Folkie

folkie

Deed van de week een testje, ‘What Kind of Sixties Persons are You?‘, dat ik aantrof bij een collega. En uit dat testje kwam, dat ik een folkie was. Vooruit dan maar weer. Om het te vieren gelijk maar eens mijn gebookmarkte folkpagina’s doorgelopen – in een jaar tijd zijn er alweer een boel links dood – en besloten er een muziekprogrammaatje van te maken.

We beginnen maar eens met Angustia, een deun van het Zuid-Hollandse folktrio Zagiacc.

Het zou bijna een kerstlied kunnen zijn. Virgin Mary van Roger McGuinn is dat zeker. Het gaat om een oude spiritual, opgepikt in Chicago, en vertolkt in de stijl van Lead Belly.

Naar Chicago gingen misschien ook wel de mannen die op een Liverpool Liner een beetje dubbelzinnig zaten te zingen over Sally Brown – hier als moppie van Sweeneys Men‘.

Een beetje jazzy ‘Polonaise‘ van de Deense groep Baltinget. (Polonaise is hier trouwens iets anders dan het toppunt van Hollandse feestvreugde.)

Gelijk maar een ander dansje eroverheen, iets Musetterigs van Ashbrook & Oorts, dat helaas nogal abrupt eindigt (een gewaarschuwd mens telt voor twee).

Een korte Duitse versie op een Bretonse melodie van de ravenballade. Helemaal gemist, dit ding van de Spielleut, toen ik vorig jaar een paginaatje over de Engelse versie van die ballade maakte.

Iets opbeurenders nu, het thema van Pippi Langkous, door de Duitse gitarist Thomas Leeb.

Te Haarlem in den HouteWè-nun Henk. Omdat veel woorden in ouwe liedteksten een totaal andere lading hebben gekregen, werken ze nogal gauw op de lachspieren der nazaten. In dit geval neutraliseert het serieuze arrangement zo’n reflex.


Zoumana Diarra

19 zoumana diarra

Hij is virtuoos op kora en gitaar, maar eigenlijk maakt het helemaal niet uit wat voor muziekinstrument je hem in handen douwt, want binnen de kortste keren maakt hij ’t zich eigen. Werk heeft hij zat. Onlangs trad hij wekenlang op met ‘World of Strings’, en vanaf januari staat hij in de theaters met de African Divas. Tussen zulke grote tournees door heeft hij solo en in wisselend groepsverband talrijke schnabbeltjes op kleinere podia. Ook geeft hij muzieklessen.

Zoumana Diarra (45) is een druk bezet man. Zestien jaar geleden kwam hij naar Groningen, waar hij met enkele vrienden logeerde bij bij Ted Jaspers van Dakar Sound, bij mij om de hoek. Opeens verscheen er een rijzige, ook een beetje fladderende Afrikaanse fleurigheid in onze Groninger volks- en studentenbuurt, wat vooral voor de oudere bewoners een soort cultuurschok geweest moet zijn. ’s Zomers hoorde je bij open ramen tintelende Afrikaanse klanken op onze binnenplaats. Toen hij en zijn vrienden op een verjaardagsfeestje Malinese muziek speelden, ging die erin als Gods’ woord in een ouderling. De geboorte van Benkadi was daar.

Volgens de biografie op zijn website komt Diarra uit een Malinese familie van griots, waaronder we een soort troubadours, verhalenvertellers, medicijnmannen, waarzeggers en raadslieden moeten verstaan. Hij groeide op in een van de armste landen ter wereld, Burkina Faso, in een ronde hut met een rieten puntdak en een lemen muur, afbrokkelend in de regentijd. Op het erf walmden kruiden, gebrand om heksen en ongedierte op afstand te houden. In de hut had de familie een afgeschoten altaartje voor de fetisj, die geregeld bloedoffers vergde. Alleen zijn vader mocht er komen.

Als kind kreeg hij gecondenseerde melk uit Nederland. Op de blikjes stond er zo’n Hollands landschapje met een molentje, groene weidjes, blauwe slootjes en zwartwitte koetjes. En zo’n blozend roomblank klederdrachtmeisje op klompjes dat aan een juk emmers draagt. Emmers vol schuimende melk. Het was de aller-, allerlekkerste melk die er te koop was en het exotische tafereel oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de jonge Diarra uit. Hij hing het op boven zijn bamboematje. Dat land, daar wilde hij wel eens naar toe. Zijn pa lachte hem vierkant uit: daar konden zwarte mensen niet leven. Maar zijn helderziende moeder wist al dat dat hij er ooit eens wonen zou.

