John Stoel, beeld van een loopbaan
Geplaatst op: 7 februari 2013 Hoort bij: Kunsten 1 reactie
Overzichtstentoonstelling in Wageningen, tot eind mei.
Van je Parrimarriboo! Heierspoëzie
Geplaatst op: 18 januari 2013 Hoort bij: Geschiedenis, Kunsten | Tags: heien 7 reacties
In zijn bundel Bie tille harom schrijft Oabel Oabels onder andere over het heien in zijn jeugdjaren, begin twintigste eeuw. Heien gebeurde toen nog op handkracht, door een ploeg mannen die bij een heistelling aan touwen het heiblok omhoogtrok, en dat dan op een paal liet neervallen. Dat omhooghalen en laten vallen van het blok moest synchroon gebeuren. Daarom zong de heibaas een liedje – aan het begin van elke regel trokken zijn heiers hun touwen strak.
Oabels noemt de heiersliedjes “wonderliek”. Vaak maakte een heibaas er inhoudelijk een mengelmoesje van en ook was hij niet eenkennig qua taal , want hij bediende zich van zowel het ABN als het Gronings. Zo’n heierslied ging bijvoorbeeld zo:
“Dat is er één [blok omhoog]
Maar dat is er geen
Dat zijn er twee
Die tel ik niet mee.
Dat zijn er drie,
Van die schele Marie.
Je weet het niet
Naar wie ze ziet.
Dat zijn er vier,
Van dat zwarte dier.
Dat zo mager is,
Dat krabt zijn kont
Met scherpe nagelen.
Dat zijn er vijf.
De bakker sloeg zijn wijf,
Al met een bolletje
Vlak voor haar holletje.
Wat schraifde dat wief
Mien lief, mien lief
Dat zijn er zes
Woar is de fles
Wie lussen wel geern
n Goude dikke.”
Wanneer de heibaas er niet goed uitkwam, omdat het hem even schortte aan het juiste rijmwoord, dan gooide hij er dit in:
“Van je Parrimariboo!”
Dat gebeurde ook als het bevoegd gezag langskwam en een net ingezette satire wat al te hard dreigde aan te komen. De heibaas improviseerde namelijk nogal eens. Op lokale toestanden en op voorbijgangers. Vooral vrouwen vormden het mikpunt van zijn gezang. Wat dit betreft bekent Oabels ruiterlijk zijn pudeur:
“Ie kennen alderdeegs n haaiboas moar nait alles zeggen loaten in n geschrift als dit.”
Daarom citeerde de Grunneger schriever zulke passages niet.
Wie weinig last had van een dergelijke schroom, was Gijsbertus Van den Brink (geb. 1902), een Amsterdamse heier die in 1953 over het verleden van zijn vak vertelde voor de microfoon van Onder de Groene Linde. Hij noemt zijn collegae van weleer “ruwe , onbehakte kerels” en lijkt een verband te leggen tussen hun gevaarlijke werk en hun “rare liedjes”, waarvan zegsman er inderdaad nog een kwartet onbeschaamd sexistische uit zijn hoofd kent. Ook dat is folk – tedere zielen die een allergie koesteren tegen scabreus repertoire, gelieve niet op de volgende links te klikken:

Dit plaatje komt uit de Winkler Prins van 1955. Het plaatje bovenaan komt uit een tekenboek van Adriaen van de Venne in de collecties van het British Museum. Heien is tussen het Romeinse tijd en de Industriële Revolutie nauwelijks veranderd qua technologie, zoals ook deze foto laat zien.
‘Winter op de Paaizermao’
Geplaatst op: 17 januari 2013 Hoort bij: Kunsten, Onlanden 10 reacties
Op Open Monumentendag zag ik dit hangen in het dieselgemaal aan de Hamersweg, dat het Eelderdiep hielp met het zich ontlasten in het Peizerdiep, maar nu overbodig dreigt te worden .
Het gedicht slaat op de omgeving, de Onlanden. Nog aangeduid met de oude naam Peizermade, in streektaal: Paizermoa.
In eerste instantie was dus alleen de tekst op het A4-tje overgetikt. Naderhand herinnerde iemand zich de naam van de dichter, die er nog even bijgekrabbeld werd in de smalle witmarge aan de bovenkant.
In dit geval beklijfde het gedicht kennelijk beter dan de dichtersnaam. Het is vaker andersom, vermoed ik.
Terwijl het draadjesvlees geurde
Geplaatst op: 11 januari 2013 Hoort bij: Kunsten, Stad toen 4 reacties
Silhouet-tekening uit een advertentie van de Fa. P. Mees Lzn., Vismarkt 24 Groningen. Deze firma deed, u raadt het vast al, in “complete keukeninrichtingen”. Deze werden door het gehele land bezorgd. De advertentie stond in het Groninger Adresboek van 1920 en 1921.
Kistetiketten
Geplaatst op: 8 januari 2013 Hoort bij: Kunsten 9 reactiesSommige mensen verzamelen sigarenbandjes, andere de etiketten van sigarenkistjes. Er zitten inderdaad mooie tussen:




Meer bij de Sigarenbandenkoning.
Kunstenaarssociëteit de Baboen (1967-1976)
Geplaatst op: 6 januari 2013 Hoort bij: autobio, Kunsten, Stad toen 7 reacties
Midden jaren zeventig had je in een steegje aan de Poelestraat, links naast bioscoop Het Concerthuis, een kunstenaarssociëteit: de Baboen. Ook als alle kroegen met avondvergunningen gesloten waren (volgens voorschift moesten deze om 1 uur ’s nachts dicht), kon je je daar nog na betaling van een gering lidmaatschapsgeld vol laten gieten.
Ik ben er een paar keer geweest. Je kon er over de koppen lopen, tenminste als de atmosfeer – een bijkans snijdbaar mengsel van tabaksrook, alcoholdampen en geslachtshormonen – dat toeliet. Het was voor de hedonistische kant van artistiek en alternatief Groningen dè plaats om iemand op te pikken.
Bij toeval kwam ik wat krantenberichtjes tegen over deze sociëteit, die aangevuld met wat andere, ons een inzicht verschaffen in haar geschiedenis.
De Baboen was een initiatief van eerstejaars van academie Minerva die graag een centraal gelegen ontmoetingsplek in de stad wilden, omdat hun opleiding er over meerdere lokaties verspreid lag. Begin december 1966 hielden ze een publieke driedaagse actie ‘Poen voor Baboen’ om het geld bij elkaar te krijgen. Van de Grote Markt maakten ze een ‘dynamisch werkcentrum’, waar de mensen met hun pasmunt mee konden schilderen aan een ‘kollektief schilderij’, mee konden plakken aan een geldcollage, of mee konden hakken in een boomstronk waar een totempaal uit moest komen. Ook stonden er een ‘deliriumwagen’ en bakfietsen met pop-art, terwijl in het het voormalige snelbuffet De Kwinke, Herestraat-kraampjes en het Concerthuis benefietverkopingen van kunst plaatsvonden. Zelfs het nationale TV-programma ‘Van Gewest tot Gewest’ besteedde aandacht aan de actie
Deze bracht 3200 gulden op, wat het nagestreefde minimum overtrof, zodat de herinrichting van de voormalige oud-katholieke kapel aan het steegje naast het Concerthuis kon beginnen. De verbouwing van dit gemeentelijke eigendom gebeurde om het goedkoop te houden in eigen beheer. Boven de enorme bar kwamen lampen, gemaakt uit bamieblikken met bamboematjes eromheen. Verder stond er veel tweedehands meubilair. Op last van de brandweer, die de zaak inspecteerde, moesten de toegangsdeuren nog worden omgezet, zodat ze naar buiten draaiden in plaats van binnen.
Op 17 november 1967, dus in het nieuwe schooljaar, ging de zaak dan eindelijk open met enige plechtige handelingen door W.E. van Koldam, kabinetschef van de burgemeester en voorzitter van de stedelijke kunstraad. In de soos bleek er ruimte voor 60 personen, veel minder dan ik me kan herinneren. Maar aanvankelijk stonden er ook nog tafeltjes en stoelen, begrijp ik.
Gelijk bij de opening was er al sprake van culturele avonden, met films, lezingen, teach-ins en muziek, door Minerva te subsidiëren met 100 gulden per avond. In elk geval ging er vanuit de Baboen in het voorjaar van 1968 een Cineclub van start, die in Het Tehuis aan de Lutkenieuwstraat films draaide. In het bestuur van deze club zat onder meer Dick Stapert, die als archeoloog later nationale bekendheid verwierf door het vals verklaren van Tjerk Vermanings ‘paleolitische artefacten’. De Cineclub was duidelijk meer links dan artistiek – in 1968 behoorde ze tot de organisatoren van de 1 mei-optocht waarvoor geen vergunning was aangevraagd en die daarom al bij de start uit elkaar geslagen werd door de Groninger gemeentepolitie.
Later vernemen we niets meer van de filmclub. Qua openbare culturele activiteiten ging er helemaal niets meer uit van de Baboen. In feite sleepte de sociëteit zich van crisis naar crisis. In de zomer van 1972 ging ze al eens dicht, en eind 1973 sloot ze andermaal. Nadat de brandweer er ’s nachts een in de hens gevlogen gevelkachel moest blussen, bleek namelijk dat de nooduitgang was dichtgetimmerd en ook leken de electrische leidingen nogal gammel.
Net als alle horecagelegenheden in de binnenstad merkte de Baboen hoe het junkendom opkwam. Zo werd er in 1974 de flipperkast eens leeggehaald. In de winter van 1974 op 1975, ging de soos opnieuw geruime tijd dicht. Ik denk dat de zaak op de fles ging, want er volgde een doorstart onder een andere naam: Artis. In juni 1975 werd dat geopend door cultuurwethouder Jacques Wallage. Overigens burgerde de nieuwe naam niet in – in de volksmond bleef de soos de Baboen heten. In het laatste jaar van haar bestaan, 1976, was de bekende kunstenaar Tom Hageman voorzitter van het stichtingsbestuur, en zelfs hij noemt de sociëteit in zijn cv Baboen.
Het enige wat nu nog aan de Baboen herinnert is de Baboen-Bokaal, hoofdprijs van het jaarlijkse Pinkstertoernooi voor kroegvoetbalteams. In het tweede jaar van zijn bestaan, 1974, werd dit toernooi gewonnen door Freaks United, terwijl de gedoodverfde winnaar Blue Trippers afdroop na een mislukte strafschoppenserie. Zelf was ik in de jaren zeventig nog wel eens bij de toeschouwers te vinden – hier een sfeerbeeld van het Pinkstertoernooi uit die tijd. Het toernooi om de Baboen Bokaal bestaat nu nog steeds, en zo te zien is er qua ambiance weinig veranderd.
—
NB: de illustratie is van Emily Balsley (Flickr creative commons).
Drukte om het hoofd op het Ruigezand
Geplaatst op: 14 november 2012 Hoort bij: Geschiedenis, Kunsten, Ommelanden 7 reactiesVoor het tijdschrift Stad & Lande moest ik maandagmiddag op ’t Ruigezand zijn, om de stichter van een monumentale boerderij te fotograferen – dat wil zeggen diens pastelportret uit 1810. De geest van de stichter probeerde dit te verhinderen door me op te schepen met allerlei weerspiegelingen. Hoe ik het konterfeitsel ook draaide, of het nu donker was of licht, ze bleven maar voorkomen in het stevige glas voor de stichtersneus.
De boerin had wel schik in het geval en liet me na afloop van de sessie in de kelder wat staaltjes huisdecoratie uit de 19e eeuw zien, tevoorschijn gekomen bij een fikse renovatie.
Zoals dit behangetje:

En deze – de blauwe is het oudst:

Er waren ook nog oude glaasjes met diverse patronen:

En met wijnranken beschilderde houten panelen:

Die ouwe huisschilders, behangers en glazeniers, die konden wat. Petje af.
En, zoals de boerin constateerde: In de 19e-eeuw was men niet bang voor enige drukte om het hoofd.
Portret van een maquettebouwer
Geplaatst op: 14 september 2012 Hoort bij: Kunsten, Stad nu 2 reactiesPortret van de Groninger maquettebouwer Jaap Kraayenhof door De Loods mediaproducties. Kraayenhofs werk moet altijd eerder af zijn, dan eigenlijk kan, maar als dat een bijdrage levert aan de reële uitvoering van het architectonische ontwerp, peurt hij daar veel voldoening uit:
Alliantiewapen weer zichtbaar door brand
Geplaatst op: 9 september 2012 Hoort bij: Kunsten, Ommelanden 5 reactiesDe verrassing van dit open monumentenweekend zat voor mij in het hervormde kerkje van Leek:

Eind 2000 verbrandde bij een restauratie vooral het dak van deze kerk en liepen kansel, orgelbeun en herenbalkon nogal wat water-, en roetschade op. Er bleek echter ook een lichtpuntje. Onder de bladderende verflagen van het balkon kwam het alliantiewapen Van Ewsum-Van In- en Kniphuisen tevoorschijn, dat er in 1660, bij de bouw van de kerk, op was aangebracht:

Met het wapen gaven de kerkstichters, de eigenaren van de borg Nienoord en eigenlijk algeheel Leek, te kennen wie het hier voor het zeggen had. Mogelijk werd het grof overgeschilderd in 1798, toen radicale democraten de macht grepen en de verwijdering van alle herenwapens van publieke plaatsen verordonneerden:

Natuurlijk zag dat wapen er onder alle verflagen die er sinds de overschildering bijgekomen waren niet echt jofel meer uit. Het heraldische stuk bleek zelfs niet meer terug te restaureren. De reconstructie kostte een ton, op ruim zes ton voor het opknappen van de gehele kerk.

Verlovingsfoto, gemaakt door Tonnis Post
Geplaatst op: 5 september 2012 Hoort bij: Familie, Kunsten 6 reacties
De verlovingsfoto van mijn grootouders Fennechien Lindeman en Harm Perton. Ze zouden op 7 oktober 1922 in Finsterwolde gaan trouwen. Zij woonde daar toen nog, terwijl hij al een tijd als kommies in het Twentse Tubbergen werkte.
De foto is gemaakt door de Winschoter fotograaf Tonnis Post. Die is vooral bekend van zijn registratie van krotten en plaggenhutten in Bellingwolde, Oudeschans en Westerwolde, die hij een aantal jaren eerder in opdracht van dokter Middendorp uit Bellingwolde maakte. Naar beide heren is de prestigieuze foto-opdracht van de provincie Groningen genoemd. “Vanwege organisatorische redenen” wordt die dit jaar “niet uitgereikt”, zo lees ik hier, een feit dat de krant niet lijkt te hebben gehaald.
De foto kreeg ik maandagavond van iemand, wiens grootvader, een zwager van de mijne, getuige bij het huwelijk van mijn grootouders was. Deze getuige was op dat moment “ondermachinist” bij de spoorwegen, “wonende te Nieuweschans”, zo valt in de huwelijksakte te lezen.
In de kerk van Pieterburen
Geplaatst op: 19 augustus 2012 Hoort bij: Kunsten, Ommelanden 4 reactiesBij aankomst slaat je de schrik om het hart:

Maar binnen valt de schade mee, en zijn er veel fraaiïgheden te zien. Met die van Zandeweer behoort deze kerk wat dat betreft tot de rijkste van Stad & Lande.
Een multi-instrumentale Cecilia op het hek van de orgelbeun:

Allegorisch figuur met boek aan het hart op de kansel (ca. 1780-1785):

Laatbarokke vaas, eveneens op de preekstoel:

(De groene vlekken komen van het glas-in-lood en niet van een doorgeslagen buitenmuur.)
Amazone met wierookvat:

Het wapen op de zerk van ds. Johannes Piccardt die hier van 1677 tot 1680 op de preekstoel stond:

Het houtsnijwerk in de koorboog, dat het herenvertoon erachter accentueert:

Detail met eikebladeren:

Een schilderijtje op het koor van de pas in 1903 gesloopte borg Dijksterhuis, ooit gebouwd op een buitendijkse oeverwal, waarvan de eigenaren eeuwenlang heren van Pieterburen waren en ook het strandvondersrecht in deze contreien uitoefenden:

Zowaar nog een wildeman:

Een van de schildhoudende leeuwen op de herenbank, net als die van Zuidbroek, Uithuizen, Uithuizermeeden en de Nienoordpoort waarschijnlijk gemaakt door Jan de Rijk (1661-1738):

Het meest prominente rouwbord, dat van Gerhard Alberda van Dijksterhuis (1705-1784). Hij was behalve heer van Pieterburen ook nog afgevaardigde van Stad & Lande ter Staten-Generaal, bewindhebber van de West-Indische Compagnie (WIC) en curator van de Groninger academie:

Het oudste rouwbord is dat van Diederik Sonoy (1529-1597), als geuzenleider en papenvreter het equivalent van generaal Mladic in Noordhollands Noorderkwartier tijdens de Nederlandse Opstand. Zijn wapen bestaat uit drie mispelbloemen:

Fascinerend zijn de bekroningen van de rouwborden, met doodskoppen, slangen die in hun eigen staart bijten, en zandlopers. Bij deze is het dna-materiaal in de beenderen nog zichtbaar:

Zag je bij deze een liggende zandloper, op een ander rouwbord staat hetzelfde voorwerp als symbool voor het vervlietende leven rechtop, maar heeft het vleugels van een duif (voor de dag) en een vleermuis (voor de nacht):

Weer buiten in de warmte wijzen vaan en pijl op koor en toren de windrichting aan:

Graffiti van Ciboga
Geplaatst op: 14 augustus 2012 Hoort bij: Kunsten, Stad nu 5 reactiesEen grasveld en een zandstrand. Afgelopen zondag zag je her en der mensen liggen zonnen, picknicken, spelletjes spelen. Het leek er wel op het Martinikerkhof, maar dan moderner.
Maar daar kwam ik niet voor. Wel voor de graffiti op de schuttingen en de kubussen met uitgangen van de onderliggende parkeergarage.

