Avondrondje Den Horn – Slaperstil
Geplaatst op: 7 augustus 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Westerkwartier Een reactie plaatsenGeit bij de Aduarderdiepsterweg lijkt qua kop op kruising tussen Hollandse huis-, tuin- en keukengeit en Nubische geit:

De aalscholver op zijn plekje bij de Tichelwerkbrug:

Grazende koe op dijkje van het slibdepot:

De weem van Leegkerk:

Nieuwbrug:

De trein naar Leeuwarden:

Dorpsgezicht Den Horn:

De wisselwachterswoning die had moeten verdwijnen:

Schoolmeester Leegkerk keek onder hemd van domineeszoon
Geplaatst op: 3 augustus 2017 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 5 reacties
De kosterij van Leegkerk, gezien vanuit het zuidoosten.
In de zomer van 1641 benoemden Gedeputeerde Staten van Stad & Lande een nieuwe koster-schoolmeester in Leegkerk. Het betrof Berend Jans uit Westeremden en het provinciebestuur koos hem niet zelf uit, want Berend kreeg de betrekking “op voorstel van den pastoor & gemiente”. De ingezetenen van Leegkerk, met hun predikant ds. Abel van Bolhuis voorop, moeten dus blij zijn geweest met Berends komst.
Ruim een jaar later bleken de verhoudingen danig verstoord. In de classis Westerkwartier, die via de predikanten en kerkeraden toezag op de schoolmeesters en hun onderwijs, moest Berend Jans op het matje komen. Tegen de schoolmeester van Leegkerk waren, denkelijk door zijn kruiwagen, de predikant aldaar, vijf “swaere clachten” ingediend. Ziehier het lijstje met meesters zonden:
- dat hij ten huise van Harmen Hebrants in t’ bier gelach end’ bij droncken lieden psalmen D[avi]ds gesongen hadde, end’ tot ofstant vermaent, geseit hadde ick hebbe de brui van de papen.
- dat hij sijn pastoor met vuile reden, met liegen t’ heeten, end’ uitdagen qualick beiegent hadde.
- dat eenige jonge maegden t’ schoele gaende in sijn bijwesen die venten de broecken hadden ofgestreecken end’ hij des pastoors vent Alle het hemd hadde opgelicht.
- dat hij op sondagh onder predicatie sonder noot in een ander mans lant hadde gaen hoijen, end’ sijn eegen op voermiddach hadde doen anmenden.
- Een ander enormiteit begaen om reden niet exprimeert.
Vermoedelijk hoorden de eerste twee klachten bij elkaar. In een herberg of bij een nabertering werd flink wat bier gedronken, mensen waren dronken geraakt en de schoolmeester, die op zondag tevens in de kerk optrad als voorzanger, was uitgebarsten in psalmgezang. Iemand, waarschijnlijk de predikant, vermaande hem om dat niet te doen: heilige gezangen bij een slemppartij, dat gaf immers geen pas. De schoolmeester reageerde verbolgen, noemde ds. Van Bolhuis met zoveel woorden een leugenaar en daagde hem uit, iets wat je voor die tijd letterlijk moet nemen: Kom jij maar eens mee naar buiten, dan vechten we het daar wel uit.
In de classis bevestigde meester dat hij bij de slemppartij was geweest en er psalmen was gaan zingen. Maar hij zou niet hebben gezegd dat hij genoeg had van “de papen” (bijv. dominee). Om het smaden, schelden en uitdagen van de predikant draaide hij eerst heen, zonder dat hij het ronduit durfde ontkennen. Op beide punten lagen er getuigeverklaringen die de aanklacht ondersteunden.
