Famde fan de Lytje Pole (II)

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Henriëtte Pieperiet treedt ook wel op met Greta de Pater. Samen brachten ze tien jaar geleden een cd uit, ‘Eilander lieten, fan de Lytje Pole’. Dat Lytje Pole of Kleine Pol in de cd-naam verwees niet alleen naar het eiland, maar ook naar een Schiermonnikoogs meidengroepje dat ooit furore maakte, de ‘Famde fan de Lytje Pole’. Om daar geen misverstand over te laten bestaan bevat de cd een enkele radio-opname uit 1951 van dat groepje.

Greta de Pater is iets jonger dan Henriëtte van Bon. Ze werd in 1936 geboren als dochter van de aannemer Hooghart, wiens familie graag en veel zong. Samen met haar oudere zusters Trieneke en Janneke vormde Greta Hooghart de kern van de ‘Famde fan de Lytje Pole’ en het toeval wil, dat het Volksliedarchief een maand voordat het opnames van Henriëtte van Bon maakte, onder Greta’s naam een aantal liedjes registreerde, die feitelijk collectieve prestaties van de Famde zijn.

De dames hadden goed naar The Andrew Sisters geluisterd. Ter vergelijking dezelfde twee liedjes als in het logje over Henriëtte, maar dan in de close harmony-uitvoering van de Famde:

Sukerjantjen

Torfmietersliet

Vermoedelijk zijn de opnames in het Volksliedarchief en op die cd lang niet de enige, die in archieven berusten, want de Famde zongen nogal eens in radio-uitzendingen, onder meer van de NCRV, de AVRO, en de Regionale Omroep Noord. Eigenlijk zou iemand al het archiefmateriaal eens bij elkaar moeten zoeken. Samen met het materiaal van Henriëtte van Bon zit er een hele aardige nieuwe cd in.


Famde fan de Lytje Pole (I)

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Henriëtte Pieperiet is de troubadour van Schiermonnikoog. Ze treedt nog regelmatig op met piano of accordeon en zingt dan liedjes in de bijna uitgestorven taal van het eiland. Als er een radio- of televisie-uitzending over Schier is, dan is Henriëtte van de partij. Op zondag bespeelt zij het orgel in de dorpskerk, al ruim zestig jaar lang.

Volgens een autobiografietje in de Dorpsbode van Schier werd ze in 1934 geboren als dochter van tanker-stuurman, die zich kort daarvoor op het eiland had gevestigd als winkelier. Haar ouders speelden viool in een salonorkest dat af en toe in de hotels optrad. Ook schreven zij cabaret-achtige teksten voor de dorpsrevu. Zelf groeide ze daar in mee op. Op haar zesde speelde ze al mondharmonica en later gaf ze eens een Marlène Dietrich-pastiche ten beste, dat is wat ze erover loslaat.

Ze bezocht de Dalton-HBS in de Groninger wijk Helpman, maar verging er van de heimwee, en was blij dat er een MULO op Schier kwam, waar ze heen kon. Toch werkte ze begin jaren vijftig een poos bij Scheveningen-radio, en ging ze ook een jaar als au pair naar Engeland. Ze kwam weer terug naar het eiland, toen het toerisme midden jaren vijftig weer opbloeide.

Juist in die tijd komt de assistente van het Nederlands Volksliedarchief naar het eiland om opnamen te maken. Onder meer van Henriëtte, die we nu dus als twintigjarige onder haar meisjesnaam Henriëtte van Bon in de digitale Liederenbank van het Meertens-instituut aantreffen.

Bijvoorbeeld met Sukerjantjen.

Prachtige stem, daar had veel meer in gezeten, denk je dan. De melodie is overigens niet bepaald traditioneel, maar afkomstig uit Offenbachs opera ‘La belle Hélène’ (1864). Een eilander tijdgenoot van Offenbach, de bard Bline Jan de Boer, zette er een tekst op over de drie gezusters die met Pinksteren altijd een snoepkraam op het eiland exploiteerden.

Een ander lied dat Henriëtte van Bon in 1954 inzong, is het Torfmietersliet.

Hiervan komt me de melodie heel erg bekend voor, zij het dat er in mijn herinnering een Noord-Hollandse, tamelijk spottende tekst op stond, over een uiteindelijk neerstortende luchtballon. De eilander tekst, over de officieel beëdigde turfmeters die Schier ooit kende, was weer van Bline Jan.


