“Een goede stijl zal tot bijzondere aanbeveling strekken”
Geplaatst op: 17 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis, Media 1 reactie
Bron: Nieuwsblad van het Noorden 7 februari 1914.
Journalisten werden dus via rubrieksadvertenties geworven. In eenzelfde soort advertentie van vier jaar eerder vergde de directie nog een voltooide HBS- of gymnasiumopleiding van het tot verslaggever op te leiden jongmens. De opleidingseis was dus al afgezwakt. Een goede stijl hangt ook niet noodzakelijkerwijs samen met een hogere opleiding.
‘Hou zadel’ – strip over de fiets in oorlogstijd
Geplaatst op: 15 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenIn juni 1945 verscheen bij uitgeverij Kompas in Den Haag een boekje met tekeningen en rijmpjes die reflecteerden op enerzijds de energievoorziening en anderzijds de rol van de fiets in de oorlog. Vooral ‘Hou zadel’, de strip in het boekje die over de fiets gaat, spreekt me aan omdat deze op absurde wijze de vooroorlogse ‘normaliteit’ confronteert met de maatregelen van de bezetter en de reactie daarop van de Nederlanders:










Door het laatste plaatje realiseerde ik me opeens welke herinneringen de Hoogkerker en stad-Groninger suikerbietenlucht opriep bij mensen die de Hongerwinter meemaakten. Ook in Groningen werden toen nogal wat suikerbieten gegeten.
Achter de schermen van het ANP
Geplaatst op: 11 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis, Media 7 reactiesBaonevegerslaid
Geplaatst op: 6 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis, Taal 1 reactie
Ik bin Aolderk Braik
Nooit genog, nooit zaik,
‘k Was vanmörgn al vroug an ’t vegen:
‘k Heb nog niks verdaind,
Wèl acht klokjes laind,
As ’t deuweer is, valt er regen!‘k Zwaitte d’ haile dag,
Moar gain mensch dei ’t zag; –
Doar heb ik zoo’n dörst van kregen.
Gao zoo nait veurbie.
Denk ook wat aan mie!
Hei meneer! I harrn d’r hoast legen!‘k Veeg al vairtig joar,
‘k Heb nou al gries haor
En ain blauwe neuze kregen.
Juffer, geef i nait?
Goud, dat ik dat wait,
‘k Zel joen buutse straks ais wegen!
Uit: E.G. Panman, Winter in ’t Oldambt. Schildering uit ons volksleven in den Oldambtster tongval (Drieborg 1894).
Woordenlijstje:
- klokjes = borrels
- deuweer = dooiweer
- buutse = zak in of onder de rok (met geld)
Winschoter Zwarte Pieten droegen ook mijters
Geplaatst op: 5 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis 2 reacties

