Nieuwe Stad & Lande bevat prachtvondst

De nieuwe Stad & Lande zal rond dit weekend bij de abonnees in de brievenbus liggen

Op de voorpagina een van de ronduit prachtige aquarellen uit het Album Amicorum van Menolt Hillebrandes van Harssens. Menolt was katholiek, van gegoede komaf, studeerde in Dole (waar eerder de moordenaar van Willem van Oranje studeerde) en belandde begin 17e eeuw als bureaucraat aan het hof in Wenen, waar de Keizer hem later in de adelstand verhief. Harry Brouwer, die al eerder de summiere biografie van deze ambtsedelman schreef, ontdekte diens vriendenalbum in een Zuid-Duitse bibliotheek en geeft context aan deze prachtvondst, die op termijn nog wel eens tot meer ontdekkingen kan leiden.

Verder vinden de abonnees in dit nummer van Stad & Lande een artikel van Wija Friso over een model van de Termunterzijl uit 1725, en stukken van Elise van Ditmars en Mijnard Scheers over respectievelijk de steenfabrikant, architect en kunstverzamelaar Reurt Jan Veendorp, en de boerderij Oldenbosch in Nansum, die achter de eenvoudige 19e-eeuwse voorgevel veel oudere bouwsporen bleek te herbergen.

Niet-abonnees kunnen dit nummer van ons kwartaalblad onder meer kopen bij boekhandel Godert Walter,  aan de Oude Ebbingestraat in stad. Maar abonneren is natuurlijk veel beter. Dat kost je € 27,50 per jaar. Opgave bij het secretariaat van de vereniging Stad en Lande, postbus 41122, 9701 CC Groningen, of via de website van de club. Voor dat geld krijg je dan ook nog eens het Historisch Jaarboek Groningen èn uitnodigingen voor allerlei interessante lezingen die in het winterseizoen plaatsvinden. Doen dus, als de geschiedenis van stad en ommeland je belangstellng heeft.

Overigens groeit het aantal leden van Stad en Lande de laatste tijd aardig. Het nadert nu de duizend en er wordt over gedacht om het eventuele duizendste lid met wat leuke historische attenties in het zonnetje te zetten op de 25e Dag van de Groninger Geschiedenis.


Baggerschool

Filmpje uit 1979 van de Baggerschool in Delfzijl: “Van baggeren ga je bunkeren”:


Hitte Poempaain

Vroeger woonde er in het Oldambtster Midwolda een man, die bekend stond onder de bijnaam Hitte Poempaain

Hij had een paard en wagen, waarmee hij met groente ventte. Begin jaren zeventig werd dat paard nog vervangen door een trekkertje.

Zijn voornaam was Hitte. Volgens mijn zegsman althans. Dat zal dan wel Hidde geweest zijn – want de voornaam Hitte stierf hier in 1803 al uit – maar misschien zit ik ook wel fout. In elk geval school daar het opmerkelijke niet in.

Waar dan wel in? Nou, de man kon de r niet uitspreken. Als hij de klanten bij zijn wagen vroeg of ze nog pruimen of preien moesten hebben, vroeg hij: “Hest nog vellèt öm poem’m of paai’n?”

En zo kwam Hitte Poempaain aan zijn bijnaam.


Hoe het weerbericht in Warffum begon

Geplaatst op 12 augustus 2011

(Bron: Schager Courant, 23 mei 1882.)


Fortuna tegen de wind in

Als vrouwe Fortuna met haar zeil op bijvoorbeeld een gevelsteen wordt afgebeeld, dan komt de wind gewoonlijk vanachter haar rug en heeft ze haar bollende zeil voor zich, ten teken dat het haar voor de wind gaat:

Er zijn echter zeldzame uitzonderingen, zoals deze Fortuna in Heusden, die tegen de wind in moet.

De symboliek daarvan zal niet de bedoeling van de maker zijn geweest, en benadrukt dus diens naïviteit


Maden in het oor

Geplaatst op 27 juli 2011

Bron: Schager Courant van 18 augustus 1887. De courant waaruit de Schager putte was waarschijnlijk de Winschoter. De Graauwedijk ligt bij Overschild.