‘Hou maar an mijn rokkie vast’

Van deze Boerenschots herinner ik me, dat ik hem ooit eens op een cassettebandje van de radio opnam. De violist van dat orkestje, uit 1955, was Klaas Roemer, postkantoorhouder te Wijdenes. En het latere radioprogramma was uiteraard ‘Onder de Groene Linde’ van Ate Doornbosch. Jammer dat die dansers zo met hun klompen stampen bij Roemers’ repertoire, maar dat hoorde zo, moet je maar denken.


Corbijn draait Joy Division

Tijdens een tussenstop op Schiphol legt Anton Corbijn met behulp van een simpel pick-upje uit, waarom hij zo gefascineerd is door Joy Division, de band waarover hij momenteel een film maakt:

Heb ze zelf in 1979 of 1980 gezien in VERA, waar ik een paar jaar vrijwilliger was. Omdat mijn toenmalige vriendinnetje dol was op Joy Division, en ik wat minder, nam zij de plaat mee. Ik heb hem nooit weer gekocht, maar denk er nu toch wel over.

Op YouTube staat een hele zooi clipjes.

Zie ook


Kraaiehoed

Even voor de onthulling van Het Peerd van Ome Loeks, stond ik wat te kletsen met een jongen die foto’s maakte voor het spoorwegmuseum in Zuidbroek. Hij onderbrak zijn verhaal ineens: “He, daar loopt een gast met een kraai op de hoed. Zou het een echte kraai zijn?”

Daar moest ik het mijne van weten. Maar Kraaiehoed had me meteen in de gaten en maakte een elegant hupje zodat de kraaiekop uit zicht verdween:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een oudere heer knoopte een gesprek met hem aan, en ik maakte een omtrekkende beweging:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Zo te zien was dat geen echte kraai. Er zat geen beweging in. Het gesprek met de oudere heer ontwikkelde zich tot een onderhoud waarin van weerskanten met diepgaand respect elkaars inzichten omtrent het een of ander werden uitgewisseld:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Kraaiehoed had zelf ook een camera bij zich. Nu moest ik er maar eens mee ophouden.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Wat betreft de onthulling van het Peerd – ik koos niet alleen de verkeerde standplaats, maar beroerde  ook nog eens ongemerkt een knopje op mijn camera waardoor die in de nachtstand belandde en de foto’s er akelig blauw uit zijn gaan zien. Die doe ik de bezoekers hier maar niet aan.

De opkomst bij het evenement viel wat tegen, gemeten naar de symboolwaarde van het Peerd en het werk dat er van gemaakt was. Over symboolwaarde gesproken: het Peerd staat nu met zijn hoofd naar de ingang van het Hoofdstation en volgens burgemeester Wallage was dat een vriendelijke geste naar de spoorwegen toe: “En ach, zo’n peerd wil ook wel eens wat anders zien”. Maar nu staat de kont dus richting stad. Zijn de bezoekers het stadsbestuur dan meer waard dan de eigen bewoners?

Mocht iemand Kraaiehoed of de oudere heer kennen, dan hoor ik dat graag via het mailformulier.


Les Brians: heimwee naar doem

Nog meer zwartwit. Manchester AD 1980 revisited door Les Brians. Een Gronings-Gieters bandje, afgaand op de tags. Ian Curtis glimlacht vaag in zijn asveld:


Restantenopruiming hits uit de sixties

Ik had vorig jaar in de zomervakantie na een ettelijke avonden durende zoektocht een magnifieke collectie met honderden clipjes uit de sixties opgebouwd. Allemaal gebookmarkte YouTube-pagina’s, keurig weggezet in mapjes per band. Gister wilde ik J. wat uit mijn rijke sortering hits van The Hollies laten zien. Geen enkele stond er nog op. Overal trof de boodschap: “This video is no longer available”, soms met de toevoeging: “due to a copyright claim” of anders wel met een: “due to terms of use violation”.

Bij nader inzien was het al even droef gesteld met de inhoud van een reeks andere mapjes. De gouden era van ouwe gouwe pop op YouTube is voorbij. Wat nog rest van al ’t met bloed, zweet en tranen verzamelde materiaal is slechts dit:

– Optreden voor Duitse TV-zender van Bonzo Dog Doodah Band met ‘Urban Spaceman’:

The Byrds – Mr. Spaceman

Canned Heath – On The Road Again

Mamas and Papas – California dreaming

The Move – I Can Hear The Grass Grow

Small Faces – I’ve Got Mine

The Outsiders – You Were Lying All The Time

(Nou weet ik wel, de weggehaalde clipjes zijn naderhand wel weer op YouTube gepost door anderen, die zo een eeuwigdurende estafette in stand houden, maar om nou al die nummers wéér op te zoeken, weg te zetten in favorietenmapjes, en opnieuw kwijt te raken is me iets teveel vergeefse moeite.)