Dat er enige schoolmeisjes over de broeken van de jongens hadden gestreken, was niet in zijn bijzijn gebeurd, aldus de onderwijzer. Hij negeerde de aantijging dat hijzelf onder het hemd van het domineeszoontje had gekeken. Was het verhaal over de broekenstrijkerij aan hem verklikt of opgebiecht en probeerde hij de jongen te kleineren door quasi te inspecteren of er nog enig effect bespeurbaar was?
Dat Berend Jans zonder enige noodzaak (zoals naderend onweer) iemand op zondagochtend hielp bij het hooien, gaf hij grif toe, evenals het zondaagse vervoer van hooi naar de kosterij en de onnoemelijke en daarmee nogal raadselachtige “enormiteit”.
De classis, die de klachten, getuigeverklaringen en meesters bekentenissen “rijpelick” overwoog, was unaniem van oordeel dat mr. Berend Jansen wegens zijn “schandelijke, ergerlijcke end’ onlijdelicke comportamenten” eigenlijk ontslag op staande voet verdiende. Een dergelijk figuur hoorde niet langer de “so eerlicke kercken-dienst end’ schoeldienst t’ bedienen”. Het was dan ook alleen “om sijn swacke huisfrouwe end’ armlicke kinderen” dat Berend de komende koude winter nog met zijn schoolwerk door mocht gaan. Hij werd echter tot nader orde geschorst als voorlezer en voorzanger in de kerk. Ook werd hij geschorst als lidmaat; hij mocht dus voorlopig niet meer aan het heilig avondmaal deelnemen. De deputaten van de classis zouden bovendien bij de provinciale rentmeester Verrucius beslag laten leggen op “sijn toekomende wintertractement”, tenzij ds. Van Bolhuis van Leegkerk getuigenis kon geven van “merkelijke beteringe van zijn fouten en van een recht godtsalich levent”. Ging Berend “tegen de last van sijn beroepinge” nogmaals in de fout, dan ontsloeg men hem zonder pardon uit al zijn functies.
Berend Jans kreeg dus niet zijn congé, zoals Bottema meent, de classis liet hem slechts bungelen. En hielp dat? Ja, het zag ernaar uit van wel. Op 12 oktober, een maand na de schorsing van Berend als voorlezer, voorzanger en lidmaat, vertelde ds. Van Bolhuis in de classis dat zijn schoolmeester “sick niet verslimmerde in sijn comportement”. De predikant vroeg daarom of de meester zijn kerkelijke taken weer mocht oppakken. De classis besloot dat aan ds. Van Bolhuis en zijn kerkeraad over te laten – dominee moest daarin handelen “tot godes ehre ende stichtinge siner gemeente”.
Inderdaad kreeg Berend zijn functies weldra terug. In november rapporteerde ds. Van Bolhuis, dat hij de schoolmeester had voorgehouden zich voortaan netjes te gedragen, zodat er geen klachten meer over hem zouden zijn. Waarop de schoolmeester beloofd had “door godes genaede” zijn leven te beteren. Omdat er verder ook niets meer op hem aan te merken viel, zou de meester tegen Kerstmis ook wel weer aan het avondmaal mogen deelnemen.
Of er later nooit geen klachten meer waren, weet ik niet, zover ben ik nog niet gekomen in het classisprothocol. Berend Jans stierf in elk geval in 1666 als koster en schoolmeester van Leegkerk.
Bronnen:
- Jaap Bottema, Naar school in de Ommelanden (Bedum 1999) 42, 104, 173.
- RHC Groninger Archieven, Toegang 1 (archief Staten van Stad en Lamnde) inv.nr. 126 (Akten- of resolutieboek GS) 12 juli 1641.
- RHC Groninger Archieven, Toegang 180 (archief classis Westerkwartier) inv.nr. 3 (handelingen) 5 september 1642, 12 oktober 1642, 21 november 1642.