Sinds zijn veertiende verdient hij zijn brood met muziek. Via Ivoorkust en Frankrijk belandde hij in Nederland en hier voelt hij zich thuis. Hier heeft hij werk zat, is hij een druk bezet man. Misschien wel eens wat al te druk bezet. Want hij heeft hier ook een dochter, blijkt uit zijn gastenboek en ze klaagt er een beetje over dat ze hem zolang niet zag. Of haar pa geen optredens meer wil plannen op haar verjaardag, is haar verzoek…


192 Goed Idee

11 - 192 goed idee

Aangetroffen op de Veronica-webpage van Dick Offringa:de uitzending van Joost mag het weten de dato zaterdag 13 januari 1968.Met onder andere:- The Small Faces – Little tin Soldier– Gene Pitney – Something’s gotten hold of my heart– The Bee Gees – World. Doorspekt met reclames van Berdie en Lampe.

Misschien komt het ook wel door die reclames, maar ik ben vrij zeker dat ik deze uitzending indertijd gehoord heb. Ik was toen twaalf, zat in klas 1B van het Lyceum in Meppel en had een helblauwe, doosachtige Koyo-radio van plastic, waarvoor ik me enigszins geneerde (vooral voor het handvatje). De andere jongens uit mijn dorp bezaten vrijwel allemaal een kekke, platte, zwarte, handvatloze transistor met van die metallic roostertjes van Philips. Maar ook die draagbare radiotoestellen stonden allemaal op de zeezender Veronica afgestemd.

Raakte indertijd een beetje uitgekeken op The Bee Gees, weet ik nog. Spicks & Specks, hun eerste hit, vond ik een prachtnummer maar daarna werd ’t me alras te zwijmelachtig. Massachusetts ging nog. Dat was het nummer dat Harry Muskee, alias Cuby, in die tijd altijd doorlopend voor zichzelf draaide na een optreden, hoorde ik later van een oud-roady. De andere Blizzards zaten er Cuby om te jennen.

Optredens hadden Cuby & the Blizzards heel veel in die tijd. Overal in Drenthe stond met koeien van letters C+B op de muren gekalkt. Op Offringa’s pagina staat ook nog een stuk uit de erg gevoelige en bluesy Top 40 van zaterdag 19 oktober 1968, dat begint met Cuby’s ‘Window of my eyes’, een puik herfstnummer.

Van de Top 40 kon je een gedrukt exemplaar afhalen bij je muziekhandelaar, een service waar ik dermate fanatiek gebruik van maakte dat ik menige donderdagochtend te vroeg bij de brave man aankwam.

The Small Faces, daar ben ik altijd van blijven houden. Gene Pitney’s hit ging ik later pas waarderen. Heb zelfs nog eens een mislukte poging gedaan om deze in het Nederlands te vertalen.

 


Zondagochtendlogje

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

We hebben er een uur extra bijgekregen, vandaag en daarom gaan we even virtueel naar de kerk. Rechts bovenaan de pagina vindt u een knopje waarmee je het carillon aan en vooral ook weer uit kunt zetten.

In de kerk staat er een reconstructie van het middeleeuwse Theophilusorgel. Daarop begeleidt Jankees Braaksma de Armeense musicus Vahe Hovanesian die zelf een duduk bespeelt, luister maar. Soortgelijke improvisaties brachten ze ten gehore bij de Jazz Fiets Tour, eind augustus.

Aansluitend de Cantus van de hedendaagse componist Douwe Eisenga.

Om weer terug te keren naar Oost-Europese sferen: een kort Gebed van het Georgisch-Russisch koor.

Nog een koor, maar dan met het Taizé-lied Mon ame se repose (herkomst).

Maar het mag dan wel allemaal Pure Laifde lijken, Harry Niehof weet wel beter (dit voor de broodnodige relativering).

En als we onze duiten in het diaconiezakje hebben gedaan en de kerk verlaten, blijft de hamvraag open, althans, volgens Eddy Koekkoek die daar buiten de deur staat te zingen.


Eddy Koekkoek zonder hoed

eddydeel

Ik kwam op mijn zondaagse ommetje door de stad zanger en liedjesschrijver Eddy Koekkoek tegen. Hij raakte langzamerhand weer een heel klein beetje in betere doen, vertelde hij, door de royalties van zijn laatste cd. De eerste oplage van duizend was uitverkocht, binnenkort komt de tweede in de winkels te liggen. Nummers van de plaat zijn ook vrij veel op radio en tv gespeeld, wat per uitgezonden nummer op een regionale zender 4 euro, op een nationale zender 12 euro en op de buis 34 euro oplevert. Radio Nederland Wereldomroep schuift zelfs nog beter, het bedrag hangt af van het bereik.

