Over de grup

Volgens de Friese bard Pieter Wilkens is de Lauwers een waterwolf, die een ouwe breuk in stand houdt, maar ook een stroompje, bijna een sloot. De Lauwers ligt op de Fries-Groningse grens. Grappig zijn in Wilkens’ vers twee gespiegelde coupletten, waarin ouders hun jongvolk waarschuwen tegen het vrijen over die taalgrup:

Kom net oer de Lauwers want der wennet sok raar folk
do begjinst neat sunder wurdeboek as tolk
sy prate Grinzers, dy stieve Grinzers, stjerrend wier
kom net oer de Lauwers, leave jonge, net te fier

Kom nait bie de Lauwers, want dij Vraizen is roar volk
doe begunst niks zunder woordenbouk of tolk
ze proaten Vrais, dij stieve Vraizen en dat is fout
kom nait bie de Lauwers want den komt ’t ja nait goud

Soms gaat het inderdaad fout. Zoals onlangs, toen GS van Groningen weigerde om voor het Wetterskip Fryslan borg te staan bij de uitvoering van het project Oude Lauwers. Daarmee verdwijnt het plan voor een natte ecologische verbindingszone van tafel. Maar deze week maakte het Groninger provinciebestuur het weer een beetje goed met een een ander besluit, namelijk de toekenning van 175.000 euro aan ‘De Sukerei‘ in het Friese Damwoude, een nieuw openluchtmuseum met de laatste resten van een cichoreifabriek en ‘waldhuskes’.

In de complete tekst van Piter Wilkens’ lied (bijna onderaan de pagina), is er sowieso sprake van een happy end, met een groot feest op de koop toe. Wilkens heeft vroeger nog een poosje aan de Groninger kunstacademie Minerva gestudeerd, zo te horen heeft zijn verblijf te Grins geen ernstige trauma’s nagelaten. Hij speelt trouwens op Trad It , zaterdag 8 april in de Oosterpoort.


Wierde of terp

wierdenkam 650

Vorige week vrijdag schreef de Friese naamkundige Karel Gildemacher een leutig stukje Fries proza in de Leeuwarder Courant. Dit naar aanleiding van de wierden-tentoonstelling in het Groninger Museum.

Gildemacher heeft nogal een lange aanloop met tal van sneren naar Groningen nodig, om op zijn punt te komen. Zo klaagt hij er eerst langwijlig over dat Friesland er op die tentoonstelling bekaaid afkomt. Volgens Gildemacher was het net of ze daar in Groningen dachten: “Lit dy Fryske lulmeiers dy’t sa nedich ek in nij museumgebou ha wolle, sels mar ris wat sjen litte. Gnizend bieten se yn har Gröniger kouke, snúfden wat oer dat útstallinkje yn it Fries Museum.

Helaas voor Gildemacher is deze voorstelling van zaken ver bezijden de waarheid. Want noch de tentoonstelling, noch het tentoonstellingsboek verzwijgt Friesland. Dat kan ook moeilijk, want er was feitelijk één langgerekt wierdengebied van West-Friesland tot Sleeswijk-Holstein. Wel had het huidige Friesland beter vertegenwoordigd kunnen zijn op de Groningse wierden-tentoonstelling, maar helaas weigerde het Fries Museum enkele topstukken uit te lenen.

Gelukkig is die nogal lange opmaat van Gildemacher ook zijn enige valse noot. Zijn zinrijke punt is, dat het Groninger woord wierde veel beter voldoet dan het Friese terp. Wierde mag dan een heruitvinding van de Groningers zijn om de Friezen een hak te zetten, maar het is volgens Gildemacher wel vreemd, “dat wy de bult dêr’t Holwert op boud is in terp neame.

Het grondwoord van namen als Holwerd en Ferwerd is immers ‘werd’ of ‘wierde’, wat in het Oud-Fries nog werth was. Als zelfstandige term mag dat ‘werd’ dan in ’t Friesland van rond 1500 uitgestorven zijn, aldus nog steeds Gildemacher, in allerlei Friese plaatsnamen bleef het bewaard.

De naam terp daarentegen komt nooit in plaatsnamen op de Friese klei voor (wel op het zand, bijvoorbeeld in Ureterp). Op de Friese klei noemde men hoger gelegen stukken bouwland aanvankelijk terp, en later beklijfde die naam er abusievelijk voor een nederzetting op een kunstmatig opgeworpen woonhoogte in het kustgebied. En bijna overal in Nederland nam men die vergissing klakkeloos over, “mar net yn Grinslân“!

Op den duur tenminste niet. In de negentiende eeuw hadden ook de Groningers het nog steeds over terpen als ze die bulten bedoelden. Pas vanaf 1907 wordt het woord wierde hier opnieuw gangbaar dankzij de geschriften van archeoloog Van Giffen, die met dat woord wierde ook de Leienaar Holwerda, zijn van origine Friese aartsvijand, wilde treffen. Klaas ter Laan nam dat woord wierde over in zijn Groninger woordenboek, en zodoende vond die term langzamerhand ingang als aanduiding voor Groninger terpen.

De conclusie van Gildemacher: “Ik priizgje de Grinzers dat se wierde der yn krigen hiene. Ik beloofde, ik soe it wurd ek as Frysk ynfiere.

Helaas verbindt Gildemacher aan dit alleszins gerechtvaardigde streven ook een tamelijk onacceptabele voorwaarde. Als het Noorden straks één landsdeel wordt, moet dat Friesland gaan heten. Al mag Groningen – vooruit dan maar – van dat landsdeel de hoofdstad zijn.


Sicco Mansholt op Wapserveen

Sicco Mansholt had vaak een hele goeie pers. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het interview, dat in het voorjaar van 1995 in De Groene stond.

Mansholt woonde toen in een oude boerderij ‘op’ Wapserveen, en Louis Velleman noteerde daar: “‘Ik ga hier niet weg, nooit. Als het niet meer gaat, dan moet er hulp komen, zo veel als nodig is. Maar hier wil ik blijven.”

Mansholt overleed er die zomer. De man die tegen de zomer van 2006 op zijn biografie gaat promoveren, Johan van Merriënboer, noemt hem in een eerder artikel zelfs bij zijn voornaam. Ook posthuum blijft de goede pers Sicco dus bij.

In dat artikel meldt Merriënboer dat Mansholt na de kerstvakantie van 1974 die oude boerderij ‘op’ Wapserveen betrok. In de omgeving was dat het gesprek van de dag. Dat weet ik, want die omgeving was, zoals studenten tegenwoordig zeggen, mijn ‘thuisthuis’.

Als student zat ik een paar jaar later bij mijn ouders op het terras. De schilder die bij mijn ouders de boel opverfde, vertelde bij de koffie dat hij dat ook had gedaan bij de Mansholts. Maar terwijl hij bij mijn ouders gewoon kon aanschuiven, was daar bij de Mansholts geen sprake van geweest. “De heer en mevrouw Mansholt zaten ook op het terras te koffiedrinken, maar wij konden mooi op de ladder blijven staan. Daaraan kan je toch zien dat het zo’n Groninger hereboer is”, vond de schilder.

Sindsdien had Mansholt bij mij een minder goeie pers. Een salonsocialist vond ik hem. En met die instelling las ik ook de passages over hem in Frank Westermans’ Graanrepubliek, een jaar of zes geleden. Mansholts’ ‘overnight‘ bekering van grootschaligheids- naar kleinschaligheidsdenken in de landbouw vond ik vergaand ongeloofwaardig.

Maar nu ik me weer eens een avondje verdiept heb in de figuur, vind ik dat koffietafelverhaal eigenlijk ook maar een kleinburgerlijke anecdote. Mansholt begint me steeds meer te fascineren. Ik kijk dan ook uit naar die biografie.


Tjoek Tjoek Tjoek

Tussen Midlaren (De Bloemert) en Groningen gaat er een passagiersschip varen. De ondernemer denkt vooral mensen naar de stad te brengen, maar volgens mij zou er andersom ook wel animo bestaan. Ik hoop dus dat scheepje meermalen daags op en neer vaart.
Overigens denkt de man ook aan vaarcruises door de Veenkoloniën, die straks dankzij dat nieuwe kanaal naar Veendam natuurlijk ook veel gemakkelijker per schip vanaf het Zuidlaardermeer te bereiken zijn dan nu.


Pompen of verzuipen

hoogtekaart Groningen Friesland Drenthe

Op dit hoogtekaartje valt te zien hoe Groningen en Friesland zonder dijken grotendeels onder water verdwijnen, terwijl er een soort groot-Drenthe overblijft. Heel mooi tekent zich ook de Honds- of Bisschopsrug af, als een soort ruggegraat van dat uitgebreide Drenthe. Het uiteind van die Hondsrug prikt als een groene speer in Groningerland, op het puntje van die speer ligt de stad.

Het kaartje is een detail van deze opschaalbare hoogtekaart van Nederland, via de tab ‘viewer’ te vinden op de AHN-site (de afkorting staat voor Actueel Hoogtebestand Nederland). Op die site staat (In 2013 niet meer HP) ook een hoogtetool, waarmee je kan uitvogelen of je droge voeten houdt of niet, als de dijken doorbreken. Dat tooltje signaleerde ik een half jaar geleden al eens in een heel andere context, en gaf toen veel vermaak in de nieuwsgroep nl.regio.groningen.

Bij die gelegenheid linkte ik nog naar een andere kaart, die aangeeft wat verzuipt of niet bij een algehele dijkdoorbraak. Om de bij de kaart horende verklaring aan te halen: “Blauw is het gehele gebied beneden 0 meter NAP, dus het gebied dat onder water zou staan als er geen dijken en andere kunstwerken zouden bestaan”. Licht oranje is alles tot +5 meter NAP – bij overstromingen tot 5 meter houdt alleen het Drents Plateau nog maar droge voeten over.

Tot slot nog een link naar een kaart van de Kerstvloed van 1717 op de website van de Bibliothèque Nationale in Parijs. Linksboven een inzetkaartje voor Holland en Friesland, linksonder begint het met de kust van Groningen en dan gaat het zo verder naar Oost Friesland enzovoorts. Wat betreft Groningerland stond zo’n beetje alles ten noorden van het Leekstermeer, de stad (al was er ook water om de stad heen), en het Winschoterdiep onder water. Bij die vloed verdronken ruim 2000 mensen. Vooral in Hunsingo was het dodental hoog.

(Omdat er vraag naar was, is dit logje op 3 maart 2013 geactualiseerd en ontdaan van dode links, HP.)


Klein surfavontuurtje

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Via een pagina met foto’s van Bourtange in de herfst, gemaakt door Danny Ruchtie, kwam ik op de site van zijn stage- en straks werkgever, De Smeth en Media aan het Martinikerkhof. Dat bedrijf blijkt dit jaar ook Feerwerd.net gemaakt te hebben, een fraaie dorpswebsite over Feerwerd en Aduarderzijl, dus een omgeving waar ik beslist wat mee heb. Het gekke is dat ik dit jaar al meermalen op Feerwerd googelde, en dat die website toen niet boven kwam drijven, c.q. tevoorschijn kwam. Een proef met wat kenmerkende zinsneden op de voorpagina leert, dat Google nog steeds niet van het bestaan afweet.

De Smeth en Media maakte voor de Gasunie ook een video over de aanleg van een pijplijn over de bodem van de Noordzee naar Engeland. Het Noord-Hollandse Anna Palowna mag wel verdacht zijn op terroristen. Groningen ook, want aan het eind is de stad te aanschouwen als middelpunt van Europa. Gelukkig zitten de Europese gasverkeersleiders hier in een atoombomvrije kelder.


Korenbloemen

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Vanmiddag gezien: korenbloemen. Ze bloeien normaal van juni tot augustus. Verder dit weekend nog opgemerkt: wespen, vlinders en dansende muggen.


Maraboe

Op zo’n dag als vandaag zie je weer overal poezenlogjes. Voor mij echter, was de revelatie van deze werelddierendag de maraboe van Drachten. De ultra-lelijkerd blijkt al vanaf begin september bezig met verkenningsvluchten boven het water- en visrijke Fryslan en komt nu de kant van Groningerland op.

Bronnen bij de noordelijke avifaunische inlichtingendiensten melden dat er inderdaad de vrees bestaat voor een steelse invasie, die partij trekt van de globale opwarming. Volgens dezelfde onbevestigde bronnen wordt de invasie ingeluid met aanslagen, waarbij maraboes het watertoeristieke scheepvaartverkeer vanuit de lucht bestoken met hun biologische wapens.

Pogingen om de maraboe te vangen zijn tot op heden grandioos mislukt. De Groninger Casuaris der Koningin heeft inmiddels een verklaring doen uitgaan:

“Er bestaat niet de minste reden tot zorg dat deze gevaarlijke spion de provincie Groningen, laat staan Meerstad of De Blauwe Stad bereikt. Ik vertrouw volkomen op de vangcapaciteiten van de Frieze bevolking, die erom bekend staat dat ze goed kan kaatsen. Mocht heel eventueel de nood aan de man komen, en het monster de Groninger grenzen nog verder benaderen, dan zetten wij onverwijld onze wilpster flappers in.”


Giertank à la Pollock

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Wie op het web naar plaatjes van een giertank zoekt, treft meestal gloednieuwe exemplaren aan, geëtaleerd door leveranciers van landbouwmechanica. Voor de fotograaf op de afgesproken visite komt, haalt zo’n handelsfirma doorgaans nog even vlijtig het poetsdoekje over de aan te prijzen giertank heen. Ook als het niet om negotie gaat, en de giertank naar het zich laat aanzien in functioneel gebruik is, blijft hij tamelijk steriel, nagenoeg antiseptisch, althans in picturaal opzicht.

Oude, doorleefde en afgedankte giertanks daarentegen, treft men hoogst zelden op ’t internet aan. In deze schrijnende leemte heb ik thans willen voorzien, vooreerst met een fraai exemplaar uit Glimmen, dat zich van zeer nabij beschouwen laat.

Staat u mij toe voor een moment uw aandacht te vestigen op de textuur van dit kunstwerk. Op een oorspronkelijk helderrode, maar schier alom aangeslagen en tot dofrood getransformeerde ondergrond zette de natuur naar willekeur een wemeling van donkergroene, mosterdkleurige en helderblauwe stippen af. Hier en daar voorzag zij haar geraffineerde kleurenspel van een verrassende diepte en gelaagdheid. De aangetaste huid blijkt op één plek volkomen transparant.

Een en ander toont weer eens ondubbelzinnig aan dat Jackson Pollock, alias Jack the Dripper, volkomen naar de natuur schilderde. Zelfs de meest gedoodverfde abstract-expressionist aller tijden gaf de werkelijkheid weer. In deze vorm van kunst berust de gepretendeerde abstractie feitelijk op fictie.


Koterstrotjes

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Opnieuw is wetenschappelijk vastgesteld dat wij Noorderlingen gaarne rode kool lusten. En wortelen. En bruine bonen. Aldus Unilever-dochter Knorr in haar onderzoeksrapport, dat altijd in deze tijd van het jaar verschijnt.

Wel bestaat er volgens Knorrs’ onderzoekers reden tot enige verontrusting. De kinderporties blijken hier in het Noorden wat minder groot. En in Drenthe krijgen ouders al dat groenvoer alleen door de koterstrotjes, als ze hun astrante Bartjes en Bartinaatjes dreigen met onthouding van het toetje:

“Ai oen brune boon’n niet opeet, kriegie ook gien Danoontje”.

Of woorden van een dergelijke strekking.


Er gaat niets boven…

In Groningen blijkt 3,5 % van de kiezers lid van een politieke partij. Dat is het hoogste verhoudingsgetal van alle Nederlandse provincies.

