Waarom de draak verdween uit het wapen van Ripperda
Geplaatst op: 20 mei 2015 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactie
Sint Joris en de draak op de kerk van Westerlee.
Geloof het of niet, maar ik was vanavond naar een erg boeiende lezing van Redmer Alma over de grafstenen van Farmsum.
Een heleboel van de zerken daar zijn/waren van de familie Ripperda, het plaatselijke hoofdelingengeslacht, dat vanuit hun tamelijk grote borg Farmsum en bijkomende dorpen, bijvoorbeeld Weiwerd, als een Heerlijkheid bestierde. Ze hadden er alle rechten, het alleen voor het zeggen in zaken van kerk, recht en waterstaat.
Aan het wapen van die Ripperda’s heb ik hier wel eens aandacht besteed. Het betreft een houwdegen met zwaard in de aanslag op een steigerend peerd.
Blijkt dat er tot in de vijftiende eeuw een draak onder die rossinant lag. Het was dus eigenlijk een Sint Joris, die ridder op dat paard.
Maar waarom verdween de draak? Zonder draak toch geen Sint Joris?
Volgens Alma gebeurde dat in die periode veel meer. Ook op andere adellijke familiewapens met Sint Joris in het blazoen verdween de draak.
Waarom? Alma dacht dat de ruiterfiguur met het verdwijnen van de draak uit het schild meer prestige kreeg zonder beeldconcurrentie, en dat de drakenhaters met die opruiming dus hun prestige hebben willen vergroten.
Overigens verdween de draak niet helemaal uit de heraldische ornamentiek der Ripperda’s. Ze promoveerden hem weg tot boven hun schild, als helmteken. Maar in die rol had ik draak nog nooit gezien, blijkbaar gold dat als facultatief, voor als er ruimte voor was, of er iets ceremonieels moest gebeuren.
In elk geval deed Sint Joris in Farmsum vergaand af, terwijl het in de schilderkunst ook nadien nog lang stikte van de Sint Jorissen, allesbehalve gemankeerd, maar compleet en al met draak.
Je zou er een vroom katholiek volksverhaal over hovaardij bij kunnen verzinnen. De Ripperda’s van Farmsum, die de draak en daarmee Sint Joris op de mestvaalt der geschiedenis schoven en naderhand fanatieke geuzen werden, zodat ze moesten vluchten naar Oost-Friesland, gingen nogal vaak zwaar berooid dood, vooral de vrouwelijke (akelige verkwisteressen waren dat).
Voor het overige stierven de Ripperda’s hier helemaal uit. Hun Heerlijkheid Farmsum ging nog in de zeventiende eeuw over in andere handen.
Net goed!

Ze gingen zeker vaak naar de PC Hooftstraat, die vrouwelijke Ripperda’s 😉