De paardenbeul van Kronenfels
Geplaatst op: 28 november 2014 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Achter Oldekerk heb je de Zandumerweg en de Kroonsfelderweg. Fijne fietsroutes zijn dat, met boerderijen, houtwallen en restanten van het Kolonelsdiepje.
Die Kroonsfelderweg is genoemd naar Kroonsfeld, een verbastering van Kronenfels, een buitenhuis dat hier midden achttiende eeuw verrees en twee pagina’s kreeg in het Ommelander borgenboek van Formsma.
Erg leven gaat de omgeving niet van Formsma’s nogal beknopte relaas, maar ik vond onlangs een verhaal, dat ik me vast en zeker zal herinneren, als ik op mijn fiets weer die omgeving doorkruis.
Eind 1755 liet de Grietman van het Oosterdeel-Langewold namelijk de heer Smellentijn van Kronenfels voorkomen in zijn gericht, omdat Smellentijn een half jaar eerder had geschoten op twee paarden en een veulen van streekgenoot Pieter Mindels. Deze liepen op Smellentijns dijk, vandaar. Alle drie de paarden raakten gewond. Bovendien sloeg Smellentijn een stok of hark op een van de paarden stuk. Een merrie was de volgende dag aan haar verwondingen bezweken.
De heer Smellentijn liet zich werkelijk in persoon in het gericht vinden, bekende daar grif het hem ten laste gelegde feit en verklaarde het graag qua boete op een akkoordje te willen gooien met de Grietman, die hem veroordeelde tot een boete van 40 daalder met de kosten van het proces. Vrij uniek mag Smellentijns betalingsmoraal heten, want hij pakte “anstonts” zijn beurs en telde het geld voor de rechter uit.
De heer Smellentijn was nogal een rusteloos type: hij bleef nooit lang ergens wonen. Oorspronkelijk kwam hij uit Duitsland en van zijn beroep was hij eigenlijk medisch doctor. In 1745 vinden we hem ergens in Oost–Indië, waar hij tevens als administrateur van een apotheek fungeerde. In 1748 woonde hij even met zijn vrouw kind en vier bedienden bij Deventer. Drie jaar later benoemde de Keizer van Oostenrijk hem tot rijksridder. Was dat vanwege een succesvolle behandeling? Niet lang daarna woonde hij in Amsterdam als “Geheyme Commercie-Raad” in dienst van de Koning van Pruissen.
In 1752 betaalde hij er zijn schulden en verhuisde naar Groningen, waar hij een huis in de Oosterstraat betrok en een drukkerij van sitzen en katoenen begon. Begin 1753 kocht hij een heem met 103,5 gras land op ’t Oosterzand onder de klokslag van Oldekerk uit de failliete boedel van De Mepsche van Faan. Het land verhuurde hij, op ’t heem liet hij een buitenhuis met een “tweegoelde schuur” bouwen, dat hij naar zichzelf Kronenfels noemde. Later dat jaar kocht hij nog diverse heerlijke rechten uit de boedel De Mepsche – de bedoeling was duidelijk om zich ter plaatse een aanzienlijke positie te verschaffen.
Maar in de zomer van 1756 had Smellentijn er alweer genoeg van en verkocht hij al zijn goed hier op het Oosterzand aan een VOC-kapitein. Bij het huis Kronenfels zitten dan stallen, een schuur, een (water)molen, wei-, hooi- en veenlanden, alles tesamen 117, 5 gras (of bijna 60 hectare) groot, een klauw of ommegang in de Grietenij Oosterdeel-Langewold en diverse zijl-, boer- en visrechten.
Of het akkefietje met de paarden van invloed is geweest op de wens opnieuw te verhuizen, is onbekend. Maar de boeren en andere buurtbewoners zullen de handelswijze van deze heetgebakerde nieuwkomer niet erg op prijs hebben gesteld. Hij maakte zich hier aardig onmogelijk. Wellicht gold dat ook voor andere woonplaatsen.

Recente reacties