Een Jugendstil puitje in Sappemeer

2013-12-01 077

2013-12-01 079

2013-12-01 080

2013-12-01 083


Een melancholieke Mercurius en andere veenkoloniale glaskunst

Was vanochtend even in het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Fijne glaskunst hebben ze daar:

– Groot glas-in-loodraam:

2013-11-20 006

Elders gebrandschilderde ramen – detail met scheepvaart en industrie:

2013-11-20 077

Een enigszins melancholieke Mercurius, god van de handel:

2013-11-20 078

Landbouw en landbouwmechanisatie:

2013-11-20 080


Spaarpotterij

spaarpot Nutsspaarbank

Deze heb ik om het ontwerp gekocht, maar er kleeft ook een vage herinnering aan. Rond 1963, 1964 moet ik een soortgelijk spaarpotje hebben gehad, maar dan in het groen en met een ander plaatje erop. Hoog op de ronding rechts zit de gleuf waar de centen, stuivers, dubbeltjes en kwartjes in moesten. Op de ronding links zit een kijkgaatje waardoor je kon zien hoe hoog je pecunia zich al had opgestapeld.

Ook het nu verworven exemplaar stamt uit de jaren zestig. In de tweede helft van dat decennium fuseerde de Nutsspaarbank Zuidbroek met die van Noordbroek, terwijl deze fusiebank per 1 januari 1970 weer samenging met de Nutsspaarbank Groningen, welk consortium voortaan ging opereren onder de gezamenlijke naam Bondsspaarbank. Overigens bleef de oude naam in advertenties nog vrij lang klein en tussen haakjes onder de nieuwe naam staan, alsof men bang was dat klanten door de naamsverandering de weg naar de bank niet meer terug zouden vinden.

Om op mijn spaarpot terug te komen, volgens de verkoper zat er geen sleutel bij, want die had de bank. Hetgeen strookt met een uitlating van ene Hans Vervoort hier, dat de sleutel in beheer was bij de bank. Volgens oud-Nutsspaarbank-medewerker Jan Kneepkens, die  er eveneens reageert en dit onderstreept, waren er “tientallen verschillende sleuteltjes”. Ook afgezien daarvan was het systeem tamelijk bewerkelijk:

“…moet zeggen dat ik mij blauw heb geteld aan die spaarbusjes, alles werd op een plank gekieperd en geteld. En achteraf ik maar rolletjes draaien.”

Overigens zwerven er nog heel wat van zulke spaarpotten op ’t internet rond. Er blijken zelfs mensen te zijn die spaarpotten sparen en daarvan met foto’s getuigen. Zo trof ik de evenknie van mijn spaarpot uit Noordbroek aan, waarop niet alleen het bankgebouw de plek inneemt van het bij-met-honingraatlogo, maar ook een slagzin staat:

Gij mist niet hetgeen hier in gaat,
Doch staat verbaasd over wat eruit komt.

Dat laatste zal niet gebeuren bij mijn spaarpot. Er zit namelijk geen rooie cent in. Dat de sleutel zoek is, maakt dus niet uit.


De betrokken reportage van Frans Bromet


Ha, Pierre Janssen

Over de collectie speelgoedrobots in zijn Gemeentemuseum Arnhem (1978):

Bio


De Kikkercyclus van Jan Steen

Het Hoge der A, op de fiets kom ik er incidenteel nog wel eens langs.  Lopend haast nooit meer. Maar fietsend let je op andere dingen: tegenliggers, de mensen op het terras van De Sigaar. Pas nu ik er eens lopend langskom, valt me ineens die lage beeldengroep op. Terwijl die er toch al een paar jaar staat.

2013-10-29 009
Het eerste stadium – van water naar land:
2013-10-29 010
Het laatste stadium, waarin het amfibie bijna alligator-achtige trekken vertoont”:
2013-10-29 013
Verderop, aan de Pottebakkersrijge, een dashboard van een auto in een verder lege ruimte. Ook kunst. Althans, dat staat erbij op een bordje.
2013-10-29 017


Gepimpte portieken

Film van Herman Tulp toont de onthulling, de genese en vooral de symboliek van de nieuwe portiekomlijstingen in de Groninger Adriaan van Ostadestraat. Het werk van kunstenaar George Schriemer zou gebaseerd zijn op dat van de straatnaamgever, maar ik geloof niet dat die aan eenhoorns deed. Wat niet wegneemt dat de straat aan aantrekkelijkheid won:


Retour Stadskanaal

Was vanmiddag in Stadskanaal voor een interview. Kwam een halfuurtje te vroeg aan, een periode die ik overbrugde met een copieuze lunch in de Knoalster Lorelei (“Waar snacken eten wordt!”) en een wandelingetje langs het kanaal, waarbij me deze Jugendstil-ornamentiek opviel:
2013-10-23 003
Om het hoekje:
2013-10-23 004
Blij dat ik er niet op de fiets heenging, want op de terugweg kwamen er een paar beste buien langs, zoals bij Waterhuizen, een naam die mij tijdelijk als uiterst adequaat voorkwam:
2013-10-23 014
Ter hoogte van de telefoontoren in de knik van de Peizerweg was dit het beeld. Er vielen enkel wat spetjes uit:
2013-10-23 020


Muziekgerelateerd werk van Tuppus

In het kader van Striptober heeft het Groninger Poparchief in de hal van de Groninger Archieven (Cascadeplein 4) een kleine expositie ingericht met werk van de tekenaar en graficus Tup Wanders, bij menigeen beter bekend als Tuppus:

2013-10-08 004

2013-10-08 009

2013-10-08 013

2013-10-08 015


Typografische misverstanden

2013-09-27 054 reclame Bolt latijn latijn Nl gotisch

De Groningse drukker Jacob Bolt gebruikt in 1751 twee lettertypes voor zijn lijstje met werk van zijn onverbiddelijke succesauteur, de theoloog Cornelius van Velzen. Diens latijnse titels, die voor de geleerde wereld bestemd waren, heeft Bolt in een antiqua romein gezet, de Nederlandse en populaire daarentegen in een gotisch type van Nederlandse snit.

We zijn zo gewend aan de romein, dat de keuze van gotische, voor ons veel moeilijker leesbare letters juist voor die volksuitgaven ons verbaast. Maar dan moeten we wel bedenken dat het ooit andersom was, en dat het volk toen veel gemakkelijker gotisch schrift las.

We zijn misschien ook geneigd dat gotische schrift voor het oudste te houden, maar ook dat is een misvatting. Enigszins snobistische humanisten grepen in het Italië van rond 1400 terug op een Karolingisch schrift, dat daar al twee, drie eeuwen niet meer gebruikt werd. Ze vonden dat oude schrift, de lettera antiqua veel mooier, dan het schrift waar iedereen zich van bediende. Ze gingen antiqua schrijven en lieten na 1450 hun in het latijn geschreven werken ook in die letter drukken.

De antiqua veroverde Europa niet bepaald stormenderhand. De mensen konden hem niet meteen lezen, er bestond veel weerstand tegen. In Groningen bijvoorbeeld, gingen klerken zich pas rond 1700 van de antiqua bedienen. Wat betreft drukwerk ontstond er een verschil tussen de geleerde wereld en die van het volk. Juist teksten met het grootste bereik, zoals bijbels en overheidsafkondigingen, bleven nog tot na 1800 met gotische letters gedrukt.

Het hardnekkigst bleek de gotische letter in Duitsland. Daardoor ontstond de idee dat het een typisch Duits schrift was. Niet alleen buiten Duitsland was dat zo, Duitsers namen die gedachte maar wat graag over. Toch schaften juist de nazi’s in 1941 het gotische schrift af, onder het mom dat het een joodse uitvinding was. Toegeven dat het een drempel opwierp voor het lezen van hun antisemitische teksten, deden ze liever niet.

Sindsdien leidt het gotische schrift een gemarginaliseerd bestaan in krantekoppen, pseudo-oorkonden, restaurants in het populaire marktsegment en heavy metalkrochten.

Uiteindelijk hebben de humanisten en geleerden dan toch gewonnen. Op dit ene punt.

Bron: P. Gumbert, ‘Tussen scriptorium en sneldrukpers: brug of breuk?’ in Madoc 1996.


Scholtenmonument, Stadspark

“Men ziet den forschen kop, in brons gegoten, gemodelleerd door den fijnvoelenden kunstenaar Abraham Hesselink, die met groote liefde de hem bekende figuur schiep. Een tragische bijzonderheid aan dit werk van den meester verbonden is, dat hij plotseling stierf op den dag, waarop hij de laatste hand aan dit kunstwerk had gelegd.”

1b

“Voor de modelleering van het geheele monument was Mulock Houwer met Hesselink in overleg getreden. Dankbaar zullen wij hem blijven gedenken voor zijn artistieke medewerking, die ook Mulock Houwer op zoo hoogen prijs heeft gesteld. Het monument is in hoofdzaak van Beiersch graniet opgebouwd.”

2

“De bronzen reliëfs en de verdere beeldhouwwerken zijn uitgevoerd door de kunstvaardige hand van den bekenden heer J. W. van Tetterode, medewerker van den heer Hesselink. Zij symboliseer en, naar ik meen op voortreffelijke wijze, de paardensport en de paardenfokkerij waarvoor het bestuur der harddraverij vereeniging den ontwerper welwillend terzijde stond om de paarden van zuivere kwaliteit te doen zijn.”

3

“Wij zien de jeugdsport, uitgedrukt door de kranige figuren van een jonge vrouw en een jongen man, gereed om op te trekken naar de sportspelen, die in dit park op zoon intensieve wijze worden beoefend, voor de jeugd een bron van gezondheid in de vrije buitenlucht.”

4a

4b

“De kleurige wapens van Stad en Ommelanden toonen aan dat de hulde wordt gebracht door stad en lande samen.”

5a

5b

“De waterspuwers geven, door de klaterende stralen, de levendige geest weer van den man, wien dit werk is gewijd.”

(Niet meer aan te treffen, het bassin onder de spuwers is volgezet met bloemen.)

6

Bron /  meer lezen:


Hoe Broekema zich presenteerde (I) Jannes de Vries

Vandaag arriveerde vanuit Drachten dit boekje, dat ik via Marktplaats kocht:
a 1928 omslag boekje Bij de zwarte menschen in zonneland
Niet dat het in het boekje zelf staat, maar deze uitgave van de Groninger stoomkoffiebranderij en theehandel Fa. P. Broekema dateert van november 1928. En het aardige is, dat Ploeg-kunstenaar Jannes de Vries het omslagontwerp en de tekeningen maakte.

Van Jannes de Vries is bekend dat hij er grafisch reclamewerk naast deed. Zo zegt de Wikipedia momenteel over hem:

Zijn deeltijdbaan als tekenleraar verschafte hem onvoldoende financiële middelen en de opbrengsten van zijn schilderijen waren niet genoeg om het tekort aan te vullen. Zijn activiteiten op het vlak van illustratie- en reclamewerk waren zo succesvol dat hij zich liet bijstaan door freelance medewerkers. Het ‘Bureau J. de Vries Ontwerper’ werd bekend door de ontwerpen voor blikverpakkingen van Tjoklat, Red Band pastilles en F. Broekema (koffie en thee). Daarnaast werd hij in opdracht van verschillende uitgeverijen boekbandontwerper. De inkomsten uit deze activiteiten verschaften Jannes de Vries de middelen om in 1937 een zomerhuis in Hooghalen te laten bouwen. Het ontwerpbureau was tot in de jaren 60 van de vorige eeuw actief. Van het werk is overigens weinig bewaard gebleven.

Dat ontwerpbureau heb ik niet in het handelsregister terug kunnen vinden. Ook adverteerde het niet in de krant. Ik weet ook niet of dat noodzakelijk was voor iemand in deze branche. Hoe dan ook, aan de hand van dit ene ontwerp voor Broekema kunnen we andere reclame-uitingen van de koffieproducent screenen op overeenkomstige stijlkenmerken.

Van de stoere letters op het boekomslag valt dan op, dat ze niet altijd uniform zijn.  De a is nu rechts, dan links schuin afgesneden, de Z is nu afgesneden en dan weer niet. Ook de witdistributie is ongelijk: het gaat om handwerk. Heel kenmerkend zijn het driehoekje dat het verbindingsstreepje in de a vormt en de het drietal afgesneden horizontaaltjes van de e.

In een briefhoofd van Broekema uit 1932 vinden we deze stijl gemodificeerd terug: het driehoekje in de a is nu een neerwaarts neigend streepje met nauw zichtbaar haaltje, terwijl de leggertjes van de e niet meer uniform scheef afgesneden zijn. Het briefhoofd kent een letterlogo: P.B met een kop en schotel erboven. Ook hier lijkt het te gaan om handwerk, getuige bijvoorbeeld de beide m’s:
b 1932 briefhoofd
Oppervlakkig gezien lijkt het briefhoofd in zwartwit gecopieerd op een kwitantie, die bewaard bleef uit 1937. Maar de regelmaat is hier veel groter en frivoliteiten als bij de a hebben het veld geruimd, terwijl de kop en schotel zich loszongen van het letterlogo::
c 1937 kwitantie c
Het blijft natuurlijk de vraag of De Vries wel consequent in één stijl werkte.

