Rondje Westerkwartier
Geplaatst op: 5 mei 2014 Hoort bij: Ommelanden 5 reactiesAfsteekpaadje om snel op het viaduct in de Roderwolderdijk te komen:

Arcadisch tafereel bij de Lettelberterpetten:

Reed in Lettelbert per ongeluk een particulier pad op. Daar liepen deze parelhoenderen:

Meidoorn:

Laagvlakte met paardenkudde tussen Lettelbert en Midwolde:

De Middenweg tussen Tolbert en Boerakker:

Bij de Dijkweg tussen Bakkerom en de Mensumaweg ging de lucht zwanger van de meidoorn- en fluitekruidgeuren:

Dijkweg 2:

Obsoleet damhek bij de Dijkweg:

Fluitekruid, blauwgras, fluitekruid (Dijkweg):

Dijkweg 5:

Veengebied ten zuiden van de Dijkweg

Vanaf ’t Kret – de Osseweide met zwanen; op de achtergrond de torenspits van Zuidhorn:

Langs de Mensumaweg bij Niekerk: Fluitekruid met op de achtergrond een pas geprepareerd aardappelveld:

Koeienkolonne bij de Dijkstreek:

Fuutjes op het Hoendiep:

Ommetje Winsum
Geplaatst op: 3 mei 2014 Hoort bij: Ommelanden 2 reactiesKleiwerd vanaf de Noodweg even voorbij Gravenburg:

Middeleeuwse tochtsloot even ten westen van Dorkwerd, die diende voor de ontwatering van Lieuwerderwolde (Hoogkerk + Leegkerk). Rechtsachter de nieuwe schuur van de Kolde Ovend:

Ouwe Hunzemeander (niet het water maar het land met de bloemetjes), Klein Garnwerd:

Drogende klei:

Winsum, Isolatorenlaan (eigen weg):

Vraag me niet wat voor agrarische werkzaamheden hier precies worden verricht, maar die boer gebruikt er een mooi oud trekkertje voor (Schilligeham):

Schaphalsterzijl:

Ouwe dijk bij de Roodehaan:

Bij de boerderij in Feerwerd die vroeger van mijn oud-tante en oom en hun zoons was (en waar ik in de jaren zestig meermaken logeerde), zijn nu ook de boomstompen weggehaald, zodat de roekenkolonie definitief niet meer zal terugkeren:

Rooie blaarkop op de Feerwerdermeeden:

Garnwerd in clair-obscur:

Bij de Zijlvesterweg hoorde ik links van me uit een sloot gealarmeerd eendengesnater opklinken. Mèt zag ik een reiger daar wegvliegen die iets groots in zijn snavel droeg. Hij streek rechts bij een sloot neer, helaas achter een hek, maar ik was er nog net snel genoeg bij om de laatste stuiptrekkingen van het geroofde eendekuiken vast te kunnen leggen:

Wat zijn mollebonen?
Geplaatst op: 3 mei 2014 Hoort bij: Stad toen 4 reactiesOnlangs bleek me weer eens, dat er nog steeds verwarring bestaat over de molleboon die de Groninger zijn bekendste bijnaam verschafte. En dat terwijl de Wikipedia toch zo’n goede definitie geeft. Deze sluit althans goed aan bij de beschrijving die ik vond in een krant van bijna een eeuw geleden:
“De molleboonen vormen nog een echte Groninger versnapering. Wanneer een vreemdeling in Groningen komt. koopt hij direct in den een of anderen winkel eeri zakje molleboonen. Molleboonen zijn niets anders dan gewone paardeboonen, die tot aan ’t ontkiemen toe gekweekt, daarna gedroogd en vervolgens in den oven geroosterd zyn.
Over den oorsprong van ’t woord molleboon is men het niet eens. Sommigen beweren, dat mol eigenlijk molt = mout betekent. Anderen zeggen, dat ze oorspronkelijk gebakken werden in een mol, een langwerpigen ronden bak.
De bekende molleboonbrander was wel de heer Straatman aan ‘t Zuiderdiep, die dan ook als Hofleverancier het Rijkswapen boven de deur heeft. De firma Straatman — thans de heer Perdok — ontvangt nog heden ten dage bestellingen uit alle oorden des lands. ’t Is dan ook een heerlijke en tevens gezonde versnapering, zoo’n zakje Groninger molleboonen.
Een schilder werd eens geïnspireerd door deze half ontbolsterde boonen. Hij ontwierp prentbriefkaarten — werkelijk aardig, waarop molleboonen, in hun grille vormen gestyleerd werden tot koddige menschfiguren.”
Notitie: Straatman en Perdok waren beide brood-, koek- en banketbakkers. De mollebonen zullen ze gewoon in de oven hebben meegeroosterd tijdens het bakken van hun andere producten. Perdok zat oorspronkelijk aan de Schoolholm, maar nam per 1 mei 1914 de zaak van Straatman op Zuiderdiep 71 (nu een tapijthandel; nabij de Haddingestraat) over. In de Eerste Wereldoorlog waren de paardebonen kennelijk ergens anders voor nodig, maar in oktober 1918 kon Perdok het publiek verheugd meedelen, dat de mollebonen weer verkrijgbaar waren. In 1950 overleed hij, zijn weduwe zette de zaak nog tot zeker 1954 voort.
Een korte verhandeling over de vorm en kleur van doodskisten
Geplaatst op: 1 mei 2014 Hoort bij: De actuele wereld, Geschiedenis, Het Noorden 2 reactiesDe noordelijke landschaps- en uitvaartorganisaties laten doodskisten maken van noordelijk hout, zo is vandaag in het nieuws. Een Dokkumer kistenmakerij maakt zulke ‘Landschapskisten’. Van elke kist beurt het landschapsonderhoud 100 euro.
Volgens een informatieblad van het Groninger Landschap wordt het kisthout alleen maar geschaafd en geschuurd en niet geverfd. De speciale site van de Landschapskist laat slechts één enkel model zien, een plat exemplaar van de spreekwoordelijke zes planken.
Dit is niet het model dat in het noorden vanouds in zwang is geweest, begreep ik onlangs. Heel lang prefereerde men hier de zogenaamde huusholten, kisten met zeg maar een schuin dakje erop. Bovendien stigmatiseerde onbehandeld hout, omdat het voorbehouden was aan een bepaalde categorie overledenen. Om een encyclopedisch woordenboek uit 1786 te citeren (p. 432):
“In de provinciën van Friesland, Overyssel, Groningen en andere plaatzen van ons Gemeenebest, maakt men egter gewoonlyk het dekzel der doodkisten met twee schuins tegen elkander opstaande planken, by wyze van een huisdak, ook wel uit vyf stukken, zynde alsdan een smal plat middelstuk tusschen de beide schuinse planken ingevoegd (…). Wordende deeze kisten in voornoemde provinciën meestal uit eikenhout vervaardigt. In Friesland egter wordt aan geringe behoeftige lieden om de goedkoop witte vuurenhouten kisten met platte dekzels gegeeven, daar alle de overigen zwart worden gemaakt (’t welk te Amsterdam ook plaats vindt) daar men het zelve genoegzaam voor een schande zou rekenen in eene witte kist begraaven te worden.”
Het zwart als rouwkleur is allang uit de mode, omdat het maar cru gevonden werd, maar ik meen dat enkele van mijn grootouders in de jaren zeventig nog in zo’n huisjesachtig model zijn begraven. Vanwege de grotere bewerkelijkheid en de daarmee gepaard gaande meerkosten zal dit in de laatste decennia dan wel verdwenen zijn, neem ik aan (want ik heb me verder niet in dit aspect van de funeraire cultuur verdiept). In elk geval zouden onze voorouders die Landschapskist maar een armoedig kavalje gevonden hebben…
‘De rijkaard leeft zelfzuchtig voort’
Geplaatst op: 1 mei 2014 Hoort bij: De actuele wereld 1 reactie1 Mei. Een slaaf geboorne en verdoemd in hongersfeer zijn we allang niet meer en het redelijk willen hebben we dus maar afgeschaft. Daarom ebt de stroom al meer en meer. Vandaar dat het eerste couplet van de Internationale voor ons finaal zijn actualiteit verloren heeft. Maar het tweede geldt, na die wellicht wat al te plompe beginregel, nog volop:













Recente reacties