Naar Maarhuizen

Witte koe bij Dorkwerd:

Eindje verder – merrie met veulen:

Drukte op het Van Starkenborghkanaal:

Platvoetspad – brug dicht:

Wierumerschouwsterweg Adorp – verroest verbod:

Tussen Wetsinge en Winsum: alweer zo’n groot en nadrukkelijk bermmonument. Ze groeien! (Publiek rouwbetoon steeds ostentatiever?):

Peerdje Enne Jans Heerd, Maarhuizen:

Schaap in luilekkerland:


Ommetje Stad

Veemarktstraat, etalage snowboardzaak – 24 selfies in één keer; kom ik nu in het Guinness Book of Records?

Samenscholing van maaltijdbezorgers, Steentilstraat:

Op de trap in de zon, Grote Markt:

Hoorde mijn naam roepen toen ik vanuit de Guldenstraat de Vismarkt opdraaide – het bleek Hans B., markant Oosterpoorter en roemrucht oud-portier van bar dancing The Jolly Joker:


De “blinde kaart” van meester Kremer

Mulerius, een twitteraccount van de UB, tweette vandaag “een blinde kaart van de provincie Groningen uit 1819”.

Ook de achterliggende beschrijving van de UB rept van een “blinde kaart” Er wordt verwezen naar De kaarten van Groningerland van Vredenberg-Alink, die op haar beurt weer verwijst naar de provinciale plaatsbeschrijving van H. Kremer, onderwijzer te Finsterwolde, uit 1819. Bij diens boekje zat de kaart oorspronkelijk, iets wat de UB niet noemt.

De terminologie “blinde kaart” verleidde me intussen tot de uitspraak:

Blijkbaar was de onderwijzer van Finsterwolde nogal veeleisend qua geografie: zijn leerlingen moesten niet alleen vele tientallen plaatsen in Groningen kennen, maar ook nog allerlei oorden in Drenthe en Reiderland.

Naderhand kreeg ik daar echter mijn bedenkingen bij.

Ten eerste is het kaartje zeker geen zuivere blinde kaart: de oude landschappen van Groningerland, zoals Hunsingo en Fivelgo worden afgekort aangeduid (bijv. Hunz., Fiv.) en hetzelfde geldt voor verschillende kanalen zoals het Schuitendiep (of Winschoterdiep) en Boterdiep (Sch.d. en Bot.d.). Ook nummers komen gewoonlijk net voor op blinde kaarten. Bovendien is het aantal plaatsen veel te groot om te ‘behappen’ voor de doelgroep van blinde kaarten als leermiddel: kinderen in de lagere schoolleeftijd. In totaal staan er, exclusief de 28 voor Friesland, Drenthe en  Oost-Friesland namelijk 219 plaatsen op het kaartje, die als volgt verdeeld zijn over de aloude onderdelen van de provincie:

  • 17 Gorecht en Sappemeer;
  • 42 Westerkwartier;
  • 56 Hunsingo;
  • 45 Fivelingo;
  • 31 Oldambt en Veenkoloniën;
  • 28 Westerwolde.

Zelfs de kleinste kerkdorpen zijn meegenomen. Per landschap volgde Kremer verder een route (zie de kleurtjes), die soms uiterst grillig is, met zigzagbewegingen en grote sprongen, wat je de lieve kleinen nou juist niet zou willen aandoen. Die zijn didactisch gezien veel meer gebaat bij heldere opeenvolgingen. Zo zat de veenkoloniale trits Hoogezand-Sappemeer-Veendam-Wildervank-Oude Pekela-Nieuwe Pekela er later zo ingehamerd, dat zelfs menige Indonesiër haar na tientallen jaren nog feilloos op wist te dreunen.

Nee, dat de plaatsnamen niet op meester Kremers kaartje staan, heeft een andere reden. Dat komt louter doordat er de ruimte voor ontbrak. De kaart bij zijn boekje was geen leermiddel voor het lager onderwijs. De nummers bij de plaatsen correspondeerden met de volgorde waarin Kremer in dat boekje de plaatsen behandelt. De term “blinde kaart” is, kortom, inadequaat en misleidend.


Eelde v.v.

