De Toutenborg, herberg van Terheijl
Geplaatst op: 23 maart 2021 Hoort bij: Drenthe vrogger 5 reacties
Jammer dat sommige huisnamen alleen op kaarten en in archivalia te zien zijn en niet op of bij het pand zelf. Dit vrij onopvallende pand op de grens van Nietap en Roden heet bijvoorbeeld Toutenborg.
Het staat in het verlengde van de Toutenburgsingel, maar het is daar niet naar genoemd. Net als de singel ontleende het huis zijn naam aan de Toutenburg in Vollenhove, de woonplaats van de heer en mevrouw De Lille-Van Dedem voordat zij het in 1789 het geheel opgeknapte Huis Terheijl betrokken. Zij lieten de Toutenburgsingel aanleggen en moeten de Toutenborg hier destijds ook hebben neergezet. Het pand kreeg de functie van herberg.
In het Terheijlster Staatboek van 1806 wordt het zo beschreven:
Een herberg genaamd Toutenborg, gelegen tusschen de Nietap en Roden, bestaande in een behuizinge, schuur en stallingen voor eenige paarden, benevens de grond achter hetselve en aan de noordzijde is gelegen, midsgaders de bouwacker in de bos ten oosten en de weijderij in ’t Zulterveld, verhuurd in losse huure aan Hind[rik] Caspers jaarlijks voor ƒ 70,-…
Hindrik Caspers was nog tot mei 1814 de uitbater, steeds voor dezelfde huur. Dat bedrag vormde een bescheiden pachtsom, in aanmerking genomen dat herbergen in de stad Groningen meestal 100 à 200 gulden aan huur per jaar deden. Waarschijnlijk was de Toutenborg, zoals gebruikelijk op het platteland, ook meer een boerderij dan een herberg. Aan de noordkant werd er tot aan de Turfweg rogge en haver verbouwd op de zogenaamde Dobber-es en -kampen, verder had Hindrik nog de beschikking over bouwland dat ingeklemd lag tussen percelen van het Noordholt. Op een strook groenland tussen zijn huis en het Noordholt zullen wat melkkoeien hebben gelopen. Aan de andere kant van de weg lag de Zulterheide waarop zijn schapen graasden.
In 1806 waren dat zelfs merinoschapen, die bij opbod verkocht werden aan “liefhebbers van de schapeteelt en de wolverfijning”. Maar veel belangrijker waren de houtveilingen in herberg de Toutenborg, met name in 1810 en 1811. In het eerste jaar ging het in november om “eene aanzienlijke kwantiteit eiken stamboomen, waaronder geschikt voor molenmakers, wagenmakers en scheepstimmerlieden”. Daarnaast betrof het percelen schilhout in de bossen en op de boerenplaatsen van Terheijl. In het voorjaar van 1811 kwam bovendien dennen-, elzen- en berkenhout onder de hamer, dat reeds gekapt klaarlag op de “cingels en plantagiën” van Huize Terheijl. Ook later dat jaar werden weer enorme partijen hout verkocht, het moet er een aanzienlijke kaalslag zijn geweest. En steeds was kastelein Hindrik Caspers van de Toutenborg de man die je alles kon aanwijzen, als je gading op wat hout maakte.

Helemaal mee eens dat bij veel te weinig boerderijen de naam ter plekke zichtbaar is, bijv. aan de gevel. Het geeft toch net wat meer identiteit, zeker bij historisch van belang zijnde panden. Enkele heemkundekringen en dorpsraden in het land hebben projecten uitgevoerd waarbij men een naambord voor de boerderij kon bestellen voor op de gevel en/of aan de straat, maar dit gebeurt helaas nog maar zeer incidenteel.
Voorzetje graag gegeven 😉 https://oudezulte.home.blog/2020/11/02/tap-en-winkel-neering-langs-de-leekster-dyk/
Deze boerderij gaan we in ere herstellen binnen en buiten zijde in oude staat en daarbij zal inderdaad de naam weer terug keren op de gevel.
Fantastisch! Zou ik een keer binnen mogen kijken?
[…] de voormalige herberg Toutenborg, even verder in de richting van Roden op De Zulthe en eveneens met doorrid, waren er zo te zien […]