Een van de zeven was voor de duivel
Geplaatst op: 29 maart 2009 Hoort bij: Geschiedenis 5 reacties“Wanneer een paar gehuwde lieden zeven zoons krijgt, zonder eene dochter er tusschen in, dan is één der zeven een weerwolf. Meermalen heb ik hooren vertellen, dat de jongste der broeders die het zevental vol maakt, de weerwolf is. Anderen zeggen, dat de duivel de geschiktste uit de zeven kiest.”
Aldus de Groninger bibliothecaris Josef Cohen in een aantekening achterin zijn Nederlandsche Sagen en Legenden. Hoe vaak kwam het voor dat een echtpaar zeven zonen achter elkaar kreeg? Ik denk helemaal niet vaak. Dat kwam zo zelden voor, dat die hele zogenaamde wet waarschijnlijk niet eens onthouden werd…
Oude platen voor nieuwe
Geplaatst op: 28 maart 2009 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieNooit geweten dat ze in de oorlog platen recycelden.
Ongezond karweitje, trouwens, dat vermalen van die ouwe 78-toeren platen.
Fabriek met dageraad
Geplaatst op: 25 maart 2009 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 1 reactie
Dit vaandel van de Nederlandse Vereeniging van Fabrieksarbeiders, afdeling Hoogkerk, is een van de recente aanwinsten van het Groninger Museum, waarover conservator Egge Knol schrijft in het net verschenen nummer van het cultuurhistorisch tijdschrift Stad & Lande. Zoals bekend verzamelt het museum Groninger vaandels (pdf). Maar merkwaardigerwijs had het nog geen enkele van een vakbond in huis. Die omissie is nu rechtgezet. Met dergelijke vaandels voorop, hielden vakbonden optochten en demonstraties. Ook hing het vaandel achter het spreekgestoelte bij een vakbondsmeeting.
Ook in dit cultuurhistorische periodiek interviews met de weduwe van de radiodominee Alje Klamer – over hun tijd in Westernieland, vlak na de oorlog – en de volkskundige Jurjen van der Kooi;
“De Groninger taal is een mooie taal om in te vertellen. Het is helemaal niet waar, dat de Groninger taal korter is. Het hangt natuurlijk van de verteller af en Groningers kunnen iets kort door de bocht zeggen – vooral de humor is vaak kort – maar als ze verhalen vertellen is dat niet zo. Ik heb wel onderzoek gedaan door de woorden van verhalen te tellen, en dan zijn de Groninger verhalen gemiddeld langer dan die uit landen als Duitsland en Zweden.”
Verder dan nog onder meer een reisverslag uit 1789 en de ontdekking van een onbekend borgje te Noordwolde in deze Stad & Lande. Een los nummer kost € 5,50 in de winkel, maar abonneren is natuurlijk veel mooier, beter en nuttiger Dat kost u slechts € 27,50 voor een heel jaar en daarvoor moet u zich melden bij de vereniging Stad & Lande.
Smaad in Ulrum
Geplaatst op: 19 maart 2009 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieJan Bakker uit Ulrum was kuiper van beroep. Hij stoorde zich aan de praatjes die de brood- koek- en banketbakker Jan Jacob Iwema Hzn. over hem vertelde, want die kostten hem klanten. Om wraak te nemen stuurde de kuiper op zijn beurt een lelijke brief over Iwema naar het roemruchte roddelblad De Vlinder in Groningen. Uitgever Fink plaatste het schrijven graag, en dikte de inhoud nog wat aan in het nummer dat op 13 februari 1886 verscheen:
“Te rum-Ul woont een brood- koek- en banketbakker met name Jan Iw1m1 Hz. Hij is trotsch en verwaand.”
Bakker Iwema vond dat niet leuk om te lezen. Hij diende een aanklacht in:
“Ik heb geen honig kunnen krijgen omdat er in de Vlinder stond dat ik veel schuld had bij de Amsterdamsche bank. Er had al meer van mij in de Vlinder gestaan, daar moest een eind aan komen. Ik zou ook een klacht hebben gedaan als er niets meer in had gestaan als: Iwema is trotsch en verwaand.”