Ooievaars associeer ik met vrijwel boomloos laagland, maar deze bij de Hooiweg in Eelde zat aan de rand van een boswal te fourageren:

Onlanden achter Eelde:

Eelderdiep naar het zuiden:

En de andere kant op:

Deze deed me aan Spookje denken, een stripfiguur en goedaardig magisch wezen van lang geleden:

Achterstewold, Peize – drie blaarkoppinkjes in het hoge gras:

Berm langs de Roderwolderdijk:

Boven de stad kwam een bui tot stand:

Langmadijk, Peizermade – dartel wit stierkalf sleept draad achter zich aan, is kennelijk losgeraakt van een stik:

De moeder (?) maande het tot kalmte:

En hij onderging ook nog een wasbeurt:

Jacobsladders in het westen. boven het Leekstermeer:


Naar Essen geweest om de opgraving te zien

Gister was er Open Dag van de opgraving op het voormalige kloosterterrein van klooster Yesse te Essen, tussen Haren en Groningen. Anders dan voorgaande jaren zijn er nog geen spectaculaire vondsten gedaan, zoals loden zegels (bullae) van de paus. Misschien dat daarom de belangstelling tegenviel? Op grondsporen alleen komt men niet zo snel af.

Bij mijn aankomst waren de professionals, studenten en meewerkende vrijwilligers aan het schaften:


In een soort loopgraaf kwam het graf van een rund tevoorschijn. Nu begroef men runderen alleen bij besmettelijke ziekten (anders werden ze wel opgegeten). Gevalletje veepest of miltvuur?

De lange loopgraaf bood zicht op een lemen vloer, een brandlaag, teelaarde van toen het klooster er nog niet stond en de ondergrond van geel zand:

Archeoloog laat scherf zien aan zijn dochtertjes:

De mannen van de grove zeef. Er werden wat noppen aangetroffen van een noppenbeker, een duur stukje serviesgoed:

Het intekenen van een keienlaantje:

De laatste werkput, met zo te zien vrijwilligers:

Er leek een vloertje in zicht:


Rondje Midlaren – Yde

Onnen – langharig peerd:
DSC06833
Noordlaren, Vogelzangsteeg – schuur op achtererf die ik al heel lang van wat dichterbij wilde zien. Stoute schoenen aangetrokken en om toestemming gevraagd. Het mocht. De schuur wordt binnenkort waarschijnlijk gesloopt:
DSC06850
Detail – wagendeuren met kleine deur:
DSC06855
In de verte het Oude Veerhuis, Noordlaren:
DSC06863
Bij de Drentse A vloog een buizerd over:
DSC06874
Kokmeeuwen op jacht naar juffers:
DSC06882 was 94
Hier ongeveer kwam ik een Harener lezer van dit weblog tegen (dat gebeurt enkele jaren per jaar dat ik zo’n ontmoeting heb):
DSC06888
Het fraaie plantje op de beekoever:
DSC06890
Yde – de familie baudet:
DSC06905
Hachelijke toestand in Yde:
DSC06909
Ze hebben er volksfeest, deze buurt doet iets met fietsen:
DSC06917
Aan de Norgerweg in Yde – nog een schitterend vervallen schuur die al een poos op mijn verlanglijstje stond:
DSC06921
De mais komt boven:
DSC06927
Overstekende blaarkop bij Winde:
DSC06934
Koren bij de Bommelier, Peizerwold:
DSC06947
Peizermade, Langmadijk – deze beauty is er ook weer:
DSC06956


Lantaarnpaal plat

Op weg naar het nieuwe Hoogkerker tennispark trof ik van het weekend deze trieste lantaarnpaal aan:

In eerste instantie dacht ik dat er een auto over het fietspad was gereden, een hypothese die ik meteen moest verwerpen, aangezien 10 meter achter me ettelijke paaltjes op het fietspad de toegang voor auto’s tot het fietspad versperden – daar was geen doorkomen aan.

Hypothese 2, dat een automobilist op deze fietspad afsluitende paaltjes was gestuit, en terugrijdend de lantaarnpaal met het verkeersbord had geramd, leek ook minder waarschijnlijk wegens de hoogte van het gedeukte verkeersbord. In dat geval had het een hele hoge vrachtwagen moeten zijn. Er lagen echter geen diepe sporen in het gras rechts naast het fietspad.

Bij nauwkeuriger inspectie leek het er sterk op dat er op het verkeersbord was gedanst. Het rechterdeel heeft plat op de stoep gelegen,  het linker boog zich licht om de lantaarnpaal heen. Vandaar hypothese 3: vandalen hadden de paal ’s nachts omvergetrokken, bijvoorbeeld om hun kracht aan meelopers te bewijzen. Helaas lieten ze geen adres achter waar de politie deze hypothese kan toetsen en waar bij bewezenverklaring de rekening naar toe kan worden gestuurd.