Bron: Winschoter Courant 6 december 1895.
Commentaar: De Winschoter Sinterklaasviering van 1895 voldeed in alles aan het script zoals we dat nu nog kennen. Met een belangrijke uitzondering: Sinterklaas en de beide Zwarte Pieten droegen alle drie een mijter met opschrift.
Iemand die verstokt aan het hedendaagse scenario hangt, zou de Winschoters nu kunnen gispen wegens hun afwijking van de rechte Sinterklaasleer. Maar daarmee zou deze persoon dan tevens zijn historische onbenul etaleren. Er bestond nog geen volledig gestandaardiseerde sinterklaasviering, eind negentiende eeuw.
Overigens zouden die gelijke kappen een heleboel problemen hebben kunnen voorkomen. Het naar Winschoter voorbeeld alom openstellen van de hoge hoofddeksels voor mijterreclame, zou op veel plaatsen bovendien een financieel aanmerkelijk betere basis hebben gelegd onder de Sinterklaasviering.
Sansculottendrama in Termunten
Geplaatst op: 3 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Ontvangstpost van zondag 29 maart 1795 in het diaconieboek van Termunten, toen de Fransen nog maar pas hier waren. Bij de collector (belastingontvanger) lagen twee Franse soldaten, zogenaamde jagers, ingekwartierd. Hoewel de diaken ze “cammeraten” noemt, schoot de een de ander dood in zijn bed. Dit gebeurde om 9 uur ’s ochtends en twee uur later werd de dode al op het kerkhof begraven door de buren van de middelste kluft (= dorpswijk). “Eenige carmijolen” (naar de carmagnole genoemde revolutionaire Fransen) volgden de kist. De Termunter diaconie collecteerde bij deze snelle uitvaart met haar bekken (een soort van schaal op pootjes) en haalde zodoende 2 stuivers en 6 duiten voor de armen binnen, relatief een tamelijk geringe opbrengst voor zo’n bekkencollecte.
Kennelijk had het plaatselijke gerecht de bewijsvoering bij dit “droevig geval” vrij gauw rond, en was er ook snel een geneeskundige bij geweest om lijkschouwing te doen. De overlevende militair zal zijn berecht door een Frans militair tribunaal. Zo de stukken daarvan bewaard zijn gebleven, bevinden die zich in Parijs.
Schaatshistorie in Sappemeer
Geplaatst op: 1 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis, Ommelanden 2 reactiesIn het alleen op zondagmiddagen geopende Groninger Schaatsmuseum leidt de eigenaar je persoonlijk rond.
Dit zijn Groninger scheuvels, ook wel ‘schippers’ genoemd. Wat ze onderscheidt van Friese en Hollandse schaatsen is hun extra hoge voorkant, die wel wat lijkt op de boeg van een schip. Het hout ervan werd gebogen zoals scheepsbouwers de spanten van schepen bogen, met behulp van water en vuur. Je zag er vooral schippers op schaatsen:

Elders boog men de voorkant niet, maar zaagde die uit een blok hout. Tot voorbij de oorlog had je nog vele merken, die met name afkomstig waren uit Friesland:

Lokaal geproduceerde ‘krolnebde schuivels‘ uit de achttiende eeuw – de smid zorgde voor het ijzer, een stelmaker of timmerman maakte de voetstapel en een schoenmaker of een zadelmaker zorgde voor de riempjes:

Diverse palmares:

Swierstokken voor ’t gezamenlijk optrekken:

Affiches, zoals deze van Nooitgedagt:

Vanwege de tentoonstelling over de korte baankampioenschappen die vroeger gebruikelijk waren, kwam de weduwe van Evert Kramer langs met plakboeken en prijzen van haar man. In 1956 troefde hij in Joure de Friezen af:

De oudste metalen schaats in de collectie, een exemplaar van voor 1600, kwam of all places uit Maastricht:

Filmpje TV Noord over de jubileumtentoonstelling;
Filmpje TV Noord over het schaatsmuseum in het algemeen.
Vier opmerkelijke schaatsberichten uit Stad & Lande
Geplaatst op: 30 november 2013 Hoort bij: Geschiedenis, Stad toen 1 reactie“De winter heeft eene eigenaardige gedaante aan onze stad gegeven. Duizende stedelingen vermaken zich op het sterke ijs en bezoeken de omliggende dorpen. Duizende landlieden komen bij ons ten bezoeke , om het ijsvermaak te genieten en op de aangenaamste en snelste wijze hunne benoodigdheden van hier te erlangen. Vooral voorleden Vrijdag, bij gelegenheid van den marktdag, vertoonden de Brug-, Ebbinge- , Poel- en Oosterslraten een bijzonder tafereel, daar zij wemelden van met schaatsen behangene landbewoners, die Gruno’s wallen waren komen opzoeken, en veel vertier in dezelve bragten.”
Bron: Groninger Courant 16 januari 1838.
“(Ingezonden.)
Hoogezand den 8 Januarij. Als een’ kleinen tegenhanger van de drie heeren van Sneek (zie Gron. Cour. van den 7 Januarij 1845) kunnen wij mededeelen, dat drie heeren van het Hoogezand dezen winter op schaatsen zijn gereden van hier naar Amsterdam en terug; hebbende den afstand van Assen over Zwartsluis en Kampen, langs de zeekust tot Amsterdam, afgelegd in 12 uren.”
Bron: Groninger Courant 10 januari 1845.
“Men meldt ons uit Tolbert, van den 5den dezer: Heden namiddag te twee uren werd ons dorp niet weinig verrast, toen men onzen waardigen onderwijzer met een 60tal kinderen zag op schaatsen gaan rijden, hetwelk een uitstap is geweest naar Enumatil; te vier uren waren zij weder gezamenlijk terug. Dank zeggen de ouders aan onzen waardigen onderwijzer voor een winteruitstapje aan bun kroost geschonken.”
Bron: Groninger Courant 11 januari 1848.
“(Groningen 20 januari) Op den 18den dezer is door een detachement van het 8st[e] regiment infanterie, onder kommando van den eersten luitenant De Vree, gewapend eene militaire wandeling buiten de Apoort op schaatsen gedaan, waarbij eenige militaire manoeuves werden uitgevoerd, welk een en ander eene menigte toeschouwers uitlokte. De afstand vnn hier naar de Vier Verlaten is door hen in den tijd van 13 minuten bij den heen-, en 15 minuten bij den terugrid afgelegd.”
Bron: Groninger Courant 21 januari 1848.
De schoolmeesters en het schaatsen
Geplaatst op: 29 november 2013 Hoort bij: Geschiedenis 5 reacties
Bij de enquète die ons in 1828 de schoolmeestersrapporten opleverde, was ook een open vraag naar de volksvermaken Slechts 16 van de 130 schoolmeesters noemden daarbij het schaatsenrijden. Veel vaker noemden ze de kermissen en jaarmarkten, de boeldagen, de harddraverijen en de winteravondvisites. En toch was dat scheuvelen een algemeen vermaak, zoals ook wel blijkt uit het antwoord van de schoolmeesters te Engelbert en Niehove:
De eerste verklaarde:
“De eenige uitspanningen, die meest allen met graagte beoefenen is het schaatsen ryden.”
Terwijl de tweede schreef:
“Des winters vinden velen hier eene uitspanning op het ys, zoo wel de landman met zyne vrouw, als derzelver kinderen en bedienden.”
Het is moeilijk in te zien dat dit enkele kilometer verderop anders zou zijn. Dat het schaatsen dan zo weinig genoemd werd, kan wel eens aan de omstandigheden hebben gelegen. Mogelijk noemden de pedagogen het scheuvelen minder vaak, doordat de enquète in de zomer plaatsvond, of doordat er een paar zachte of voor schaatsen anderszins ongeschikte winters waren geweest.
Intussen blijken die 16 schoolmeesters – zie de blauwe stippen op de kaart – niet bepaald mooi verdeeld over de provincie. Zo schitteren het Hoogeland en Westerwolde door afwezigheid. Blijkbaar dachten de schoolmeesters daar qua vermaak minder gauw aan schaatsen, dat natuurlijk ook nog nut had als een relatief snelle verplaatsingsmogelijkheid in de winter.
Schoolmeesters die wel spontaan op met het schaatsen op de proppen kwamen, bleken nogal eens te wonen in de nabijheid van de grotere waterwegen, maar vooral ook aan de westkant van de stad. Met name het noordelijke stuk Westerkwartier en het zuidelijke deel van Hunsingo zijn sterk oververtegenwoordigd. Waar dat aan ligt? Misschien is het de nabijheid van schaatsgek Friesland, misschien speelt ook de aanwezigheid van oorspronkelijk Friese schoolmeesters hierin een rol.
De erfenis van Napoleon in Veendam
Geplaatst op: 28 november 2013 Hoort bij: De actuele wereld, Geschiedenis 5 reactiesVanmiddag opende in het Veenkoloniaal Museum in Veendam de tentoonstelling ‘De erfenis van Napoleon‘. Met onder andere:
– Een enorme vergroting van Hauck zijn schilderij over het planten van de Vrijheidsboom op de Grote Markt in Groningen (1795), waardoor je allerlei details ziet die je anders ontgaan:

– Een als legertent aangeklede oorlogszaal, waar vanmiddag twee gevaarlijke kerels voor stonden:

– Een zaal over de bestuurlijke en juridische omwenteling, waar onder meer een echte guillotine opgesteld staat:

– En een zaal met allerlei zaken in de empire-stijl, zoals dit serviesgoed:

Vroege berichten over de Leekstertak
Geplaatst op: 27 november 2013 Hoort bij: Geschiedenis 7 reacties
Leekstertak in het Groninger Schaatsmuseum, Sappemeer.
“De Leekster ijsvereeniging, van wie men wel eens schertsend zegt, dat zij hardrijderrijen op touw zet, telkens wanneer het dooijen wil, heeft in de vorige week toch het geluk gehad, dat zij tweemaal eene onafzienbare schare naar de Leekster vlakte lokte. Dat de ijsclub echter de Friezen uitsloot, was, ronduit gezegd, een beetje kinderachtig en niet bijzonder hoffelijk tegenover de vele Friezen, die in deze gemeente wonen. (…) Zou men het in de Leek vergeten zijn. dat het in vroegere jaren de Friezen waren, bij wie de beroemde Leekstertakken den meesten aftrek vonden? Helaas, ook de roem der Leekstertakken is onderworpen aan de wet der aardsche onbestendigheid. Voor ettelijke jaren, toen de Leek het doel was van honderden en duizenden schaatsenrijders, zag men geheele rijen van huiswaarts keerende Friezen, die zich met een fraaijen Leekster tak getooid hadden. En thans? Slechts zelden ziet men er nog een.”
Bron: Leeuwarder Courant 19 februari 1880 (bericht is ontleend aan de Groninger Courant en komt uit Leek zelf.)
“Lieke-blommen
Vele schaatsenrijders uit de drie noordelijke provinciën stellen er prijs op, een bezoek op schaatsen te brengen aan het dorp De Leek, in het Westerkwartier aan het Leekstermeer gelegen en van daar een soort van kunstbloem van veeren, lint en klatergoud, Leekstertakje of struikje genoemd, mede te brengen. Aan dat overoude gebruik herinnert het schoone gedicht van wijlen dr. E. Halbertsma, de Lieke-blommen getiteld. (…) Wie op schaatsen naar De Leek was geweest en daar zulk eene bloem had gekocht, beschouwde zich als zijn proefstuk in de schaatsenrijderskunst afgelegd te hebben. Het spreekt van zelf, dat zulk eene bloem zorgvuldig wordt bewaard. Het kabinet is daarvoor de aangewezen plaats. Met oranjelinten aan een stapel linnen vastgehecht, valt de bloem den bezoeker bij het openen der deuren terstond in het oog. Kinderen en kleinkinderen beschouwen de trophee met ontzag en lang na bet verscheiden van vader en moeder blijft de bloem in eere, als een aandenken van geliefde betrekkingen, als eene herinnering aan de schoone dagen van weleer.”
Bron: Leeuwarder Courant 18 januari 1887.””
“In het noorden des lands biedt thans het Leekstermeer een der eigenaardigste uitstapjes aan. Dankzjj de daarheen leidende kanalen, en in de eerste plaats het Hoendiep, dat nu bij uitzondering eens heel mooi is, krijgt het druk bezoek en ondervindt de van ouds bekende Leekstertak eene onverminderde belangstelling. Geen vreemdeling keert huiswaarts zonder dit sieraad – eene kunstbloem van metaaldraad – aan hoed of muts of op de borst mee te brengen, als bewijs, dat men „achter de Leek” geweest is. In geheel het oostelijk deel van Friesland zijn maar weinige ridders van de schaats, die nog niet reeds zoo’n „Liekeblom” gehaald hebben. “
Bron: Het Nieuws van den Dag 22 december 1890.
“Van ouds is het dorpje Leek of De Leek, in het Westerkwartier van Groningen, een aantrekkingspunt geweest voor schaatsrijders. Naast het bezoeken, op één enkelen dag, van de Friesche steden, geldt een reis op schaatsen naar dat deel van Groningerland als een soort van heldenfeït. Het is dan de gewoonte der „Leeksters” om hunne bezoekers een „Leekstertak” of „Leekebloem”, een kunstig knipsel van gekleurd papier, uit te reiken, dat dan als herinnering wordt medegevoerd, door den rijder in het knoopsgat, door de rijdster ta ’t jak ien of tusschen de taille.