In de tenlastelegging voor de Groninger Arrondissementsrechtbank staat niets meer over dat schuldenverhaal. Ook hoeft niet briefschrijver Bakker zich te verantwoorden, maar de 57 jaar oude Wilhelmus Henderikus Fink, schoenmaker, drukker en uitgever van het geïllustreerde vliegende blad De Vlinder, geboren te ’s Gravenhage en wonende te Groningen. Maar dat alleen voor de door hem toegevoegde passage dat Iwema “trotsch en verwaand is”. Volgens justitie is dat “boosaardige smaad” en een krenking van Iwema’s eer en goede naam.
De knecht op Finks’ drukkerij getuigde dat hij het nummer in kwestie onder handen had gehad. Finks’ venter of loper, bevestigde dat hij het blad op de gewone wijze verspreidde en rondbracht, “zoals alle zaterdagen”. Het was “algemeen verkocht”.
Vooraf begreep uitgever Fink eigenlijk niet hoe die kwalificaties strafbaar konden zijn. Ter zitting bekende hij dat “rum Ul” voor Ulrum stond en het cijfer 1 voor A. Ook gaf hij toe dat hij de uitdrukking ‘trotsch en verwaand’ aan het epistel van Iwema’s vijand toevoegde, en dat terwijl hij Iwema geeneens kende. Hij had helemaal niet de bedoeling om Iwema te krenken, zei hij.
Het vonnis, uitgesproken op 15 april 1886, acht hem echter verantwoordelijk voor het klakkeloos uitbazuinen van “verkeerde, iemands karakter rakende eigenschappen waarmede het publiek niets te maken heeft” en veroordeelt hem daarom tot 51 gulden boete, subsidiair 14 dagen hechtenis.
Lupke Mulder uit Rasquert deed er haar best op
Geplaatst op: 19 maart 2009 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieEen verzamelaar plaatste van de week een Groninger merklap uit 1814 op Flickr. Voila
Vrouwendag
Geplaatst op: 8 maart 2009 Hoort bij: Geschiedenis 2 reacties
8 maart is Internationale Vrouwendag. Om die te vieren heeft het Nationaal Archief een serie foto’s op Flickr gepost, die strijdbare vrouwen in beeld brengt. De slideshow.
Made in Groningen: de term Provo
Geplaatst op: 1 maart 2009 Hoort bij: Geschiedenis 8 reactiesItem uit een vragenrubriek in De Nieuwe Holevoet van 25 oktober 1966. Een paar kanttekeningen:
- Dat de later zo verguisde Buikhuisen als RUG-wetenschapper het woord provo uitvond, is bekend. Maar ik was vergeten dat het woord bedoeld was om de term nozem te vervangen. Voor mijn gevoel ligt er een wereld van verschil tussen provo’s en nozems: politiek tegenover a-politiek, lang haar contra vetkuif, brommer met zadel (Puch, Tomos) versus buikschuiver (Kreidler, Zündapp). In tijd plaats ik de nozems wat eerder.
- Grappig is de tegenstrijdigheid in de tekst. Provo’s heten “georganiseerde groepen”, die “geen organisatievorm” kennen, laat staan leiders. Ik denk dat de ideologische praatjes in tweede instantie voor zoete koek zijn geslikt.
- Dat de krant zomaar die adressen geeft lijkt vreemd. Maar in een krant als het Nieuwsblad van het Noorden stonden indertijd ook altijd de adressen van slachtoffers in ongevallen-berichtjes. Pas in ’68 kwam de eerste privacywet tot stand, en daarbij ging het nog voornamelijk om het met kijkers en camera’s binnendringen van de persoonlijke levenssfeer (iets wat Beatrix en Claus overkwam). Nog in 1972 verscheen er in Groningen een adresboek met achter ieder adres de naam van de hoofdbewoner. Nu is zoiets totaal ondenkbaar.
Veenkoloniale scheuvelgeschiedenissen
Geplaatst op: 26 februari 2009 Hoort bij: Geschiedenis 3 reactiesLucas Harms van Westerbroek, waarschijnlijk een herbergier, had het in weerwil van een gerechtelijk verbod aangedurfd, “een silvere zweep op schaatsen te laten verrijden”. Het zag er slecht voor hem uit. Hij kon geen volledig aannemelijke excuses aanvoeren, en wilde graag dat de Ambtman van Selwerd en Sappemeer met de hand over zijn hart zou strijken. Op 25 februari 1763 veroordeelde de Ambtman hem tot een daalder boete aan de Armen van Westerbroek. Dat viel mee. De gerechtskosten, die Lucas ook moest betalen, waren waarschijnlijk heel wat hoger.
