De familie Dedden – oorspronkelijk uit Deddingaburen?

Je hoort vandaag de dag nogal eens verhalen over boerenfamilies, die al generaties lang, ja, vanaf onheuglijke tijden, eeuwenlang op één en dezelfde grond boerden en al die tijd op dezelfde plaats hebben gewoond. Wat mij betreft is zoiets meestal een mythe. Wie bijvoorbeeld Groninger boerderijenboeken doorneemt, zal spoedig zien dat meer dan twee, drie generaties van eenzelfde familie successievelijk op  een en dezelfde boerderij al vrij zelden voorkomt. Boerderijen gingen veel vaker door verkoop in andere handen over dan men vanuit valse romantiek geneigd is te denken. De boer heeft meerdere kinderen met allemaal recht op hun eigen erfdeel, reden om het oude spul maar te verkopen, want geld verdeel je gemakkelijker. Of een boer hertrouwt een vrouw die eerder met een ander was, en een voorkind van die vrouw neemt het bedrijf over. Of een schoonzoon gaat de kar trekken, waarmee de boerderij ook op een andere familienaam komt te staan. Dergelijke opeenvolgingen komt nogal eens voor. Schoonfamilie, de koude kant, is natuurlijk geen familie. Maar als je dat ter meerdere eer en glorie van jezelf en voor enig politiek gewin verloochent en liever alles door elkaar hutseklutselt, moet je dat zelf maar weten. Het is en blijft feodaal, dus achterhaald.

Nu zat er bij me in de klas vroeger op het Meppeler atheneum een boerendochter uit ons dorp. Ze heette Herma Dedden, maar het gaat me niet om haar zelf, als wel om haar achternaam en voorfamilie. In de klas viel ze ook niet zo op. Toen we na ons eindexamen van school raakten, ging ieder zijns weegs: zij fysiotherapie, ik geschiedenis en die disciplines hebben bar weinig raakvlakken. Of je moet als historicus zoveel in oude folianten hebben zitten koekeloeren, dat je rug er stijf van werd… Misschien hadden Herma en ik later wel even contact op een reünie van school of de klas, maar dat heeft geen blijvende indruk achtergelaten. Voor haar vak ging ze naar Zwitserland, waar er destijds meer emplooi voor haar was en ze kinderen kreeg. Ze overleed eind 2015..

Het gaat me dus ook niet om haar, maar om haar achternaam – Dedden – en waar die vandaan komt. Haar vader, Karst Dedden (1930-1994), was voor Havelter begrippen een ‘dikke boer’. In 1975 doekte hij zijn bedrijf met een boeldag op omdat hij, zo staat me bij, leraar of ambtenaar ging worden. Er kwamen 46 koeien onder de hamer, ongeveer evenveel als mijn oud-oom uit Feerwerd molk.

Volgens mijn moeder was Karst Dedden niet zomaar een boer, maar “een ontwikkeld persoon”. Hij had, meen ik,  hogere landbouwschool gedaan. En daar had je nou eenmaal respect voor. Op dorpsniveau maakte hij zich nuttig. Zo was hij eind jaren vijftig mede-oprichter en bestuurslid van het Nutsdepartement Havelte en ook van een erfgoedvereniging ‘Mooi Havelte’ geweest en wellicht deed hij nog wel meer in de vrijwillige sfeer. Allemaal bonuspunten. In 1969 werd hij bestuurslid Zuidwest-Drenthe van het Drentse coöperatieve zuivelconcern DOMO, dat later fuseerde met de Frico en nu nog slechts een merknaam is van FrieslandCampina. In Havelte was hij nog wethouder voor de VVD. Zo op het oog geen FDF-schreeuwer en ik had hèm wel eens willen horen over de huidige toestanden.

Klasgenote Herma had niets boers en zelfs geen enkel dialectachtig accent. Volgens mij sprak ze geen streektaal. Van sommige klasgenoten wist je wel wat voor regio-achtergrond hadden – vooral de Friezen waren daar fier op – maar bij haar zou ik het echt niet weten. Ergens had ik het gevoel dat haar familie ‘import’ was, en dat ze niet van Havelte kwam, maar van elders.

Hoe kan je je vergissen, want als ik me de afgelopen jaren eens met de geschiedens van Havelte e.o. bezighield,  kwam ik meestal vrij gauw een Dedden tegen. Zo deze week op de boedelinventaris uit 1738 van een Jan Harms Dedden waarop behoorlijk wat vastgoed in een wijde omgeving staat:

In Zuidwest-Drenthe, mn Havelte:

  • Huis en Hof te Havelte, met een akker op de Meerkamp
  • Een dagmaat hooiland op de Hesselder Ma, genaamd de Kijfmaet
  • 1/6 deel van een plaats op Eursinge, bewoond door Pauwel Roelofs

Friesland, grensstreek met NW-Overijssel, langs De Linde

  • 1/6 aandeel in een plaats op de Lindedijk, “wordende bewoont bij eene Luijte als meijer”
  • 1/18 aandeel in een plaats op de Lindedijk, meierwijs bewoond door Luijtyn Derks (dezelfde?)
  • 1/12 aandeel in een plaats op de Langelille, meierwijs bewoond door Hanske Hessels.