ive

Boze kerel:

Verzaligde Pierrot:

Indringende boodschap:

De lachende dood:

Stripfiguur:

De lachende dood met het wapen dat goedendag heet:

Harm Visser, een tekenaar die te jong stierf
Geplaatst op: 13 augustus 2012 Hoort bij: Kunsten, Stad toen 4 reacties
Ik tikte zaterdag bij een tweedehandsboekenhandeltje De stad rondom de hoge toren op de kop, een ‘gedenkboekje’ wegens het 900-jarig bestaan van de stad Groningen in 1940.
Omdat ik het nog nooit eerder gezien had en benieuwd was wanneer het precies verscheen – nog voor of tijdens de Bezetting? – keek ik dat na in het gedigitaliseerde Nieuwsblad van het Noorden. Het boekje, zo bleek, kwam vlak voor Sinterklaas 1941 uit, dus tijdens de Bezetting, en was “zoolang de voorraad strekt” voor 85 cent te koop bij de “erkende boekhandelaren hier ter stede”. In een tweede advertentie is er sprake van “slechts beperkte voorraad”. Op 3 december dat jaar verscheen er nog een bespreking in de krant, die het boekje “alleraardigst” noemt. “Vooral de geboren en getogen stad Groninger” zou het werkje graag willen kopen, “om aan de hand daarvan de glorierijke ontwikkeling van zijn stad de revue te laten passeeren”.
.
Ik kocht het boekje niet zozeer om de tekst. Nee, de reden was dat er een stuk of wat puike tekeningen in staan, die van een groot vakmanschap getuigen. Vooral de bovenstaande van de A-poort spreekt me aan. Zelden heb ik dat bouwwerk zo plastisch weergegeven gezien. Deze poort dateerde uit de Bourgondische periode, eind 15e eeuw, en werd – meen ik – omstreeks 1840 afgebroken. Moet je je eens voorstellen dat zoiets er nog stond. Het zou een een enorme bezienswaardigheid zijn geweest.
Het gekke was dat ik ook nog nooit van de tekenaar gehoord had. Ander werk van deze Harm Visser was me niet bekend en kon ik ook niet vinden. Dat is ook geen wonder, want hij heeft na verschijning van het boekje niet meer zo lang geleefd, zo leerde de krantenbank. In het Nieuwsblad van woensdag 5 januari 1944 deelde Vissers weduwe mee dat hij “geheel onverwachts” was overleden, slechts 31 jaar oud.
Zo jong, en plotsklaps, in die tijd? Het zal toch niet? Het blijkt van wel, want zijn naam is te vinden op een digitale erelijst voor gevallenen, subgroep verzet. Je kunt er een virtueel bloemetje neerleggen, en dat deed ik. Ben benieuwd wat hij precies gedaan heeft en hoe hij aan zijn eind kwam. Zal dat nog een keer gaan uitzoeken, op voorhand vermoed ik dat hij als tekenaar persoonsbewijzen vervalste en daarom gefusilleerd is.
De fresco’s van Woldendorp
Geplaatst op: 29 april 2012 Hoort bij: Geschiedenis, Kunsten, Ommelanden 5 reactiesGister bij de presentatie van Geschiedenis Woldendorper kerken, het boek van Albert Haan, uiteraard ook even naar boven gekeken, want op de gewelven van de hervormde kerk van Woldendorp zitten schilderingen uit de 13e, 14e eeuw. Deze kwamen tevoorschijn toen het kapotgeschoten en uitgebrande godshuis na de oorlog gerestaureerd werd.
Christus als heerser, met de symbolen voor de vier evangelisten om hem heen:

Koningsfiguur:

Maria met kind:

Krijger met kletsie, behorend tot een voorstelling van de strijd tussen Goed en Kwaad:

(Eenzelfde voorstelling, maar dan wat beter uit de verf komend, heb je ook in de kerk van Westerwijtwerd.)
Museumweekend zet op digitaal dwaalspoor
Geplaatst op: 9 april 2012 Hoort bij: De actuele wereld, Kunsten 2 reacties
Mooie campagne met een foutje: het internet-adres staat verkeerd op de posters. Dat nationaal zit namelijk niet in de echte url. Terwijl Henk & Ingrid nog wel zo dachten ook eens aan hun trekken te komen, moeten ze nu alwéér verstek laten gaan.

Recente reacties