Waarom die politieke betrokkenheid in Groningen zo groot is, kon Gerrit Voerman, directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, net niet zeggen op radio Noord. Maar hij vermoedt dat Groningers en andere noorderlingen traditioneel wat meer meeleven met de politiek, dan andere Nederlanders.

In de Fortuyn-tijd bood Groningen electoraal overigens ook relatief de meeste weerstand tegen de volksmenner.


Oelenbret

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Uilenborden komen in ons land alleen ten noorden en oosten van de IJssel voor. Meestal is het slechts een simpel driehoekig bord tegen de top van het dak, dat de dakvorst tegen weer en wind moet beschermen. De naam ontleent het bord aan het gat dat er vaak in aangebracht is, om kerk- en steenuilen toegang te geven. Op een boerderij waren dat welkome gasten, omdat ze de muizenpopulatie in bedwang hielden.

De ornamentiek met zwanen ter weerszijden van een makelaar (het balkje in het midden) komt alleen in Friesland en Groningen voor. Omdat oude volkskundigen graag overal heidense symbolen in zagen, zie je nu nog een boel van hun blabla herkauwd op websites van mensen die zich heidenen en heksen wanen. Maar zwanen vormen net zo goed een christelijk symbool. Met name bij Lutheranen.

Tegen de heidense oorsprong pleit ook de late verschijning van het uilenbord met de zwanen-ornamentiek. De verbreiding van dit type uilenbord zou samenhangen met de proliferatie van het Friese boerderijtype vanaf de zestiende eeuw. In elk geval is de oudste verwijzing naar een een dergelijk uilenbord tot nu toe een rekening uit 1669 van een Friese timmerman die voor een boer een reparatie “aen de uille bord en swanne halsen” verrichtte.

Een hedendaagse Friese uilenbordenmaker, Jelle Datema, noemt het uilenbord van de foto typisch voor de Friese Wouden. Terwijl ik die foto vandaag toch heus tussen Thesinge en Sint Annen heb gemaakt. In Groningerland dus. Volgens Datema betekent de makelaar dat de boerderij vrij van hypotheek is. Maar dat de eigenaars van die Groninger heerd zich daar bewust van zullen zijn, lijkt me zeer twijfelachtig.


Droge worst

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

En dit is ‘m dan, de allerscherpste droge worst van heel Nederland, volgens de verkopers. Met extra chili, peper en knoflook.

Even een hapje proeven.
Inderdaad, h-h–h—eeel erg h-h–h—hot in de strot.
Even een glaasje water.

Hij wordt verkocht door slagerij Van Dijk bij de Steentilbrug, die niet beschikt over een website. Wel blijkt de handel in droge Groninger metworsten een groeisector op internet. Er zijn zelfs verzendslagerijen:
in Schildwolde,
in stad (let op de aansterkende worstmandjes), en
in Zuidbroek.
Ja, zelfs in Friesland maken ze tegenwoordig Groninger droge worst.
En daar zijn we best mee in ons Skik. Want:

“ham, kip of gehakt
‘k heb d’r nooit veul om geven
maar d’r is ien ding
waor ik nooit zunder kan leven

dreuge worst, dreuge worst
‘k zol nie weten wat ik zunder mos”


Nieuwe ouwe grafstenen

De afgelopen week zijn er in Friesland op meerdere plekken oude grafstenen opgedoken. Eerst in een tuin te Burgum. En nu weer in de Agneskerk van Goutum.

Het tuin-exemplaar van Burgum is ruim honderd jaar oud en van een ‘half’ type, dat al bijna helemaal van de aardbodem verdwenen is.

Onder de houten kerkvloer van Goutum lagen nog veel oudere, rijkere en fraaiere grafstenen, waarvan je je kan afvragen of die niet al eens in de streekhistorische literatuur beschreven zijn. Maar zo te zien ging er wel een heel erg dik vloerenpakket uit die Goutumer kerk. Jammer dat het ze daar aan het geld ontbreekt, om alle stenen straks weer een plaats te geven. Of zou een deel toch de moeite niet waard zijn?