Noordwest-Overijssel, in de grensstreek met Friesland

*Volgens een door Harmen Coops Dedden overgezonden lijst

  • 1/12 deel van een plaats te Blankenham
  • 1/6 deel van een zijlweer, buitendijks achter Kuinre
  • 1/3 deel van een Lange Kamp onder Kuinre
  • Het achterste stuk van een erf genaamd Het Goor, nu gebruikt door de wed. Jan Egberts*
  • 1/8 deel van een erf genaamd De Basse, door Egbert Jans  als meier gebruikt*
  • 1/8 deel van 5,5 dagmaat land genaamd De Maties, door Coop Dedden gebruikt*
  • 1/8 deel van 1,5 dagmaat land in Scheerwolde, genaamd De Kampies, door Coop Dedden gebruik*
  • 1/8 deel van 4,5 dagmaat ribben in Scheerwolde, door Coop Dedden gebruikt*
  • 1/8 deel van 3,5 dagmaat ribben in Scheerwolde, door de meierse van Het Goor gebruikt*
  • 1/8 deel van 2 dagmaat Schutstallen op Merkenbroek
  • *1/8 deel van 1 dagmaat Ketels te Merkenbroek, door de meiers van Het Goor gebruikt
  • *1/8 deel van 1,25 dagmaat op Tussenzijlenbroek, genaamd Walvelt, door Egbert Jans op De Basse gebruikt
  • *1/8 deel van een kwart  land op Tussenzijlenbroek, elk derde jaar gebruikt door de meier Egbert Jans op De Basse
  • *1/8 deel van het huis en hof waar Coop Dedden woont
  • *¼ deel van  het erf op de Tije te Steenwijkerwold, door Geert Mertens gebruikt
  • *¼ deel van Ten Hoeve, gebruikt door Coop Dedden
  • *¼ deel van 1/10 deel van Claas Ossen erf in Voshoek op Steenwijkerwold, door Coop Dedden gebruikt
  • *¼ deel van 2 dagmaat broekland op Tussenzijlenbroek, gebruikt door Teunis Jans Smets
  • *¼ deel van een perceel ribben in Schultingeweer te Scheerwolde, gebruikt door de meiers van Het Goor.
  • *¼ deel van ¼ deel van een akker in Scheerwolde, genaamd Crengers Binnenakker, door de meiers van De Basse gebruikt

Voor zover achterhaalbaar, lag de grond van Jan Harms Dedden, diens vader en diens broer vooral in Steenwijkerwold e.o. (Scheerwolde, Kuinre) met uitlopers in het Overijssels-Friese grensgebied langs de Linde (of Kuinder of Tjonger)  en Zuidwest-Drenthe (Havelte). Volgens de telefoonboeken van 2007 waren de dragers van de redelijk veel voorkomende familienaam daar toen nog steeds woonachtig.

Stamvader Jan Harms Dedden woonde dan wel in Havelte (in 1738 waarschijnlijk in de buurtschap Eursinge), maar zijn vastgoed strekte zich uit over de drie provincies Overijssel, Drenthe en Friesland. Gemeenschappelijk hadden hun percelen grond één kenmerk: veenweide, met dominantie van veeteelt. De hierboven met een asterisk gemerkte goederen in Steenwijkerwold e.o zullen nog ongescheiden onder beheer hebben gestaan van een Harmen Coops Dedden, waarschijnlijk de vader van de Havelter Jan Harms. Coop Dedden zal dan mogelijk een broer van de Havelter zijn geweest,  die in Steenwijkerwold bij vader bleef. Op de boerderijen De Basse en Het Goor leefden later ook nog leden van de familie Dedden. De vele aandelen, kenbaar aan de breuken, duiden op boedelscheidingen in een vroeger verleden. Met enig sneupen in verzegelingen (notariële akten) en verder puzzelen kan je zo de stamboom van de Deddens nog enige generaties verder terug reconstrueren

Wat betreft de familie Dedden in Havelte lijkt het er sterk op dat ze tussen 1738 en ca. 1980 continu in het kerspel en de gemeente Havelte aanwezig is geweest. Zo gaat de naam Karst Dedden van opa op kleinzoon terug tot ca.1850. Ook is de naam Dedden steeds op de heerdstedenregisters uit de 18e eeuw te vinden. Daar beginnen ze als 1-paardsboer (1743), maar zijn na 1760 doorgegroeid tot 3- paards boeren (4-paards was de hoogste categorie). Er was dus vanaf 1738 een ononderbroken lijn met Deddens als bewoners in eerst het kerspel en later de gemeente Havelte, maar ze bleven hier niet altijd op dezelfde plek:  woonden ze in 1738 nog op Eursinge, met akkerland op de Havelter Meerkamp, later wonen ze bij de brink in Havelte en in de 18e eeuw schijnen ze ook nog in Uffelte te hebben gedomicilieerd, terwijl ze in de 20e eeuw aan de Oosterweidenweg aan de over- en oostkant van de Drentse Hoofdvaart woonden. Qua naam is er dus continuïteit, maar die is er niet wat betreft de exacte woonplek.

Wat me aan de lijst uit 1738 ook opviel was het vastgoed langs de Linde, tot Kuinre aan toe. Toen ik dat riviertje eens ging volgen op de kaart, kwam ik uit bij de Deddingabuurt, tussen Oldeberkoop en Nijeberkoop in Ooststellingwerf. In die omgeving – de Stellingwerven – spreekt men een variant van het Nedersaksisch. In varianten van het Nedersaksisch wordt een naamsuitgang -inga,. -inge of ing nogal eens afgevlakt tot de uitgang -en. Zo kwam ik hier in Groningen eens een moeskersfamilie tegen, die waarschijnlijk oorspronkelijk uit Makkinga kwam en daar ook zo naar heette, maar wier naam in het verloop van de 18e eeuw vervlakte tot Makken (van de bekende transporteurs). Mogelijk kwam de familioe Dedden, voordat ze de Linde/Tjonger/Kuinder afzakte en uitzwermde over de kop van Overijssel en Zuidwest-Drenthe, ook op zo’n manier aan hun uiteindelijke familienaam.

Bron: Drents Archief, Toegang 102 (Schultengerechten) inv.nr 180.1 (momberprothocol) folio 351 e.v.



Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.