De kosterij van Leegkerk, gezien vanaf het westen.
Avondrondje Wierum
Geplaatst op: 30 juli 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Westerkwartier 1 reactieAan het eind van de middag toch nog zon. Daar moet men van profiteren nu dat geval op rantsoen lijkt.
Er stond nog windkracht 4 toen ik de hoeve Zeldenwind passeerde:

Aan de andere kant van het Aduarderdiep werd de suikerfabriek uitgelicht:

Dorpsgezicht Dorkwerd vanaf Kleiwerd:

Paardenconclaaf bij Dorkwerd:

Doel van de reis – het kerkhof van Wierum:

De hervormde gemeente Dorkwerd-Wierum laat hier nog steeds begraven. Groningens meest kleurrijke grafmonument:

Een ander monument doet denken aan een zegel onder een oude oorkonde:

“Kunst is de liefde in elke daad…”

Insectenhotelletje op het graf van een natuurliefhebber:

Langs de Grouwelderij terug:

Zoom zonnebloemen bij de volkstuintjes langs het spoor, Hoogkerk:

Die volkstuintjes en de achtergelegen wei- en hooilanden, gezien vanaf het spoorviaduct in de Johan van Zwedenlaan:

Rondje Eiteweert – Leegkerk
Geplaatst op: 23 juli 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Onlanden 2 reactiesHaan bij de Bruilweering:

In vol ornaat:

Atalanta op de wal van het Omgelegde Eelderdiepje:

Fazant bij de Langmadijk:

Bui bij Roderwolde, gezien vanaf de Matsloot:

Deze had ik niet eerder gezien – het gaat om de fluweelboom (met dank aan Catthy), een oorspronkelijk Amerikaanse, woekerende heester of kleine boom aan de voorkant van een voormalig boerenerf tussen Eiteweert en Matsloot. De bloem lijkt op die van de vlinderstruik, terwijl die blaadjes erg lekker gevonden worden:

Blaarkopkalf, Leegkerk:

Tafereel bij de Leegeweg aldaar – ik dacht dat de zwaan het schaap zou aanvliegen, maar het liep met een sisser af:

Rondje Ezinge
Geplaatst op: 22 juli 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Westerkwartier 2 reactiesKlaprozen in de hoek van de Roderwolderdijk bij het hoofdkwartier van Landschapsbeheer:

Jongens spelend op/aan de Tichelwerkbrug:

Zijlvesterweg, Leegkerk:

Ergens rijm ik dit niet, of: branchevervaging bij Slaperstil:

Kleiwerd:

Ergens rijm ik iets niet, deel 2 – bij de nieuwe Dorkwerderbrug:

Dode veldmuis op het fietspad tussen het Aduarderdiep achter Oostum en de Feerwerdermeeden – er zat een klein bruin vogeltje op in te pikken, dat prompt wegvloog toen ik stilstond. Het oor van de muis is al weg:

Licht en donker:

Bij mijn achterneef werd het gazon gestrimd:

Het tuinhek van Allersma, Ezinge:

Vier pinken op de dijk tussen Ezinge en Aduarderzijl:

Bij Wierumerschouw:

Het gerestaureerde boerderijtje van ’t Groninger Landschap op de Hoge Paddepoel:

Uitgelichte buizerd bij het Van Starkenborghkanaal:

Moestuin bij de Grouwelderij:

Dramatische lucht boven de stad, gezien vanaf het Hoendiep in Hoogkerk:

Tankstation aan Peizerweg maakt fietspad nog onveiliger
Geplaatst op: 15 juli 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Stad nu Een reactie plaatsenTot mijn grote verbazing komt er een tankstation van Tamoil op de tuinstrook naast de Tuinland aan de Peizerweg:

Het terrein ligt onmiddellijk aan het fietspad langs de Peizerweg, waarover ik hier al meermalen geschreven heb. Zo te zien komt hier net zo min als bij de andere bedrijfsuitritten (Tuinland, Gamma, Nijdam) een uitritconstructie, en van haaientanden zal de gemeente ook dit keer wel weer vies zijn, hoewel ze die – de willekeur ten top gedreven – bij het woonwagenwijkje verderop wel steeds opnieuw aanbrengt. Je kunt dus zien aankomen dat bij het gloednieuwe benzinestation passerende fietsers aangereden zullen worden. Als hier ongelukken gebeuren, is de gemeente Groningen medeschuldig.
Avondrondje Eiteweert – Leegkerk
Geplaatst op: 12 juli 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Onlanden 4 reactiesBij de Langmadijk en Hamersweg:

Even eerder, bij het Transferium Hoogkerk:

Een vingerwijzing bij de Onlander brug over het Peizerdiep: Go West!