Dit gevalletje – de oudst gedocumenteerde schaatswedtrijd van Groningerland – vond ik vandaag bij toeval. Eigenlijk zocht ik naar wat meer gegevens over een ander gevalletje schaatspret, maar dan uit 1771, dat in Huppeldepup jaargang 2005 voorkomt met een aangifte door de schulte van Sappemeer:
“Doe UEdHW te weten dat vriedag den 15 Febr: 1771 door scheuvellopers een weddeloop is gehouden, waar van daags te voren Geert Gnodde contracten had geschreven op wat uiren tot 3, 4 touren was bepaalt, de hoofden en anvoerders zijn vele geweest en wel voornamelijk Geert Gnodde en Frerik Bour in Sapmeer, de lopers of partien was voornamelijk de appoteker H. Heres met veel schippers volk die tegen hem liepen, dog alle de appoteker sjokkeerden en zoo veel drank inpresten dat stabel dronken was, en zodanig gevallen op ’t ijs dat Berend Roelfs zeide ’t gezien had dat hem dogte niet levendig weer zoude opstaan en hem grouwelt had, dat spil langer an te zien, en ’s avons de apoteker gekwets en heel bezopen verscheiden sterk na huis gesleept, zoo dat in alles zoo baldadig ’t er zoo is heergaan, dat er elk door ’t carspel van te zeggen weet, ook in ’t huis van Derk Ruiter in Sapmeer daar de vergaderinge was nog slagerie voorgevallen van Moses Samels en Jan Ottes etc. die hier van konnen getuigen, zijn Aaldrik Hes, Epke Tammes, Roelf Geerts en Hindrik Franzens en meer andere etc.”
In het ene geval, dat van 1763, is er sprake van een zilveren zweep, normaal de prijs bij een harddraverij met paarden. Of er bij die Westerbroekster schaatswedstrijd gegokt werd vertelt het vonnisje niet, maar je zou het kunnen veronderstellen. In het andere geval is er een ‘wedloop’ met vooraf opgestelde contracten en met als voornaamste lopers apotheker Heres en veel schippers. Die schippers drongen de Sapmeerster apotheker zoveel drank op, dat hij stapeldronken werd. Hij viel op het ijs, het griezelde mensen toe, ze dachten dat hij op de plaats dood zou blijven liggen. ’s Avonds sleepten ze de apotheker aan zijn armen en benen naar zijn huis toe, in de kroeg kwam het nog tot een handgemeen en heel Sappemeer kletste naderhand over de enerverende gebeurtenissen.
Helaas vond ik geen andere stukken bij de aangifte van de Sappemeerster schulte. Maar beide gevalletjes samen riepen weer een opmerking uit de Winschoter Courant van 15 februari 1895 in het geheugen op:
“Een schaatsenrijder, nl., zich van zijn krachten bewust, met een hoog gevoel voor eigenwaarde, hangt in de ‘jachtweide’ (gelagkamer, HP) zijn schaats op. Een bepaalde som wordt tegelijk genoemd. Die den handschoen opneemt, dwz de schaats afneemt, stort dezelfde som en een wedstrijd beslist dan, wie overwinnaar en daardoor eigenaar van het geld wordt. En dat niet altijd een kleinigheid bij zoo’n weddingschap gemoeid is, kan hieruit blijken, dat dezer dagen nog te Musselkanaal, door twee personen, om ƒ 40 gereden werd.”
—
Met dank aan A.K. voor het attenderen op het Sappemeerster verhaal.
Wonderbaarlijk: huisarts op vouwfiets
Geplaatst op: 19 februari 2009 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieDezelfde huisarts die bij mijn geboorte met de auto in de sneeuw bleef steken, zat blijkbaar ook wel eens in de modder vast. Hij vond daar iets op, getuige dit berichtje in de Leeuwarder Courant van 5 september 1956, een maand voor de geboorte van mijn broer:
Een vouwfiets was überhaupt een noviteit. Dat zal de belangrijkste reden voor de nieuwsgierigheid zijn geweest.
Van parlevinker tot strontschipper
Geplaatst op: 16 februari 2009 Hoort bij: Geschiedenis 4 reacties
Ook leuk en wèl web 2.0: de Flickr-serie oude beroepen van het Nationaal Archief.
