Vooruitziende blik
Geplaatst op: 20 april 2006 Hoort bij: Geschiedenis, Stad toen Een reactie plaatsen
Eind 1796 wist de publieke opinie in Groningen al waar men aan toe zou zijn met de eenheidsstaat. Er lag toen net een eerste grondwetsontwerp voor de Bataafse Republiek, met een unificatie van alle gewesten op termijn. De Groninger arts Jacob van Geuns schreef:
“De zoo zeer met overhaasting naderhand gedecreteerde absolute eenheid, zoo wel nae buiten als omtrent het bestuur van binnen, staat hier veelen zeer slegt aan. Men vreest dat zoo het binnenlands bestuur onder volkstrekte eenheid gebragt wordt, dat dan de afgelegene deelen, van* Den Haag, waar tog het Hooftbestuur zal blijven, zullen verwaarloost worden. Of dat de belangen van Holland zullen voorgetrokken worden ten koste van de anderen.”
*Van = door
Slappe kaftjes met stevige bolsjewiekenkost
Geplaatst op: 18 april 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Een beetje dialectisch moest je er wel voor kunnen denken. In de Tweede Wereldoorlog verstopten Duitse communisten illegaal leesvoer in heel onschuldig ogende omslagjes waar vaak kapitalistische reclame op stond. Het omslag camoufleerde de inhoud, en voor de heimelijke verspreiding waren de brochures ook zo klein, dat ze in de binnenzak en/of een envelop pasten. Veel van die zogenaamde Tarnschriften zijn uiteraard verloren gegaan. Maar de Groninger Universiteitsbibliotheek heeft nu een aantal geleend van de Niedersächsische Landesbibliothek in Hannover, en stelt die tentoon op de derde etage. Nog tot maandag 8 mei. De toegang is gratis.
De schedel van ‘der keerlen God’
Geplaatst op: 15 april 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Aardig filmpje over de opgraving van de abdij te Rijnsburg (1951). Hoewel Rijnsburg zich onder de rook van Leiden bevindt, stond deze opgraving onder leiding van de Groningse archeoloog Van Giffen.
De abdij van Rijnsburg was in de middeleeuwen zeer belangrijk. Zo werden hier de Hollandse graven en gravinnen na hun dood bijgezet. Van Giffen vond onder meer de tombe van graaf Floris V, die in 1296 door edelen was vermoord. Het filmpje toont de schedel van Floris, die om zijn populariteit spottend ‘der keerlen God’ genoemd werd. Er is een kapje van afgeslagen, en de graaf kreeg ook een klap met een zwaard in zijn nek. “Met behulp van deze schedel”, zegt de commentator, “kunnen we bij benadering vaststellen hoe het uiterlijk van de graaf is geweest”. Maar dat komt een beetje vreemd voor. omdat er van Floris’ gezicht ook bar weinig over is.
Deze week zette de stichting Beeld en Geluid het filmpje van de opgraviing in Rijnsburg met nog vijf andere Polygoon-filmpjes van oude opgravingen op haar website. Dit naar aanleiding van het Archeologische Filmfestival, dat afgelopen zondag in Groningen plaatsvond.
Vier millennia in vier kaartjes
Geplaatst op: 14 april 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenDeze week ging de NOaA-site deels in de lucht. Er staat een pagina met kaartjes op, die weergeven hoe de ‘Nederlandse’ bodem zich tot 800 na Christus ontwikkelde. Vooral de laatste vier, vanaf 2750 voor Christus, vind ik interessant. Ik heb Noord-Nederland (inclusief noordelijk Noord-Holland of West-Friesland) er steeds even vanaf geknipt – de grotere, nog weer opschaalbare kaarten van heel Nederland kan je bereiken door een muisklik op de uitsnedes.
