‘Wat de oorlog ons leert’, mocht oostelijk Groningen niet weten
Geplaatst op: 20 augustus 2014 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen“De militaire gezaghebber van de in staat van beleg verkeerende gemeenten Beerta, Bellingwolde, Finsterwolde en Vlagtwedde heeft in die gemeenten de verspreiding verboden van de brochure ‘Wat de oorlog ons leert’, een uitgave van het Groningsch-Drentsch comité van den Alg. Ned. Geheelonthoudersbond.”
Aldus De Tijd op 14 november 1914, in een berichtje dat nieuwsgierig maakt naar de inhoud van de verboden brochure. Wat voor les trokken de anarchistisch angehauchte geheelonthouders van de ANGOB destijds uit de oorlog? Helaas viel dat zo een twee, drie niet te achterhalen, maar naar het zich laat aanzien was de christen-anarchist Jac van Rees de auteur van het geschrift, dat in een unieke, wat latere versie nog aanwezig is bij het IISG in Amsterdam. Daar wil ik dus graag kopietjes of scans van, ook omdat de brochure mogelijk iets zegt over de wereldbeschouwing van mijn anarchistische oudoudoom Harm Tuin, die immers secretaris was van de geheelonthoudersclub van Finsterwolde en Beerta.
Gezien de ongeveer 350 mensen die in 1913 een meeting van geheelonthouders in Finsterwolde bijwoonden, bestond er in principe ruime belangstelling voor de verboden brochure. Of zo’n verbod op verspreiding dan wel zin had? Tien kilometer verderop heerste er geen staat van beleg en kon je vrijelijk aan het boekske komen, zonder belemmering door de lokale militaire bevelhebber.
Toch werd volgens het blad De Grondwet van 15 december nog een proces-verbaal opgemaakt “wegens het verspreiden van lectuur, die is verboden door den majoor-commandant, uitoefen[en]de het militair gezag in de grensplaatsen in oostelijk Groningen”. Ongetwijfeld ging het om dezelfde brochure van de ANGOB, in dit bericht ook weer met name als uitgever genoemd, al zou een Groningsch-Drentsch comité van deze bond de brochure hebben ondertekend.
Het Grondwet-bericht duidt de geverbaliseerde aan met H.G. te Finsterwolde, wiens initialen voorlopig niet te herleiden zijn, bijv. via de lijst met staatsgevaarlijke individuen uit 1924. Misschien was er ook wel een vergissing in het spel, en betrof het H.T. Een veroordeling heb ik evenmin gevonden, mogelijk werd het zaakje geseponeerd.
Overigens licht De Grondwet een tipje van de sluier op wat betreft de inhoud van de verboden brochure. Het geschrift deelde “een en ander” mee “over het optreden der Duitsche militairen in België”. Laatst viel me al op dat Nederlandse kranten in augustus en september 1914 nauwelijks iets over de Duitse terreurdaden in plaatsen als Aarschot en Zemst publiceerden, kennelijk bestond er wat dat betreft (zelf)censuur in Nederland, waar men de neutraliteit niet wilde riskeren door al te veel ruchtbaarheid te geven aan de waarheid. Waarschijnlijk schreven de geheelonthouders van het ANGOB de Duitse terreur in België (mede) toe aan drankmisbruik. En daar zuillen ze vast geen ongelijk in hebben gehad. Maar dat laat zich dus pas toetsen als ik weet wat er in die brochure staat.

Recente reacties