Over blijven de loten waar wat mee is

Veel ophef over een twee eeuwen oud staatslot, Maar zo bijzonder is een dergelijk lot helemaal niet, tenminste niet voor iemand die wel eens door strafrechterlijke archieven struint. Er werd vroeger namelijk nogal eens gesjoemeld met die loten. Deze bijvoorbeeld, is ook uit het begin van de negentiende eeuw, maar zit in een archief hier in Groningen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ik denk zelfs dat de verreweg de meeste van dit soort loten in strafrechterlijke archieven bewaard gebleven zijn. Nieten gooit men gewoonlijk weg, en loten waarop prijzen vallen levert men in. Over blijven de loten waar wat mee is.


Doe meer met kaas

Geplaatst op 23 juli 2011

(Schager Courant, 21 december 1861)


‘Zolang je kouk eten, goa je nait dood’

Nu het raadsel endelkoek is opgelost – zie de update – wil ik nog even verwijlen bij het synoniem kantkoek, dat de oudere term kennelijk verdrong. Dit synoniem staat, anders dan endelkoek, wèl in het WNT, met maar liefst vier verklaringen waarvan de tweede weer afkomstig is uit het Groninger woordenboek van Molema (1887):

“Soort van koek die rondom andere koeken in den oven gelegd is geworden om te bakken.”

Dat deze betekenis inderdaad gold voor de Groninger specialiteit blijkt uit een interview, dat de Groninger koekebakker Klaassens in 1948 gaf aan Herman Felderhof van de Wereldomroep. Dat interview speelt zich af in het bedrijf van Klaassens, wat diens uitspraken niet altijd even verstaanbaar maakt. Op 2 minuut 36 ziet Felderhof de zoon van Klaassens strepen koek tegen de ‘echte Groninger koek’ aanzetten. Hij vraagt waarom dat gebeurt. Klaassens antwoordt:

“Dat is een soort koek die tegen de kant van de koek aangedrukt wordt om zodoende de sucade en de gember en de geur beter in de koek te houden. Deze koek wordt door ons genoemd kantkoek en werd vooral door scholieren vroeger veel gekocht. Ik herinner me nog dat het 4 cent per pond kostte en zo noemden we het wrakkelat.”

Ik weet niet of ik dat laatste woord goed heb verstaan – zet er maar een vraagtekentje bij. In elk geval was de bedoelde goedkope lekkernij eind jaren zestig ook nog bij Webbink te koop, een bakkerij vlak bij onze middelbare school aan het Zuideinde in Meppel. Het was toen bij ons scholieren een tijdje heel erg in de mode, tot de Marsen en Nutsen in onze lekkere trek gingen voorzien.

Klaassens maakt overigens een onderscheid tussen kantkoek en endelkoek, waar hij even later over begint. Volgens hem bestond endelkoek “uit strepen koek en blokken” en hij heeft er ook een woordverklaring voor die ik helaas niet versta door het geruis in zijn bedrijf.

De rest van het interview is eveneens het beluisteren waard. Volgens Klaassens onderscheidde de Groninger koek zich door een hoog gehalte aan honing en een kwalitatief goede vulling. Daar had de oorlog echter voorlopig een eind aan gemaakt – nog steeds was begin 1948 de import van honing, sukade en gember niet vrij en bestond er ook een prijszetting van overheidswege die Klaassens omzet beperkte.

Heel aardig zijn de folkloristische gebruiken met koek, die Klaassens noemt. Zo kregen Groninger kindertjes op hun verjaardag een stuk koek met het groenwit van de stad-Groninger vlag op hun linkerarm gebonden, en had ieder Groninger gezin met Oud & Nieuw ouwe wijvenkoek in huis. Die soort koek werd ook alleen van november tot februari gebakken. Voor hoogtijdagen als huwelijksjubilea etc. fabriceerden Klaassens en zijn enig overgebleven concullega Knol bovendien koeken met rijmpjes als:

“Alles verandert, alles wordt gekker, moar Grunniger kouk blift lekker.”

En:

“Zolang je kouk eten, goa je nait dood.”