Beeldbank Groningen staat online
Geplaatst op: 16 februari 2009 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactie
Ha, door simpel googelen ontdek ik dat ze bij de gemeente Pekela al online staat, de
waarover al een tijdje gesmiespeld wordt in Groninger archiefkringen.
Het betreft een gezamenlijke website van RHC Groninger Archieven en diverse gemeenten en instellingen in de provincie Groningen die een collectie beeldmateriaal, vooral foto’s dus. in beheer hebben. Echt gecompleteerd is de Beeldbank nog niet, er komt nog het nodige bij. Maar dat RHC Groninger Archieven er nog nul komma nul op heeft staan, zoals de deelnemerslijst beweert, is ook weer niet zo, daar ik bij queries op stedelijke toponiemen als Winschoterdiep, Veemarktstraat en Houtzagersteeg maar heel weinig lege vakjes aantrof.
Het is zelfs zo dat collecties zoals die van P. Boonstra, die niet in de papieren fotomappen van de Groninger Archieven verwerkt zijn, wèl in deze databank zitten. Waarvoor hulde!
Nog een paar kritische opmerkingen: de foto’s krijg je alleen maar in een vrij klein venster op het scherm, en laten zich niet copiëren, anders dan door screenprints.
Ook moet je erop letten dat je, als je meerdere pagina’s met zoekresultaten afgraast, en van een pagina met een enkele foto terug wil naar de lijst met zoekresultaten, je dat doet via de link ‘terug naar zoekresultaat’. Met de backspaceknop of het tabje foto’s beland je namelijk onherroepelijk weer op pagina 1 van de zoekresultaten, iets wat vrij vervelend is als je bij wijze van spreken al op pagina 73 zit.
Ook is de feedback door gebruikers niet bepaald web 2.0. Als je iets toe te lichten hebt bij een foto, moet dat met mailtje naar de organisatie. Gebruikers kunnen dus niet, of alleen indirect, op elkaars opmerkingen reageren.
Maar dit is ook maar gezeur. Het belangrijkste is dat de Beeldbank nu voor iedereen open staat. Ik wens de lezers van Gelkinghe veel plezier bij het bekijken van al het moois dat er in zit!
Valentijn: een recente traditie
Geplaatst op: 14 februari 2009 Hoort bij: Geschiedenis 4 reacties
Eigenlijk was hij nogal een obscuur mannetje, die Sint Valentijn, zo blijkt uit heiligencompendia. In de derde eeuw had je mogelijk zelfs twee Romeinse Valentinussen, die allebei op 14 februari de marteldood stierven. Van geen van beide echter, is het zeker of ze überhaupt wel hebben bestaan. Bovendien is er geen rechtstreeks verband met de huidige Valentijnstraditie.
De gewoonte om iemand op Valentijnsdag vriendschap of liefde te betuigen ontstond rond 1400, toen men nog dacht dat vogeltjes op Valentijnsdag een partner kozen. De Engelse schrijver Chaucer verbond de dag in gedichten aan de mensenliefde. Later gingen geliefden op Valentijnsdag elkaar presentjes geven. En die gewoonte drong ook door tot het gewone volk, althans in Engeland.
Vanuit Engeland waaide de Valentijnsfolklore over naar Amerika, waar men de zaken commercieel aanpakte. Zo werden de Valentijnskaarten er immens populair. Tegenwoordig verstuurt elke Amerikaan er gemiddeld vier, niet eens zozeer aan geliefden, als wel aan echtgenotes, moeders, kinderen, klasgenoten en zelfs docenten.
In Nederland echter, bleven dergelijke gebruiken eeuwenlang afwezig.Hier hield Sint Valentijn, of Sint Felten op zijn Nederlands, vooreerst een dubieuze reputatie. Hij bezorgde mensen de vallende ziekte, maar genas ze er ook van. Als zodanig komt hij voor in het Liber Vagatorum uit 1563. Bij diverse auteurs uit de zeventiende eeuw treffen we nog de verwensingen aan, die op de ziekmakende eigenschap gebaseerd zijn: “Loop naar Sint Felten” en: “Moge Sint Felten je schenden”. Dankzij de genezende eigenschap ontstond ook de enige bedevaartsplaats in Nederland, waar Valentijn van oudsher vereerd is: het Brabantse Westerhoven. Je hebt er een put met geneeskrachtig bronwater, met een kapelletje ernaast en ieder jaar een processie op Valentijnsdag.
