Het eertijds beruchte Muntendam
Geplaatst op: 18 augustus 2007 Hoort bij: Geschiedenis 7 reacties
“Muntendam heeft langen tijd in niet te besten reuk gestaan”, schrijft ene Paul vd H. in 1904 in het rijk geïllustreerde, maar slechts één jaargang bestaande tijdschrift ‘Het Noorden’. “Eenmaal zagen we het zelfs door een correspondent van een der grootste Hollandsche bladen betiteld als de ‘meest beruchte plaats’ van ons vaderland.”
De scribent vindt die weinig vleiende titel schromelijk overdreven. Goed, enige Muntendammer families met merkwaardige namen en een donker uiterlijk zouden van zigeuners afstammen en zij vormden inderdaad lang de schrik van “alleenstaande hoeven en eenzame streken”. Toegegeven, ook de Muntendammers scheepsjagers staan “niet als de meest zachtzinnigste bekend”. En accoord, het ongehuwd samenwonen van man en vrouw komt redelijk vaak voor in Muntendam. “Maar het volkje heeft ook zijn goede zijden”, schrijft hij. In Muntendam kan je rustig over straat, ook ’s avonds. Tenminste, als je de “de kleine bedelaars” niet meetelt, de kleuters “die niet ophouden een aalmoes te vragen”, de “natuurkinderen” die met grote volharding achter rijtuigen en trams aanhollen met hun geroep van: “Meneer mag ‘k ’n sènt meneer?”, en: “Een alfie moar oome!”.
Uit dat relaas van PvdH laat zich opmaken dat kleinhandel het belangrijkste middel van bestaan vormde bij de Muntendammers. Veel Muntendammers verdienden de kost door in de wijde omgeving te venten met “fruut”: aardappels, worteltjes, kool, appels, peren, pruimen, kersen, sinasappels, citroenen, haringen (“erens”) en bokkingen (“bukkens”). Groente/fruit en vis lijken een vreemde combinatie, maar die werden vroeger heel vaak door een en dezelfde koopman verkocht, ook in de stad. Naast hun “fruut” brachten de Muntendammer handelslui vooral heidebezems (“aiden bessems”) aan de man, die ze zelf maakten van lange heide, gesneden op naburig veen.
Hun belangrijkste negotie kochten de Muntendammer kooplui op krediet van groothandelaren bij het station in Zuidbroek. Ze vervoerden hun handel in een mand op de rug, in een kruiwagen of op een hondekar naar de plaats van bestemming. Vaak reizen ze ’s nachts af om daar ’s ochtends op tijd aan te komen. Aan het eind van de middag of tegen de avond kwamen ze dan weer in Zuidbroek terug om met hun groothandelaar af te rekenen en een nieuwe handelsvoorraad in te slaan. Soms bleven ze ook wel een hele week van huis, bijvoorbeeld om Drenthe te bereizen, maar dan namen ze meestal een kruiwagen mee in plaats van een hondekar, om ook langs de kleinste paadjes te kunnen komen. Zo’n kruiwagen wisten ze onvoorstelbaar hoog op te laden
Als ze ver van huis gingen, sliepen ze in een “fersounlike sloapstee”, “mit waarm eten tou”. Van de goedkopere bed & breakfasts, “woar de bloaspoepen en zok soort volkie tou ‘olt” waren ze toch wat vies. Maar bij zomerdag en mooi weer overnachtten ze ook wel eens goedkoop in een boerenschuur in het stro of hooi (“eu”).
Muntendammer kooplui stonden bekend om hun tact en volharding. PvdH geeft een mooi staaltje van een conversatie met een klant. Enkele Muntendammers, zoals Jaap Velt, hadden nog een afwijkende handel en reisden de wijde omgeving af om merkwaardige dieren als vossen, otters en marmotjes te laten zien. Dat deden ze ook wel in scholen.
Muntendammers golden niet bepaald als “gehoorzame en gewillige volgelingen van verordeningen en wetten” en de invordering van de hondebelasting was er tamelijk problematisch. Ook qua leerplicht stond Muntendam in 1904 nog steeds bekend als de meest ongunstige gemeente van het land. Al nam het ontduiken van de leerplicht wel af, ook kleine kinderen gingen “voor dag en dauw” met rugmanden vol koopwaar op pad, “op bloote voeten, in dunne gescheurde kleertjes, regen en zonneschijn”. Deze kleine “zigeuners” waren eveneens door heel het noorden bekend, en waren al net zulke volhardende mooipraters als de oudere Muntendammers. Anders dan die ouderen echter, gingen ze, als ze niets verkochten, bedelen om een aalmoes, een plak brood of een bord warm eten.