‘Veendammer onderwijzer wurgt vijf leerlingen’

Geplaatst op 19 juli 2011

Uit de New York Tribune van 21 september 1902. Ik had nog nooit gehoord van dit opzienbarende geval en keek dus in de Leeuwarder en de krantenbank van de KB of er meer over te vinden was, maar dat  leverde helemaal niets op. Dus, zou je zeggen, was dit een stukje bladvulling vanuit een lange redacteurs- of correspondentenduim.

Het bericht vond ik via een databank met Amerikaanse kranten uit de periode 1860 – 1922. Het trefwoord Groningen leverde hieruit vooral berichten op over het opkomende socialisme, de hoogleraar astronomie Kapteyn en de schilder Jozef Israëls, maar ook een damesrubriekje met de melding dat een Groninger schipper zijn vrouw in de zeel zijn schip liet trekken (indachtig het adagium: ‘Wel zien wief laifhet, hold heur veur ogen’, al stond dat er niet bij).

Overigens was er ook een Groningen in het agrarische Minnesota, zodat de plaatsnaam dus voorkwam/voorkomt in Nederland, Duitsland, Zwitserland, Suriname èn de VS.


Herstellingsoord voor rijksambtenaren

Geplaatst op 18 juli 2011

Bron: Leeuwarder Courant 9 december 1911


Brits huidvet bederft stokoud boekje

Geplaatst op 16 juli 2011

In Nederlandse bibliotheken en archieven moet je voor het raadplegen van de meer kostbare manuscripten die men in huis heeft, onverbiddelijk handschoenen aan. Zelfs als de handen met chirurgenprecisie gewassen zijn, komt er altijd nog wat huidvet en zweet op het stuk, zo is de redenatie. En waar zo’n stuk door meerdere handen komt, geeft dat verval op termijn. Handschoenen vormen dan een conserveringsmiddel.

Je zou dan denken dat zo’n maatregel in het historiegekke Engeland ook allang zou zijn doorgevoerd. Quod non! Dat blijkt nu de British Library “Europe’s oldest intact book” – een evangelieboekje uit de zevende eeuw – wil kopen voor de lieve somma van 9 miljoen pond. Wie schetst mijn verbazing – in het filmpje over deze aanschaf – dat ook rept van “preservation” – gaat het boekje door meerdere handschoenloze handen.

Via


Dominee van Tolbert nam Braziliaanse rariteiten mee

Geplaatst op 12 juli 2011  a

“Op ’t Request van Dnus Johannes Haselbeeck Pastoor in ’t Olbert, presenterende an de Provincie ten dienste van de Provinciale Academie verscheiden rariteiten, bij hem uit Brasijl mede gebracht te verhandelen.
    Hebben de Heren Staten van Stadt en Lande den Remonstrant gewesen aen d’Heren Curatoren deser Academie ten einde deselve geduirende dese Lantsdach met enige professoren sich des verstaende geconsuleert hebbende op derselver rapport sulx mach worden gedisponeert als men tot mieste lustre van d’Academie sal bevinden te behoiren.”

Aldus een broddelig geredigeerde resolutie van de Staten van Stad en Lande de dato 8 juni 1649. Dominee Haselbeeck van Tolbert had dus (opgezette) dieren, dierskeletten, schelpen, planten of wat dies meer zij meegenomen uit het toen nog Nederlandse Brazilië, en probeerde deze verzameling te slijten aan de Groninger Academie. Omdat de provincie Stad & Lande dit uiteindelijk zou moeten betalen, diende de predikant een verzoekschrift in bij de Staten van dit gewest. Helaas bleef de financiële administratie van de academie uit deze tijd niet bewaard en hoe dit is afgelopen, is dus onbekend.

Johannes Hasebeeck, auteur van een Metamorphosis Christiana (1633) was tot drie maal toe predikant van Tolbert: eerst van 1615 tot 1621, een tweede keer van 1638 tot 1641 en later nog eens van 1645 tot zijn dood in 1655. In de eerste tussenliggende periode stond hij eerst in Midsland op Terschelling en was hij vervolgens veldprediker geweest, zeg maar aalmoezenier in het leger. In de tweede tussenliggende periode vertoefde hij in het pas veroverde, maar weinig stabiele Brazilië.


