“Hou je bek!” Of – eerbied voor grijze haren is er niet meer bij, nu ik ze zelf heb.
Geplaatst op: 21 februari 2020 Hoort bij: De actuele wereld, Hoogkerk 7 reactiesNaar schatting is hij een jaar of dertien, veertien. Hij heeft in elk geval de baard nog niet in de keel en zit nog op de grootste maat kinderfiets.
Al eens eerder doemde hij ’s morgens op de Ruskenveensebrug plotseling vlak naast me op en dwingt me dan opzij. Kennelijk heel leergierig, met zo’n haast om naar school te komen. Nou is die planken fietsbrug een jaar of wat geleden wel wat breder gemaakt, maar niet zo breed dat fietsers elkaar heel gemakkelijk kunnen passeren: je moet er heel alert zijn, want je zit er zo op elkaar, zelfs als het om een tegenligger gaat die je van ver al ziet aankomen.
Ik schrok me dus niet voor het eerst een hoedje toen die jongen vlak naast me opdook en riep hem, toen hij gepasseerd was, op mijn gemoedelijkst achterna: “Kan je niet even bellen, mienjong?” Zijn antwoord: “Hou je bek!” Hij sprintte uit zicht, maar toen ik hem nog toeriep dat hij er de volgende keer niet zo gemakkelijk langs zou komen, was dat nog eens het antwoord: “Hou je bek!”
Eerbied voor grijze haren is er niet meer bij, nu ik ze zelf heb. “Hou je bek!” Zou zijn vader misschien een van die wielrenners zijn, die me een keer op het Hoendiep schreeuwend inhaalde en me hetzelfde toevoegde toen ik hem vroeg of hij niet eens een fietsbel kon nemen?
Of nee, ik denk niet dat dit joch een opvoedende vader heeft. Die zou hem dat wel afleren, toch? Volgens mij is dit eerder een zoontje van een alleenstaande moeder die zulks regelmatig mag horen als meneer iets niet zint. En die dat dan steeds over haar kant moet laten gaan, de arme vrouw.
Reclame langs de weg in Hoogkerk
Geplaatst op: 21 januari 2020 Hoort bij: Hoogkerk Een reactie plaatsen
Neon van Bolt visbakkerij. Reconstructie: Hanneke Perton.
Heb ooit eens alle reclamevergunningen van de gemeente Hoogkerk van 1957 tot en met 1968 doorgenomen. In totaal ging het om 54 stuks. Tot 1962, het jaar van de loongolf, ging het om gemiddeld 2 per jaar, daarna om 6 per jaar. Dat de mensen meer te besteden hadden, vertaalde zich dus op lokaal niveau in een verdrievoudiging van de reclame (borden, neons, fietsenrekken, automaten) die er langs de weg te zien was.
De ruimtelijke spreiding:
| Hoendiep | 17 |
| Zuiderweg | 15 |
| Middenweg | 4 |
| Julianaweg | 4 |
| Reddingiusweg | 3 |
| Kerkstraat | 2 |
| Verbindingstraat | 2 |
| Nijverheidsplein | 1 |
| Fabriekslaan | 1 |
| Peizerweg | 1 |
| Adres onbekend | 4 |
Er viel dus nog wat meer reclame te zien aan het Hoendiep, dan aan de Zuiderweg. Maar op de Zuiderweg zat die veel dichter bij elkaar. Buiten deze verkeersaders stelde het allemaal weinig voor.
Voor tabaksreclame werd het vaakst een vergunning aangevraagd (8x), daarna kwamen de kruideniers en supermarkten (6x). Ook voor alcohol (5x), verf (5x), spaarbanken (5x) en auto’s en autobanden (4 x) vroeg men wat vaker reclamevergunningen aan, dan voor andere zaken.
Aan de hand van de ontwerpjes in de dossiers zou je een stukje van het straatbeeld kunnen reconstrueren. Vaak zijn die ontwerpjes nog zwartwit, waarbij de kleuren wel worden aangegeven. Bovenstaande lichtbak was van de visbedrijf Bolt, dat volgens het Handelsregister van 1965 tot 1975 heeft bestaan.
—
Bron: Groninger Archieven, Toegang 1248 (archief gemeente Hoogkerk) inv.nrs. 1703 en 1704.
Hoogkerk is een stadswijk
Geplaatst op: 19 januari 2020 Hoort bij: Hoogkerk 5 reacties
Sinds de verbouwing, een maand of wat geleden, heeft de AH te Hoogkerk dit hybride ‘dorps- en stadsgezicht’ op een wat duurzamere en duurdere boodschappentas staan, waarvan de voorstelling tevens in het groot te aanschouwen is bij zijn koffiehoek.
Centraal staat de AH zelf, met de nieuwe ingang en wat vrolijk lachend groente en fruit. Links de brug van Hoogkerk, maar dat is het dan ook, qua couleur locale.
Links is het peerd van ome Loeks bij het stad-Groninger Hoofdstation weggeplukt, terwijl rechtsachter de eveneens stedelijke Martinitoren staat met, als ik me niet vergis, de Burger Hoofdwacht die sinds de bevrijding al weg is. Ook de DAF, het blauwe autootje rechts, ziet men thans niet meer zo vaak.
Het gekke is: ik heb nog geen ouwe Hoogkerker horen protesteren tegen dit amalgaam. Het afgedwongen samengaan van Hoogkerk met Stad (1969) wilde anders nog wel eens pijnpunt zijn waar je niet op moest drukken. De brede acceptatie van het tafereel op de boodschappentas van de Hoogkerker AH toont aan, dat de rouwperiode eindelijk voorbij is. Hoogkerk heeft zich met de situatie verzoend. Hoogkerk is een volwassen stadswijk geworden.
Rondje Eiteweert – Den Horn – Leegkerk
Geplaatst op: 25 december 2019 Hoort bij: Drenthe, Hoogkerk 2 reactiesEen en al oor – paarden bij het Omgelegde Eelderdiep:

