Een peerdjessteen in Fransum

Zaterdag langs het Harkema-pad voorbij Fransum fietsend, viel me vanuit de verte op dat aan de oostkant van het Fransumer kerkhof nog een boerderij stond, die ik nog nooit gecheckt had op peerdjesstenen of andere ornamenten in de achtergevel. De boerderij bleek zelf een monument uit de zeventiende eeuw: kop-halsromptype onder zadeldak tussen topgevels, Met binnen gesneden en meer eenvoudige bedstee-wanden en toegang gevend via een rococo-deur. Stenen met tekst of figuren werden niet genoemd door het Aduarder boerderijenboek (pag. 195-197), hoewel er eentje volgens een foto uit 1816 dateert. Aanemend dat de aanwezige stenen er gedrieën in serie zijn gemaakt, zullen de twee andere dan ook (ongeveer) uit die jaar stammen. Alle drie sluiten ze aan de bovenkant ook portaalbogen af. Het eerste geeft de initialen JMW en SKM, welke staan voor Jan Meinderts Wieringa en Stijntje Klasens Meinema, die in 1787 te Fransum trouwden, maar er achtereenvolgens in 1828 en 1827 zouden sterven. Intussen bestierde het echtpaar Wieringa-Meinema dus deze plaats, waar 91 + 12 = 103 grazen land onder beklemming bij hoorden. In 1799 kochten ze er nog een belendende boerderij met 41 gras bij, waarna ze enige verder afgelegen percelen weer van de hand deden. Naar toenmalige maatstaven waren het in elk geval grote boeren. 100 gras komt nu neer op ongeveer 45 hectare, al verschilt de grasmaat in de Ommelanden van plaats tot plaats..

Tot mijn verbazing zat er dus ook een peerdjessteen in de achtergevel. Hoewel de renovatie misschien wat onbeholpen is geschied, was de vormgeving dus oorspronkelijk van ca. 1816. Hoewel die Biedermeyerperiode ons wel meer peerdjesstenen heeft nagelaten, ontwaarde ik helaas nog geen specifieke stijlkenmerken. Het peerd vind ik relatief elegant.



Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.