De parvenu onder Neerlands gewesten
Geplaatst op: 17 april 2015 Hoort bij: Het Noorden 5 reactiesIk wil nog even terugkomen op een kaartje dat het CBS een paar weken geleden op Twitter publiceerde:

Het gaat om panden van voor 1350 – ik neem aan op onderdelen en dat een minder oude voorgevel zo’n pand niet diskwalificeert, want dan houden we heel weinig over.
Wat het kaartje dan laat zien: de vier of vijf gebieden waar in de Middeleeuwen al flink veel bouw in (bak)steen bestond. Het oude Friesland valt op (Oostergo, Hunsingo, Fivelingo), evenzo doen dat de boorden van de grote rivieren zoals IJssel en Rijn, en verder Zuid-Limburg en Zeeland.
Holland, daarentegen, is karig bedeeld. Qua beschaving liepen ze daar wat achter. Het is de parvenu onder de Nederlandse gewesten.
Van bloemendal tot moddergat – Groninger plaatsversjes
Geplaatst op: 5 december 2014 Hoort bij: Het Noorden Een reactie plaatsen
Bladvulling uit het Algemeen Nieuws en advertentieblad voor Westerkwartier en Noordenveld van 5 augustus 1939. De verschillende versjes hebben hun weg wel naar het internet gevonden, merk ik al googelend, zo haalden die over de omgeving van bloemendal Zuidhorn en de Feerwerder katten Nederlandsche Volkskunde van Jos Schrijnen (1930, herdruk 1977).
‘Wi zitten hier an ’t voutenende’
Geplaatst op: 19 oktober 2014 Hoort bij: Het Noorden 2 reacties“In de twintiger jaren reisde ik vaak van Amsterdam naar de woonplaats van mijn ouders (in het Noorden, HP). En voorwaar, over de Zwolse perrons hing duidelijk….. het gordijn (van kranten waarmee het Noorden dichtgeplakt was, HP).
Men stapte daar over voor de richting Leeuwarden en Groningen. Wij sjokten naar het slecht verlichte, gure, open tweede perron en hesen ons met onze zware koffers met moeite de hoogte in; één opstap, nog een en hoep, daar waren we dan in onze coupé. Eigenlijk een veel te wijdse naam voor die vaak smerige en vunze wagenhokken, die wel zeer ongunstig afstaken bij de voor die tijd reeds weelderige rijtuigen, die we juist verlaten hadden, en die vóór het gordijn bleven staan.
Zo sukkelden we dan noordwaarts. Ja, het was sukkelen, want de railstukken op die trajecten waren korter, met het gevolg, dat de gang van de toch al slecht verende wagons schokkend en onpleizierig was. Afdankertjes, restanten! De resten van die restanten werden op de zijlijntjes gebruikt van Groningen naar Winschoten b.v., een binare tragedie van vervoersellende.
Is het dan niet verklaarbaar, dat de ‘noordeling’ zich wel eens achteruitgezet gevoelde en zijn houding ten opzichte van het andersoortige daardoor soms bepaald werd?
En is het wonder, dat men in die jaren sprak van: ‘Wi zitten hier an ’t voutenende’. Een gezegde, dat met een zekere berusting werd geuit…”
Bron: Johan Koch, ‘Van gene zijde van het krantengordijn’, Neerlandia LXI (1962) 57, 58.
Het stempel Groningen
Geplaatst op: 30 augustus 2014 Hoort bij: Het Noorden 1 reactieHet stempel, ooit gebruikt in een Limburgse lagere school:

De afdruk (let niet op de Hunze):

Degene die dit het mooist weet in te kleuren met de grondsoorten klei (groen), zand (geel) en veen of dalgrond (roze) wacht een leuk prijsje!
Omkeerbare ontginningen
Geplaatst op: 25 augustus 2014 Hoort bij: Geschiedenis, Het Noorden, Onlanden 1 reactie
Dit speciale nummer van Natura uit 1935 bevat onder meer een overzicht door G.A. Brouwer van natuurgebieden in en zeer nabij de provincie Groningen. Een paar frapperende citaten:
Uit de paragraaf over laagveenmoerassen:
“Onder de veengraverijen namen tot voor enkele jaren de prachtig begroeide Tolberter Petten (ca, 300 Ha.) in het Westerkwartier de eerste plaats in. Verschillende moerasvogels w.o. Zwarte Stern en Witgesterde Blauwborst, vonden hier een ideaal broedterrein, maar helaas is dit gebied in 1931 en volgende jaren als werkverschaffingsobject drooggelegd en volkomen geëgaliseerd.”
Voor een groot deel is dit gebied al lang en breed weer natuur. Er hebben maar drie generaties op geboerd. Min of meer geldt dat ook voor de Eelder- en Peizermaden;
“Ook de uitgestrekte madelanden (onbemeste hooilanden) die in de zomer een uitverkoren broedgebied voor de verschillende weidevogels vormen en die enige winters geleden, toen zij nog ten deele onder water kwamen, talrijke troepen ganzen (anser albifrons, brachyrhinchus en fabalis) tot zich trokken, komen langzamerhand in cultuur. In het westen werden het Peizer- en Eelder diepje in de laatste jaren genormaliseerd en voor de gelijknamige maden werd een waterschap opgericht. Aan verbetering van de hooiwegen wordt hard gewerkt (werkverschaffing) en met den bouw van boerderijtjes is reeds begonnen, zoodat binnenkort het aantal menschen zal toe en dat der Grutto’s zal afnemen, terwijl aan de baltsvluchten van den Wulp boven de Eeldermade wel heelemaal een einde zal komen.”
Een hardnekkige hersenspoeling
Geplaatst op: 10 juli 2014 Hoort bij: Geschiedenis, Het Noorden 3 reactiesAls zelfs Groningers, zoals nu onlangs weer bij het WK voetbal, over Hollanders gaan spreken, terwijl het toch duidelijk om Nederlanders gaat, waar Hollanders maar een beperkt deel van uitmaken, dan is er nog steeds veel zendingsarbeid nodig om deze helaas niet onderkende hersenspoeling ongedaan te maken. Inderdaad is dit een kwestie van lange adem, want in 1831 werd de kwaal al gediagnosticeerd:
Aan de Redactie der Groninger Courant.
Waarom roemt men thans in alle tijdschriften, na de scheiding van België, de Noordelijke Provinciën van het Koningrijk der Nederlanden met den enkelen naam van Holland — ja, waarom gaat men zelfs zoo verre, dat men Zijne Majesteit ook Koning van Holland noemt, daar Hoogstdezelve toch in alle publieke staatsstukken Koning der Nederlanden heet? Dat men in buitenlandsche bladen dus te werk gaat, laat zich begrijpen wegens derzelver onkunde, zoowel in deze als in andere inrigtingen van onzen Staat; doch dat onze inlandsche nieuwstijdingen dit zoo getrouw napraten, komt den schrijver dezes vrij zonderling voor, en gaarne zoude hij hiervan de reden weten of onderrigt worden indien Zijne Majesteit Hoogstdeszelfs titels mogt hebben veranderd; opdat bij hierin meer verlicht worde en zijne dwaling hem in dezen moge blijken. Zoolang dit niet gebeurt, blijf ik onzen Koning te regt Koning der Nederlanden en onze getrouw geblevene Provinciën Nederlanden noemen. Het zoude mij en vele anderen Uwer lezers zeer aangenaam zijn , dat in Uwe geachte Courant dit ook opgevolgd wierd, te meer, daar er tot nog toe geene redenen schijnen te bestaan , om willekeurig eenen naam af te leggen, waaronder ons klein plekje Lands overal bekend is. (…)
Groningen
den 28 Julij 1831Eenen Uwer Geabonneerden.
Bron: Groninger Courant 29 juli 1831.
Dwars door Domelaland
Geplaatst op: 2 juli 2014 Hoort bij: Het Noorden 11 reactiesMet de trein naar Sneek. Teruggefietst langs Joure, Heerenveen en de Opsterlandse Compagnonsvaart.
In Sneek bleek de Solar Race net te beginnen – het eerste wat ik er hoorde omroepen was de Groninger equipe, die na het verbranden van haar boot bij de Blauwe Stad een leenboot had bemachtigd. Het was er vrij druk bij de Waterpoort:

Snel naar Heerenveen. Wim Duisenberg zijn ze hier nog niet vergeten:

In het Museum Willem van Haren was er een met veel merchandise omgeven tentoonstelling van wijlen de rockzanger Herman Brood:

Maar daar kwam ik niet voor. Ik kwam voor de Domela Nieuwenhuisafdeling. Maar die werd nou net opnieuw ingericht, zodat niet alles te zien viel. Wel nog vele portretten van Us Ferlosser, zoals deze:

Zoals bekend ondernam Domela niets tegen de persoonsverheerlijking, wat hem door politieke kameraden ook wel kwalijk genomen is. Ik vroeg me vanmiddag in dat museum af of hij misschien ook aan die portretten verdiende, zoals Hitler later flink aan de zijne verdiende. Dat zou de lankmoedigheid van Domela dan kunnen verklaren. Het geld kon hij immers goed gebruiken.
Een ouder echtpaar zat in stille contemplatie voor de gereconstrueerde werkkamer van Domela. Met de pingeltjes van mijn camera was ik duidelijk een stoorzender in deze gewijde stilteruimte, waarin het schrijfbureau het hoogaltaar vormde:

In een vitrine lag een heel dik album, door zijn vrienden gevuld in 1904, toen Domela zich 25 jaar voor de socialistische beweging had ingezet:

Omdat ik wilde weten of de broer van mijn overgroetmoeder erin voorkwam, vroeg ik in de museumbibliotheek of er een uitgave was met alle namen. Een oudere vrijwilliger met een mooie witte baard keek voor me en kwam op de proppen met de originele albumbladen, die beplakt waren met brieven, onder meer van een Kropotkin, Alexander Cohen en Titia van der Tuuk. Het was dus geen album met handtekeningen, zoals ik meende, maar meer een brievenboek. Helaas kwam de broer van mijn overgrootmoeder er niet in voor.
Verder maar weer – een hybride topgevel in Gorredijk:

De Opsterlandse Compagnonsvaart, ooit de ader voor afvoer van turf:

Sluis en sluiswachterswoning bij Lippenhuizen:

Gevelsteen op een ouwe veenboerderij:

Op afstand dacht ik dat er een antieke trekschuit lag. Maar het was een kleurig beschilderde Engelse canalboat:

Zo beland je nog eens ergens – of: in den vreemde kom je altijd iets bekends tegen. Klein Groningen ligt overigens vlakbij Moskou en Petersburg:

Voor Donkerbroek lag deze sampan jonk uit Hongkong:

Ook Donkerbroek – Jugendstil-topgeveltje met gemankeerde zonnewijzer:

Ernaast deze uitgeholde zandstenen gevel, waarvan de voegen intact zijn – hoe dit gebeurd is? De gevel ligt op het westen, maar dan zouden alle stenen min of meer aangetast moeten zijn:

Haule – het uithangteken van een glas-in-loodboerderij:

Een korte verhandeling over de vorm en kleur van doodskisten
Geplaatst op: 1 mei 2014 Hoort bij: De actuele wereld, Geschiedenis, Het Noorden 2 reactiesDe noordelijke landschaps- en uitvaartorganisaties laten doodskisten maken van noordelijk hout, zo is vandaag in het nieuws. Een Dokkumer kistenmakerij maakt zulke ‘Landschapskisten’. Van elke kist beurt het landschapsonderhoud 100 euro.
Volgens een informatieblad van het Groninger Landschap wordt het kisthout alleen maar geschaafd en geschuurd en niet geverfd. De speciale site van de Landschapskist laat slechts één enkel model zien, een plat exemplaar van de spreekwoordelijke zes planken.
Dit is niet het model dat in het noorden vanouds in zwang is geweest, begreep ik onlangs. Heel lang prefereerde men hier de zogenaamde huusholten, kisten met zeg maar een schuin dakje erop. Bovendien stigmatiseerde onbehandeld hout, omdat het voorbehouden was aan een bepaalde categorie overledenen. Om een encyclopedisch woordenboek uit 1786 te citeren (p. 432):
“In de provinciën van Friesland, Overyssel, Groningen en andere plaatzen van ons Gemeenebest, maakt men egter gewoonlyk het dekzel der doodkisten met twee schuins tegen elkander opstaande planken, by wyze van een huisdak, ook wel uit vyf stukken, zynde alsdan een smal plat middelstuk tusschen de beide schuinse planken ingevoegd (…). Wordende deeze kisten in voornoemde provinciën meestal uit eikenhout vervaardigt. In Friesland egter wordt aan geringe behoeftige lieden om de goedkoop witte vuurenhouten kisten met platte dekzels gegeeven, daar alle de overigen zwart worden gemaakt (’t welk te Amsterdam ook plaats vindt) daar men het zelve genoegzaam voor een schande zou rekenen in eene witte kist begraaven te worden.”
Het zwart als rouwkleur is allang uit de mode, omdat het maar cru gevonden werd, maar ik meen dat enkele van mijn grootouders in de jaren zeventig nog in zo’n huisjesachtig model zijn begraven. Vanwege de grotere bewerkelijkheid en de daarmee gepaard gaande meerkosten zal dit in de laatste decennia dan wel verdwenen zijn, neem ik aan (want ik heb me verder niet in dit aspect van de funeraire cultuur verdiept). In elk geval zouden onze voorouders die Landschapskist maar een armoedig kavalje gevonden hebben…
Petrus Camper over regionale verschillen in stalreinheid en veepest
Geplaatst op: 15 februari 2014 Hoort bij: Het Noorden 2 reacties“Wat zal ik nu zeggen van afwasschen, van rossen, borstelen, en reyn houden der beesten? Ik oordeele dat het niet schaaden kan, maar zyn in Holland en in Friesland, daar de koestallen met eene verbaazende zinnelykheid onderhouden en het vee gerost, gewasschen, gekamt en zeer wel opgepast wordt, niet zoowel de koejen in verschrikkelyke meenigte gestorven als in het Gorecht en in Drenthe daar de stallen morzig zyn en het vee er ontoonbaar uitziet? En, ’t gene uwe oplettenheìd nog meerder waardig is, zyn er van die ongehaavende, morzige beesten niet zoo wel verscheidene opgekoomen en hersteld als van de sneeuwwitte en glinsterende koejen in Friesland en Holland?”
Bron: Petrus Camper, Lessen over de thans zweevende veesterfte, openlyk gehouden (…) in het Theatrum Anatomicum te Groningen (1769), pag. 92.
Zo de wind waait, waait mijn lokje
Geplaatst op: 12 mei 2013 Hoort bij: Het Noorden 2 reactiesAls je haar maar goed zit, dan zing je jippiejajee:

Heb ik soms wat van je aan?

Impressies Archeologiedag
Geplaatst op: 21 april 2013 Hoort bij: Geschiedenis, Het Noorden, Stad nu Een reactie plaatsenDe Dag van de Noordelijke Archeologie, waar Drenten, Friezen en Groningers het mirakels goed met elkaar konden vinden. Op de informatiemarkt allerlei kleine exposities, o.a. van pijpekoppen:

Byfrost, het enige re-enactment gezelschap op de informatiemarkt:

Toehoorders bij een lezing in de hal:

Ridderspoor:

Lezing over de Punt van Reide, in dit geval is conservator Egge Knol van het Groninger Museum aan het woord. Hij wijst het gewezen Nesserland aan:

Aandacht voor stenen artefacten:

In het panel van deskundigen dat ingebrachte bodemvondsten bekeek, zat Jan Zijlstra, specialist qua metaal uit de wierdentijd. Hij zocht even wat meer licht op voor een probleemgeval:

Dit probleemgeval wat beter in beeld:

‘De karnemelk doet hun veel nadeel’
Geplaatst op: 26 maart 2013 Hoort bij: Het Noorden 6 reacties
“Naar de mening van paardensporters heeft het Friese stamboekpaard te weinig uithoudingsvermogen”, zegt vandaag de dag een fokker van Arabo-Friezen.
In ruim twee eeuwen is er weinig veranderd. Zo kwalificeert een Verhandeling over inlandsche paarden uit 1795 de Friese paarden aldus:
“Friesland levert groote paarden, die week van aart zyn, hoewel op ’t oog vol vuur. De karnemelk, die men hun geeft by wyze van voedsel, doet hun veel nadeel. Het is waar: zy worden er dik van, maar wanneer zy naa andere landen gebragt worden, weigeren zy onderweg het beste voeder, en vermageren. Daarenboven hebben zy zeer veel tyd noodig, eer dat zy van dienst worden. De ondervinding heeft alle kenners, die by het.leger in de Vlaamsche en Brabandsche oorlogen geweest zyn, overtuigd, dat dit ras van paarden in ’t geheel niet sterk is. De Hollandsche ruitery die, tot haar ongeluk, zulke paarden had, heeft het klaarblykelyk ondervonden: zy zyn magteloos en vervallen door vermoeidheid, slegt weer en vermindering van voer. Als het leger optrok, had men niet van nooden te vraagen waarheen het verreisd was, men had slechts de nog leevende paarden, die niet meer voort konden, en de lyken van dat ras te volgen om te komen waar men wezen wilde. Niettemin vind men in Friesland schoone koetspaarden, maar zy hebben tyd noodig om zig van dat slappe vleesch, dat zy door de karnemelk bekomen, te ontdoen, en een vaster vleesch weer te krygen.”
Overigens hoeft Stad & Lande zich in hippisch opzicht nergens op voor te laten staan:
“Het Land van Groningen geeft vry mooye paarden, maar uit hunne luchtstreek gebragt zynde, word er ook tyd vereischt, om ze aan eene nieuwe te gewennen. De Friesen gaan er veulens koopen, die zy ook met karnemelk mesten en dat de gevolgen daarvan dezelfde zyn is zoo waar dat ik, in vroeger tyd, eene menigte paarden zoo uit Friesland als uit Groningen gezien heb, die de Heer Groeneveld in Frankryk geleverd had voor de ruitery en andere gebruiken, waarover men niet opgehouden heeft zig te beklaagen.”
Paul Sixta – Op ’n diek
Geplaatst op: 24 juni 2011 Hoort bij: Het Noorden, Wadden 4 reactiesFilm over de dijklandschappen langs de Friese en Groninger waddenkust verkent tevens de grens van film en fotografie. Hij werd gemaakt door de Rotterdammer Paul Sixta voor een symposium over het toerisme in dit gebied.
Groot op je scherm is-ie extra mooi!
Norden en Greetsiel
Geplaatst op: 31 mei 2011 Hoort bij: Het Noorden 16 reactiesHet personeelsuitstapje ging naar Norden en Greetsiel in Oost-Friesland.
In Norden bezochten we een theemuseum, een van de maar liefst vier in Oost-Friesland. Ze hadden er een aardige collectie porselein, met onder meer dit art deco-serviesje:

Een thee-tractaat van omstreeks 1700, dat je hier kunt lezen:

En deze olifant:

Weer buiten, gezicht op dit renaissance-torentje:

Stadshuis uit de zestiende eeuw. Let op de smalle ramen, zulke heb je ook veel in Groningen gehad:

Bovenlicht met een lantaarn in het snijraam:

Monument voor de meer dan 400 Norder gevallenen in de Eerste Wereldoorlog:

Greetsiel: de tweelingmolen. Molens in Oost-Friesland dragen allemaal een lief klein baby-molentje achterop hun kap, waarom is mij vooralsnog een raadsel:

De oude sluiskolk van Greetsiel:

Met op de boog van de zijl deze wat primitieve gevelsteen uit 1798, toen de Oost-Friezen goed boerden omdat onze Bataafse Republiek in oorlog verkeerde met Engeland:

Toren met zeepaard als windvaan, kerk met scheepje als windvaan en rechts het Hoge Huis, waar we prima hebben gegeten:

Het noordwestelijke havenfront:

Ik vond het er druk voor een maandag, maar de Greetsielster middenstand scheen te klagen.
Klokgeveltje met wapens (1799):

Een eindje verderop deze gevelsteen met de wapens van het echtpaar Tobias Wilhelm Damme en Elke Ubben uit het jaar 1741:

Poort met versleten leeuwekop en rozelaar:

Bij de haven op een staak – een garnaal genaamd Greetje:

Een viskotter stond op het punt van uitvaren:

De zeemeermin of de boeg:

Netten en kettingzooi op de kade:

Rode haan met uitzicht over de haven:

Aardig achterafstraatje:

Tis hier aaltied theetied:

Uithangbord van een bakkerij. Bij ons zou dit pand ‘In de vergulde Krakeling’ hebben geheten:

Uithangbord met bekotterd havenzicht van ene Hinnerk (= Hendrik):

De reiger en de kikker.
Geplaatst op: 7 mei 2011 Hoort bij: Het Noorden 2 reactiesIk dacht dat ik hier al geattendeerd had op het filmpje van Kiekert, starring reiger en kikker, maar dat blijkt niet het geval. Het is ook een verschrikkelijk drama, dat je het liefst zo gauw mogelijk weer van je afzet en beslist niet geschikt voor teerhartige zielen. U bent dus terdege gewaarschuwd. De natuur is wreed.

Recente reacties