Van het merk Café Noir, dat in 1927 voor het eerst gedeponeerd werd, was dit na de oorlog het etiket:
d 1945 gedeponeerd merk
Er worden verschillende lettertypes gebruikt, waarvan de onderste, met het driehoekje in de a van Broekema, weer duidelijk verwantschap vertoont met dat op het boekje uit 1928. Werk van Jannes de Vries, zou ik zeggen. Vermoedelijk is dit Café Noir-etiket ook eerder rond 1930 ontworpen, dan na de oorlog.

Over het welbekende koffieblik van Broekema twijfel ik:
e 1950 blik
Het modernisme dat spreekt uit het boekomslag en het Café Noir-etiket, is in de vorm van de forse schreefloze letters zeker nog aanwezig in een advertentie voor koffiesurrogaat uit augustus 1940:
f 1940 surrogaat NvhhN 8.8.1940 affiche
Deze advertentie citeert echter ook een veel ouder reclame-affiche, waarvan de belettering naar het zich laat aanzien, gemoderniseerd is:
g 1940 z het oude affiche NvhN 8.8.1940 b
Mocht iemand dit affiche overigens nog hebben, dan hou ik me aanbevolen voor een foto, want als het al bewaard bleef, is het uiterst zeldzaam.

Hoe meer de koffie verdrongen werd door surrogaat, hoe meer de nostalgie toesloeg. In deze advertentie uit 1941 is de a een ware retro-a, die met zijn slingertje verwijst naar een gangbare Jugendstil-a van voor 1920. En nog erger – de kraantjespot op de verpakking moet suggereren dat de smaak van de inhoud nog ouderwets is.
h 1941 adv surrogaat met kraantjespot 28.11 NvhN

Op dit spoor ging de weinig stijlvaste Broekema na de oorlog door. Wel gebruikte de koffiebrander nog een tijdlang het letterlogo met de kop en schotel erboven, maar ik denk niet dat De Vries er toen nog bemoeienis mee had, want de kraantjespot bleek een blijvertje en in de jaren zestig keerde zelfs de aloude Witte Beer als beeldmerk terug. Maar daarover graag een andere keer.–


Vroeg bewijs dat roken wildplassen bevordert

smokende wildplasser

Bron: G.A. Brongers e.a., Nicotiana tabacum : the history of tobacco and tobacco smoking in the Netherlands (Groningen: Theodorus Niemeyer, 1964) 150. De tegel is uit het eerste kwart van de 17e eeuw.


Graffiti Ubbo Emmiusstraat

003

005

010

2013-09-12 020


Bakkerij ‘De Tijdgeest’ (I)

De plaatjes – gedrukt met reliëf – komen uit een oud plakboek. Ik denk dat ik ze omstreeks 1965, 1966 vond op de zolder van de boerderij in Feerwerd.

Brahmahoen:
1
Aardeekhoorn:
2
Lophiomys:
3
Lorie
4
“Bewaar de plaatjes, ze zijn leerrijk”, staat er achterop. En ook dat ze gedistribueerd werden via koeksoorten van beschuit-, koek-, en cakesfabriek ‘De Tijdgeest‘ aan de A-weg in Groningen. Bij de koeken van deze bakkerij zaten ook bonnen, en met 75 van die bonnen kon je een album krijgen om de verzamelde plaatjes in te plakken:
5
Met de kennis van nu denk ik dat de plaatjes van ver voor de oorlog zijn. Van na de oorlog dateert een album van De Tijdgeest, dat in het bezit is van de Groninger Archieven:
6
De plaatjes in dit album zijn glad, veel stijver, en een stuk minder mooi dan de plaatjes van de Feerwerder zolder. Ze spreken me ook veel minder aan. Zoals je ziet is het archief-album lang niet compleet:
7
De achterkant van het album uit het archiefdepot:
014

Morgen iets over het bedrijf.

Vindplaats van het album: RHC Groninger Archieven, toegang 1774 (documentatie bedrijven), inv. nr. 1296.