Naast de venters, stond Muntendam bekend om zijn scheepsjagers die met hun paarden schepen langs de veenkoloniale kanalen trokken. Volgens PvdH waren deze scheepsjagers onderling enorm solidair en bestond er nauwelijks concurrentie. Als een schipper met één onderhandelde, zou een ander nooit onder de prijs gaan zitten. Schippers waren aan de jagers overgeleverd en betaalden nogal eens te veel jaagloon.
De scheepsjagers stonden meest in groepjes bij de verlaten (sluizen) te wachten op werk en vermaakten zich daar nogal eens met het spelen om geld. ‘Streekjen’ bestond uit het werpen van munten zo dicht mogelijk bij een een in het zand getrokken lijn. ‘Laaiw of letter’ was het equivalent van ‘kop of munt’ en ‘kaibakken’ het met stenen gooien op een baksteen die rechtop de grond stond met munten erop.
De meeste scheepsjagers waren “goede vrienden van juffrouw vergunning”. “Over ’t algemeen”, zegt PvdH, “”verdienen ze ruim geld en brengen slechts weinig bij moeder de vrouw”. Ze sloegen grote bellen jenever achterover, ‘bakkies” of glazen die 6 cent in de tapperijen kostten. Ook op die manier hadden de schippers nogal eens last van ze. Daarom voerde de provincie in 1903 een vergunningenstelsel met metalen penningen in. Een scheepsjager die over de schreef ging, raakte zo’n medaille kwijt en bij de scheepsjagers was deze regeling dan ook weinig populair.
Een aardig avondgezicht langs de veenkoloniale kanalen waren de groepjes thuiskerende scheepsjagers die schrijlings op hun paarden zaten en dan het hoogste lied zongen. Als je er als fietser langs wilde, kon je maar beter niet bellen. Maar als je het beleefd verzocht lieten ze je heus wel netjes passeren.
Over zang gesproken, tegen pasen hadden de kinderen van Muntendam nog een aparte verdienste. Dan gingen ze de hort op met een rommelpot, een soort wrijftrom die ze maakten van een kopje met een blaas erover en een stokje daar weer doorheen. Dat stokje haalden ze op en neer, wat een vrij eentonig, brommerig geluid (mp3) gaf. Dan zongen ze bijvoorbeeld het bekende (mp3):
“‘k ‘eb zo lank mit de rommelpot loopen
‘k ‘eb gain geld om brood te koopen,
Pannebakkerij, pannebakkerij,
Geef mie ’n oortje, din goa’k veurbij.”
Of ook wel (mp3):
“Ons poaske, ons poaske, dei komt aan,
Wij hupplen en springen d’r vroolijk op aan.
Ons Saartje, ons Saartje stond achter de deur,
Wij treuren zoo zeur,
Wij duren niet treuren om Hemelsgebod,
Wij vallen op knieën en bidden voor God.
De Hemel, de hemel wordt opengedaan,
Daar komen twee arme zondaartjes aan.
Met één trompet
Met twee trompet.
Zoo lank als de klokke tien uurtjes slaat.
Zeg vrouw laat ons nou niet langer staan,
Wij willen een deurtje verder gaan.
Tudeletaai, tudeletaai,
Vrou geef ons ain poaske-aai.
Tudeletint, tudeletint,
Vrou geef ons ain paaske-sint.”
Een voetwis-ritueel bij vuil grondwerk
Geplaatst op: 16 augustus 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Edzard Koning (1869-1954) – Aardappelrooisters.
“Ik bin d’rveur genegen
Om joe de vouten te vegen
Ie binnen de wienstok
En wie binnen de ranken
En al wat ie ons geven
Doar zeggen wie joe veur bedanken”
Dit rijmpje (mp3) kreeg een Zuidbroekster boer te horen, als hij op het land kwam om het werk van zijn aardappelrooiers te controleren. Een van vrouwen ging dan op de knieën voor hem zitten, veegde met haar zakdoek zijn schoenen schoon en zegde het rijmpje op. Als dank gaf de boer een fles jenever aan de aardappelrooiers.
Het rijmpje is in 1984 op de band opgenomen bij de oude heer Johannes Smid, door Ate Doornbosch van het radioprogramma ‘Onder de Groene Linde’. Doornbosch en zijn voorgangster Will Scheepers hoorden het lied wel vaker in Oost-Groningen en de aanpalende Drentse regio. Zo bijvoorbeeld in 1982 in Ter Apel, bij een oorspronkelijk uit Musselkanaal afkomstige vervenersdochter (eind mp3). Als haar moeder de ploeg veenarbeiders uitbetaalde, streek een van hen precies zo met de rooie buusdoek over de schoenen van zijn bazin. Bij haar begon het rijmpje zelfs met nog wat regeltjes extra:
“Mejuffrouw Van het Hof
Uw voetjes zijn vol stof
Ik ben ertoe genegen
Uw voetjes schoon te vegen…” etc.
Ook daar stond er een borrel van de werkgever tegenover dit gebaar. Van nog oudere datum is een registratie van ritueel en rijm bij de tachtigjarige Johannes Zuur (mp3) te Oude Pekela. In 1970 vertelde hij Doornbosch dat in zijn jonge jaren put- en wijkgravers hun opdrachtgever zo bejegenden.
Al in 1961 nam het Volksliedarchief het rijmpje op bij de toen 73-jarige, en uit Musselkanaal afkomstige Anna Wubina Schulte. Volgens haar was het daar ooit in zwang bij het aardappelrooien.
In al deze gevallen ging de mondelinge overlevering aan het voetwis-ritueel terug tot de tijd van (ver) voor de oorlog. Steeds was het in zwang bij vuil grondwerk en treffend zijn de bijna feodale, maar ook christelijke connotaties. Dat christelijke element valt ook uitdrukkelijk op in een versie die H.H.T. Buiskool in 1904 bij het kanaalgraven in Zuidoost Drenthe noteerde. Daar kreeg de “Heer van het hof” onder meer te horen:
“Uw voeten zijn van stof,
Christus is de Wijnstok,
Wij zijn de ranken…..”
Terwijl dat expliciete juist weer ontbreekt bij de voor zover bekend alleroudste versie van het onderdanige vers, die CJ Geertsema omstreeks 1868 optekende uit de mond van Oldambster aardappelrooiers:
“Wij komen hier met lof
uw schoenen zijn vol stof
wij zijn de ranken
en Gij de wijnstok
al wat de heren geven
daar zal men u voor danken”
Overigens ontvingen die Oldambsters geen jenever, maar kwartjes als fooi, wellicht een teken dat de anti-drankbeweging er al enige voet aan de grond gekregen had.
Finsterwolde e.o. in het najaar van 1893
Geplaatst op: 15 augustus 2007 Hoort bij: Familie, Geschiedenis Een reactie plaatsenUit de Winschoter Courant van:
- 1 september 1893
De suikerbieten groeien welig in het Oldambt.
- 3 september 1893
Blijham: Een ringrijderij met 12 deelnemende paren en een wielerwedstrijd met slechts 6 deelnemers .
Beerta: Een kersenboom draagt voor de tweede maal dit jaar vrucht.
De opbrengsten en de kwaliteit van het koren zijn bijzonder goed, als altijd in droge zomers. Maar de prijzen zijn bijzonder laag, dus is de opbrengst zeer middelmatig.
- 6 september 1893
Meeden: Typhus, maar niet zeer kwaadaardig.
Beerta: Proeven met kunstmest.
Drieborg: De vermoedelijke inbreker bij de wed. J.E. Botjes te Drieborg (zie 30 augustus) is ingerekend. Deze arbeider Harm Kok (36) moet al bekend hebben. Hij zat al eens twee jaar in de gevangenis en had als oud-soldaat in Oost-Indië, waar hij acht jaar lang verbleef, ook geen beste naam, want kreeg geen pensioen, en leeft gescheiden van zijn vrouw.
Hij werd gepakt doordat het nummer van het bankbiljet van honderd gulden bekend was bij een Groninger graancommissionair. Op 27 augustus was hij bij de socialistische meeting in Finsterwolde geweest en toen in het bezit van Pruisisch goudgeld. Dat had hij die ochtend in Bonda gekregen. Daar vertelde de horlogemaker dat iemand met een biljet van honderd gulden een horloge betaalde. Kok hield zich schuil in de Stadspolder, maar werd herkend toen hij langs de toren van Finsterwolde liep en daar werd hij dan ook gearresteerd door de marechaussee.
Winschoter Oostereind: ongeluk met stoomdorsmachine.
Ingezonden briefschrijver E. keert zich tegen de gewoonte die langzamerhand ontstaat om de Oldambster landbouwers in een kwaad daglicht te plaatsen. De nationale pers maakt zich hieraan schuldig, maar ook de correspondent van Beerta, door de boeren ervan te betichten dat ze al het koren met machines dorsen.
NB: in het nummer van 8 september 1893 staat een reactie van de correspondent te Beerta op deze brief.
- 10 september 1893
Advertentie: Heckman in Beerta produceert het sigarenmerk Lindeman.

- 13 september 1893
Finsterwolde: Staking van het vaste personeel bij twee stoomdorsmachines. De landbouwers willen 12,5 cent per uur betalen, de werklieden vragen 15 cent. Bij één machine zijn ze alweer aan het werk. In Nieuw-Beerta krijgen de werklui wel 15 cent.
-
15 september 1893
Beerta: Monstergrote aardappelen, in bijna geen jaar hoort men er zoveel over spreken. Er is een exemplaar van 700 gram.
- 17 september 1893
Nieuwolda: Luitjes van Sappemeer spreekt voor 80 aanwezigen in café Doornkamp over ‘de aristocratie van de geldzak’. “Wat hiervan werd verteld is overbodig mede te deelen, daar dusdanige redevoeringen steeds oop hetzelfde neerkomen. het volk hield zich voorbeeldig en ging na afloop bedaard naar huis.”
- 20 september 1893
Woldendorp: Socialistische meeting bijgewoond door 300 mensen. Maar dat noemt de krant “verre van druk”. De regen verhinderde namelijk een grotere belangstelling. Onder andere sprak Schaper. Hij kreeg een proces-verbaal wegens het beledigen van de aanwezige marechaussees.
Finsterwolde: De behuizing die het eigendom is van notaris A.H. Koning, en die bewoond wordt door de brievengaarder J. Kramer, wordt per 1 november aanstaande de kazerne der marechaussee.
Den Haag: Het Oldambster radicale kamerlid B. Tijdens is aan de beterende hand en maakte een rijtoertje.
Winschoten: Onbekenden sneden in het holst van de nacht de leidsels door van een wagen waarin twee boerenzoons huiswaarts keerden. Ook sloegen deze onbekenden met stokken het paard, zodat de wagen zonder stuur op hol ging en tegen een lege strowagen aanbotste.
Noord- en Zuidbroek: De staking van de boerenarbeiders tegen het machinedorsen slaagde hier. Zij hebben het werk inmiddelds hervat.
- 22 september 1893
Finsterwolde: de grootste korven bijen zijn uit Westerwolde terug (waar ze op de heide stonden). De opbrengst valt tegen.
Ekamp: De kerkvoogden van Finsterwolde willen geen lantaarns plaatsen langs de straatweg.
Ekamp: Hier is een proefveld aangelegd van ‘blauwe reuzen’ (fabrieksaardappelen).
Beerta: Paarden met eg in sloot omdat ze schrokken van de tram.
Beerta: “Boeskool zien Hans is der weer”. Deze Hans is de tamme kraai van logementhouder Boeskool. Hans was een jaar lang weg, maar nu teruggekeerd, tot grote vreugde van de kinderen in de buurt.
- 24 september 1893
Finsterwolde: Ongeluk van het acht, negenjarige meisje van de visser J. Tuin. Het kind wilde meerijden op een strowagen van de Ganzendijk en raakte bij het opklimmen met haar voet beklemd in een rad. Ze draaide met het rad in de rondte en brak haar been. Ze wordt verpleegd in het armenhuis.
Finsterwolde: De stakers bij de dorsmachine zijn deels vervangen door werkwilligen, onder andere uit Beerta. Het uurloon is hier nog steeds 12,5 cent, terwijl elders wel 15 cent betaald wordt.
Beerta: proef met chili-salpeter (kunstmest).
- 27 september 1893
Termunterzijl: brandstichting in een hoop kaf bij een boer die machinaal dorst.
Winschoten: boeren hebben een bedrijf en rentenieren niet en dus is het erg gemakkelijk om te zeggen dat ze niet machinaal moeten laten dorsen, maar met de hand.
Midwolda/Scheemda: een meeting van socialisten op de gemeentegrens met o.a. Luitjes als spreker. Oprichting afdeling SDB – 20 mensen traden toe als lid. De afdelingen Noordbroek en Nieuwolda waren ook aanwezig. Door het koude en gure weer gingen de mensen klappertandend en met koude voeten naar huis.
- 29 september 1893
Finsterwolde: De proeven met suikerbieten zijn geslaagd. De opbrengst bedraagt 25.000 à 42.000 kilo per hectare, met een buitengewoon hoog suikerpercentage van 14 à 15 %.
- 4 oktober 1893
Nieuwolda: De Rotterdamse socialist Van Bil spreekt in café Doornkamp voor 150 mensen.
Scheemda: Werkliedenvereniging ‘De goede Verwachting’ vergadert in Hotel Oldambt van A.H. Crol. De 100 aanwezigen horen schoolmeester Veersema van de Ekamp over de kieswetsontwerpen.
Finsterwolde: Bezoek van suikerfabrikanten aan de proefvelden. Ze voeren besprekingen met boeren en stellen een Haijkens aan als commissionair.
Finsterwolde: Commissie Bond van Orde over de werkverschaffing. Er gaat een intekenlijst rond bij de gegoede niet-landbouwers.
- 6 oktober 1893
Heveskes: Schoolmeester E. Buiskool kweekte kolossale kalebassen van wel 32 – 92 halve kilo het stuk.
Beerta: Opbrengsten
– Koolzaad 20 – 44 hectoliter per hectare
– Wintergerst 40 – 70 hectoliter per hectare
– Rogge 20 – 40 hectoliter per hectare
– Haver 40 – 80 hectoliter per hectare
– Tarwe 20 – 50 hectoliter per hectare
– Mosterdzaad 15 – 25 hectoliter per hectare
– Erwten 15 – 30 hectoliter per hectare
– Paardebonen 15 – 40 hectoliter per hectare
De kwantiteit en de kwaliteit is goed, maar de prijzen zijn bijzonder laag.
“Het eentonig gesnor der stoomdorsmachines weerklinkt door geheel het Oldambt.” Scribent ziet de dorswerkzaamheden liever wat later in het jaar gebeuren met het oog op de arbeiders.
- 8 oktober 1893
Termunterzijl: bij Borgsweer zijn ’s nachts de glazen ingeslagen of stukgegooid van een rijtuig, waarin een boerengezin onderweg was. De paarden raakten in de duisternis op hol. het vermoeden bestaat dat de daders socialisten uit Woldendorp waren, omdat er een meeting in Weiwerd was.
Midwolda: de cichorei-oogst valt tegen. Het spul doet 80 – 85 cent per kilo, vorig jaar was dat nog ƒ 1,50.
Midwolda: Een meisje van zes zocht haar vriendinnetjes op de zwikstelling van een molen en kreeg daar een klap van de molenwiek.
Finsterwolde: goede vangst garnalen op de Dollard. Ze zijn groot van stuk. Anderzijds is er weinig bot en spiering.
Beerta: Perenschudders in de kraag gevat.
Finsterwolde: vierjarige verpachting van tuingronden aan het Vledderdiep door notaris A.H. Koning (advertentie).
- 11 oktober 1893
Finsterwolde: een van de jongens die tramwagens heen en weer rijden krijgt zijn been tussen buffers.
- 13 oktober 1893
Termunterzijl: Haverbulten in lichtelaaie. Dat was waarschijnlijk het werk van kwaadwilligen.
Beerta: Een aardappel van 3,5 kilo. “Wij zagen dat dit monster gewogen werd, anders hadden wij het niet zoo dadelijk geloofd.”
Nieuw Beerta: De aardappeloogst is moeilijk door het aanhoudend natte weer,. De opbrengst is bevredigend en de kwaliteit puik.
- 15 oktober 1893
Bellingwolde: De arbeider en smokkelaar van De Lethe die zijn buurmeisje doodstak moet acht jaar brommen vanwege mishandeling met dodelijke afloop. Hij en de officier gaan beide in beroep tegen het vonnis.
- 18 oktober 1893
Beerta: Biljartwedstrijd om hazen en ganzen.
Beerta: De tramconducteurs klagen over de Egyptische duisternis, maar de gemeenteraad heeft nog geen oren naar straatlantaarns.
Noordbroek: ds. Poelman (een vooraanstaand modernist) overleden. Hij was een man die het Volk liefhad”. Zie het nummer van 20 oktober voor een verslag van zijn begrafenis.
Winschoten: De schoenmakersbond gaat over tot gerechtelijke vervolging van debiteuren.

- 25 oktober 1893
Finsterwolde: Marechaussees geven een proces-verbaal aan Hisken van Kostverloren wegens het verkopen van sterke drank zonder dat hij daar vergunning voor heeft.
Finsterwolde: De arbeider Broesder oogste drie mangelwortels die samen 33 halve kilo’s wogen.
Finsterwolde: Het water in de Dollard staat buitengewoon hoog. Koeien en schapen op de kwelder bij de Johannes Kerkhovenpolder proberen zich zwemmend te redden. Vele arbeiders zagen van de dijk af hoe hun schapen met de golven worstelden, zonder ze te kunnen helpen.
Finsterwolde: De handel in stro loopt ten einde. De prijzen blijven stabiel. De gemiddelde opbrengst per hectare was voor:
– tarwestro – 5000 kilo
– haverstro – 4000 kilo
– roggestro – 4000 kilo
– gerstestro – 3000 kilo
- 27 oktober 1893
Finsterwolde: Er is weer een begin gemaakt met het vangen van wilsters. Een grote vangst is er niet, maar de prijs is hoog, wel 35 cent per stuk. een bekende vanger ving gister 18 stuks.
Finsterwolde: P. Hommes gaat in Duitsland vervolg-onderwijs in de houtteelt volgen.
- 29 oktober 1893
Nieuwolda: Bij drie boeren aan de Binnen Ae zijn ruiten ingegooid,. Ook is er in Woldendorp weer eens een rijtuigleidsel doorgesneden. Marechaussees onderzoeken de zaak.
Finsterwolde: Jager Tiddens schoot maar liefst 22 eenden op de kwelders bij Reiderwolderpolder.
Advertentie van de suikerbietencommissionair.
- 1 november 1893
Nieuwe Pekela: Er heerst cholera in een gezin.
- 3 november 1893
Termunten: Ongeluk bij de Koebeetjesdraai.
- 5 november 1893
Finsterwolde: De verbouwing ten behoeve van de nieuwe, tijdelijke marechaussee-kazerne is gegund aan Fokko Lindeman (mijn overgrootvader).

Beerta: G. Heckman (de sigarenmaker) doet onder het motto Kip kap Kogel ook in gedrukte Sint Maartenliedjes.
-
8 november 1893
Beerta: Feest van het plaatselijke ziekenfonds, een organisatie die “uitstekend” werkt.
- 12 november 1893
Advertentie feestelijke vergadering ‘De Vriendschap’ in Hotel de Unie in Finsterwolde.
- 15 november 1893
Aanstaande zaterdag vergadering van de ‘Bond van Orde door Hervorming’ te Finsterwolde. Er komen twee rapporten ter tafel, over de werkverschaffing en het ziekenfonds, bovendien bestaat er een plan voor arbeid in de zomer met een aandeel in de winst voor arbeiders, en komt H.J. Tiemersma van Groningen spreken over Levensbeelden.
Beerta: Er zijn 400 paarden aangegeven om te worden gekeurd voor militair gebruik. Deze zijn vijf à veertien jaar oud.
- 17 november 1893
Midwolda: De proeven met de verbouw van vlas zijn geslaagd. In Nieuw Beerta pakten ze minder goed uit, het gewas was daar te dun.
Finsterwolde: Door de verhuizing van de brievengaarder Kramer (wiens huis tijdelijk marechaussekazerne wordt) naar het westen van de dorpskom, bestaat er in het oosten van het dorp de behoefte aan een extra brievenbus.
- 19 november 1893
Finsterwolde: Notaris A.H. Koning viert het feit dat hij 25 jaar notaris is.
Nieuw Beerta: De plaatselijke afdeling van de Bond van Orde door Hervorming onderzoekt de wenselijkheid om de kaden van de Westerwoldse A met wilgen te beplanten. Op de laatste vergadering was de mening “dat zulks niet alleen in ’t belang van de arbeiders, maar ook in dat van de bezittende klasse is”.
- 22 november 1893
Finsterwolde: Vergadering Bond van Orde door Hervorming. Er zijn veel nieuwe leden. Ook blijkt er al een ziekenfonds opgericht te zijn met een bestuur. Het rapport over de werkverschaffing zegt dat het voor een groot deel in de macht van de werkgevers ligt om de werkloosheid te beperken door werk als kleidelven, egalisering van grond en het beter schoonhouden van greppels en sloten. De club overweegt ook een proef met de verbouw van vlas, een gewas dat ’s winters te verwerken is. Het plan over arbeid in de zomer met een winstaandeel voor de arbeiders van 10 – 15 % (het gaat om lapjes met een arbeidsintensief product) krijgt “aller goedkeuring”. Verder bleek het verhaal van Tiemersma over iemand met geld en iemand zonder geld zeer onderhoudend.
Beerta: Een onbekende dader gooide een steen door een ruit van het rijtuig van J.H. Ebels uit de Stadspolder, terwijl deze boer van Beerta naar Nieuw Beerta reed.
Termunten: In tegenstelling tot vorige jaren hebben alle arbeiders in deze tijd nog werk bij verschillende boeren tegen een dagloon van 75 cent. In andere jaren was het werk begin november wel gedaan, met uitzondering van enkele landbouwers die hun arbeiders de hele winter 75 cent per dag lieten verdienen.
- 24 november 1893
Midwolda: Paarden op hol bij de school.
Finsterwolde: Oprichting van een jonge dameskoor o.l.v. meester Bos.
- 26 november 1893
Finsterwolde: Er komt inderdaad een hulppostbus op de oostzijde van het dorp, en wel aan het huis van mej. G. Martens.
- 29 november 1893
Finsterwolde: Op zaterdagavond 25 november vond er ten huize van H. van der Holt een bijeenkomst plaats van zestig ambachtslieden om het borgen (leveren op jaarrekening) tegen te gaan, omdat er ten gevolge van dit borgen “vele posten niet inkomen”. Sommige aanwezigen wilden verder gaan en een vakvereniging oprichten. Toch komt er een anti-borg reglement, waarover een commissie van drie zich buigt. Het initiatief voor deze vergadering lag bij de smeden van de gemeente (met andere woorden, vooral leveranciers van landbouwers).
Beerta: een arbeider brak bij het stro-persen op twee plaatsen zijn been.
Bellingwolde: Waarschuwing van de gemeente – op baldadigheid ten koste van de isolatoren van de rijkstelefoonlijn staat drie jaar gevangenisstraf.
Finsterwolde: Opkoop stro als veevoer voor het buitenland. Tarwestro doet 21 gulden en haverstro 22 gulden per ton.
- 3 december 1893
Finsterwolde: De marechaussee betrok gisteren de nieuwe kazerne.
Er ging een flinke sneeuwstorm tekeer op 1 december. Onder Nieuwolda verbrandde de ene watermolen van de Nonnengaster Polder, en raakte de ander een wiek kwijt. In Ganzendijk verbrandde de watermolen Jefta. Tussen Kropswolde en de stad woei een groot aantal telegraafpalen omver en veel Wierumer vissers kwamen om op zee.
Ekamp:De smid houdt een aanschouwelijke lezing voor de landbouwvereniging over divers hoefbeslag.
- 6 december 1893
Meeden: Coöperatieve zuivelfabriek opgericht.
Finsterwolde: “Het winterkoren staat zo goed als gewenscht kan worden” en overtreft ver de verwachtingen. Alleen een paar stukken in de Reiderwolderpolder leden onder de muizen. Ook het koolzaad staat er goed bij, met flink ontwikkelde bladeren.
Midwolda: Ondanks mooie plannen gebeurt daar totaal niets tegen het probleem van de winterwerkloosheid.
Ingezonden brief tegen Luitjes.
Advertentie ziekenfonds te Finsterwolde.

- 8 december 1893
Beerta: De verpachting voor drie jaar van het tolhek te Drieborg bracht 750 gulden op.
- 10 december 1893
Finsterwolde: De passage van de til te Kostverloren is de komende week gestremd.
Finsterwolde: De kerkvoogdij besteedt voor 1894 aan al het onderhoud aan de kerk, de pastorie, de toren, het armhuis etc. (Zie de advertentie die hierna is opgenomen.)
13 december 1893
Midwolda: Feest werkliedenvereniging.
Finsterwolde: levendige handel in stro als veevoer. De prijzen zijn alweer verhoogd. Gerstestro doet 19 gulden per ton, haverstro 22 gulden en tarwestro 23 gulden . Daarnaast brengt klaverhooi 50 gulden per duizend kilo op. Het meeste stro gaat naar Engeland, maar Duitsland is eveneens een bestemming. De commissionairs doen goede zaken.
Finsterwolde: Vergadering ziekenfonds. Het heeft meteen 40 leden en vele gegoeden zegden bijdragen toe.
Beerta: influenza, voornamelijk bij hooogbejaarden.
Beerta: Optreden van de familie Culp (operazangers) voor de Vriendenkring.
Er komen meetings van de SDB voor werklozen tussen 14 en 17 december. Plaatsen o.a.: Winschoten, Noordbroek, Bellingwolde, Nieuw Beerta, Weiwerd, Zuidbroek, Finsterwolde, Woldendoprp, Midwolda, Drieborg en Meeden. Uiteraard is Luitjes een van de sprekers.
- 15 december 1893
Finsterwolde: Het bestuur van de Reiderwolderpolder laat de Dollarddijk verzwaren. Er zijn 42 arbeiders uit de gemeente Finsterwolde aan het werk.
- 17 december 1893
Finsterwolde: het contract tussen boeren en arbeiders over zomerarbeid met een aandeel in de winst gaat over de verbouw van suikerbieten.
Nieuwolda: spreekbeurt Luitjes met 80 aanwezigen. Hij spoort de mensen aan om zich van geweld te onthouden. Volgens het verslagje kiest hij de middenweg en is de reactie bij hem ingetreden.
Beerta: Handelaren uit Groningen kopen hier veel paarden tegen hoge prijzen op.
Finsterwolde: De vader en de moeder van het armhuis bedanken.
Nieuw Beerta: De Nieuwjaarscommissie die op Nieuwjaarsdag in de scholen koek en broodjes uitdeelt aan de kinderen, als maatregel tegen het nieuwjaarslopen bij de huizen, haalt lang niet zoveel geld op als vroeger. Daarom doet zij een oproep aan de gegoeden om meer te geven. “Zal toch het Nieuwjaarsloopen worden ingetrokken, dan dient toch vooral de gegoede stand eens beter naar hun vermogen in te teekenen, opdat aan plm. 400 kleinen dien dag voor een waren feestdag worde bereid.”
Oudedijk: Een boerenknecht uit Nieuw Beerta wordt betrapt op de smokkel van ruim 12 liter buitenlandse gedestilleerd. Tot voor enkele jaren kwam dit dagelijks voor in deze tijd van het jaar, maar nu nog maar zelden. De handel en het verbruik van gesmokkelde sterke drank scheen hier opgehouden.
- 20 december 1893
Termunten: Op tweede kerstdag staat er een kerstboom in de kerk voor de kinderen en catechisanten. Ieder der kleinen krijgt een cadeau, waarvoor er een inzameling wordt gehouden.

Finsterwolde: Bij de aanbesteding van het onderhoud der kerkelijke gebouwen door de kerkvoogdij schreef (mijn overgrootvader) Fokko Lindeman in met de op een na hoogste som, 1371 gulden. De gunning wordt nog even aangehouden. Wel gunt de kerkvoogdij alvast het schilderwerk.
Finsterwolde: Nieuwe vergadering van de ambachtslieden. De commissie die zich moest buigen over maatregelen tegen het borgen had met zeer veel moeilijkheden te worstelen. Aan het welslagen van het project mag worden getwijfeld. Waarschijnlijk gaat men nu toch over tot de oprichting van een ambachtsvereniging.
Ingezonden brief over het Nieuwjaar te Nieuw Beerta. Een lid van de Nieuwjaarscommissie meldt dat het gecollecteerde bedrag al hoger is dan vorig jaar. Het nieuwjaarslopen blijft ingetrokken (verboden).
- 22 december 1893
Finsterwolde: Het Nutsdepartement kiest een nieuw bestuur.
Nieuw Beerta: Bij de zuidwesterstorm van gisteren is er een schip vergaan bij de Statenzijl. Eén persoon kwam hierbij om.
Beerta: Buitengewoon hoge prijzen voor uien en sjalotten. Ze brengen wel 6 gulden per vijftig kilo op. Opkopers exporteren ze naar Engeland, voor de inmaak.
Finsterwolde: Nieuwe gemeente-opzichter is C. Brill, architect te Winschoten.
- 28 december 1893
Finsterwolde: zaterdagavond 23 december was er opnieuw een vergadering van de ambachtslieden. Deze hebben een nieuwe vereniging ‘De Ambachtsman’ opgericht, die meteen 21 leden had. Een reglement is al goedgekeurd, het doel is de belangen van de ambachtslieden te bevorderen. Het tegengaan van borgen kende intussen zoveel bezwaren dat er vanaf werd gezien. Van het nieuwe bestuur is G. Bron de voorzitter.
Oostwold: De kerkvoogdij heeft 60 arbeiders aan het werk met greppelen, slootgraven en het ophogen van het nieuwe kerkhof. Zij verdienen een dagloon van gemiddeld 65 cent.
Beerta: De plaatselijke afdeling van de SDB heeft een bibliotheek met 50 boeken verworven. Ieder lid kan die lezen op vertoon van een diploma dat er leesgeld is betaald.
Bellingwolde; Het Nieuwjaarslopen door kinderen blijft hier op 2 januari in zwang en geeft grote overlast. Vrouwen of hun dochters moeten de hele dag aan de deur staan om stoetjes uit te delen. Omdat ze lang niet alle kinderen kennen, komen nogal wat kinderen voor een tweede keer aan de deur. Die kinderen zijn vaak totaal verkleumd.
Advertentie burgemeester Nieuweschans: het Nieuwjaarslopen is hier verboden.
Advertentie Nieuwjaarscommissie Winschoten met dankbetuiging. Maar geen onverdeelde vreugde, want tien groten doen niet mee.
- 31 december 1893
De Burgemeester van Bellingwolde verbiedt het Nieuwjaarslopen op Nieuwjaarsdag.
Midwolda: Het keienkloppen is al drie weken in volle gang. Ruim 40 personen doen aan deze werkverschaffing mee en verdienen zodoende een kloploon van 13,5 cent per mud. Gemiddeld klopt een persoon drie mud keien per dag.
Beerta: Beweging van enige timmerlieden voor een tienurige werkdag met een loon van 15 cent per uur. Zeer velen zijn reeds toegetreden. Ook in Finsterwolde en Drieborg doet men pogingen om de vakgenoten daar voor de zaak te winnen. Er komt nog overleg met de bazen. “Het is alleszins gewenscht dat deze loonkwestie tot een goed einde komt.”
Finsterwolde e.o. in de zomer van 1893
Geplaatst op: 10 augustus 2007 Hoort bij: Familie, Geschiedenis Een reactie plaatsenUit de Winschoter Courant van:
- 7 juni 1893
Nieuwolda: Opheffing van het samenscholingsverbod.
Beerta: Baldadige jeugd vernielt banken.
Nieuw Scheemda: Er heerst typhus bij het Oude Diepke.
Finsterwolde: Een visser van 73 jaar oud vangt op de Dollard een zalm van 24 halve kilo’s.
- 9 juni 1893
Nieuw Scheemda: Een jaloerse rivaal lost een revolverschot op het raam waarachter een meid en haar minnaar zitten te vrijen.
- 18 juni 1893
Een zeer groot honinggewin
- 25 juni 1893
Bellingwolde – het werkvolk van de timmerlui-aannemers loopt weg. In Bellingwolde verdienen ze ƒ 1,40 per werkdag van 6 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds met anderhalf uur schafttijd. Elders, ook dichtbij zoals in Scheemda, zijn de lonen veel hoger. Enkele timmerbazen in Bellingwolde zitten daarom geheel zonder volk.
Korenboeldag in Finsterwolde.

- 5 juli 1893
Finsterwolde: een zeer groot honinggewin
Meerland: men heeft weinig plezier van de kruis- en aalbessen. In dit gehucht is er ook een verbazend hoog schoolverzuim van 60 – 70 % in de drie hoogste klassen van de lagere school. Maar dat verbetert nu.
Bellingwolde: Opnieuw marechaussees in het dorp.
- 7 juli 1893
Scheemda; De typhus neemt af.
Winschoten: Domela Nieuwenhuis spreekt.
- 9 juli 1893
Finsterwolde: Weinig bot en garnaal in de Dollard. Wel zijn er weer twee grote zalmen gevangen.
Finsterwolde: Boeldag van een kuiper.
- 12 juli 1893
Zuidbroek: Dikke Biene, ook wel Biene van Saksen doet zich zeer gedienstig voor, en was daarom populair bij de huzaren, maar ze melkt ’s ochtends in alle vroegte stiekem koeien en is dus gearresteerd wegens melkdiefstal.
Schoon zacht zomerweder.
Midwolda: Het nieuwe Volksgebouw ‘De Vrijheid’ van de heer M. Reininga wordt ingewijd. De capaciteit is 400 personen, maar er stonden nog 200, 300 mensen buiten. Sprekers waren Tjerk Luitjes (Travailleur) en Domela Nieuwenhuis. Luitjes hoopt dat dit Volksgebouw de kerken, waar het tussen staat, doet verdwijnen.
Finsterwolde: Orderlijke Hervorming, afdeling Finsterwolde vergadert in logement Crone.

- 16 juli 1893
Termunterzijl: Veel bunzingen, sinds de velletjes niet meer zo in trek zijn.
- 23 juli 1893
Finsterwolde: Een levendige handel in stro. Haverstro doet 17 à 20 gulden per duizend kilo.
- 26 juli 1893
Termunterzijl: Zeilwedstrijd.
Finsterwolde: In geen jaren staan de capucijner erwten zo gunstig. De kwaliteit is puik en de kwantiteit groot.
Nieuw Beerta: Het kamerlid B.L. Tijdens lijdt aan rheumatiek, zijn meeste gewrichten zijn gezwollen en hij ligt de hele dag in bed. Hij krijgt geneeskundige hulp van de doctoren H.J. en D.J. Schönfeld in Finsterwolde. (Twee weken later blijkt uit De Amsterdammer dat er weinig verbetering optreedt, maar dat hij met twee onderarmen in het gips tijdelijk in Den Haag gaat wonen. om toch de kamerzittingen bij te kunnen wonen.)
- 28 juli 1893
Per 1 augustus vraagt DT Barlagen in de Reiderwolderpolder enige flinke personen bij de stoomdorsmachine.