Dat deden we dan maar. Er dreef een zeer bescheiden buitje over dat bij Eiteweert drie druppels op mij wierp:

De Hoeve Eiteweert staat te koop, als je er woont heb je elke dag zo’n mooi uitzicht:

Bij de Oude Stokerij, Matsloot:

Gezicht vanaf de Tichelwerkbrug op het Aduarderdiep:

Bij de boerderij op de hoek van de Legeweg en de Kerkweg zat een zanglijster zijn best te doen – een opname:
Eiteweert, Leegkerk en de Onlanden
Geplaatst op: 9 juli 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Onlanden 3 reactiesVroeg in de middag een rondje Eiteweert, vanavond een rondje Onlanden via Peize:
Bij Eiteweert – citroenvlinder peurt met zijn lange tong de nectar uit een distel:

Stokrozen bij de Aduarderdiepsterweg:

Aalscholver hangt zijn vlerken te drogen bij de Tichelwerkbrug:

Berm Omgelegde Eelderdiepje – soldaatjes op een schermbloem:

Omgelegde Eelderdiep bij Eelde – krabbenscheer van oever tot oever:

Peinzend koebeest in wei bij Peize:

Vanaf het Achterstewold bij Peize – gezicht op de stad Groningen:

Groningerweg, Peize – scholekster:

Zelfde lokatie, haas aan de maaltijd:

Onlanden bij Roderwolde – wederik:

Paardenmeisje op Onlander brug nabij het gehucht Peizermade:

De avondloeister van dienst aan de Hamersweg bij Peizermade heeft een ingescheurd oor :

Ommetje Eiteweert – Leegkerk
Geplaatst op: 25 juni 2017 Hoort bij: Hoogkerk 3 reacties‘Graasfront’ van Haflingers bij de Langmadijk:

Deze zwanenbloem (met dank aan peter) zie je steeds meer aan de rand van sloten, in dit geval te Matsloot:

Martinigezicht vanaf de Aduarderdiepsterweg:

Ook bij de Tichelwerkbrug volop bereklauwen in bloei:

Vanaf die brug – jonge zwaluw kon al wel vliegen, maar bedelde nog steeds om voedsel bij zijn ouders:

Het Leegkerker prachtkalf is een stukkie gegroeid:

Leegkerk – de hazen zijn de laatste tijd een stuk zichtbaarder:

Zag ook nog een uil (logo OBS De Ploeg, Zuiderweg Hoogkerk):

Hoogkerk krijgt muur van groen plastic (2)
Geplaatst op: 21 juni 2017 Hoort bij: Hoogkerk 8 reactiesDe situatie bij het Hegepad was vanavond als volgt:
In plaats van één grote bult hooibalen hebben we er nu drie.
De oude bult bij het zitje is niet verlengd, zoals ik dacht, maar verdikt. Wat erbij gekomen is zit in een plastic van een wat lichter groen:

Hoogkerk krijgt muur van groen plastic
Geplaatst op: 20 juni 2017 Hoort bij: Hoogkerk 8 reactiesWat kan men tegen hooi hebben? Helemaal niets! Hooi verspreidt – vooral op de klei – een hoogst aangename geur die ook bij menigeen genoeglijke herinneringen opwekt. Ja, goed beschouwd bevordert hooi het welbevinden der mensheid.
Aan het Hegepad te Hoogkerk, echter, staat er sinds de zomer van vorig jaar een enorm hooiblok. Kennelijk was er het hele winterseizoen fourage genoeg, zodat er geen behoefte aan het hooi hier bestond. Al die tijd mochten passanten dus aankijken tegen de stapel hooipakken in steeds flodderiger groen plastic.
Intussen wordt er opnieuw gehooid en komen er nieuwe pakken in groen plastic aan:

Gister
De vraag is nu of die nieuwe pakken bij de oude worden neergezet. Ik zweer het: dit houdt heel Hoogkerk bezig. Bij een noordooster zit je dan lekker uit de wind op het metalen zitje bij het Hegepad:

Eergister
De gemeente Groningen is hier bij mijn weten de grondeigenaar. Mogelijk verpacht die de grond? Ik hoorde iemand de gemeente al vergelijken met de jeugd op Terschelling. “Zoals die jeugd muren van bierkratten bouwt, bouwt de gemeente Groningen muren van hooibalen. … Ach, het zal wel weer een kunstproject zijn.”
Het klauwregister van Hoogkerk
Geplaatst op: 12 juni 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Veldnamen 2 reactiesIn 1661 vergaderden de eigenerfden van Hoogkerk meermalen in het Provinciehuis in de stad Groningen om een klauwregister vast te stellen voor de Schepperij (= waterschap) van Hoogkerk. Blijkbaar was daar eerder onenigheid over geweest. Afgesproken werd dat de eigenaars van de twintig grootste heerden land (= boerderijen met een bepaald minimum-areaal aan grond) elk om de beurt, en wel om de twee jaar, de Schepper zouden mogen benoemen, die het zijlschot en de schouwboetes zou innen. Zulke boetes waren grotendeels voor degenen die de Schepper benoemden en dat maakte het benoemingsrecht aantrekkelijk.
De manier waarop de Schepper zijn werk deed, moest blijven zoals die ‘altijd’ was geweest. Alleen werd bij loting de volgorde bepaald, waarin de eigenaars van de twintig heerden die aan de criteria voldeden, een Schepper mochten aanstellen. Het klauwregister legde deze “ommegangen” vast. Hieronder heb ik dat stuk in de eerste vijf kolommen samengevat, terwijl in de laatste twee kolommen de opvolgende eigenaren van de ommegangen uit de achttiende eeuw te vinden zijn:
| 1661 | 1701 evj. | 1741 evj | ||||
| Nr. | Huisnaam | Bij rechtstoel genoemd? | Eigenaar | Meier | Eigenaar
|
Eigenaar
|
| 1 | Lt. Derk van Ballen en Juffer Anna de Sygers | Jantien, wed. Melis Geerts | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 2 | Jr. Jan Dominicus Clant | Reinder Peters en Oene Clasens | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 3 | Wed. en erven Soll. Luitjen Jansen Hoving | Grietje, wed, Hajo Arends | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 4 | De Woltgraft | Dr. Simeon Wychel | Claas Derks en Frerick Siers | Stad | Stad | |
| 5 | De Koningspoort | Vrouw van Bierum | Riener Crabbes | Heer van Aduard | Heer van Aduard | |
| 6 | Geert Lubbers | Hindrik Fockes | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 7 | Het Hol | Ja | Provincie | Pieter Claasen | Stad | Stad |
| 8 | Lt. Huysman | Hermen Roelefs | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 9 | Siccamaheerd | Ja | Dr. van Swinderen | Wessel Hindriks | Stad | Stad |
| 10 | Elderhuisen | Wed. en erven Lt. Johan Coenders | Hermen Jacobs en Hermen Walichs Wiers | Stad | ||
| 11 | Cruisemahuis | ja | Siabbe Abbringe | Siabbe Abbringe | Heer van Aduard | |
| 12 | Jr. Doede Manninga, nu jr. Geert Horenken | Jan Hermens | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 13 | Elmersma | ja | Jr. Ulrich van Ewsum | Gerrit Clasen | Heer van Aduard | |
| 14 | Armhuiszittend Convent | Jacob Clasen | Armhuiszittend Convent | |||
| 15 | Bangeweer | Ja (Popko Jongeringsstede op Bangeweer) | Dr. Simeon Wychel en Hermen Clasen | Hermen Clasen | Stad en Heer van Aduard samen | |