“Binnenkort ga ik ook maar eens liedjes schrijven”, zei ik. “Och”, was het antwoord, “je kan er beslist niet van leven. Met een nummer één hit kan je gedurende drie maanden veel meer geld vragen voor optredens, maar dan is dat ook weer voorbij.”

Eerst herkende ik hem niet eens, want hij had opeens grijs haar. Maar dat kwam, legde hij uit, doordat hij het niet meer verfde. Tegen zijn gewoonte droeg hij ook geen hoed. In deze ouwe clip, opgenomen in de binnentuin aan de Mauritsstraat, leek hij ermee vergroeid.

Overigens heeft hij een nieuw project: Digital Music Factory Bakema. Lekker op de pc freaken met sampletjes – zoals hier in de ‘Vijf Jaargetijden’, wat we maar een eigenzinnig voortborduren op Vivaldi’s evergreen zullen noemen.


Folkfestivalletje

Geplaatst op 24 september 2005  accordeonist

Vond ook nog wat Groninger artiesten die wèl naar mijn zin zijn in die DSGids, sector kunst en cultuur, afdeling bands, zangers en deejays.

Ten eerste Lister, dat naar eigen zeggen folk-noise-pop-rock-balkan-dans-luister-hardcore maakt. Hier een luisterproeve. Op deze pagina het hele lijstje met geluidsbestandjes van Lister.

Ten tweede Koi dat momenteel op de Afrikaanse toer zit, en dat alle opnames van een uitverkochte cd hier heeft neergezet voor de aanzwellende schare fans.

Veel toeters bij Koi en Lister. Ook het klezmer-orkest Lekhayim (lachajim oftwel proost) maakt er uiteraard gebruik van.

Hebben we met dank aan de DSG zomaar een lokaal digitaal folkfestivalletje bij elkaar, op een buiïge zaterdagmiddag.


Oli Podrigo

 

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Dit is Henk. Ook wel bekend als Henkie Törf. Zeer toepasselijk gekiekt bij het begin of uiteind van de Folkingestraat. Toepasselijk, omdat Henk zijn bijnaam dankt aan zijn rol als zanger en gangmaker van een Groninger folkgroep: Törf. Daarnaast is hij dichter, Ulysses-vertaler in het Gronings, consulent van het Huis der Groninger Cultuur, en presentator van het avondlijke muziekprogramma ‘Twij Deuntjes veur ain Cent‘ op radio Noord.

Vandaag stond er een interview met Henk in het Dagblad van het Noorden. De aanleiding: Törf brengt nog dit jaar een nieuwe plaat uit. Naar een Groningse uitdrukking die uit de Spaanse tijd dateert, gaat deze plaat ‘Oli Podrigo’ heten. Wat zoveel als ‘ratjetoe’ betekent. De cd is de eerste na vier jaar en zet het dertigjarige bestaan van Törf luister bij.

Dertig jaar alweer, de tijd vliegt. Ik weet nog goed hoe Henk medio jaren zeventig als Knoalster jongmaatje opdook in mijn toenmalige stamkroeg, folkcafé De Plu’s. En dat hij toen al bezig was met het verzamelen en op de band opnemen van ouwe Groninger volksverhalen en -liedjes. En dat hij, hoe jong dan ook, al beschikte over een indrukwekkende kennis op dat terrein.

Nog even over Törf – op hun eigen website hebben de jongens helaas geen mp3-tjes staan. Die komen er nog wel op, beloofde hun webmaster medio augustus, maar kennelijk zijn er even wat andere prioriteiten. Maar geen nood, op de site van cdDiscovery, een distributieding voor margemuziek, zijn er vier pagina’s te vinden met sampletjes van ouwe cd’s: ’t Braide woater (1993) D’r is ’n laand (1996) Törf speelt Beukema (1998) Op Roemte (2001) Hetgeen de lezer dezes, dunkt me, voldoende in de gelegenheid stelt om kennis te nemen van het fenomeen Törf.


Doggy Few

Mijn ouwe kameraad Lefthand Luke zit in The Doggy Few, een bandje dat Ierse feestmuziek speelt. Indertijd nam de formatie deze naam aan na een nog naamloos optreden, waarbij een aangeschoten vrouw in het publiek doorlopend zat te zeuren of ze nog eens The Doggy Few wilden spelen – ze bedoelde natuurlijk The Foggy Dew, een evergreen over de Paasopstand.
Deze week heeft de The Doggy Few eindelijk uitvoering gegeven aan de allang geplande grandioze facelift voor haar website. Zo staan er nu alle nummers op van hun cd uit 2002. Om hun attenderingsmailtje aan te halen:

“Check it out if you like. A’ the best, keep the faith, The Dogs.”