- 30 juli 1893
Midwolda: proef met vlasbouw, een teelt die daar al 25 jaar in onbruik is.
- 2 augustus 1893
Zuidbroek: Een socialistische bijeenkomst met Luitjes (Travailleur)
Finsterwolde: Aankondiging meeting met Domela en Cornelissen.
- 4 augustus 1893
Finsterwolde: Alhier komt inderdaad een vaste brigade van de marechaussee.
WA Scholten stelt zijn inkoopsprijzen voor stro vast:
– gerstestro: 17 gulden de duizend kilo
– haverstro : 18 gulden
– tarwestro : 19 gulden
– roggestro : 20 gulden
Mulder van de Pekela biedt dezelfde prijzen, hij doet er alleen een gulden af bij het gerstestro.
Termunten: tien jaar werkliedenvereniging ‘Onderling Hulpbetoon’. Deze vereniging is indertijd opgericht door dominee Okken, en diens opvolger speelt er nog steeds een prominente rol in. De club telt ongeveer 70 leden, daarnaast zijn er begunstigers. In het reservefonds zit nu ruim 500 gulden. De wekelijkse contributie bedraagt 10 cent in de zomer en 5 cent in de winter. Bij ziekte of ander noodgedwongen arbeidsverzuim bedraagt de uitkering 4 gulden per week, gedurende 13 weken. Vroeger was dat 3 gulden per week, maar door de goede stand van de kas is dat wat meer geworden.
Beerta: twee gedichten in de stembus bij de gemeenteraadsverkiezingen die de krant in extenso citeert.
- 11 augustus 1893
Finsterwolde: proeven met de teelt van suikerbieten verlopen bijzonder fleurig.
De Leeuwarder strokartonfabriek verhoogde de prijzen tot
– gerstestro: 18 gulden de duizend kilo
– haverstro : 20 gulden de duizend kilo
– tarwestro : 21 gulden de duizend kilo
– roggestro : 22 gulden de duizend kilo
- 13 augustus 1893
Bellingwolde: Een kool van 12 kilo. “Dit monster in de plantenwereld kon niet in een gewone melkbalie liggen.”
- 16 augustus 1893
Meeden: Socialisten houden een meeting met Travailleur.
Bellingwolde: Moord in het smokkelaarsbuurtje bij de Lethe, waar volgens de Winschoter Courant altijd al veel ruzie om kleinigheden is. De moordenaar (24) steekt een buurmeisje neer, vlucht over de Pruisische grens, komt terug om te informeren hoe het met haar gaat, en laat zich in hechtenis nemen. Hij was allang de schrik van de bevolking en al meermalen met justitie in aanraking geweest.
- 23 augustus 1893
Finsterwolde: de SDB-meeting van aanstaande zondag vindt plaats in de open lucht. Het verzoek om een optocht te mogen houden is afgewezen door de burgemeester.
Finsterwolde: Met het oog op het stichten van een kazerne voor de marechaussee bekijkt een commissie diverse gebouwen.
- 30 augustus 1893
Drieborg: een brutale inbraak met diefstal in de rentenierswoning van de tachtigjarige weduwe J.E. Botjes. De dader brak een ruit, de weduwe en haar dienstbode vluchtten naar de zolder, de dief nam 125 gulden uit de secretaire maar liet waardevolle opsmuk als al te herkenbaar liggen, en sloot de deuren van buiten af toen hij vertrok. Pas ’s ochtends konden de weduwe en haar meid eruit komen om de politie te waarschuwen.
Finsterwolde: De socialistische meeting van zondag 27 augustus was niet druk bezocht. Er waren maar 800 bezoekers op het stuk weiland, waar vaandels stonden van socialistische verenigingen uit Finsterwolde (3), Beerta (2), Winschoten (2), Midwolda (1), Oude Pekela (1), Muntendam (1) en Termunterzijl (1). Onder meer sprak Spiekman uit Sappemeer over kolossale kapitalen en grote weelde. Na afloop gingen bezoekers naar hotel Hommes om daar de avond gezellig door te brengen. Het volk buiten sarde ’s avonds de marechaussees, die twee keer een charge met de blanke sabel uitvoerden. Niemand raakte gewond, wel kregen wat mensen een proces-verbaal.
Ekamp: brandstichting in een bult stro van mosterdzaad achter de boerderij van E. Meijer. Zo’n drie voer stro was een prooi der vlammen. (NB Meijer was de boer die zijn dekhengst Travailleur noemde.)
Oostwold: Goede opbrengst van het koren dit jaar. T. Knottnerus haalde van een lapje 58 mud per deimt en C. Knottnerus 22,5 mud per deimt van een lapje rogge.
Beerta: Staking arbeiders bij de stoomdorsmachine(s). Zij willen 2,5 cent per uur loonsverhoging.

Foto: met dank aan Piet Remeijer
Idyllisch Orvelte
Geplaatst op: 10 augustus 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Bron: Winschoter Courant 28 juni 1893.
De elegante dekhengst Travailleur – Finsterwolde e.o. in 1893
Geplaatst op: 3 augustus 2007 Hoort bij: Familie, Geschiedenis Een reactie plaatsen
Soms zoek je het een en vind je het ander. Zo zocht ik vanmiddag in de legger van de Winschoter Courant, eerste halfjaar 1893, naar de vestigingsadvertentie van mijn overgrootvader Geert Perton als schoenmaker in Finsterwolde. Die stond er niet in. Wè vond ik een vacature, geplaatst door een schoenmaker D. Perton uit Vrieseloo.
Schoenmakers waren de filosofen van het dorp, hoorde ik iemand eens vertellen in de schoenmakerswerkplaats, die Openluchtmuseum het Hoogeland tien jaar geleden nog had. Een ingezonden briefschrijver in de Winschoter van 26 maart 1893 mopperde echter dat de schoenmakers in de dorpen “soms hun werk maar half verstaan”. Dat kwam volgens hem doordat men liever een kleine baas, dan een grote knecht was.
Uit zo’n halfjaartje krant krijg je een aardige indruk van wat er allemaal in zo’n dorp speelde. De landbouw hing af van het weer en dus hoor je daar het nodige over. Eind januari stond er huizenhoog kruiend ijs op de Dollard. Medio maart plaatsten de botvissers daar hun schuttingen weer, al kon de garnalenvangst nog niet beginnen. Later brak er een wekenlang durende periode van droogte aan. Medio mei stond de koolzaad in volle bloei, de bijen deden het buitengewoon goed, de beste korven waren voor het zwermen al 45 pond en het leek zo een “olderwets iemejoar” te worden. Tegelijkertijd ontwikkelde zich een muizenplaag, die begon in de klavervelden bij Beerta.
Boerenarbeiders en dagloners zoals mijn betovergrootvader verdienden een groot deel van het jaar 50 – 60 cent per dag, in het wat drukkere seizoen 75 cent per dag, en in de oogsttijd aanzienlijk meer, met de vrouw erbij soms wel 4 gulden per dag. ’s Winters moesten ze interen, dan waren ze meestal werkloos.
In Finsterwolde had het socialisme onder de boerenarbeiders “vele aanhangers”. Er bestond een afdeling van de Sociaal-Democratische Bond (SDB), een sociaal-democratische vrouwenvereniging en een dito jongelingenvereniging. Begin februari hield het latere kamerlid Schaper, uit Groningen, voor die laatste club een spreekbeurt over het onderwerp “Macht boven Recht”. De zaal zat eivol. Voor onze begrippen hield men er nogal vroeg mee op, om half negen was de bijeenkomst afgelopen. Maar vergeet niet dat het winter was en men nauwelijks licht op de weg had.
Samen met hun partijgenoten organiseerden de socialisten van Finsterwolde op 1 mei een meeting in het Wandelbos van Winschoten. Die zondagochtend hingen er placcaten op verschillende burgerhuizen in Finsterwolde, met een oproep om deze meeting bij te wonen. Er kwamen wel 3000 mensen in Winschoten kijken. Er stond een podium met een muziekcorps en wel zestien rode vaandels, waaronder die van de vrouwenverenigingen van Finsterwolde en Beerta. De belangrijkste spreker was Tjerk Luitjes, alias Travailleur. Hij ging in op het hoofdthema van de meeting, het streven naar een werkdag van acht uur. Maar dat was niet het einddoel, de bedoeling was uiteindelijk de opheffing van het privé-bezit.
Herhaaldelijk moest Travailleur zijn rede onderbroken voor applaus. Op zich verliep de meeting kalm en ordelijk, maar de burgemeester van Winschoten had een optocht of demonstratie verboden, en daar trok men zich niets van aan. Met de vaandels ging men onderweg, de marechaussee voerde charges uit, in het gedrang raakten sommige mensen onder de paarden, en ook Travailleur kreeg een trap van een paard, al raakte hij niet ernstig gewond.