a – 2750 voor Christus
Steeds staat geel voor zand, bruin voor veen, en groen voor kwelder. Geel is voornamelijk het Drents plateau, waar de omstandigheden eerst nog het gunstigst voor primitieve landbouw zijn. Heel mooi tekent zich weer eens de Hondsrug af, als grens tussen zand en veen. Ter hoogte van Friesland en Noord-Holland bevinden zich nog wat zand-eilanden midden in de veenwoestenij. De kwelders zijn nog laag, smal en verbrokkeld. Op de plek van de latere Zuiderzee (nu IJsselmeer) vertakt de IJssel zich tot een soort van Biesbosch:
b – 500 voor Christus
Het Drentse Plateau en ook de westelijke zandeilanden raken steeds verder overwoekerd door het rijzende veen. Er is overbevolking en overbegrazing op het resterende zandareaal. Geluk bij een ongeluk: de kwelders krijgen eveneens meer volume. In deze era begint vanuit het huidige Drenthe de vestiging van ‘Friezen’ op de kwelders. Ze werpen de eerste wierden op. De bevolking zal zich in het kweldergebied zo vermeerderen, dat er in de Romeinse ijzertijd per hectare minstens vier maal zoveel mensen wonen dan op het Drentse Plateau, het land van herkomst. Aannemend dat de veengebieden grotendeels onbegaanbaar waren, en er geen volksverhuizing over zee was, lag de voornaamste migratie- en handelsroute langs de Hondsrug. Intussen maakte de IJssel-Biesbosch plaats voor een groot inlandig meer:
c – 50 na Christus
De veenwoestenij rukt almaar verder op. De kwelders consolideren zich en winnen nog aan hoogte. Behalve op één plek. Tussen het latere Texel en Terschelling is vermoedelijk bij een stormvloed een stuk land weggeslagen, waardoor er een doorgang is ontstaan naar dat binnenmeer, dat tegelijkertijd dus een zee-arm werd. De Hondsrug is nu nog de enige passabele route naar het hele kweldergebied, afgezien van de zee:
d – 800 na Christus
De Zuiderzee breidt zich steeds verder uit, wat de communicatie tussen westelijke en de overige Friezen bemoeilijkt. Ook in het tegenwoordige Friesland en Groningen kreeg de zee forse armen, de Middel- en de Lauwerszee. De Lauwers markeert later een nieuwe grens tussen de Friese kwelderlanden. Ten oosten van de Lauwers zullen de Friezen zodanig in de ban raken van een ‘Saksische’ stad, dat ze hun taal verliezen. Die stad bevindt zich precies op de vroegere aanvoerroute van de kwelderbewoners uit hun stamland, dat in eeuwen van ‘homeopathische bevolkingsverdunning’ en ‘volksverhuizing’ ingenomen is door anderstaligen uit het oosten:
Het voorlezen van de krant
Geplaatst op: 13 april 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Gister stond in veel kranten het ANP-bericht over een ijsgezicht van Koekkoek, dat na bijna anderhalve eeuw weer opdook, en op 26 april bij Christie’s Amsterdam onder de hamer komt. Maar op dezelfde veiling zal er ook worden geboden op een schilderij van Herman Frederik Carel ten Kate (1822-1891), dat nog geen 2 % waard is van Koekkoeks doek, en mij persoonlijk toch wat meer aanspreekt.
Dat werk van Ten Kate is van 1855, maar portretteert mensen in een mode van rond 1800. Het heeft als onderwerp nieuwsverspreiding. We zien het interieur van wat waarschijnlijk de jachtweide van een herberg is, en rond de tafel luisteren mensen geïnteresseerd naar een heer die ze voorleest uit een krant.
Mij doet dat schilderij van Ten Kate sterk denken aan een scène uit een reisbeschrijving van de Duitse dominee Johann Gottfried Hoche, die in het najaar van 1798 Groningerland bezocht. Over de Eems aankomend in Delfzijl, pleistert hij in een herberg, waar de gasten elkaar hardop de Ommelander Courant voorlezen. Ook in de processtukken over een politiek akkefietje in Scheemda (najaar 1797) komt een dergelijke scène voor. Uit verdere literatuur is me natuurlijk wel bekend dat in veel koffiehuizen en herbergen kranten voor het grijpen lagen, en dat het lezen ook hardop gebeurde, zodat het bereik veel groter was dan oplagecijfers doen vermoeden. Maar een picturale uitbeelding van dat voorlezen had ik nog nooit eerder gezien, terwijl er ijsgezichten te kust en te keur zijn. Als ik het geld had, zou ik het dus wel weten.
Toonbare bedelaars
Geplaatst op: 3 april 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Wie dit schilderijtje van een bedelaarsechtpaar maakte is onbekend, maar hij behoort tot de Hollandse school van de achttiende eeuw. Het stel dat hij portretteerde ziet er toonbaar uit, vergeleken bij sommige bedelaars van vandaag de dag. De man, zijn hoed omgekeerd presenterend voor een aalmoes, zit eenvoudig, maar niet echt miserabel in de kleren, en voor de vrouw geldt hetzelfde.
Zij heeft trouwens frappant veel weg van een aardappeleetster. Om haar handen heeft ze een soort van mof tegen de kou. Geen van beide beide echtelieden draagt opsmuk als edelmetalen knoopjes en gespen, maar er gaat wel een hondje met ze mee.
Kennelijk blijft er nog wat over van de ingezamelde liefdegaven. Honden, de armen van de stad Groningen mochten die vanaf 1781 niet meer hebben. Luxegoed. Deze bedelaars waren dus beter af. Of mocht de armoe niet al te schrijnend worden uitgebeeld?
Woensdag wordt het olieverf-paneeltje (24 x 18 cm.) geveild (kavel nr. 32). Het is getaxeerd op 1500 euro.
Jensma en de Nieuwe Historie van Groningen
Geplaatst op: 2 april 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Vanaf Ameland schreef Goffe Jensma de afgelopen week het wisselweblog van het Groninger Forum. Donderdag ging hij in op de Nieuwe Geschiedenis van Groningen die momenteel ontstaat.
Die Nieuwe Geschiedenis van Groningen wordt een driedelig handboek onder hoofdredactie van Maarten Duijvendak. Volgend jaar zou het moeten verschijnen. Het vervangt dan de nog ééndelige, maar ook al kloeke Historie van Groningen uit 1976. In de herfst van 2003 verscheen er al een prospectus van, die zo kolossaal, zwaar en luxe uitgevoerd was, dat hij bij menigeen de lachlust opwekte. In elk geval had men van het geld met gemak een historische monografie kunnen betalen. Inhoudelijk deed de lijvige aankondiging eveneens wenkbrauwen fronsen. Zeker is de hoofdredactie competent, maar bij het zoeken van medewerkers leek menigmaal het ons-kent-ons als richtsnoer te hebben gefungeerd. Ik althans, kon me niet aan die indruk onttrekken.
Versterkt met een veertig externe deskundigen kwamen alle auteurs onlangs bijeen op Ekenstein, voor een symposium dat ook wel weer een lieve duit gekost zal hebben. Volgens Jensma gaf de hoofdredactie ze “de strenge richtlijn” om met het het oog op het brede publiek “vooral verhalend te schrijven”. Methodologische excursies, of discussies die louter voor vakhistorici van belang zijn, komen er dus niet in. “Ik begrijp die eis”, zegt Jensma, “maar ze riep bij mij ook wel de oude vraag op naar het verschil tussen feit en fictie, tussen geschiedenis en historische roman.” Kennelijk is Jensma toch wat bang dat men met de beperking tot het verhaal ook de grens tussen werkelijkheid en verdichting oversteekt. “Als wetenschapper”, aldus Jensma. “moet je er naar mijn mening zelfs naar streven om zaken bevattelijk, aanschouwelijk en niet moeilijker dan noodzakelijk op te schrijven, maar al is het verleidelijk, het is not done om (…) op oncontroleerbare wijze feit en fictie naar believen te vermengen. En daar komt bij, ook een saaie, slecht gestructureerde, bijna onleesbare tekst kan grote wetenschappelijke waarde hebben.”
Uiteraard kan woestijnachtige dorheid van wetenschappelijke waarde zijn, maar veel aftrek vindt zij niet. Bij de Nieuwe Geschiedenis van Groningen gaat het om een handboek voor een algemeen publiek, en dat zit absoluut niet op een droog en saai relaas te wachten, wel op een goed weglezend geheel. Jensma’s angst dat met het badwater van positiebepaling en methodologie het kind van de waarheidsgetrouwheid weggegooid wordt, deel ik dus niet. Ook een geschrift dat zich strak aan feiten houdt kan alleszins leesbaar zijn, dat hangt simpelweg af van het schrijftalent der auteurs. Wel ben ik bang, dat het ettelijke medewerkers van de Nieuwe Geschiedenis van Groningen helemaal niet gegeven is om een pakkend verhaal te schrijven. De hoofdredacteur krijgt er vast nog een zware dobber aan. We zullen zien, wat er volgend jaar van komt.
Leeuwarder bewijst sneupers een prachtdienst
Geplaatst op: 1 april 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenPrachtnieuws voor de sneupers: alle leggers van de Leeuwarder Courant komen binnen een jaar online. Nogal een karwei, want van 1752 tot op heden produceerde Neerlands langst lopende krantentitel een slordige 800.000 pagina’s.
Het scannen en toegankelijk maken van het Leeuwarder krantenarchief gebeurt door een bedrijf uit Roermond, dat ook de i-edities van de Leeuwarder Courant, het Dagblad van het Noorden, Het Parool, De Morgen, The Daily Telegraph en The Australian levert.
De peutertamboer van ’t Leeuwerikenveld
Geplaatst op: 1 april 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Op het Leeuwerikenveld bij ’t Klooster, een buurtschap onder de Drentse vesting Coevorden, hebben archeologen de graven opgedolven van vijf jongeren. Vermoedelijk gaat het om kindsoldaten, die omgekomen zijn bij het beleg en de schermutselingen van rond 1592. Uit de opgravingsput kwamen namelijk ook loden musketkogels, kanonskogels en een holle ijzeren granaat van 25 centimeter doorsnee tevoorschijn (pdf). In vier van de vijf graven ging het om pubers, maar volgens de onderzoekers zou de jongste – wiens leeftijd ze schatten op 3,5 à 8 jaar oud – wel eens een tamboer geweest kunnen zijn.
Het Dagblad van het Noorden verjongde het manneke op zijn website nog even tot een driejarige en een dermate jeugdige leeftijd wekt uiteraard verbijstering op: Afrika is er niets bij! Maar hoe oud het jochie dan ook was binnen de gegeven bandbreedte, ik denk dat de speculatie dat het om een tamboer gaat überhaupt onjuist is. Zeker lijfden de toenmalige legers jonge jongens in, dat staat buiten kijf. Maar dan moet je doorgaans denken aan twaalf- tot veertienjarigen. De peuter of kleuter, als het zoiets was, lijkt me eerder het kind van een soldaat dan een kindsoldaat. Met een leger trok nogal wat familiale aanhang mee, en bij de manoeuvres kon ook die zogenaamde legertros in het schootsveld raken. Als het graf van het ventje inderdaad trommelresten bevatte, was het naar mijn mening hooguit een regimentsmascotte, maar geen combattant.
Samenvatting van het opgravingsrapport (pdf)
Nebra-schijf wees dertiende maand aan
Geplaatst op: 14 maart 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenDuitse wetenschappers hebben een hele aardige verklaring gevonden voor de de Nebra-schijf. Het voorwerp uit de Bronstijd (1600 voor Christus) diende om de dertiende maand aan te wijzen. Oorspronkelijk was de kalender van de Europeanen met de bronzen bijlen op de maan gericht. Daar hielden ze ook hardnekkig aan vast, maar vooral bij hun nog prille akkerbouw zal dat onhandig geweest zijn, want twaalf maan-maanden komen elf dagen te kort op een zonnejaar. Zo af en toe moest er dus een dertiende maan-maand worden ingelast, om het maanjaar weer in de pas te laten lopen met het zonnejaar. Voor het bepalen van het moment dat die dertiende maand aanbrak, was er de Nebra-schijf, met de maan, de zon en en een stel Pleïaden in een bepaalde constellatie. Een vorst, priester of sterrenwichelaar hield de schijf tegen het uitspansel omhoog, en als plaatje en werkelijkheid correspondeerden, zo eens in de twee, drie jaar, begon die buitennissige maand.
Een Nederlands-Indisch Pompeï
Geplaatst op: 28 februari 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenAnno Domini 1816 staat te boek als het jaar zonder zomer. Wereldwijd was er een zonderlinge dip in het klimaat, die waarschijnlijk samenhing met een serie enorme vulkaanerupties op Soembawa, in het toenmalige Nederlands-Indië.
De uitbarstingen kostten 117.000 eilanders het leven, en veegden hun kleine koninkrijkje Tambora finaal van de kaart. De hoofdplaats met het huis van de vorst raakte bedolven onder meters puimsteen en as.
Amerikaanse en Indonesische archeologen hebben nu overblijfselen van die residentie ontdekt. Ze legden aardewerken, porseleinen, glazen, bronzen en ijzeren voorwerpen bloot in ravijnen. Ook troffen ze het verkoolde casco van een huis aan, waarin twee skeletten van volwassen mensen lagen. Een hield de hand geklemd om een groot mes. Wellicht de heer des huizes, bang voor plundering.