Sinds een jaar of twintig geldt Valentijn ook daar in Westerhoven als beschermheilige van verliefden. En dat komt doordat de Amerikaanse Valentijnstradities naar Nederland zijn overgewaaid. Volgens John Helsloot, onderzoeker van feesten en rituelen bij het Meertens-instituut in Amsterdam, gebeurde dat vanaf ongeveer 1950 dankzij de bloemenbranche, die voor Valentijnsdag enorme hoeveelheden bloemen naar de VS exporteerde, en zo’n verkoophausse ook wel zag zitten in ons eigen land. Daarom begon ze met Valentijnsdag boeketten uit te delen aan mensen die zich verdienstelijk hadden gemaakt, in de hoop dat dit navolging zou krijgen. Ook Amerikaanse televisieseries droegen er volgens Helsloot aan bij, dat Valentijnsfolklore hier ingang vond.
Nu lijkt dat jaartal 1950 nogal vroeg waar het gaat om algemene acceptatie, maar die laat zich weer dateren doordat de Leeuwarder Courant vanaf 1752 volledig op het web staat. Voor 1980 komt de term Valentijnsdag slechts heel incidenteel in die krant voor, daarna begint er voorzichtig iets te komen, maar de echte doorbraak is er pas na 1990:

Terwijl de Leeuwarder Courant in 1951 nog schrijft dat de Friezen “te nuchter” voor Valentijnsdag zijn, heet het in 2003: “Zelfs de nuchtere Friezen gaan er voor overstag”. Veelzeggend is intussen een opmerking in 1995, dat Valentijnsdag “in vijf jaar tijd een vaste plek heeft verworven”.
Voor 1990 bleek Valentijnsdag inderdaad vooral een zaak van de bloemenbranche. Zo zette de Eelder bloemenveiling begin jaren tachtig noordelijke postbodes, wegenwachters en gladheidsbestrijders met boeketten in het zonnetje. Dergelijke promotie vormde een doorslaand succes, want in 2001 overtrof de Valentijns-omzet op de bloemenveiling van Aalsmeer voor het eerst de verkoop voor Moederdag.
Net als andere Nederlandse kranten ging de Leeuwarder ook zelf een graantje meepikken van Valentijnsdag. Engelse kwaliteitskranten hadden ieder jaar speciaal opgemaakte pagina’s met duizenden Valentijnsannonces, en in 1993 volgde de Leeuwarder dit voorbeeld. Al moest de krant eerst wel een dinerbon uitloven, voordat het publiek er warm voor liep..
Valentijnskaarten werden voor het eerst genoemd in advertenties van Mobil, anno 1988. In 1996 bleek uit een enquète dat de helft van de Nederlanders er al eens een ontving. Het percentage bleek het hoogst bij jongeren.
Naast bloemen, advertenties en wenskaarten kreeg je allerlei commercie: roze lovecuffs, verwenprodukten, serviesgoed, uitjes, sokken en lingerie. Zelfs een sanitairverkoper sprong erop in: “Simon de Haas heeft nog spetters genoeg om verliefd op te worden”; “Cesar Culinaria, de lekkerste Valentijnsmaaltijd voor uw hond”, aldus een merk hondenvoer
Tegelijkertijd zie je, dat Valentijnsdag een gewone tijdsaanduiding wordt in verslagen en overlijdensadvertenties. Ook klinkt er vanaf 1990 kritiek op de “onnutte consumptie”. “Valentijnsdag is communicatie zonder betekenis”, zegt de taalkundedocent Peter Nieuwenhuijsen in 1992: “Doe niet mee aan Valentijnsdee”. Zijn oproep heeft niets uitgehaald.
UK (oa met Valentijnsmeter)
‘Hodie nihil actum’
Geplaatst op: 13 februari 2009 Hoort bij: Geschiedenis 2 reacties
Een notitie waar de historicus weinig mee kan:
Hodie Nihil Actum
Propter Absentiam
Omnium Dominorum
Oftewel, het Provinciale Jachtgericht voerde geen klap uit op donderdag 30 juli 1772 aangezien alle heren rechters afwezig waren.
Rijgbottines, damesschoentjes en heeren-artikelen
Geplaatst op: 9 februari 2009 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Misschien hebben mijn beide overgrootvaders deze schoenen van Dago uit Veendam ook nog wel verkocht. De reclameplaat is van 1925, toen ze beide nog hun schoenmakersbedrijf uitoefenden, de een in Finsterwolde en de ander in Zuidhorn.
De plaat staat achterin het Gedenkboek voor de Schoen- en Leder-Industrie van W. Donker Pzn, H. kwam er gister mee aanzetten, maar wil het niet verkopen.
In het boek zijn drie pagina’s gewijd aan de Veendammer schoenenfabriek. Aartsvader van het bedrijf was voor 1800 de “van verre gekomen” schoenmaker-leerlooier Frans Daggers. Diens zaak was nog klein, boeren uit de buurt brachten hem de huiden van geslachte beesten, hij looide die voor zool- en overleer en maakte er vervolgens ook schoenen van.
De zoon van Daggers sloot de looierij en legde zich toe op het maken van boventuig:
“Later was dit leestklaar werk een begeerd artikel voor grossiers in de stad van Groningen.”
In 1862 verhuisde de zaak naar Wildervank en vestigde generatie III zich in de persoon van H. Daggers als maatschoenmaker aan het Oosterdiep in Veendam. Uiteindelijk had hij twintig knechten aan het werk.
Toch was de zaak te klein om al zijn vier zoons onder te kunnen brengen. Daarom richtte hij 1897 aan de Kerkstraat een schoenfabriekje op…
“…waarin hij met behulp van een doornaai-, pen- en uitpoetsmachine en een kleine stanz een vijftig paar burgerschoenen en pantoffels per week fabriceerde”.
Dit fabriekje maakte al gebruik van elektrische machines. Na een uitbreiding van het machinepark in 1901 kon de fabriek 200 paar schoenen per week produceren. In 1907 kwam er nieuwbouw “die nu nog een sieraad voor Veendam kan worden genoemd”. Onder de firmanten J.G. en Th. Daggers – de vierde generatie – werd de produktie gestaag opgevoerd, tot 2000 paren per week in 1925.
“Naast de box-runds en schroom-vetlederen rijgbottines met dubbelen zool en leder-gevoerd – door het geheele land bekend als uiterst soliede – worden evengoed de mooiste dames-schoentjes en heeren-artikelen in fijne chroom en box-calf gefabriceerd.”
Volgens het gedenkboek waren in 1925 zo’n honderd arbeiders werkzaam “in deze zoover van het centrum van de schoenindustrie gelegen fabriek”:
“In het mooie vruchtbare Groninger land, in het mooie blank-heldere stadje waar alle huizen getuigen van groote reinheid, waar de vensterruiten u tegenglinsteren als opgewreven spiegels staat deze fabriek als bewijs, dat een schoenfabriek geen uitzondering op een Groningschen regel hoeft te zijn.”
In zijn dissertatie Verstedelijking en migratie in het Oost-Groningse veengebied 1800-1940 vertelt Jan Voerman dat er in 1901 nog drie schoenenfabriekjes in Veendam waren met in totaal 25 arbeiders. In 1924, dus zo’n beetje ten tijde van het gedenkboek, waren er nog twee over, maar alleen die van Daggers groeide uit tot een groot bedrijf. Toch zie je de crisis ook hier toeslaan. Noemt het gedenkboek voor 1925 nog 100 werknemers, in 1930 waren het er nog maar 69. In 1932 werd de fabriek gesloten, wegens concentratie van de Nederlandse schoenindustrie in de Brabantse Langstraat.
In de oude schoenenfabriek aan de Kerkstraat kwam er, na een grootscheepse verbouwing, een bioscoop, het City Theater, dat in 1933 met enig feestvertoon openging.
Befaamde Engelse sterrenkundige geboren in Groningen
Geplaatst op: 4 februari 2009 Hoort bij: Geschiedenis 2 reactiesOmstreeks 1760 studeerde een welgestelde Engelsman, Henry Goodricke, aan de Groninger Academie bij de verlichte hoogleraar natuurrecht Frederik Adolf van der Marck. Na zijn studie bleef Goodricke hier in eerste instantie plakken. Hij vestigde zich als advocaat, trouwde met een Friese koopmansdochter, en schreef ettelijke pamfletten in het latijn tegen de toenmalige kampioenen van de gereformeerde orthodoxie.
Later ging Goodricke terug naar Engeland, waar hij nog parlementslid zou worden. Zijn in Groningen geboren, door roodvonk stokdoof geworden zoon John verwierf er faam als sterrenkundige. Een biografie van die zoon vindt men hier.



Recente reacties