De boerderij van Grutte Pier

Vorige maand brandde bij Den Horn een boerderij af, niet per ongeluk maar expres, voor opnames namelijk van de openingsscènes van Grutte Pier, de TV-serie. Naderhand sprak de Dierenpartij schande van deze cinematografische pyromanie, want er zouden vleermuizen, zwaluwen en kleine zoogdieren hebben gehuisd in en om het pand, dat al meer dan een halve eeuw onbewoond was. Ecoloog Jan Doevendans, die namens de provincie vooraf ter plaatse onderzoek had gedaan en zulke beestjes er niet aantrof, ontstak vervolgens in woede wegens de eerrovende implicatie als zou hij zijn werk niet goed hebben gedaan.

Bij alle commotie vroeg ik me steeds weer af waar die boerderij in kwestie toch in vredesnaam kon liggen. In de buurt van het spoor Groningen-Leeuwarden, werd gezegd, maar daar kende ik eigenlijk maar één enkele boerderij en die is wel degelijk bewoond (door mensen). Maar vandaag kwam me dan een adres ter ore: Hogeweg 12.

Dat ik de boerderij niet kende, is niet zo vreemd: vanaf de Hogeweg zie je er alleen maar een bosje. Van die kant af moet je inderdaad het spoor over, op een plek waar tientallen jaren geleden nog een spoorwegovergang lag, die allang buiten gebruik is gesteld. Hier heb je de locatie van de boerderij (in de oranje cirkel) op de topografische kaart:

Ter oriëntatie links de Hogeweg, onderin beeld de lintbebouwing van Den Horn en uiterst rechts omhoog de Langeweersterweg (alles rood). Vanaf linksboven loopt kruislings de spoorlijn dwars door het beeld naar rechtsonder. De oude ree of toegangsweg naar de boerderij is ook nog goed te zien. Het heem ligt een halve meter tot een hele meter hoger dan de omgeving en het grenst, zoals ook andere huisplaatsen hier meer naar het noorden, aan een heel interessante, brede meanderende sloot.

Ik zou het hier eerder Hoogemeeden willen noemen dan Den Horn, maar kan me voorstellen dat die eerste naam, hoewel veel ‘weidser’, te obscuur was voor de media.

In het licht van de dierendiscussie en meer nog Grutte Pier vind ik een andere oude naam hier trouwens ook wel toepasselijk: polder de Kriegsman. Ooit stond bij de Weersterweg, in het zuiden, een watermolen De Kriegsman – daar was die polder naar genoemd. Wie weet zat er ooit een bord op met een beeldmerk: een kloeke en kordate krijgschman die in de verre verte wel wat aan Grutte Pier deed denken.

Met dank aan M.

 


Windmeerit vanaf Usquert

Oude reclame voor het sigarenmerk Johan van Oldenbarnevelt in Usquert:

De staatsman is niet helemaal ongeschonden gebleven:

Snijraam met duifjes tegenover de kerk:

Den Andel, molen en omgeving:

Wilde in Saaxumhuizen graag de kerk in. Kon niet, hoewel de kerk een van de vijftig is, die volgens eigenaar Oude Groninger Kerken permanent geopend zou zijn:

Aan de rand van Eenrum:

De kerk daar was wel open, gelukkig. Romaans doopvont:

Lavabo:

Engel in het koorhek:

Op het koor – grafzerk met pelikaan en haar jongen als familiewapen (Wiersema):

Op de kansel – de vlucht naar Egypte:

De opgeknapte luchtwachttoren bij Warfhuizen:

Warfhuizen in een tuin – als de soep te heet is moet je poesten:

De oprijlaan van de Piloersemaborg bij Den Ham:

Grazend paard bij de Steentil. Op de achtergrond de Dorkwerderbrug:

Acht jonge zwanen bij de Slaperstil, Leegkerk:


Avondrondje Lettelbert

Zoel weer gisteravond, maar bijna geen mens onderweg, denkelijk omdat men niets wilde missen van het Eurovisie Songfestival.

Zuring op Westpoort:

Zuring bij Oostwold:

Koeien bij Oostwold:

Hek bij het viaduct over de A7, Lettelbert:

Roodbont vee bij het Lettelberterdiepje:
Fluitekruid en zuring:

Enumatil bij de Woldsloot:

In de buurt van Den Horn:


Fluitekruid- en koolzaadrondje

Bij het Omgelegde Eelderdiep:

Een meter verder:

Bij Eiteweert:

Vanaf de dijk om het nieuwe vloeiveld van Suikerunie:

Matsloot – eind verderop is die kabelleggerij bezig, in het weekend zet men de waarschuwingsborden langs de weg dwars:

De Poffert, paard neemt douche:

Lagemeeden – lammeren spelen in een roeiboot:

Leegkerk:


Burka voor kunst en wetenschap

Deze poster is eergisteren opgehangen onder het Emmaviaduct en blijkt vandaag al door politiek schorum bemaggeld.