In Finsterwolde daarentegen, verliep die middag erg rustig. Pas toen de mensen uit Winschoten terugkeerden, was er veel volk op de been. “Vele kinderen en opgeschoten jongelui”, zo verhaalt de Winschoter Courant, “jouwden de politie uit. Deze hielden echter streng de hand aan de verscherpte proclamaties, waarbij samenscholingen van meer dan drie personen zijn verboden.”
De jeugd liet zich ook op een andere manier gelden. Boeren hadden veel last van jongens die het koolzaad op de akkers afsneden. Ook staken kwajongens de Tjamtil in de fik. En geen enkele liet zich betrappen.
In de dorpen viel het samenscholingsverbod nog wel te handhaven. Zo kregen tien jongelui in Beerta eind maart een bekeuring aan de broek. Maar het verbod hoefde alleen te gelden in de periode dat er weinig werk was. In Finsterwolde was het 17 december 1892 ingesteld, en werd het eind mei weer ingetrokken. In Beerta was het gedurende ongeveer dezelfde periode van kracht. Herbergen en logementen moesten ook om tien uur ’s avonds sluiten (“taptoe”), iets waar de uitbaters niet bepaald blij mee waren. Desalniettemin nam de gemeente Finsterwolde die sluitingstijd structureel op in de APV.
Telefoon was er nog niet in de rijke gemeenten Finsterwolde en Beerta (al wel in Bellingwolde), maar onder andere vanwege het “huzarenmotief” (het snel kunnen inroepen van militaire hulp) zat deze hypermoderne vorm van communicatie eraan te komen.
In bijna elk dorp van het Oldambt was er een detachement marechaussee ingekwartierd. Op 7 mei rukten die van Oostwold, Nieuwolda en Woldendorp in, begin juni volgde dat van Beerta. “We zijn hier weer rustig en wel met ons eigen volk”, schreef de plaatselijke correspondent, die hoopte dat het zo blijven zou. Alleen het detachement van Finsterwolde bleef achter. “Men zegt dat het een vaste Brigade zal worden.”
Om ’s winters de ergste nood van de werkloosheid te lenigen, en de scherpste randjes van de opstandigheid af te nemen, organiseerden de gemeenten werkverschaffingsprojecten, vooral keienklopperijen. De kerkvoogdij van Beerta liet oudjes de wildernis op het plaatselijke kerkhof opruimen. Ondankbaar zongen zij het achturenlied.
Notaris A.H. Koning richtte begin februari de Partij van Orde op, niet veel later (Oranje) Bond van Orde geheten. De afdeling in Nieuw-Beerta bezorgde de arbeiders van Beerta in mei heel goedkoop karnemelk aan huis. “Bond van Orde lopt mit zoepen veur vief cent de 4 kan”, zo ging het als een lopend vuurtje door het dorp.
Soms deed de reactie een poging tot humor. Zo noemde boer Meijer van de Ekamp zijn elegante dekhengst Travailleur…

‘Mijn centenaires bleken extreem vief’
Geplaatst op: 29 juli 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenAnno 1770 overleed in Aarhus, Denemarken, ”de door de nieuwspapieren zoo meenigmaalen gemelde, alombekende Noorman en Grijzaart Christiaan Jacobsen Drakenborg”. Drakenborg bereikte de leeftijd van 146 jaar en gold daarmee als oudste mens van Europa. Na zijn dood werd hij als zodanig opgevolgd door een IJslandse koperslager van 138, die nog elke dag zijn beroep uitoefende en wiens jongste zoon van 104 hem trouw in de werkplaats meehielp.
Drakenborg en beide andere stokoude Scandinaviërs figureren in de dissertatie van de Joris Kabbelbeecx, Het eeuwige leven; honderdplussers in de courant (1750 – 1799). Voor zijn medisch-historische proefschrift onderzocht Kabbelbeecx honderden krantenberichten die melding maken van leven en dood van honderd-en-zoveel-jarigen. De enthousiaste promovendus:
”Nooit eerder leefden er zoveel honderdplussers in Europa. Omdat sommige zelfs nog kinderen verwekten bij vrouwen van zestig, werd er een enorme bevolkingsexplosie verwacht. Dit was, vergeet ’t niet, de era dat Malthus zijn wetten formuleerde.”
Honderdplussers stonden in aanzien. Drakenborg kreeg regelmatig bezoek van nieuwsgierige hooggeplaatsten, die hem steevast wat geld toestopten. Ook van andere honderdplussers meldt Kabbelbeecx dat ze vorstelijke douceurs, gratificaties en pensoenen ontvingen. ”Vergelijk ’t met het gelukstelegram van de koningin”, glimlacht de promovendus, ‘
‘of met de visite van de burgemeester aan de honderdjarigen van tegenwoordig. Die burgemeester neemt ook altijd bloemen en een enveloppe met inhoud mee. Daar zit dezelfde eerbied achter.”
Mensen wilden ook altijd weten hoe iemand zo stokoud geworden is. Vandaar die krantenberichten. ”En in mijn periode bleken de centenaires extreem vief”, constateert Kabbelbeecx,
”Opmerkelijk vaak waren ze nooit ziek en beschikten ze, tot ze er bij neervielen, over hun volle verstand en geheugen, over al hun ledematen en zintuigen. Zo lazen ze zonder bril nog de kleinste lettertjes. En werkten ze meestal nog als paarden. Terwijl ze verbijsterend jong van hart bleven. Er was bijvoorbeeld een Franse gravin, die een feest organiseerde toen ze honderd werd. Met de oudste grijsaard uit de streek opende zij het bal en ze bleef de gangmaakster tot de laatste gast in de ochtend vertrok.”
Onder de honderdplussers bevonden zich lieden van allerlei stand en professie. Twee beroepsgroepen sprongen er echter uit in Kabbelbeecx’ dataset: soldaten en medici. ”Als je die slagvelden overleefde, maakte je kennelijk een bovenproportionele kans op een hoge ouderdom”, denkt Kabbelbeecx.
”Hetzelfde geldt voor artsen. Maar bij hen speelt er ook nog iets anders. Neem de Petersburger stadschirurgijn Christiaan Wurger, een Hollander die Peter èn Catharina de Grote diende. Twee maal overleefde hij de builenpest. Maar misschien was het nog wel belangrijker dat hij nooit adergelaten werd. Terwijl hij zelf tallozen de aders liet.”
Een andere opmerkelijke bevinding van Kabbelbeecx is dat onder zijn Europese Methusalems de gezondheidsfreaks het kwantitatief zwaar moesten afleggen tegen lieden met riskante gewoonten. Natuurlijk had je honderdplussers die zich louter met gierst, rauwe uien en water voedden, of die frisse duiken pardoes in bergrivieren namen, of die worstelden met zestigers zonder ooit ’t onderspit te delven”, somt Kabbelbeecx op.
”Maar daar tegenover staan talloze liefhebbers van hartige spijzen, drank en tabak.”
Niemand neemt het hem af. Kabbelbeecx ontdekte de vroegste kettingroker. Met een diepe zucht:
”Je vindt zoveel in oude kranten, het is een ideale bron.”
Historisch transport in de haven van Delfzijl
Geplaatst op: 28 juli 2007 Hoort bij: Geschiedenis 7 reactiesZoals beloofd een paar foto’s van de antieke vrachtwagens, die ik aantrof in de haven van Delfzijl. Volgens genummerde bordjes aan sommige trucks namen ze deel aan de ‘Van Haven tot Haventocht’, maar noch op de website van de organiserende Stichting Historisch Transport, noch elders op internet is daarover iets te vinden.
MAN:

Scania:

Mack:

Bedford:

Op de agenda van de stichting staat het Truckstar-festival, 4 en 5 augustus op het TT-circuit in Assen. Daar zullen veel van deze vrachtwagens dan ook wel weer te vinden zijn.
Gier kwam wel vaker in onze contreien
Geplaatst op: 19 juni 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenIedereen heeft het over die gieren. Maar zo nieuw is hun verschijning hier te lande helemaal niet. Zo stond er op 14 januari 1851 dit overzichtje in de Groninger Courant van “schadelijk wild” dat in 1850 in Drenthe gedood was:
65 moervossen
55 rekelvossen
424 jonge vossen
695 valken
594 wezels
1039 bunzings
2 arenden
1 otter
1 gier
Voor deze afgeknalde beesten betaalde de provincie Drenthe premies uit. Die premies werkten “zeer goed”, zegt het bericht.
Wat was waar?
Geplaatst op: 12 juni 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenHm, deze zou vandaag online gaan. Tenminste, dat meende ik te hebben gelezen in een nieuwsbrief van Erfgoed Nederland. Maar nu ik nog eens kijk, is er vandaag alleen maar sprake geweest van een presentatie in Amsterdam:
“Op 12 juni 2007 wordt de bètaversie van WatWasWaar.nl gepresenteerd voor potentiële deelnemers in de erfgoedsector. Op WatWasWaar.nl wordt erfgoed ontsloten via de kaart. Er is informatie te vinden over elke plek in Nederland. Dit zijn foto’s, (land)kaarten, tekst en bewegend beeld met een locatiecomponent. Hiermee sluit WatWasWaar.nl aan bij de alsmaar groeiende behoefte van Nederlanders om meer te weten over hun familiegeschiedenis en de geschiedenis van hun omgeving.”
Aan deelname hangt wel een prijskaartje. Binnenkort dus maar eens terugkomen om te zien of het nog wat wordt.
Artsen werkloos na komst nieuwe haring
Geplaatst op: 10 juni 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen“De Haring, wel gekaakt, en naar den eisch gezouten, ook Pekelharing geheeten, een gebruikelijk voedsel der Hollanderen, bijna het geheele jaar door, is onder hen bovenal eene zeer algemeene spijs in den Zomer, of van Juni af, tot in September. In dien tijd, bijzonder in Juli, vind men denzelven onder Rijken en Armen, onder Burgers en Boeren, bijkans altoos op tafel.
’t Is ook in dien tijd, dat de Hollanders, over het geheel, het minst Vleesch eeten, en men houd het voor wat vreemds, iemant te ontmoeten, zoo als ‘er evenwel zijn, die geen Haring lust. Men gebruikt deezen Visch dan, op het Land en elders, als eene gewoone toespijs, tot Boereboonen, Erwten, Salade enz. En sommigen maaken ‘er ook hun Morgenontbijt van.
Met het afneemen der jonge Groente eindigt insgelijks het gebruik van den nieuwen Haring, die bovenal begeerd word. Men merkt hieromtrent op, dat de Natie, geduurende dien tijd, gemeenlijk het gezondste is; waarom de Heeren Doctoren dien tijd den nieuwen Haringtijd, en hunne Vacantie, noemen; willende te kennen geeven, dat men dan weinig om den Apotheek denkt, en dat ‘er niet veele Zieken zijn.
Ook schijnt het inderdaad zulk een algemeene regel te weezen, dat ‘er geen twijffel overblijve, of het sterke gebruik van Haring, in dien tijd, is der Natie zeer gunstig. Het Lichaam, mag men denken, word ‘er door gezuiverd, van ’t kwaade dat het langduurige gebruik van Winterspijzen te wege gebragt heeft; en de Wintersche verstoppingen verdwijnen, voor de openende kragt van dien zegenrijken Visch.”
Uit: J. Le Francq van Berkhey, Natuurlyke Historie van Holland, Derde deel, derde stuk, (Amsterdam 1773) pag. 1477-1478. (NB: de schrijver woonde in Katwijk.)
Zotheid uit de duisternis
Geplaatst op: 4 juni 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenHoog bovenin een uitgehouwen gang in de Sint Pietersberg bevinden zich tekeningen uit de veertiende en vijftiende eeuw, zoals deze nar met mergelzaag. In Nijmegen hebben ze onderzoek naar die middeleeuwse graffiti gedaan en dat onderzoek is nu uitgemond in een tentoonstelling en een publicatie.
Rijkswaterstaat negeert de doden van de Afsluitdijk
Geplaatst op: 21 mei 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Je zou toch denken dat zo’n jubileum van de Afsluitdijk en zo’n heropening van het Ingenieur Lely-beeld volop gelegenheid zouden bieden om ook even stil te staan bij de arbeiders die bij dit project omkwamen. Maar niks hoor. “We willen met name naar de toekomst kijken”, zegt de woordvoerder van Rijkswaterstaat.
Het waren maar polderjongens, die acht kerels. Onder wie H. Elzen uit Nieuw Beerta, verongelukt op de Dag van de Arbeid van 1930.
Naar Matsloot om de opgraving te zien II
Geplaatst op: 15 mei 2007 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk Een reactie plaatsenBij de opgraving bleek er dit keer een waterput van halve boomstammetjes blootgelegd:

Nu maar hopen dat mensen ooit wat aardewerk en andere aardigheden in die put hebben laten vallen. Elders op het terrein was een deel van een veulenskelet aangetroffen, en een wan, een werktuig dat diende om kaf en koren van elkaar te scheiden. Met de brug waren de archeologen ook nog bezig, alle palen waren er inmiddels uit, en die bevestigden nog eens dat het om een zware wagenbrug ging. De palen waren van onder eenzijdig afgeschuind om ze des te beter de klei in te kunnen drijven.
Naar Matsloot om de opgraving te zien
Geplaatst op: 4 mei 2007 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk Een reactie plaatsenIn Matsloot, vlakbij de A7, ten zuidoosten van De Poffert, graven de medewerkers van de stadsarcheoloog een late kleiwierde af, het zogenaamde Hoogheem. Met dat karwei zijn ze nog wel enkele maanden bezig, is de taxatie.
In de Middeleeuwen had het Cisterciënzer nonnenklooster Mariënkamp in Assen hier een uithof of schuur, voor de berging van vee en hooi. Om de kostbare inhoud te beschermen, lag er om de wierde een hoekige, waarschijnlijk vierkante gracht. Daarin stond een forse brug, getuige de steunpalen van eiken en beukenhout die tevoorschijn zijn gehaald. Er moet nog dendrologisch onderzoek plaatsvinden, maar een voorzichtige schatting was dat de palen in de veertiende eeuw met een heistelling de klei in waren gedreven. Aan de grond rond de palen viel te zien, dat de gracht er al eerder was. Vlakbij de brugstijlen vonden de archeologen wat middeleeuws aardewerk, potjes die vanaf de brug in de gracht gekieperd waren.

Het Hoogheem bevindt zich nu in Groningen, maar dat komt doordat de A7 dit stukje Matsloot van Drenthe afsneed. Drenthe kreeg er een ander gebiedje voor terug. Bij de Woonomgeving, de site met de oudste kadasterkaarten (ca. 1825), moet je voor het Hoogheem dus onder Drenthe kijken. Het Hoogheem zit dan aangeplakt tegen de uiterste noordgrens van Drenthe, hier een zeldzaam kronkelig lijntje. Feitelijk was het met ’t even verderop gelegen ‘Raadhuis’ de noordelijkste woonplaats van Drenthe.

In historische tijd moet er een perceelscheiding zijn geweest, want in de vierkante begrenzing om de percelen 143 + 144-bis is de gracht te herkennen. Vergelijken we dit oude kadasterkaartbeeld weer met dat van een moderne topografische atlas, met summiere hoogtelijntjes, dan lijkt de wierde aan de (zuid-)oostkant verder te strekken dan de voormalige gracht. Die zou dus nog wel eens door de wierde heen gegraven kunnen zijn. Als dit werkelijk zo is, dan is de wierde ouder dan de gracht. Maar misschien is er in historische tijd ook wel een erfophoging geweest voor de afgesplitste boerderij op 144 + 144-bis.
Het wierdeprofiel – zo te zien komt het hoogste gedeelte nog aan snee:

Vreemd vind ik nog, dat de brug aangetroffen is aan de westkant van de wierde, terwijl de ontsluiting van de latere boerderijen aan de noordkant ligt. Maar misschien diende de brug voor de ontsluiting naar land aan de westkant. Nog even een blik op een middeleeuwse inkeping met pen en gat verbinding:



Recente reacties