Eelderdiep vanaf uitloper Stadspark:

Madijk Peizermade:

Matsloot:

Boerderij op Matsloot:

Gedumpt camouflagenet, Westpoort:

Zuidwendingermolen:

Zwaan:

Zuidwendingermolen:

Druppende zwaan:

Arrivatrein, gistsilo van de suikerfabriek en Hibex:

Zijlvesterweg Leegkerk:

Twee lentes binnen één jaar
Geplaatst op: 19 december 2019 Hoort bij: Hoogkerk 4 reacties
Met de hoge temperatoren voor deze tijd van het jaar, lopen de dotters langs de Johan van Zwedenlaan weer uit. Die winter is vergangen, zo lijkt het. Althans: ik zie de bloemkens hangen.
Ommetje Lagemeeden
Geplaatst op: 5 december 2019 Hoort bij: Hoogkerk, Westerkwartier 1 reactieAchterkant suikerfabriek:

Vierverlaten met dampend vloeiveld suikerfabriek op de achtergrond, gezien vanaf Westpoort:

De Poffert bij de Pannekoek: buizerd met ‘ambtsketen’ op zandbult:

Vanaf boerderij Van Zanten, Leegkerk – de nieuwe toren in de verte:

(Foto’s van gister; vandaag was het te mistig en grijs.)
Rondje Eiteweert – Leegkerk
Geplaatst op: 1 december 2019 Hoort bij: Drenthe, Hoogkerk 6 reactiesLangs het zuidelijke deel van de Zuiderweg in Hoogkerk is één boom uit een rij omgezaagd. Alle bomen zijn kaal, alleen de stomp van die ene draagt blad:

Groningerweg Peizermade – in een rijtuigie:

IJs op sloot bij de Langmadijk:

Zicht op de suikerfabriek vanaf de Legeweg onder Leegkerk:

“Beveiligd door Bandit”
Geplaatst op: 17 november 2019 Hoort bij: Hoogkerk Een reactie plaatsen
Gezien bij de ingang van vernieuwde AH in ons dörp: sticker, dienende ter afschrikking van plofkrakend canaille dat het op de geldautomaat heeft voorzien. Zodra dit gespuis bij nacht en ontij binnenvalt, slaat er een apparaat aan dat ze effectief de dampen aandoet. Op het tekeningetje rent boevemans nog de deur uit, maar gezien ettelijke productvoorlichtingsfilmpjes is het maar zeer de vraag of hij überhaupt nog de weg naar buiten weet te vinden.
Veel van die filmpjes zijn drie jaar oud en dus is het product niet nieuw, maar ik zag het plakplaatje vandaag voor het eerst en dat is wat hier telt.
Opmerkelijk overigens, dat de firma zich Bandit noemt. Met boeven vangt men boeven, heet het. Een variatie daarop is: Bandit beveiligt u tegen bandieten.
Bij de ingang van de Appie
Geplaatst op: 10 november 2019 Hoort bij: autobio, Hoogkerk 6 reactiesIk kom aanzeilen op mijn fietsie, maar er staat een gezinnetje op de fietsparkeerplekken naast de ingang van de AH. Een kleine vrouw is bezig met het in- en opladen van de boodschappen en haar kind, haar forse man staat met zijn fiets breeduit op het complete rijtje parkeerplekken, zijn licht gebogen rug naar me toe. Ik besluit om maar even te wachten. Het duurt langer dan gedacht. Eindelijk keert de man zich om: “Wil je hier je fiets neerzetten soms?” Het klinkt nors, onvriendelijk. Ik hou mijn antwoord maar zo kort mogelijk: “Ja”. Licht agressief klinkt het nu: “Nou dat had je toch ook wel even kunnen zeggen niet?” Eindelijk haalt hij zijn fiets weg en kan ik de mijne neerzetten. Hij en zijn gezinnetje stappen op en rijden richting brug weg. Ietwat verbouwereerd staar ik ze na. Meneer kijkt nog even om.
Roderoede blijkt bekkensnijder
Geplaatst op: 7 november 2019 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk, Westerkwartier Een reactie plaatsenIn de nacht van 7 op 8 mei 1745 ging Roelof Pieters vreselijk tekeer op de “publike Heereweg tusschen de Hogemeeden en Aduard”. Met vier andere mannen liep hij van een boeldag op de Hogemeeden terug naar Aduard, zijn woonplaats. Eerst gaf hij zijn eerste metgezel
“op een agterbaxe en onverhoedse wijze twee sneeden in het aangesight, de eene boven het oog, de ander even boven het kinnebakken”.
Vervolgens achterhaalde hij nummer twee, die op de vlucht was geslagen en diende hem een snee boven het oog en een kerf over de kin toe. Terwijl hij meteen daarop nummer drie een haal met zijn mes over de hand gaf.
Roelof Pieters moet een sterke kerel geweest zijn, als hij drie man zonder noemenswaardige tegenstand zo kon beschadigen. Op boeldagen werd nogal eens flink gedronken, maar bij dronkenschap gaat het vaak om blind geweld, en hier lijkt juist sprake van enige precisie, een bijna rituele strafoefening die bestond uit het letterlijk toedienen van gezichtsverlies.
In dit verband doet het ter zake dat Roelof Pieters de roderoede of veldwachter van Aduard was. Zijn baas, de redger, vond dit alles niet te billijken, maar “saken van de uiterste consequentie”, een roderoede des te minder passend “als sijnde in dienst van het gerigte”. Hier moest een voorbeeld worden gesteld. Toch wilde de redger ook niet al te hard zijn. Hij ontsloeg Roelof Pieters als roderoede van de jurisdictie Aduard en verbande hem voor zes jaar uit de provincie. Mocht Pieters die ban breken, dan dreigde een lijfstraf.
Onder de rechtstoel van Aduard vielen destijds ook Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd. De roderoede van die onderhorige dorpen, Menne Derks uit Leegkerk, was eveneens bij de bloedige voettocht aanwezig geweest, maar had geen vinger voor de slachtoffers uitgestoken. Niet alleen had hij “geen de minste devoiren aangewend” om de bekkensnijderij door zijn Aduarder collega te beletten, ook liet hij na het gerecht erover in te lichten. Daarmee had hij zich schuldig gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, en dat rekende de redger hem zwaar aan, zij het ook nu weer met enige coulance. Menne Derks moest bij wijze van boetedoening zijn ambt een half jaar lang gratis vervullen, terwijl zijn traktement voor die periode naar de diaconieën van Hoogkerk en Leegkerk ging, elk voor de helft. Als Derks in dat halve jaar zijn werk nog eens niet naar behoren deed, kreeg ook hij ontslag.
Roderoeden kwamen vaak voort uit de arbeidersstand en ze hadden het dus absoluut niet breed. Hoe zo iemand en zijn gezin moesten leven, als hij zijn werk gratis moest doen, vertelde de redger er niet bij. Dat kwam dan waarschijnlijk neer op bedelen, maar dat was verboden en illegaal – een roderoede had immers als eerste taak het weren van bedelaars uit zijn ressort.
—
Bron: Groninger Archieven, Toegang 735 (gerechten Westerkwartier) inv.nr. 178: beide vonnissen van 8 juli 1745.
Populierenkap aan de Peizerweg
Geplaatst op: 30 oktober 2019 Hoort bij: Hoogkerk, Stad nu 7 reactiesWerkelijk het enige wat de Peizerweg nog een draaglijk aanzien verschafte, moest blijkbaar nodig worden opgeruimd. Zo’n mooie populierenlaan zullen we hier dus van onze levensdagen niet meer aanschouwen. Dat we voor de operatie moesten omrijden was nog het minste leed:

Takken over het pad:

Van gestripte stammen:

Lopende bandwerk, dat eindigt met het in stukken zagen van de stammen, waarna de kale troosteloosheid van bedrijfsgebouwen in het onbarmhartige daglicht treedt:

Weg schaduw op de zomeravond, weg windvang bij winterdag.
Onze slakken lusten George Washington rauw
Geplaatst op: 5 oktober 2019 Hoort bij: Dieren, Hoogkerk Een reactie plaatsen
Ik heb het net nog even gecheckt of het toch niet het ontwerp was, maar het is echt zo. Dit affiche heeft er iets meer dan een week gehangen, maar de slakken in mijn biotoop hebben het al deerlijk toegetakeld. Anders doen ze dat nooit hoor! Blijkbaar heeft de plakfirma extra lekkere lijm gebruikt, of zou het de herfst zijn, die het plaksel beter verteerbaar maakte?
Hoe dan ook, we konden het de slakken niet vragen. ’s Nachts slaan ze toe, de rakkers, maar overdag zijn ze, afgezien van ons achterpad zo’n vijftien meter verderop, in geen velden of wegen te bekennen.
Verkeer in Hoogkerk veranderde sterk in een paar jaar tijd
Geplaatst op: 25 september 2019 Hoort bij: Hoogkerk 2 reacties
J. Bulthuis, Tolhuis Hoogkerk, 1772 (uitsnede), Linksvoor het Hoendiep, rechtsvoor de trek- of rode weg en het bruggetje over het hier beginnende Kliefdiep, Daarachter het tolhuis met uithangbord en het tolhek. Linksachter de kerk van Hoogkerk in het westen. Collectie Groninger Archieven 1173-99-102.
Bij de bocht in de rode weg langs het Hoendiep stond het tolhuis van Hoogkerk en de boer Barteld Harms Staal pachtte die tol voor 820 gulden per jaar. Na zijn dood ging zijn weduwe Marieke Bierling daarmee door. Telkens kon ze aan haar verplichtingen voldoen en betaalde de tolpacht keurig op tijd aan de provincie, die van het geld de bepuinde trekweg langs het Hoendiep onderhield. Maar in 1802 en 1803 merkte Marieke dat de tolgelden die ze ontving aanmerkelijk terugliepen. Ze noemde tegen de heren van de provincie drie oorzaken voor die teleurstelling. Ten eerste werd de terugloop in haar inkomsten
“veroorzaakt door de sterke en aanhoudende droogte, welke in die beide jaaren plaats gehad heeft, waardoor de trekpaden zeer weinig zijn gebruikt geworden”
Het staat er niet bij, maar door die droogte gingen veel voetgangers aan de overkant van het Hoendiep lopen, waar de dijk in normale jaren veel minder goed begaanbaar was dan de trekweg.
Ten tweede was het zo, aldus Marieke
“dat den zogenaamde Drentsche Laan, bevorens bijna geheel onbruikbaar, door het verbeteren en geheel in order brengen van dezelve tot eene bruikbaare weg is gemaakt en vandaar thans tot eene gewoone passagie naar zommige plaatzen in het Landschap Drenthe gelegen, welke voor dezen door Hoogkerk plaats had, wort gebruikt.”
Marieke doelde hier op wat nu de Peizerweg heet, in de achttiende eeuw nog praktisch onbegaanbaar en min of meer doodlopend bij het Porrenhuis. Mensen die naar Noord-Drentse plaatsen als Roderwolde, Roden en Peizxe wilden, gingen daarom langs het Hoendiep en dus langs het tolhuis, en verder via Vierverlaten en de Roderwolderdijk. Sinds die Drentsche Laan opgeknapt was, verloor ze dus de klandizie van die mensen. Niet alleen als tolbetalers, maar ook als verteerders, want zowat in elk tolhuis kon je ook iets drinken.
Ten derde speelde het Marieke parten dat er noordelijk van Hoogkerk, waarschijnlijk op de plek van de vroegere Woldtil, een nieuwe brug over het Kliefdiep was gelegd,
“welke voor het tegenwoordige de gewoone passage is, daar dezelve bevorens niet anders gebrukt wierde als door diegeene, welke aldaar zeer kundig was,“
Voordat die nieuwe (klap)brug er kwam, gingen alle andere mensen nog langs het Hoendiep, waar ze Marieke tol betaalden. Nu was dat dus niet meer zo en maakten velen een omweg langs de Legeweg.
Om alle drie deze redenen wilde Marieke graag kwijtschelding van tolpacht. De heren verwezen haar wat vaag door naar de plek waar ze moest zijn en of ze die kwijtschelding kreeg, zal ik een andere keer eens nagaan. Intussen laat haar verzoekschrift echter goed zien, hoe grondig destijds in een paar jaar tijd de verkeersstromen in Hoogkerk en omgeving veranderden. Als oostwestroute kreeg de rode weg langs het Hoendiep concurrentie van de Legeweg en de Drentsche Laan, naar het zich laat aanzien zeer ten koste van de tolpachtster.






Recente reacties