Het vervallen Bourtange ten tijde van Napoleon

Geplaatst op 15 juni 2011  a

“De weg van Winschoten naar de Bourtang is niet onaangenaam, vooral in het begin. Verder komende bevindt men zich aan alle zijden door akelige moerassen ingesloten. In den zomer met gras begroeid, zou men op het oog niet zeggen, dat dit zulke losse gronden waren. Ook kan men, na eene langdurige droogte, hier en daar met het rijtuig gebruik van dezelve maken, doch bij regenachtig weder doet men wel, zich, gelijk men somtijds kortheidshalve doet, niet op dezelve te wagen, wil men niet tot hals en ooren in het slijk blijven steeken, gelijk ik zulks eenmaal door de onbedachtzaamheid mijns voermans ondervonden heb. Beter en voorzigtiger doet men altoos, den koninklijken weg te volgen; dezelve is overal goed, en loopt door Wedde en Vlagtwedde, twee tamelijk groote, doch niet zeer aanzienlijke dorpen in Westwoldingerland. Tegen de middag bevonden wij ons in de Bourtang, en hadden het oogmerk onze reis verder voort te zetten, doch door gebrek aan paarden en wagen was dit voor dien dag eene volstrekte onmogelijkheid.

Wij namen onzen intrek in het Heeren Logement, bij de wedewe HEERES, die ook eene gepriviligeerde voermannerij heeft. In een beschrijving van dit Heeren Logement zal ik niet uitweiden. Hetzelve is zekerlijk niet zoo aanzienlijk als vele logementen, vooral in groote steden. Doch gemak en overvloed kan men voor weinig geld hebben bij deze brave vriendelijke weduwe en haren even braven zoon. Niet dat men hier, zoals in vele Heeren Logementen, met een paar blaadjes salade of een enkel mager coteletje of carbonaadje behoeft tevreden te zijn, of in het algemeen met datgeen wat de waard belieft op te dischen of voor te dienen. Neen. men stelt hier bij deze goede vrouw eenigermate zelfs de wet. Men zegt wat men hebben wil en hoe, en, zoo deze vordering niets onmogelijks behelst, bekomt men het ook zeker, en in alle gevallen durft men ook zelfs wel in de keuken omzien en nagaan hoe het met de toebereiding gaat, eene vrijheid, die in menig Heeren Logement bijna zoo veel als gekwetste majesteit zou zijn. Zonder velerleije en keur van geregten te wenschen, heb ik mijne spijs en drank gaarne zindelijk en goed bereid, zonder dit eerste is het mij, ook bij eene grage maag, onmogelijk iets te nuttigen. Maar bij vrouw HEERES vond ik het zoo, dat ik er gaarne eene week, ja al was het ook langer, vertoeven zoude, en hare kostelijke thee, waarvan zij ons haar geheele voorraadkistje gulhartig toevertrouwde, zal ik niet ligt vergeten.

Hier meer dan genoeg ledigen tijd hebbende, werd de namiddag met wandelen doorgebragt. In den engen omtrek dezer vesting, van nog geen vierde uurs gaans in het rond, is juist niet veel te zien, ook is het gezigt van de wallen, van het omliggende moerassige land, niet zeer belangrijk. Van binnen zoo wel als van buiten teekent alles diep verval en verwaarloozing. De deftige wooningen van den Commandant en andere aanzienlijke lieden, hier voorheen geëmployeerd, staan ledig en bouwvallig. Het schoone ronde plein in het midden, voorheen zoo zuiver onderhouden, is met gras begroeid, en meer aan eene weide gelijk, dan aan eene straat. De dubbele of driedubbele ophaalbruggen zijn gebroken en de grachten met riet en struikgewas begroeid. Zoo vrolijk en onderhoudend bij een bestendig garnisoen het leven hier voorheen was, zoo stil en doodsch is alles thans. De kerk is akelig en gelijkt meer eene slechte schuur dan een gebouw, geschikt tot godsdienstige bijeenkomsten en oefeningen. In een woord, de geheele vesting, uit- en inwendig, doet duidelijk zien, dat de Keizer der Franschen geen belang hoegenaamd in dezelve stelt. Douaniers ziet men hier, gelijk bijna overal in dat uitgestrekte rijk, met hun naauwlettend gierig oog elken binnenkomenden wagen scherp bespiedende en onderzoekende, of misschien niet iets te vangen is.

(…)

Nog dien zelfden avond paarden en wagens te huis gekomen zijnde, werd de volgende morgen tot het voortzetten van de reis bestemd, en vastgesteld dat de jonge HEERES zelve ons naar Lingen brengen zoude. Van dezen togt valt niet veel te zeggen. Paarden en wagen waren voortreffelijk, het weder goed, doch de weg geheel eenzaam en op sommige plaatsen verschrikkelijk zandig.”

Bron: H. Potter, Lotgevallen op eene reis van Friesland, door Westfalen en het Waldekse, naar Hanau in september 1813 (Amsterdam 1816) pag. 37 – 41.


2 reacties on “Het vervallen Bourtange ten tijde van Napoleon”

  1. Dondersteen schreef:

    Prachtig. En wat een mooie recensie voor het logement. Dat zou toch zeker, omgerekend, een Michelinster zijn in deze tijd.

  2. Lizette schreef:

    Wat leuk om dit te lezen over mijn oma’s betovergrootmoeder!


Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.