Groninger naturaliënverzamelaars (1825)
Geplaatst op: 16 september 2013 Hoort bij: Stad toen, UK + RUG Een reactie plaatsen“Bijzondere verzamelingen van naturaliën vindt men hier vooreerst bij de volgende hoogleeraren:
- Bij prof. P. Driessen eene van mineralen en hieronder bijzonder van Groninger steenen, versteeningen en kapellen.
- Bij prof. G. Bakker eene van voorwerpen der ontleedkunde en vergelijkende ontleedkunde.
- Bij prof. P. Hendriksz vooral van monsters en zieke beenderen.
- De heer R.K. Driessen heeft eene verzameling van Groninger versteeningen en insecten.
- De predikant J. Martinet Kuipers eene van naturaliën uit alle drie rijken der natuur en daarenboven vele zeldzaamheden, oorspronkelijk verzameld door deszelfs oom J.F. Martinet, te Zutphen overleden.
- De heer J. H. Geertsema eene van inlandsche kapellen.
- De heer S.P van Idsinga eene van opgezette vogels en conchijliën.
- De heer A. van Berchuijs eene van opgezette zoogdieren, vogels en conchyliën.
- De heer S.T. Emmen eene van inlandsche kapellen.
- De heer Criens, bij den papiermolen, eene van opgezette zoogdieren, vogelen en visschen.
Behalve eenige andere verzamelingen, van eerstbeginnende jonge lieden, welke thans nog van minder belang zijn.”
Aldus de Korte handleiding voor vreemdelingen die het merkwaardigste in de stad Groningen willen zien, een toeristisch gidsje dat Theodorus van Swinderen eind augustus 1825 voor eigen rekening liet drukken.
Van de tien aanbevolen verzamelingen waren er drie van hoogleraren geneeskunde: Petrus Driessen, Gerbrand Bakker en Petrus Hendriksz. Verder zien we op de lijst een jurist, een predikant met een ooit beroemde oom, en vier personen uit notabele Groninger geslachten. Tot slot iemand die in het lompensorteerdersbuurtje bij de papiermolen woonde en die dus juist niet van gegoede komaf was.
Zoals ook wel uit reisbeschrijvingen blijkt, konden fatsoenlijke dames en heren zich bij zo’n verzamelaar aandienen voor een bezichtiging van diens kabinet. Wat er verzameld werd, spreekt meestal vanzelf, alleen gebruiken we termen als conchyliën en kapellen niet meer. Met het eerste werden vooral schelpen bedoeld en met het tweede vlinders.

Recente reacties