De joodse dansleraar van Leek en omgeving

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

In het joodse schooltje van Leek staat dit emaille bord op een hoge plank. Jaren geleden kwam het tevoorschijn uit een tuin aan de Schreierslaan.

Heiman Israëls en zijn vrouw Aaltje, die dit bord op hun gevel hadden, gaven in de crisisperiode voor de oorlog danslessen in heel het Westerkwartier en Noord-Drenthe. Als dansleraar was Heiman geliefd, hij leidde feestelijke bals in de wijde omgeving van Leek. Van Aaltje is bekend dat ze zich gespecialiseerd had in zoiets moderns als tapdansen. Met hun zoontje Levie kwamen ze in 1942 om in Auschwitz.

Het bord zal een jaar al eerder in die tuin begraven zijn, toen de uitsluiting van joden uit de horeca begon. Met zo’n bord op je gevel was je een voor de hand liggend mikpunt voor politiek gespuis dat er in ruime mate rondliep in Westerkwartier en Noordenveld.

Overigens lopen er tegenwoordig  af en toe mensen het joodse schooltje van Leek binnen, die tegenover de vrijwilligers daar doodgemoedereerd het nationaal-socialisme verdedigen en de Shoah ontkennen. Nu bijna twee maanden geleden werd het schooltje nog door neo-nazi’s beklad.


Poffert van Sjobbema & Scholte

Geplaatst op 10 juli 2011  a

Ergens tussen 1717 en ca. 1750 schreef de schoolmeester Jan Sjobbema van Eenum met zijn heldere pootje een kookboek af, dat zich nu, aangevuld met recepten in latere handschriften, bevindt in de variarubriek van het huisarchief Menkema en Dijksterhuis. Omdat RHC Groninger Archieven het complete kookboek op internet plaatste, kan iedereen het doorbladeren. Op folio 23 vindt men dan twee recepten voor “Boffert”, oftewel poffert, waarvan Henk Scholte er onlangs eentje in een hedendaagse vertaling en bewerking op zijn Facebook-pagina plaatste. Van die wat meer luxueuze poffert mocht ik de afgelopen week een stuk proeven. Ik kan je vertellen dat je je vingers erbij opvreet. Henk gaf me toestemming om het recept hier te reproduceren, zodat ook de Gelkinghe-lezers ervan kunnen genieten:

Ingrediënten;

  • 100 gram gedroogde abrikozen
  • 400 gram bloem
  • 1 theelepel  zout
  • theelepel kaneel
  • 2 eieren
  • 20 gram gist
  • 3 deciliter slagroom
  • 1 zure appel
  • 100 gram rozijnen
  • 150 gram bacon of ontbijtspek

Bereiding;

  • Week de abrikozen apart en de rozijnen apart een paar uur of een nacht in water.
  • Vermeng de bloem met het zout in een grote schaal.
  • Maak in het midden een kuiltje en breek de eieren erin.
  • Verkruimel de gist in een kommetje, laat de slagroom lauwwarm worden.
  • Doe een scheutje lauwe room bij de gist en roer dit tot een glad papje.
  • Doe het gistmengsel bij de eieren en roer van het midden uit tot een dik, glad beslag. Klop dit een paar minuten flink op en verdun het dan met de overgebleven room.
  • Laat de rozijnen en abrikozen eventjes uitlekken en snijd hierna de abrikozen fijn. Schil de appel, haal het klokhuis eruit en snijd hem in snippers. Schep de abrikozen, de appel en en de rozijnen door het beslag en laat het toegedekt, op een warme plaats, 1 uur rijzen.
  • Beboter een tulbandvorm heel dun en bekleed hem dan met bacon. Vul hem met beslag.
  • Verwarm de oven voor op 175 graden en zet de poffert op de een na onderste richel van de oven. Laat hem in 45-60 minuten bruin en gaar worden.
  • Snijd de poffert in plakken en geef er boter en stroop of bruine suiker bij.

Eet ze!