Inkle en Yariko, of: liefde staat boven slavernij

1 - Inkle en Yariko Wolthers b1

In de portefeuille van de heer Wolthers zit ook deze Duitse prent naar een tekening van de Neurenberger edelsmid Johann Samuel Vigitill (1733-1789), die dat ontwerp op de drukplaat liet brengen door zijn stadgenoot Christoph Daniel Henning (1734-1795). De prent toont in silhouet vier dames in verschillende poses links en rechts van een schildersezel met daarop een voorstelling. “Wie verschieden ausert sich nicht der Eindruk den einerlei Gegenstand auf das menschliche Gefühl macht”, staat er ter toelichting in sierlijke krulletters onderaan de prent. Vertaald:  “Hoe verschillend uit zich niet de indruk die één en hetzelfde onderwerp  op het menselijke gemoed maakt”. Daar weer onder vinden we nog een Latijnse spreuk in blokletters: “Non omnes pariter tanta infortuna terrent”, wat zoveel betekent als: “Niet iedereen schrikt even erg van ongeluk”.

De prent intrigeert, omdat ze haar strekking ondanks de toelichting niet meteen prijsgeeft. Uiteraard zien we wel meteen, dat de vier dames op de voorgrond met verschillende gemoedsaandoeningen behept zijn, immers: de meest linkse wringt haar handen in wanhoop, de tweede heft haar vuisten in woedende onmacht, de derde en oudste bekijkt min of meer verbaasd nog eens het tafereel op de schildersezel door haar lorgnet en de vierde wendt zich in afschuw daarvan af, met haar zakdoek paraat voor de tranen die mogelijk komen.

Uiteraard worden de emoties opgewekt door de voorstelling op de schildersezel. Zoomen we daarop in:

2 - Inkle en Yariko Wolthers b2

dan zien we getuige het fort en de schepen een koloniaal tafereel, met twee heren, waarvan de linker geld geeft aan de middelste die tegelijk wijst naar een geknielde, smekende, donkergekleurde vrouw, terwijl achter haar een man met  handboeien klaar staat. Als niet ook onder deze voorstelling tekst had gestaan, zou de hele prent een raadsel gebleven zijn, maar dankzij de namen Ynkle und Yarcko (boven), en de verwijzing naar het eerste deel van Gellerts Fabeln und Erzaelungen, bladzij 29 (onder), komen we er uit.

In het Duits verscheen dat werk van Gellert, het eerste van een zeer populaire trilogie, voor het eerst in 1746. Een geïllustreerde Nederlandse vertaling volgde in 1772, en die versie staat op Google Books, met een plaatje dat sterk doet denken aan de geëzelde voorstelling op de Duitse prent:

3 - Inkle en Yariko Gellert Fabels

In Gellerts omlijstende verhaal reist de zeer op winst beluste Britse koopman Inkle, wiens voornaamste deugd zijn rekenkunde is, naar Amerika. Vlak voor de kust belandt zijn schip echter in een storm en het breekt op een strand. Inboorlingen vallen er op de overlevende bemanningsleden aan – Inkle is de enige die in het oerwoud weet te ontkomen. Na dagenlang rondzwerven vindt Yariko, een “jonge negerin” hem daar en prompt raken ze verliefd op elkaar. Yariko vangt Inkle op in een hutje, waar ze hem liefdevol in leven houdt. Van zijn kant belooft hij haar gouden bergen, als hij eens met haar naar Londen weet te ontkomen. Daarom kijkt zij voor hem uit naar schepen en inderdaad verschijnt er op een dag een aan de horizon. Hand in hand gaan ze aan boord, het schip zet koers op Barbados, maar eenmaal weer aan wal vergeet Inkle zijn plechtig beloofde eeuwige trouw. De oude winzucht komt weer in hem boven en hij verkoopt Yariko als slavin. Dat ze hem smekend voor de voeten valt en roept dat ze van hem zwanger is, kan hem niet vermurwen. Het haalt alleen maar uit dat hij een nog hogere prijs voor haar bedingt.

Deze hufterige rotstreek is het dus, die bij de dames op de Duitse prent de emoties wanhoop, woede, verbazing en afschuw oproept.

Gellert was destijds een veel gelezen auteur, maar van het verhaal over Inkle en Yariko bestond ook een Nederlands toneelstuk (1781) dat op zijn beurt weer aanleiding gaf tot het maken van prenten.  Volgens een bespreking in de Vaderlandsche Letteroefeningen van 1789 had Gellert het verhaal ook niet zelf verzonnen, maar ontleend aan een Engelse Spectator. Inderdaad staat het verhaal in de Spectator van Steele, jaargang 1711. Het werd vanaf 1787 tevens opgevoerd als opera in Londen. Naar het zich laat aanzien bleef dat stuk in Engeland nog lang populair, zo is er nog een affiche uit 1799 van een theater in Bristol. Overigens bleek Steele het verhaal evenmin van zichzelf te hebben, hij ontleende het weer aan een geschiedenis van Barbados uit 1657, waarin het wordt opgevoerd als waar gebeurd.

In elk geval vormden Inkle en Yariko voor geletterden uit het laatste kwart van de achttiende eeuw een uiterst bekend motief. Voor hen viel de prent meteen te begrijpen. Door de hevige emoties van de dames op zijn prent laat de Duitse maker zien dat voor menige vrouw de liefde van een hogere orde was dan de slavernij.

Maar of invloedrijke mannen er ook zo over dachten? “Toevallig” werd in 1789 in Engeland een eerste wetsontwerp ingediend tot afschaffing van de slavenhandel, dat het Lagerhuis nog met tweederde van de stemmen verwierp.  Eenzelfde ontwerp haalde drie jaar later wèl de meerderheid, maar werd tandeloos gemaakt door een amendement dat die afschaffing héél geleidelijk wilde laten plaatsvinden.

Intussen kwamen Inkle en Yariko ook voor op politieke prenten welke inspeelden op een happy eind aan het drama:

4 politieke prent

 



Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.