Oververtegenwoordigde minderheden

Ben een beetje aan het stoeien met de volkstelling van 1809, met name voor wat betreft het Westerkwartier.

In het algemeen is 87,2 % van de Groninger bevolking dan hervormd. De katholieken maken 7 % uit, de doopsgezinden 2,6 %, de lutheranen 1,9 % en de joden 1,3 %. Interessant is dan, waar minderheden die percentages overstijgen.

Ik beperk me even tot der twee belangrijkste minderheden: katholieken en doopsgezinden. In het Westerkwartier zijn er in 1809 alleen meer dan 7 % katholieken (geel) in Aduard en Den Ham. Je vraagt je af of dat misschien samenhangt met het rond 1600 gesloopte klooster – in de hervorming van Aduard zou wel eens een aardig onderwerp van studie kunnen zitten.

De doopsgezinden (blauw) zijn qua Gronings gemiddelde oververtegenwoordigd in het noorden, op de klei, met de grotere boerderijen. De vestiging van Zwitserse mennonieten, begin achttiende eeuw, in de streek rond Hoogkerk is ook nog duidelijk te zien. Ten zuiden van het Hoendiep, op het zand en veen van Vredewold en Langewold zijn de mennonieten veel minder zichtbaar, Alleen in wat kerspelen die aansluiten bij het kleigebied (Lutjegast, Niekerk en Faan, Oostwold en Lettelbert), zijn ze daar oververtegenwoordigd.

De doopsgezinden zijn vooral in de achttiende eeuw sterk in aantal afgenomen. Waarschijnlijk gingen de meer conservatieve elementen over naar de hervormde kerk, door zichzelf en/of de kinderen in die kerk te laten dopen. Ook hierin zit nog een aardig onderzoek. De kerspelen waar de doopsgezinden in 1809 oververtegenwoordigd zijn, zullen denkelijk ook eerder de doopsgezinde kernen geweest zijn.


Rondje Paterswoldsemeer

Bij het Omgelegde Eelderdiep:

Opgehaalde waterplanten met eendemosselen:

Pompoenenkar aan de Hooiweg:

Dahliaveld:

Vanuit een andere hoek:

Opgekalefaterd hek:

De Braak:

Een van de drie nieuwbouwhuizen aan de Meerweg lijkt al bijna klaar:

Paterswolder Schipvaart:

Hoornsediep:

Schuren in verval:

Paterswoldsemeer:

Belgisch paard aan de dijk:

Drijvende tuin:

Hoogkerk, Hoendiep:

Suikerfabriek:


Even een nieuwe stop indraaien

Vanmiddag tussen Vierverlaten en De Poffert:


Avondrondje Eiteweert – Leegkerk

Blaarkopkalverkudde bij het Omgelegde Eelderdiep:

Schaatsenrijdertjes op het Peizerdiep:

Vanaf dezelfde plek het landschap:

Alarmerende soepganzen op de Zuidwending bij De Poffert:

Bij het Tichelwerkpad, Leegkerk:

Koeien raken allang niet meer overstuur van een ballon – in de verte gingen wel honden als dollen tekeer:

Nagenoeg windstil op straatniveau, maar de ballon maakte duidelijk voortgang naar het westen:

Zwarte pink op Leegkerk:


Rondjes Hoogkerk en Leegkerk

Vanmiddag – vikingenkamp aan de Johan van Zwedenlaan:

Ruskenveense Plas met bui uit het noordwesten:

Zwanenfamilie in tochtsloot:

Vanavond – Mebin aan de Aduarderdiepsterweg:

Gezicht vanaf de Tichelwerkbrug:

Bij Leegkerk:

Bij Leegkerk:

In het oosten trekt het dicht:


Buxusmot nu ook in Hoogkerk

Dit vlindertje had ik nog niet eerder gezien. Het blijkt de buxusmot. Een invasieve soort – een jaar of twaalf kwamen de eerste over uit Korea om zich vol te vreten aan de buxushaagjes, die nu zo in de mode zijn in tuinen.

Volgens een nieuwsbericht van de Vlinderstichting kwam hij vorig jaar ten noorden van de IJssel nog niet zoveel voor. Sporadisch in Overijssel, Drenthe en Friesland, alleen wat meer in Oost-Groningen. Ten westen van de stad Groningen echter nauwelijks. Dat lijkt nu te veranderen.

Het beestje heeft geen natuurlijke vijanden. Men hoopt nu dat kauwen, kraaien en mezen het als voedsel gaan zien. Ik weet niet, buxus is giftig, de rupsen van de vlinder zullen immuun zijn voor dat gif, maar dat geldt toch niet voor de jongen van genoemde vogels die dat gif via de rupsen binnenkrijgen. Als al die jongen doodgaan, overleven op den duur alleen de kauwen, kraaien en mezen die vies van buxusmotten zijn. Hoe zou dat eigenlijk in Korea zijn gegaan?

