Andermaal de Klinkerweg
Geplaatst op: 7 september 2010 Hoort bij: Familie 3 reactiesTot mijn verrassing bleek mijn oud-tante Siene – officieel Elsiena – de ansicht van de Klinkerweg, die ik nu in mijn bezit heb, in 1970 eens te hebben uitgeleend aan Johan Bodewes, de redacteur van de regionalia-rubriek Noorder Rondblik in het Nieuwsblad van het Noorden:

Over dat huis van mijn overgrootvader Perton heb ik hier wel eens geschreven. Ik merkte toen op dat het omstreeks de oorlog was gekocht door een invalide man, Heethuis, die ook het bedrijf van mijn overgrootvader voortzette. Nog tot 1983, naar ik meende. De opmerking in de Noorder Rondblik dat het huis in 1970 uiterlijk nog onveranderd was, sluit mooi aan bij wat ik gehoord had, namelijk dat na de dood van Heethuis alles van binnen nog geverfd was in de kleuren die mijn overgrootouders hadden gekozen, terwijl er toen ook nog hun bedsteden in zaten.
Ik denk dat die observaties komen van Jurriena, mijn andere oud-tante. Het kan haast niet anders of zij moet na de dood van Heethuis een kijkje in haar geboortehuis hebben genomen. Volgens een advertentie in het Nieuwsblad van 11 januari 1986 zou het de 23-ste d.a.v. worden geveild in het lokale café Van de Paard. Een week voor de veiling was er een bezichtiging. Waarschijnlijk heeft ze van die mogelijkheid gebruik gemaakt.
Het huis haalde die winter trouwens nog de voorpagina van het Nieuwsblad, omdat de notaris in zijn maag zat met een hele berg schoenen die Heethuis ter reparatie waren aangeboden, zonder dat dze bijhield van wie welke schoenen eigenlijk waren.
Mijn grootvader was de enige jongen die er opgroeide, temidden van vier zussen. Allemaal hadden ze overlijdensadvertenties in het Nieuwsblad staan, tussen begin 1973 en eind 1986. Mijn grootvader was de eerste die ging, hij werd slechts 80. Zijn oudste zus Geeske werd 92, en zijn jongere zussen Maria, Elsiena en Jurriena respectievelijk 83, 82 en 86. Waaruit maar weer blijkt dat roken toch niet zo gezond is.
In alle advertenties staat ook dat de Here ze tot Zich nam. Behalve bij tante Jurriene, die, geloof ik, ook niet zo gelovig was. Haar zus Elsiena wel, die was op latere leeftijd lid van de Evangelich-Lutherse kerk geworden. En mijn grootvader ook, want die ging tot de jaren zestig nog regelmatig naar de hervormde kerk en stierf met ‘de Heer is mijn herder’ (psalm 23, gezang 184) op zijn lippen.


Ken je de mensen die er nu wonen ook? Of kennen zij jouw blog? Want ik zou het prachtig vinden als ik de geschiedenis van mijn huis op deze manier te weten zou komen.
@Dondersteen,
Ik weet niet wie er nu woont. Het huis is ook veranderd hè, zie onder link: hier. De paar keer dat ik erlangs kwam was er niemand te zien en zaten de jaloezieën dicht. Dan bel je niet zo vlug aan, ik niet tenminste.
Lijkt me prachtig om zoveel te lezen en te weten over je voorouders.