| 16 | Joost Lewe op Klinkenborg | Roelf Peters | Heer van Aduard | |||
| 17 | Provincie | Jan Clasen Buir | Stad | |||
| 18 | De Luisenborgh | Ja (eerder ook wel ’t Huis ten Hamrik) | Erven Fennetien van Rhenen en co. | Willem Jansen | Heer van Aduard | |
| 19 | Erven Johan Coenders + Armhuiszittend Convent | Evert Jacobs | Stad en het Armhuiszittend Convent samen | |||
| 20 | Godes Ackers Heerd | William MacDowell + Jr. Ulrich van Ewsum | Loech Onnes | Heer van Aduard | ||
In het stuk van 1661 staan 10 huisnamen – de overige heerden worden genoemd naar hun eigenaren. Van die 10 huisnamen zijn er maar 6 terug te vinden bij de 17 edele heerden die een stem in het kapittel hadden bij de benoeming van de rechter in Hoogkerk. Er moet veel meer overlap tussen de lijsten geweest zijn – er waren niet veel meer boerderijen in Hoogkerk. De lijst van de 17 inzake de rechtstoel stamt weliswaar uit 1754, en is daarmee beduidend jonger, maar gaat qua huisnamen waarschijnlijk veel verder terug, ik denk tot de zestiende of vijftiende eeuw. Niet alleen het kleinere aantal heerden doet dat vermoeden, maar ook de aard van de namen op die lijst: deze namen verwijzen veelal naar Friese eigenerfde families.
Hoewel de volgorde van 1661 bij loting is bepaald, lijkt er een route van noord naar zuid in de lijst te zitten. De Woltgraft lag op de hoek van de Kerkweg en het oostelijke deel van de Legeweg, waar nu een grote boerderij met een handel in tuinmachines staat. De Koningspoort lag op de hoek van het Koningsdiep en het Hoendiep, waar nu vloeivelden liggen van de suikerfabriek. Het Cruisemahuis, ooit Drents kloosterbezit, moeten we ook in die omgeving zoeken. Elmersma, een borg met schathuis, lag op de zuidoostelijke hoek van het Hoendiep met de Zuiderweg. Bangeweer bestaat nog steeds als bult met restaurantboerderij. Maar dit zijn ook de enige heerderijn waarvan me de locatie bekend is, van de rest wil ik die nog zien te achterhalen. (Vooral de Luisenborg en de Godsakkersheerd intrigeren me.)
De eigenaren van 1661 waren voor tweederde deel jonkers, praktisch allemaal verschillende. Een paar heerden waren eigendom van de provincie, een paar andere waren van gewone namen en het Armhuiszittend Convent in de stad bezat ook nog anderhalve heerd. In de achttiende eeuw zijn er nog maar een paar eigenaren over: de Heer van Aduard heeft dan 12,5 ommegangen, de Stad 6 en het Armhuiszittend Convent nog steeds 1,5.
Van zowel de Heer van Aduard, als de stad als het Armhuiszittend Convent bleef een goede boekhouding bewaard, met staatboeken en rekeningen. In principe moet het daarmee mogelijk zijn de latere beklemde meiers van deze heerden te achterhalen, zodat er een verband is te leggen met het kadaster van 1830. En dat levert dan de precieze locatie op van alle genoemde heerden en daarmee van de huisnamen die tot nu toe nog niet thuisgebracht zijn.
—
Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1605 (Stadsbestuur 1594-1816) inv.nr.8160 (klauwlijsten Hoogkerk, voorheen rnr 1311 d.)
Lekker luchtje
Geplaatst op: 6 juni 2017 Hoort bij: Hoogkerk 2 reactiesEr vielen maar enkele spetjes uit deze dreigende wolk:




Avondlijk ommetje Eiteweert – Leegkerk
Geplaatst op: 2 juni 2017 Hoort bij: Drenthe, Hoogkerk Een reactie plaatsenOude Eelderdiepje met op de achtergrond het Transferium Hoogkerk:

Gepassioneerde Haflingers bij de Bruilweering:

Koeien op het slibdepot bij de Tichelwerkbrug:

Soezend blaarkopkalfje, Leegkerk:

“Een zwarte soldaat op een eenzame post” – M.J. Burema, de NSB-burgemeester van Hoogkerk
Geplaatst op: 2 juni 2017 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 2 reacties
Als in 1935 de gemeente Hoogkerk wil gaan bezuinigen op het salaris van de lokale veldwachter, verzet het gemeenteraadslid M.J. Burema zich daartegen. Dat doet hij onder andere door het sturen van een ingezonden brief naar het Nieuwsblad van het Noorden, waarin hij een kenschets geeft van Hoogkerk en bovendien gewag maakt van het in elkaar slaan, aldaar, van een paar NSB-ers:
“Onze gemeente is geen rustige plattelandsgemeente, doch een gemeente waar door de groote industrieën en het veelvuldig verkeer van den politieman meer dan normale dienst wordt gevraagd; een gemeente, waar men nog wel eens op een relletje is belust; waar bepaalde elementen, zooals hier eenige weken geleden b.v. gebeurde, zich de luxe meenen te mogen permitteeren om het simpele feit, dat eenige jonge kerels uit Groningen colporteerden met „Volk en Vaderland” deze maar te kunnen mishandelen. In zoo’n gemeente ben ik er huiverig voor den ambtenaar, belast met de handhaving van het gezag, een minderwaardig salaris toe te kennen.”
Bij het nagaan van zijn antecedenten in de krantendatabank Delpher, bleek deze Michiel Jan Burema een tamelijk vooraanstaand figuur. Lokaal was hij actief als secretaris en later als voorzitter van de gymnastiek- en atletiekvereniging Hercules. Ook was hij voorzitter van de ijsclub, secretaris van het zoutwaterzwembad en secretaris van het Oranjecomité. Deze ronduit sportieve figuur had plaatselijk dus een vrij groot netwerk.
En dat terwijl hij helemaal nog meer pas in Hoogkerk woonde. Hij was in 1900 geboren in Drieborg (gemeente Beerta) als zoon van een boer en kocht na het doorlopen van de vierjarige HBS in Winschoten en de Rijkslandbouwwinterschool te Groningen in 1923 de grote boerderij Koningspoort, in de hoek tussen het Koningsdiep en het Hoendiep, waar nu de vloeivelden liggen van de Hoogkerker suikerfabriek. Deze boerderij ging door voor een “kleibouwplaats” – het meeste land dat erbij hoorde zal dus een stuk noordelijker hebben gelegen. Dat Burema akkerbouwer was, wordt bevestigd door kleine rubrieksadvertenties, waarin hij grote hoeveelheden stro van koolzaad, erwten, rogge, tarwe, gerst en haver aanbood, naast suikerbietenloof en capucijners. Toch deed hij ook in paarden en in mindere mate in vee, vermoedelijk deels als fokker.
Veelzeggend voor Burema’s status en aspiraties in Hoogkerk is zijn telefoonnummer: 1. Vanaf 1931 zat hij er in de raad namens een Algemeene Vrijzinnige Kiesvereeniging. Na de ARP en de SDAP, partijen die elk met drie zetels in de raad vertegenwoordigd waren, was deze club met zijn twee zetels de derde partij in de Hoogkerker gemeenteraad. Hoewel dus een nieuwkomer in Hoogkerk, kreeg Burema bij de verkiezingen van dat jaar 90 voorkeurstemmen. Zijn naam valt wat dat betreft als enige in de krant, waarschijnlijk ging het om het hoogste aantal voorkeursstemmen van alle kandidaten en wijst het aantal op een zekere populariteit, vooral bij boeren en middenstanders, want die stonden met name op de lijst van Burema’s kiesclub.
In elk geval ging Burema in 1935 nog door voor een vrijzinnig democraat, en daarmee links-liberaal. Bij de verkiezingen van dat jaar betoogde hij echter dat hij het lidmaatschap van de Vrijzinnig Democratische Bond had opgezegd. Die partij had zich op lokaal niveau verzet tegen het ontslag van een gehuwde onderwijzeres en was bovendien niet tegen het houden van politieke vergaderingen in de school. Vandaar de afscheiding van een aparte vrijzinnige kiesvereniging in Hoogkerk.