Het is geen ongevaarlijke tocht doorgaans over het Leekstermeer, met wakken en gaten. Daarom geldt de „Leekstertak” nog steeds als’ een zegeteeken na betrekkelijke waaghalzerij…
(…)
Nog heden ten dage wordt de Leekstertak gehaald en in eere gehouden. De Leek zelf zet haar beste beentjes voor, om het den gasten zoo prettig mogelijk te maken en ook hier doet Koning Reclame het overige. „Prachtige banen over het Leekstermeer, zoo wordt er in de couranten geadverteerd, er van banen géén sprake kan zijn. Natuurlijk! De Leeksters weten het ook: „van wat, komt wat,” een druk bezoek heeft tengevolge, een drukke nering.”
Bronnen: Nieuwsblad van het Noorden 27 februari en het Nieuws van den Dag 3 maart 1895 (beide met een eigen bewerking van een Telegraaf-bericht).
De Lindbergh-pijp voor tevreden rokers
Geplaatst op: 26 november 2013 Hoort bij: Geschiedenis 5 reacties
Jammer genoeg raakte de tekstdichter in de laatste regel gedesoriënteerd. Daar verloor hij het Willy-Alfredo-achtige metrum uit het oog, dat hij in voorgaande regels nog strak hanteerde,
De advertentie stond in 1928 in de vaderlandse kranten. Uiteraard was de aangeprezen pijp genoemd naar de luchtheld Charles Lindbergh, die een jaar eerder als eerste vliegenier een non-stop vlucht maakte van de nieuwe naar de oude wereld. Toch was de naar hem genoemde pijp niet Amerikaans, maar Frans. Of hij voor het gebruik van zijn naam ooit een centime van de fabrikant zag, waag ik te betwijfelen.
De Lindbergh-pijp was een zogenaamde systeempijp, bedoeld tegen een teveel aan vocht in de steel tijdens het smoken. Dat vocht kwam er vooral in bij het roken van gesausde tabakken. Volgens Don Duco, de conservator van het Amsterdam Pipe Museum, waren er twee versies van de Lindbergh-pijp, de Metallique en de Spiralo: “Beide pijpen”, aldus Duco, “zijn op de Nederlandse markt van aanzienlijk belang geweest”.
Dat laatste kan kloppen, want mijn grootvader rookte bij gelegenheid ook een. Hoewel hij ernaast wel aan een kromme pijp lurkte. Hoe dan ook ging er alleen maar Friesche Heerenbaai in, van de Groningse fabrikant Niemeijer. Volgens mij niet de zwaar gesausde tabak die al dat vocht in de hand werkte.
Nieuwsblad looft prijs uit voor doffer
Geplaatst op: 24 november 2013 Hoort bij: Geschiedenis 3 reacties
Op vrijdag 16 november 1956 organiseerde de Asser postduivenvereniging ‘De Luchtbode’ een grote tentoonstelling voor de Groningse en Drentse leden van de Algemene Bond van Postduivenhouders. Op deze expositie werden maar liefst 1020 van hun duiven gekeurd. De mooiste volwassen vogel volgens de jury was die van L. Vlieger (!) en J. Meijers uit Assen. Kregen de heren hiervoor een wisselbeker, wegens de mooiste jonge doffer ontvingen ze tevens de medaille, die de directie van het Nieuwsblad van het Noorden had uitgeloofd.
Het was ook de enige keer in ruim een eeuw dat Nieuwsblad-directie zich bemoeide met de ‘renpaarden van de arbeider’. Althans, in de gedigitaliseerde leggers van hun krant is alleen dan sprake van een dergelijke prijs. Ik moet dus aannemen dat de medaille die ik van de week van een vrouw uit Leek kocht, een volstrekt uniek exemplaar is. Als ik erop uitgekeken ben, gaat het stuk naar het Groninger Museum.
Spaarpotterij
Geplaatst op: 13 november 2013 Hoort bij: autobio, Geschiedenis, Kunsten 12 reacties
Deze heb ik om het ontwerp gekocht, maar er kleeft ook een vage herinnering aan. Rond 1963, 1964 moet ik een soortgelijk spaarpotje hebben gehad, maar dan in het groen en met een ander plaatje erop. Hoog op de ronding rechts zit de gleuf waar de centen, stuivers, dubbeltjes en kwartjes in moesten. Op de ronding links zit een kijkgaatje waardoor je kon zien hoe hoog je pecunia zich al had opgestapeld.
Ook het nu verworven exemplaar stamt uit de jaren zestig. In de tweede helft van dat decennium fuseerde de Nutsspaarbank Zuidbroek met die van Noordbroek, terwijl deze fusiebank per 1 januari 1970 weer samenging met de Nutsspaarbank Groningen, welk consortium voortaan ging opereren onder de gezamenlijke naam Bondsspaarbank. Overigens bleef de oude naam in advertenties nog vrij lang klein en tussen haakjes onder de nieuwe naam staan, alsof men bang was dat klanten door de naamsverandering de weg naar de bank niet meer terug zouden vinden.
Om op mijn spaarpot terug te komen, volgens de verkoper zat er geen sleutel bij, want die had de bank. Hetgeen strookt met een uitlating van ene Hans Vervoort hier, dat de sleutel in beheer was bij de bank. Volgens oud-Nutsspaarbank-medewerker Jan Kneepkens, die er eveneens reageert en dit onderstreept, waren er “tientallen verschillende sleuteltjes”. Ook afgezien daarvan was het systeem tamelijk bewerkelijk:
“…moet zeggen dat ik mij blauw heb geteld aan die spaarbusjes, alles werd op een plank gekieperd en geteld. En achteraf ik maar rolletjes draaien.”
Overigens zwerven er nog heel wat van zulke spaarpotten op ’t internet rond. Er blijken zelfs mensen te zijn die spaarpotten sparen en daarvan met foto’s getuigen. Zo trof ik de evenknie van mijn spaarpot uit Noordbroek aan, waarop niet alleen het bankgebouw de plek inneemt van het bij-met-honingraatlogo, maar ook een slagzin staat:
Gij mist niet hetgeen hier in gaat,
Doch staat verbaasd over wat eruit komt.
Dat laatste zal niet gebeuren bij mijn spaarpot. Er zit namelijk geen rooie cent in. Dat de sleutel zoek is, maakt dus niet uit.
Klaproosdag
Geplaatst op: 11 november 2013 Hoort bij: autobio, Geschiedenis 14 reacties
Behalve Sint Maarten, is het vandaag ook Wapenstilstands– en Klaproosdag.
Waar ik vandaan kom, had de Klaproosdag de oudste rechten. Als kind heb ik nooit met een lantaarn gelopen, dat was in Zuidwest-Drenthe iets wat volgens mij pas vanaf de tweede helft jaren van de zeventig ingang vond, Daarentegen kwam er op 11 november altijd wel iemand aan de deur met een collectebus. Nadat mijn vader er wat in had gedaan kreeg hij een papieren klaproos met – meen ik – een speld, die nog dagenlang op een zichtbare plek ergens in huis lag.
De Klaproosdag is van Engelse origine. Vanaf ongeveer 1919, 1920 gingen vrouwen en meisjes op Wapenstilstandsdag (11/11) in de steden rond met klaprozen, om er geld mee op te halen voor het onderhoud van oorlogsgraven. De klaprozen herinnerden aan de slagvelden in Vlaanderen, waar ze volop tussen de kruisen groeiden.
Vanaf 1946 was Klaproosdag ook in Nederland in zwang. Eerst ging het geld naar bloemen op oorlogsgraven, later naar reizen voor nabestaanden die nog nooit het graf van hun familielid hadden kunnen bezoeken. In 1967 lijkt er sprake van een collectemoeheid en drie jaar later werd landelijk de laatste Klaproosdag gehouden. Alleen in steden met veel oorlogsgraven in de buurt zoals Nijmegen en Sittard bleef Klaproosdag tot op de dag van vandaag bestaan.

Recente reacties