Vrouw wil dominee uit de weg ruimen

Sara Alleys, oud 30 jaaren, geboortig van Embden, alhyr gedetineerde, heeft vrijwillig zonder pijn en banden verklaart, dat tegens Reinder Alberts en Jan Oostvriese hadde gezegt hoe voornemens waar, de beyde regenwatersbakken van de eerw[aarde] heer pastor Stegnerus tot Noordbroek met rottekruid te willen vergeven, teneinde de pastor met zijn familie an kant zoude raaken, uit oorzaak dat de pastor en kerkenraad haar niet wilden permitteren, zig tot Noordbroek metterwoon te begeven, voor en aleer behoorlijke attestatie angaande haar vorige leven en wandel had angetoont. Daarenboven verdagt van hoererije en dieverije. Waarop Reinder Alberts en Jan Oostvriese tegen haar hadden gezegt dat van zodanig godloos voornemen moest afstaan, ofte dat daarin anders zouden voorzien tot haar leedwezen; en of zij wel wiste dat indien het gerigte zulks gewaar wierde, zij strengelijk daarover zoude worden gestraft, edog daarop door haar pertinaciter geantwoord, dat zij met den eersten haar voornemen wilde volbrengen, haar mogt overkomen wat wilde, de pastor zou van kant. Alle het welke zijnde zaaken van verren uitzigt, quaden gevolge en strafbaar. Zoo is ’t dat ik Drost uit naam en vanwegen de Ed. Moog. H. Heeren Borgemeesteren ende Raad in Groningen regt doende, haar gevangen condemnere, om andere ten exempel, an de kaak strengelijk gegeeselt te worden. Voorts banne haar in het provinciale tugthuis, om aldaar voor de tijd van 15 jaaren met handen arbeyd haar kost te verdienen. Die tijd geëxpireert zijnde, wort zij gebannen uit de provintie van Stad en Lande, Wedde en Westerwoldingeland, met bedreyging dat bij aldien alhyr wederom wort geapprehendeert, zij zwaarder an den lijve zal worden gestraft.

Actum Zuidbroek den 17 Febrij 1729
G. Schaffer
Drost

Om te voorkomen dat er een al te groot beroep op de lokale armenzorg werd gedaan, moesten de hervormde kerkeraden in het Oldambt erop toezien, dat zich geen armoedzaaiers in hun kerspelen kwamen vestigen. Lieden van buiten, moesten zichzelf kunnen onderhouden en een verklaring van goed gedrag tonen, voordat ze een huis konden huren. Zo waren de regels, en de kerkeraden waren er vrij veel tijd mee kwijt, om ze te handhaven.

Uiteraard namen mensen wier vestiging werd verhinderd, ze dat niet altijd in dank af. Zo dreigde ene Sara Alleys in 1729 de regenwaterbakken van ds. Stegnerus van Noordbroek met rattekruid te vergiftigen. Uit die bakken haalden de bewoners van de pastorie hun drinkwater, het ging dus om een intentie tot moord. En hoewel twee Noordbroekster diakenen Sara waarschuwden, hield ze stug vol haar snode plan te willen uitvoeren en wel zo spoedig mogelijk. Ook omdat ze verdacht werd van nog wat andere zaken, gaven de diakenen haar aan bij de drost van het Oldambt, die haar veroordeelde tot kaak, geseling en vijftien jaar tuchthuis, waarna ze voor altijd uit de provincie moest wegblijven.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (archief drost Wold-Oldambt) inv.nr. 5693.


3 reacties on “Vrouw wil dominee uit de weg ruimen”

  1. Chris Boerema schreef:

    Daarvoor krijg je tegenwoordig niet eens een taakstraf;-)

  2. aargh schreef:

    Als het leven niet meezat was je haast wel gedwongen om je op het criminele pad te begeven. Zo’n vrouw kon dus gewoon nergens heen. Wat zou ze na die vijftien jaren hebben gedaan?

  3. A.H. van der Deen- Flikkema schreef:

    Wat waren ze streng vroeger. Maar goed, anders had ze wel een moord op haar geweten. Maar je kunt je afvragen hoe men zover komt om zoiets te doen. Dan ben je ver heen. Je doet al wat om te overleven. Dan zijn de straffen van nu daar niet mee te vergelijken.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.