Naast het plaatselijke verenigingsleven en de lokale politiek ontplooide Burema zich in regionale landbouworganisaties. Zo was hij bestuurder van een Hagelverzekeringsmaatschappij, de Groninger Boerenbond en later Landbouw & Maatschappij.
Dat Landbouw & Maatschappij is berucht geworden als club die in fascistisch vaarwater raakte en daarin tal van boeren meezoog. Een van die boeren was Burema. Na de Duitse inval werd hij lid van de NSB en raakte als bestuurder van de Landstand, de gelijkgeschakelde boerenorganisatie, doordrenkt met de bloed en bodemideologie van de nazi’s. Burema werd zo geschikt geacht door de bezetter, dat die hem in januari 1942 tot burgemeester van Hoogkerk benoemde.
In de toespraak bij zijn ambtsaanvaarding verklaarde Burema dat het handhaven van orde en rust zijn belangrijkste doel was. Hij wilde loyaal samenwerken met de Duitse overheid als “soldaat van Mussert” en in het midden van zijn gemeente staan. De Oostfrontstrijders noemde hij zijn “kameraden” en hij zou korte metten maken met “saboteurs”. Onder de aanwezigen bij deze plechtigheid waren J. Maarsingh van Stadskanaal als gemachtigde van Mussert, de beruchte politiecommissaris Blank uit de stad en diverse kringleiders van de NSB. Een daarvan noemde Burema “een zwarte soldaat op een eenzame post”: “Immers, de nieuwe geest is hier nog niet doorgedrongen”. Ondanks zijn (vroegere) populariteit had Burema in Hoogkerk kennelijk niet zoveel politieke medestanders meer. Tot slot van de plechtigheid defileerden eenheden van de SS en de WA voor de nieuwe functionaris.
Als je op de kranten afgaat, was burgemeester Burema vooral actief bij de regionale Luchtbescherming. In oktober 1943 werd hij tevens waarnemend burgemeester van Marum, een gemeente waar nogal wat mensen neergeknald waren bij de April-Meistaking. Meteen na de Bevrijding, op 30 april 1945, werd Burema geschorst en in december definitief ontslagen als burgemeester en dat met terugwerkende kracht, want met ingang van 16 april (de bevrijding) van dat jaar.
In 1946 kwam eerst de vrouw van Burema voor het Tribunaal. Zij werd onder meer beticht van het collecteren voor Winterhulp en het verraden van een ondergedoken student. Ze ontkende dat laatste en deed het voorkomen alsof ze altijd tegen de bezetter was geweest, reden voor de aanklager om haar een Januskop toe te dichten. Het Tribunaal achtte de aantijgingen bewezen en veroordeelde haar tot de internering die ze tot dan toe onderging, met daarbovenop maar liefst 12.500 gulden boete en tien jaar ontzegging van het kiesrecht. Een maand later liet ze zich scheiden van haar man.
Burema zelf moest zich twee jaar later voor het Bijzonder Gerechtshof verantwoorden. De officier beschuldigde hem van het opstellen van gijzelaarslijsten, het doorgeven aan de Duitsers van namen van potentiële dwangarbeiders en het verraden van J. Giezen. Deze Giezen, een communist, was voor de oorlog gemeenteraadslid voor de CPH geweest, en had bij de April-Meistaking van 1943 een boer uit Peizermade, die rustig melk bleef leveren, de huid volgescholden. Dankzij Burema kreeg Giezen een enkele reis naar het concentratiekamp Buchenwald, dat hij net als vele anderen niet overleefde. Vooral dit geval legde gewicht in de schaal. Het Bijzonder Gerechtshof veroordeelde Burema in juli 1948 tot zeven jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, naast een levenslange ontzegging van het kiesrecht.
Na zijn vrijlating leefde Burema als stil burger en rentenier. Hij zou opnieuw trouwen en woonde met zijn tweede vrouw in Huize Maarwold in Haren. Hij overleed in 1984 in een ziekenhuis te Groningen.

Recente reacties