Maar eerlijk gezegd snap ik ook niet wat de functie van dit affiche is, behalve dan opvallen om het opvallen. Dames in burka, ook al hebben ze mooie blauwe ogen, behoren gewoonlijk niet tot de fans van kunst en wetenschap. Integendeel, hun kalashnikovmaatjes hebben in Syrië bijvoorbeeld een bekende archeoloog de kop afgehakt en dat zouden ze, als ze hier in Groningen de gelegenheid kregen, ook graag doen met het gros van het RuG-personeel en andere academici en artiesten. Alleen de natuurwetenschappers die gifgassen en biologische wapens kunnen produceren mogen nog even blijven leven, voordat ook zij om zeep worden geholpen als proefpersoon van hun eigen fijne maaksels..

Ik denk dus niet dat kunst en wetenschap hiermee gediend zijn.

Naschrift 21 mei:

Inmiddels is er een hele serie soortgelijke affiches voor hetzelfde doel, maar met steeds andere mensen naast de burka geplakt, als om deze te relativeren..


Wintertijd en zomertijd in Stad

In hartje winter, tussen half en eind januari, gingen de stadspoorten ’s avonds om 17.00 uur dicht, zij het eerst op het klinket. Tegen betaling van een luttel poortgeld liet de poortier je nog tot 21.30 binnen, daarna kwam de definitieve poortsluiting die tot ’s morgens 5.00 uur duurde. In de winter kwam je dus zonder duiten 12 uur per etmaal de poort niet in.

Hartje zomer, tussen half mei en half juli, ging de poort veel later op het klinket, pas om 21.00 uur. Om 22.00 uur kwam je er niet meer in wegens poortsluiting. Die duurde dan echter maar tot 4.00 ’s morgens. In de zomer kwam je dus zonder duiten 7 uur per etmaal de poort niet in.

Bron: Resolutie Burgemeesteren & Raad van Groningen 8 oktober 1774.


De elektrische boiler

Mijn broertje, vroeger een VVD-ertje met het NAVO-adagium ‘liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken’, laat zonnepanelen op zijn dak aanleggen. Niet dat hij nu meteen een ostentatieve milieuridder geworden is, het gaat om acht stuks. Een aantal dat nog wat ruimte overlaat voor een zonneboilertoestand.

Prompt herinner ik me iets van vroeger. Als dochter van een dorpselektriciën zwoer onze moeder bij elektriciteit en dus hadden we thuis, in plaats van een gasgeiser zoals iedereen, een elektrische boiler met een beperkte capaciteit, die beide verdiepingen van ons huis bediende. Voor het juiste beeld: dit apparaat hing beneden in de keuken. Als een van ons vieren boven aan het douchen was, en het duurde bijvoorbeeld wat te lang, dan wilde zijn oudere broer beneden wel eens de heetwaterkraan openzetten. Op datzelfde moment kreeg de doucher boven een flinke straal koud water tegen het lijf en ging opmerkelijk hard schreeuwen. Na de gewaarwording van het oorzakelijk verband tussen de geconstateerde fenomenen ontwikkelde dit zich tot een pesterijtje. Het bleek ook een uitgelezen methode om een extreem langdurige doucher tot acute spoed aan te manen.

Mijn broertje zei dat hij dit totaal vergeten was.
Ik heb nu oude wonden opengereten.


Rondje Roderwolde – Peize – Eelde

Matsloot bij de A7 – er staat niet alleen maar raaigras op het land:

Matsloot – dravende paarden:

Waar aan het lange rechte stuk van de Hooiweg naar Roderwolde een eind komt door een flauwe bocht naar links, verloor vandaag een week geleden een jonge chauffeur zijn leven tegen een boom en in een autobrand. Zijn vrienden hebben op de plek een vrij groot bermmonument opgericht – de bloemen waren nog vers:

Gezicht vanaf het erf van de Waalborg op de laagte in het noorden, richting Hoogkerk:

De Belg op het Achterstewold, Peize:

Eindje verder – op het zwartgemaakte land zal wel mais komen:

Ze verwachtten iets, maar wat?

Slootberm bij Winde:
Vond dit wel een mooi eikje, aan de Koedijk achter Eelde. Toen ik er even bij stilstond, merkte ik dat er vijf of zes koolmezen vanuit het struikgewas links af en aan naar de eik vlogen. Ik vermoed dat er eikenprocessierupsen in zitten:

Het bankje ter ere van wijlen Jan Tuttel raakt vermolmd en is aan vernieuwing toe:

Gezicht op het veld achter dat bankje:

Arcadia bij de het Paterswoldsemeer: