal rijkgeschakeerd, fluïde en variabel. en moet dat ook vooral ook zo blijven. Wat zuiver of gaaf of goed taalgebruik is, kan je vaak helemaal niet zo onderscheiden als sommigen beweren. Reker hekelt dan ook de smetangst, die hier en daar heerst. Van de taaldiscriminatie die er ten nadele van noordoostelijke varianten van het Nederlands bestaat moet hij niets hebben, maar met evenveel of nog meer kracht gispt hij het  hyper-correcte Gronings waarin een lang gangbare term als penningmeester niet langer mag, terwijl het synoniem puutholder daarentegen verplicht geworden is. Een dergelijke schoolfrikkerigheid signaleert hij ook wel eens op de regionale buis:

“In de uitzending van Grunnegers op TV Noord van 04.01.2010 werd de kijkers op het hart gebonden om in de vertaling van ‘Het is niet alles goud wat er blinkt’ toch vooral dat en géén wat te gebruiken. Dergelijke van alle realiteit gespeende aanwijzingen die op niets anders dan distantiedrang gebaseerd zijn, krijgen kijkers vaker in deze rubriek als serieuze boodschap voorgehouden.”

Of:

“Het werkt bij mij dan ook altijd op de lachspieren, wanneer iemand een bepaalde tekst goud en geef Grunnegers noemt -‘goed en gaaf Gronings’ dat is in mijn optiek niets anders dan een verkooppraatje bij zoveel gevarieerde rijkdom binnen een dialect als het Gronings.”

Ik weet haast wel zeker dat niet iedereen hem zulke uitspraken in dank afneemt.

Siemon Reker – Het balletje in het schuurtje; het opsporen van regionaal Nederlands in gedrukte vorm (Huus van de Taol, Beilen, 2010)



Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.