De eerste indrukken zijn dat de cultuur van Tambora een boeddhistische was, verwant aan die van Viêtnam and Cambodja. Maar er zijn ook sporen van Nederlandse en Engelse aanwezigheid. Het vele brons toont aan dat de Tamboranen redelijk welvarend waren.
Op de flanken van die slapende vulkaan gaan de archeologen nu hevig met hun grondradars tekeer. Later dit jaar komen er systematische opgravingen.
BRON:The New York Times
Kervelsoepje
Geplaatst op: 15 februari 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen“Om een kervelsopje te maken
Verleest vast en kapt de kervel heel kleyn. Koocktse dan in soetemelck totdatse gaer is. Doet er dan 2 of 3 eyeren in en een goet stuck boter, maer met de eyeren en boter moet het niet koken. Snijt dan wittebroodt in een schotel en giet het daer t’samen op.”
Recept uit De verstandige kock of sorghvuldige huyshoudster (1669), een kookboek uit de Gouden Eeuw, waarvan binnenkort een heruitgave verschijnt.
Snei en ies
Geplaatst op: 12 februari 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenOok TV Drenthe döt an vrogger. In samenwerking met het Drents Audio-Visueel Archief toont ze iedere maand ouwe filmpjes in haar nieuwe programma Tijdsbeeld. Hier de eerste aflevering, met beelden van:
– Spijkerboor in de sneeuw, 14 februari 1979
– Zwierende paren in Meppel, jaren ’30 en ’40
– wedstrijd tussen topschaatsers in De Wijk, 18 januari 1960
Wijnhuispenning in Jamestown
Geplaatst op: 3 februari 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
In Virginia (VS) is een paar jaar geleden het vroeg zeventiende-eeuwse fort Jamestown opgegraven. Er kwam een penning naar boven van het Groninger Wijnhuis, uit 1590.
Nu is wel bekend dat er acht Nederlanders in dat verre Jamestown vertoefden, maar de – overigens fraaie – opgravingswebsite noemt helaas alleen de namen en rangorde van de Engelse kolonisten en een mailtje derwaarts om namen van de Nederlanders heeft me niets opgeleverd.
Toch blijft die Groninger Wijnhuispenning daar aan de overkant van de oceaan me intrigeren. Bij mijn weten kregen Groninger stadsbestuurders en ambtenaren namelijk zulke penningen voor betoonde diensten. Ze konden die penningen verteren in het Wijnhuis, dat annex aan het oude Raadhuis op de Grote Markt stond.
Het lijkt er dus sterk op dat en Groninger avonturier uit de betere kringen op een zeer vroeg tijdstip in Amerika belandde. Vermoedelijk was hij protestants, want Virginia was oorspronkelijk een protestantse kolonie
Hoe dan ook, hij maakte er ontberingen mee:
“Disease, famine and continuing attacks of neighboring Algonquians took a tremendous toll on the population.”
Wellicht is hij er ook gestorven.
Maar zo’n leven is stof voor een roman.
Des poux partout
Geplaatst op: 4 januari 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Johannes Hari, Nachtkwartier te Molodetschno, 3-4 december 1812, episode uit de terugtocht van keizer Napoleon uit Rusland. Rijksmuseum.
Bijna eenderde van Napoleons’ gesneuvelden in Rusland stierf aan een ziekte, overgebracht door luizen. Daarmee vormen die luizen de finale doodsoorzaak nummer één, en niet de permanente aanvallen door kozakken, de winterkou en het lage moreel.
Dat concluderen Franse wetenschappers die stoffelijke resten in een massagraf bij Vilnius hebben onderzocht.
De omstandigheden op de terugtocht uit Rusland waren bijzonder gunstig voor een luizenplaag. Door de kou, de honger en het constant op hun qui vive moeten zijn trokken de soldaten hun kleren niet meer uit en wasten ze zich ook niet meer. Juist doordat ze zich vaak extra goed beschutten kreeg het ongedierte vrij spel.
In de zomer van 1812 trok Napoleon Rusland binnen met 500.000 soldaten. Slechts enkele tienduizenden keerden terug. In zijn legers zaten ook veel Nederlanders, er was bijna geen dorp te vinden of het miste een of meerdere jongemannen.
—
Bronnen Nederlands (4 januari) Frans (30 december) Brits (18 december).





Recente reacties