Fuckups in het Stadspark

Hans: “Heb jij nog iets aan het bevrijdingsdaggebeuren gedaan?”
Ik: “Ja, ik ben nog naar het Bevrijdingsfestival geweest, in het Stadspark.””
Hans: “Niks voor mij. Veel te massaal.”
Ik: “Daar hou ik ook niet zo van hoor, ik ben ook alleen maar even wezen kijken bij De Fuckups.” (Ik zorgde ervoor de bandnaam goed uit te spreken, op zijn Nederlands, zoals ik vanmiddag geleerd had.)
Hans: “De Fuckups? Wat is dat voor muziek?”
Ik: “Dat is pretpunk. Hardstikke leuk man.”
Hans: “Hm, mij veel te modern.”
Ik: “Ach wat, pretpunk bestaat al 25 jaar, op zijn minst.”
Hans: “25 jaar geleden was het me ook al te modern.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het was een lekker gedreven optreden en de band sloeg aan bij de jongere generatie. Ze hebben Hans helemaal niet nodig.


The cuckoo is a pretty bird

Hier een versie van dit lied:


Trad-it

Ik ben meer een figuur van het zijn dan van het hebben, maar het willen hebben van een plaat is nog wel steeds een betrouwbaar criterium of ik bepaalde muziek goed vind.

De Finse dames zorgden gisteravond voor technisch ontzettend goede close harmony. En toch overtuigde het niet helemaal. Op één kippevellied na was hun muziek aangenaam, maar meer ook niet. Er miste net dat vingerknipje aan. Bij de platenboer zal ik hun cd’s overslaan.

De Letten spelen al 25 jaar samen. Maar er lijkt sleet in hun huwelijk. Want het plezier straalde niet bepaald van hun optreden af. Wellicht hielden ze toch nog wat chagrijn van de Russen over. Hoe dan ook, ze oogsten lauwe applauzen.

Evenmin zou ik vlug een plaat kopen van de Fransen. Die spelen namelijk meer jazz dan folk. Ik hou ook echt wel van jazz, maar als je een folkfestival organiseert moet je die genres niet teveel in elkaar laten overlopen. Anders verwatert het hele idee.

Met een stotterige accordeon, een stokkerige marimba, en een doedel zonder zak zorgden de Basken zonder twijfel voor het meest swingende optreden van de avond. Zij waren de enige formatie, waar ik wèl opnames van in huis zou willen hebben.

De enige plaat die ik evenwel op het festival kocht, was er een van Malinky. Thuis bleek dat de verkeerde cd van die Schotse groep in het hoesje zat, zodat ik nog steeds niet weet hoe zij de Three Ravens spelen. Maar hun ‘Last Leaves’ is ook best te pruimen, zodat ik die cd-handelaars nu maar ga benaderen met het verzoek om me ‘3 Ravens’ te leveren in het hoesje van ‘Last Leaves’.


Ramses dubbel op YouTube

Een variatie van het clipje van Ramses Shaffy blijkt op YouTube gezet. Met ondertiteling:

Ook de oorspronkelijke versie staat op YouTube. Voila.


En toch bestaan ze nog, de anarchisten!

Onze leraar Frans, A.A.J.I.M. Smeele, maakte propaganda voor het Franse chanson, door plaatjes van Georges Moustaki, Georges Brassens en Leo Ferré te draaien. Daarbij reikte hij dan de gestencilde teksten uit, die we moesten zien te verklaren. Meestal betrof het liefdes- en andere zachtaardige luisterliedjes. Hij bezondigde zich niet aan deze pep voor anarchisten:

In de jaren zestig viel Leo Ferré (1916 – 1993) in ongenade bij nogal wat linkse luistervrienden, omdat hij een oud kasteel kocht en er nog ging wonen ook, met een stel chimpansees. Tegelijkertijd bleef hij zingen op de jaarlijkse toogdagen voor Franse anarchisten. Later steunde hij bovendien nog een libertair radiostation.


Schrai nait mien laifste

Iemand heeft een videoclip op YouTube gepost van ‘Schrai nait mien laifste’, een jazzy duet van Harbert Grezel en Ivonne Schoenmaker. Vooral de zangeres vind ik een openbaring:


Groanrepubliek

Het blijft een mooi nummer. Al betwijfel ik een beetje of Alex Vissering het zelf op YouTube plaatste. Op zijn website en zijn weblog is daar immers niets van te merken. Terwijl je toch zou denken dat iemand zo’n clip daar meteen door zou plaatsen:


Boerendansje

Een draailier en een doedelzak combineren met een drumcomputer, kan dat? Ja, vindt Schraapstaal, dat kan.