 


Merel is jong kwijt

Op het achterpad naar mijn fietsenschuurtje zag ik eerst een mereljong rondhippen, die onder de coniferenhaag van buurman schoot, toen ik eraan kwam met mijn fiets.

Even later zag ik vanuit mijn keukenraam een van de ouders met insecten in de snavel rondhippen op die heg. De vogel zocht duidelijk naar zijn jong:

Ik denk niet dat zo’n mereljong het hier lang volhoudt. Het achterpad is het domein van een paar meedogenloze katten.


Loos alarm

Veel branden momenteel, hier in Groningen. Gistermiddag laat leek het er even op dat er hier in de buurt ook iets loos was. Drie brandweerwagens spoedden zich naar woonzorgcentrum De Gabriël, waarvan er twee voor de ingang stopten:

De brandweerlieden echter, belden keurig aan:

Terwijl de ladderwagen postvatte op de middenstrook van de Zuiderweg:

Alleen het alarm was loos. Op de terugweg naar huis werd ik ingehaald door een jongen van een jaar of tien, elf. “Dit is de laatste keer dat ik er intrap”, verklaarde hij iets te plechtstatig voor zijn leeftijd. Volgens hem kwam de brandweer veel vaker bij de Gabriël, zonder dat er iets aan de hand was.


1 blaar, 2 blaren

Bij het Aduarderdiep, ter hoogte van de Tichelwerkbrug:


Zwaluwen bij Leegkerk

Ze zijn er niet meer, zeiden ze. Of in elk geval veel minder. Maar bij Leegkerk zijn ze er nog volop. De enige voorwaarde is een ouderwetse mestbult (bij beeldvergroting zijn er meer zwaluwen zichtbaar):


Opgeblazen eenhoorn

Brexiteers zouden er erg blij mee zijn voor hun magisch koninkrijk:


De brug van Westpoort (2)

Zolang hij er staat heb ik hem, geloof ik, nog nooit omhoog zien gaan – de brug van Westpoort:

Zo bekeken heeft het beeld wel wat van een overgave:
Om dat effect tegen te gaan, zou men kunnen overwegen om diabolo’s tussen die armen te hangen. Dan zijn het armen van jongleurs en niet meer van soldaten.

Of als het op zijn goedkoopst moet, er rode Chinese lampionnen ophangen. Die heeft Openbare Werken vast nog wel plenty op voorraad.

Op de brede gedeelten onderaan van het hamei in deze stand zijn tevens beeldschermen denkbaar met rustgevende filmpjes voor de opgefokte automobilist.


Bevalling in het land

Was bezig met een rondje Leegkerk en had nog weinig bijzonders gezien. Maar bij de Tichelwerkbrug was er reden om af te stappen.

De boer leek de koe mee te willen nemen aan het touw, terwijl de koe zich van hem afdraaide:

Opeens zag ik wat er gebeurde – er werd een kalf geboren!

Het leek er eerst niet zo’n zin in te hebben, in het verlaten van zijn comfort zone:

De boer trok uit alle macht:

En het eerste stukje was eruit:

Het kalfje rechts op het hooibultje was van een andere koe en gister geboren, ook in het land. De boer zei achteraf dat dat veiliger was dan in de stal met alle vliegen:

Hij zette zich even extra schrap:

En daar verscheen de rest van het kalf:

We zijn er bijna, maar nog niet helemaal:

Centimeter voor centimeter:

Nog een laatste haal:

En daar lag het kalf in het gras. Terwijl de boer het beestje begon te inspecteren, begon de koe haar jong te likken:

Nog even kijken naar het geslacht (ben helaas vergeten te vragen wat het was):

Nog even kijken naar de ogen:

Ook tante kwam er even bij en heette de nieuweling welkom in de kudde:

Alles wel met moeder en kind:


Rondje Eiteweert – Leegkerk

Wegenbouwmateriaal op een wagen bij de Bornstertol:

Wielrenners bij het eerste Onlander brugje:

Nog plenty zwaluwen bij Leegkerk, zoals deze jonge geringde op de Tichelwerkbrug:

Landschap bij Leegkerk, in de verte de Jonge Held:

Grazende blaarkop:

Deze stond apart in een wei vlakbij de boerderij – ik dacht eerst dat ze voor de slacht bestemd was:

Maar dat was niet zo – ze heeft dit jong, dat de onderwal van de sloot zat te verkennen:

Verderop een haas in het avondlicht::


Hier in de buurt

Rijkswaterstaat geeft het goede voorbeeld voor de bestrijding van exoten bij de oprit naar de A7, Hoogkerk-Zuid:

Volkstuintje bij de Zuiderweg, Hoogkerk:

De oorspronkelijk uit de zeventiende eeuw stammende boerderij Lingenhuis aan het eind van de Peizerweg stort steeds verder in:

Ik heb nooit gezegd dat een exoot niet mooi kan zijn – bereklauw bij de hoek Campinglaan-Peizerweg op het terrein van een voormalige kwekerij: