Alle muzikanten speelden Violetta

De Kermis
Het jaarlijksche concert
Bij het Hoofdbureau van politie dromden vanmorgen weer de straatmuzikanten en -zangers samen, om hun proeven van bekwaamheid en bewijzen van goed gedrag te leveren. Inspecteur Kraaijenga zwaaide den staf op de hem eigen joviale wijze, terwijl de rechercheurs het druk hadden met het opzoeken van verschillende gegevens. Er waren weer tientallen orgels, vele harmonica-virtuozen, strijkjes van ulteenloopende grootte, zangers enzoovoort. De Volendammers ontbraken niet bij de „test” en tal van andere oude bekenden waren op het appèl, zooals ook Proeme de Raedt, ondanks de ongunstige berichten, die een tijd geleden in omloop waren. Hèt kermislied? Dat is de smeltende melodie van Violetta, die nu overal in de straten weerklinkt…”

Bron van het citaat: Nieuwsblad van het Noorden 14 mei 1938.

Nog een versie van het lied.

En nog een Duitse cover: Hör mein Lied, Violetta.

En tot besluit de Nederlandstalige update die de Belgische zanger en kunstfluiter Bobbejaan Schoepen omstreeks 1960 uitbracht. Volgens degene die die deze versie op YouTube postte,  komt de melodie uit Verdi’s opera La Traviata.


Winterliederen over de grup

Linde Nijland, Henk Scholte en Bert Ridderbos waren tussen Kerst en Oud & Nieuw even over de grup. Ze deden drie van hun winterliederen in het live-progamma Noardewyn (Noordenwind) van Omrop Fryslan:


Drie kraaien, een dooie ridder en een jonkvrouw

zzzraven invers

Oftewel The Three Ravens van Thomas Ravenscroft (ca. 1610) in versies van:


Maal Bé

Laatst twitterde ik dat ‘Mad John‘ van the Small Faces (1968) al heel lang een favoriet nummer van me is.

Daarna heb ik de wellicht wat hippie-achtige, misschien zelfs crypto-christelijke tekst in het Gronings vertaald. Met de laatste regel voor het Dai diedeledaidai ben ik nog steeds niet helemaal tevreden. Suggesties dienaangaande zal ik dan ook verwelkomen. Maar de rest kan ermee door, hoewel dat loofbos in de eerste regel ook zeker niet heilig is:

Der was ’n ol kerel dei leefde int loofbos
Gainaine dei kon hom of wos wat hai dee
Mor olders woarschaauwden heur kiender: Paas op veur Maal Bé

Bé, dei zong mit de veugels in mörn
Hai lachte mit wiend mit int kol end van nacht
Hai is nait goud wies, zeen lu achter gerdienen, wat zaacht

Bé, haart wel deur, hai leefde zien leven as sjamp
Ja zien ber lag in vocht en in damp moar de zun was zien vrund
Hai was vrij

Dus hier waar ’n wieze, dei hol van zien hoaters
Zo groot was zien laifde dat ze der bange van wörn
En bevend vanachter gerdienen kregen dizze gelaifden te heurn:

Dai diedeliedaidai diedeliedaidai diedeliedaiai
etc.

(Herhoalen eerste couplet.)


Muziekgerelateerd werk van Tuppus

In het kader van Striptober heeft het Groninger Poparchief in de hal van de Groninger Archieven (Cascadeplein 4) een kleine expositie ingericht met werk van de tekenaar en graficus Tup Wanders, bij menigeen beter bekend als Tuppus:

2013-10-08 004

2013-10-08 009

2013-10-08 013

2013-10-08 015


Knoalster Lorelei (Geert Teis)

Ik wait nait, wat zel ’t toch beduden,
Dat ik zo miesderig bin;
n Vertelster uut olle tieden,
Dat gaait mie moar nait uut de zin.
’t Is kôld over ’t daip en ’t wordt duuster,
’t Is ales in rust, groot en klaain,
De leunen van de badde is dudelk
In ’t heldere wotter te zain.

Het oaregste schipperswichie
Van zo’n achttien of negentien joar,
Dat staait in heur onderliefie,
Zai kamt heur stroblonde hoar;
Zai kamt het in laange strengen,
En zingt zaacht een deuntje derbie,
Zai zingt van de laifde en van schaaiden…
De snikke vuier net heur veurbie.

De snikjong achter aan ’t rouer,
Dij röpt ‘Goienoavendsoam!’
Hai zugt gain lien’ en gain badde,
Hai kikt moar noar ’t wicht op de proam.
Ze zeggen: hai is mit zien hazzens
Liek tegen de badde aan goan,
En dat haar mit heur zingen
Dat schipperswichie doan.

Uutvoerende artiesten: Henk Scholte, Bert Ridderbos en Linde Nijland.


‘Een aardig kermislied, tot lof van Wedde’

2013-09-10 007

In de pamflettenverzameling van voorheen het Rijksarchief Groningen, die nog geen digitale toegang heeft en daarom gemakkelijk over het hoofd te zien is, vond ik vandaag een loflied op de kermis van Wedde. De archiefmedewerker die het tamelijk onooglijke stuk indertijd beschreef (Lonsain?) dateerde het op ca. 1700. Het staat op de achterzijde van een liedvel, dat op de voorkant een loflied op “toebak” heeft. Beide zijden van het vel vermelden onderaan ene I. Hendriksz als drukker. Als “voys” of melodie gaf hij het lied van Maurits Langbeen aan.

Die I. Hendriksz zal, afgaande op de STCN, Jan Hendriksz zijn geweest, actief te Amsterdam van 1702 tot 1727. Hij gaf wel meer populair drukwerk uit, waaronder nog een ander kermislied. Volgens de Liederenbank echter, maakte het loflied op de kermis van Wedde ook deel uit van de bundel De vrolyke kramer, met Kleyn Jans playsierig en vermakelyk marsdragend hondje. Het oudste exemplaar van dit populaire liedboekje, uit 1721, bevindt zich in de British Library in Londen. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft een elfde druk uit ca. 1780, die zich ook in de DBNL bevindt. maar waarin helaas het loflied op de kermis van Wedde ontbreekt.

Een datering van dit lied op het eerste kwart van de 18e eeuw lijkt me echter wel veilig. In elk geval viel via de Liederenbank ook de melodie te achterhalen. De “voys” van Maurits Langbeen, meer bekend als Joris Langbeen, komt namelijk met zeven meldingen in de Liederenbank voor. Voor dit wijsje zie vooral hier.

Tot zover de toelichting, nu laat ik de integrale tekst van het loflied volgen, met eronder, in volgorde van de coupletten, een aantal woordverklaringen:

Goede morgen buer-meysje,
Wel waer soo vroeg na toe?
Al met u poesel vleysje
Wil je mee hoe vraegje so?
Hey sa dat gaet na Wedde Wedde Wed
t’Avond kom ik niet op bedde bedde bed
Fal la la, di da da, fal la la, di da da,
Falder la la la.

Men ziet nu kermis houwen
In ’t Westerwolse Land
Van kinders, man en vrouwen
’t is yeder wel bekent
Hy sa dat gaet na Wedde Wedde Wed
t’Avond kom ik niet op bedde bedde bed
Fal la la, di da da, fa Etc.

Ey ziet hoe dat se lopen
Na Wed met groot pleyzier
Om een kermis koek te kopen
Of een glaesje suyver bier
wilje mee na Wedde Wedde Wed
T avond kom ik niet op bedde bedde bed Etc.

By duysende van menschen
komen van alle kant
Die na de kermis wenschen
In ’t Westerwolse Land
En de markt komt tweemael in ’t jaer
Zy volgen soetjes na malkaer
Hier tot Wed, Wedde Wedde Wed
Hier tot Wed, Wedde Wedde Wed
’t Avond koom ik niet op bed.

Uyt Oud en Nieuwe Schansen
komt hier een groot gewoel
‘k Zag laest twee meysjes dansen
Te samen voor de fioel
En de een die viel de rok van ’t gat
Den ander was dronken en sat
Hier tot Wed, Wedde Wedde Wed
Hier tot Wed, Wedde Wedde Wed
’t Avond koom ik niet te bed.

Hoord wat ik sal verhalen
Al van twee meysjes jent
De eene waer uyt Westphalen
De aer uyt ’t Landschap Drent
En zy gingen na Wed en namen haer versoek
Lieten haer soenen voor een koek
Fal la la, di da da, sa Etc.

Veel luyden met behagen
Van Benningwolde hoord aen
Den eene op de Wagen
En de ander die komt gaen
Sy roepe dat gaet na Wedde Wedde Wed
Tavond kom ik niet te bedde bedde bed
Fal la la, di da da, Etc.

O Wed ik moet u prijsen
Gy zijt so wijd vermaert
En ook veel eer bewijsen
Hier is veel volk vergaert
Den eene koopt een karten of teen
den ander koopt een paert of een zwijn
Fal la la, di da da Etc.

Spinwielen en wastobben
Die zijn hier ook te koop
Luywagens om te schrobben
Sa jonge luyden loop
Een ander roept: koop noten of koek
Meysjes houd op u schorteldoek
Fal la la, di da da, Etc.

Hier lopen ook veel smousen
Met brillen, kam en lak
En velinks met de kousen
Om beenen, toon en hak,
Wie tast er om een oortje of duyt
Een hen of een haen of een gansje of een fluyt
Ja altijd heb je wat, ja altijt heb je wat
Voor een duyt een hond of een kat.

Een oud wijf zonder schromen
Van honderd sestien jaer
Is hier te markt gekomen
Al met een Drentse kaer
’t Was tussen Blehamster meulen en Winschoot
Daer vielse van boven in de sloot
Haer billen waren nat
Haer billen waeren nat
Als een versopen kat,

Men ziet de jongmans lopen,
Met meysjes aen haer zy
Om een kermis te koopen
Elk is van herten bly
En men danst en men springt tot Wedde Wedde Wed
T avond koom ik niet op bedde bedde bed
Fal la la, di da da, fal la la, di da da
Falder la la la.

Woordverklaringen:
poesel vleysje – zachte meisjeshuid
Benningwolde – Bellingwolde
jent – vgl. jenteg – slank, los, vlug en handig
komt gaen – komt aanlopen
karten – kaart?
teen – tyn of tiene, een vat voor melk of karnemelk
smousen – Duitse joden
lak – zegellak
velinks – Westfalers (met de indertijd bekende Westfaalse hosen)
oortje en duyt – kleingeld
Om een kermis te koopen – bedoeld zal zijn de kermiskoek (waar eerder al sprake van was).


Törf – ‘Swieniegeltje’

“Maisterwaark ‘Swieniegeltje’* van Marius Greiner wuir opnomen en filmd op 23 juni 2013 deur zanger Hinderk Scholte dij doardeur eefkes ’n moal nait in beeld is. Dit geft veur joe aalmoal ais n plezaaierg inkiekje van n repetitsie van Törf“:

De muzikanten in dizze film binnen Eddy de Jonge (bas), Jos Kwakman (gitaar), Marius Greiner (viool), Flip Rodenburg (doedelzak) en Geert Ridderbos (accordeon).


Swinder – Op fietse noar stad

Eevm kovvie pruivm:

Bron


Rachel Sermanni – Pirate Song

Opgenomen in de Groninger diepenring:


Hoe de gezelligheid uit Groningen verdween (II)

harmonie 2

De “stoottroep” van de kersverse Groninger W.A.-afdeling had de stad-Groninger horeca nu geariseerd, maar er bleven nog doelen genoeg over om op los te gaan. Bijvoorbeeld de Harmonie, de grote stedelijke sociëteit aan de Oude Kijk in ’t Jatstraat die een heel concertgebouw en zalencentrum exploiteerde.

Op de avond van woensdag 26 maart 1941 vond hier in de grote zaal een “hyper-hot-jazz-avond” plaats met een optreden van, zoals De Zwarte Soldaat het formuleerde, “Joe Lewis met zijn negerband”. Er speelden ook joodse muzikanten mee, iets wat de W.A. al helemaal niet zinde. Daarentegen genoten ongeveer 600 aanwezigen van de swingende dansmuziek. Die vielen allemaal stil, toen de W.A,. binnenkwam. Volgens De Zwarte Soldaat werd er zelfs niet meer gekucht, wat de gewoonte was als men een fouterik in de buurt bespeurde:

“zoodat wij nu nog beter kunnen hooren van wat voor afgrijselijke klanken deze uitheemschen, gezeten op een podium, onze volksgenooten, onze jeugd laten ‘’genieten”. De stemming in de zaal schijnt al tamelijk “hot” te zijn, tenminste de negerhoofdman slingert zich als een wingerdplant in allerlei bochten om de microfoon onder het uitstooten van allerlei vreemde geluiden die dan blijkbaar bij de niet aan te hooren klanken hooren, die de rest van het stelletje aan hun instrumenten weten te ontlokken.”

Best een tof concert, dus. Maar de W.A. stelde zich op aan de zijkant van de zaal, Bresser stapte met zijn opperkompaan Kollé naar het podium en Kollé greep in opdracht van Bresser de microfoon:

“Volkschgenooten, Nederlandsche jeugd, moet gij nu nog langer dit gehuil aanhooren van een stel volksvreemden! Gaat naar huis en komt terug om te dansen als hier een arisch dansorkest behoorlijke melodieuze muziek zal spelen!”

De zaal liep onmiddellijk leeg. Onder druk van Bresser brak de impresario van het “neger-joden orkest” de tour af, zodat soortgelijke avonden in Winschoten en Hoogezand niet door konden gaan. Het orkest reisde af naar Lissabon. “Nog even verder, heeren”, riep De Zwarte Soldaat het gedupeerde gezelschap na, “dan bent u waar u thuis hoort!”


The City Waites

citywaites_quartet

Dankzij Wim Bloemendaal kwam ik The City Waites weer tegen. Ooit had ik een veelvuldig afgedraaid cassettebandje met hun oude muziek, die eens niet op een belcanto manier, maar op een folkachtige wijze gebracht werd. Hier vier nummers, na lezing van Wim zijn logje gevonden op YouTube:

 


Het repertoire van Eije Wijkstra & Dirk Tabak

Eije Wijkstra en Dirk Tabak waren trekharmonicaspelers die in de jaren twintig gezamenlijk de kermissen en jaarmarkten van de Friese Wouden en het Westerkwartier afgingen. Maar minder bekend om hun muzikale kwaliteiten, dan vanwege moord en doodslag.

Gerrit van der Valle maakte ze mee en vertelt over ze in deze mooie opname uit 1983 van Onder de Groene Linde. Soms dikt hij dingen aan, zoals in de passage over Wijkstra als scherpschutter. En wat hij vertelt over de Drachtster moord door Tabak, lijkt ook niet helemaal juist. Maar hij is wel een van de weinige betrouwbare bronnen als je iets te weten wilt komen over het repertoire van Wijkstra & Tabak.

Dat repertoire wordt nogal eens opgehemeld. Zo zou Wijkstra vanaf blad stukken van klassieke componisten hebben gespeeld. Wat onjuist is – pas in de gevangenis leerde Wijkstra zich het lezen van notenschrift aan. Ook Van der Valle zegt, dat Wijkstra & Tabak, toen ze nog op vrije voeten waren, geen noot konden lezen. “Ze speelden het allemaal uit de kop en deden dat louter op gevoel”.

Het repertoire van de heren valt ook een beetje tegen.  “Ze speelden en zongen alle liedjes die toen in waren”, aldus Van der Valle. Met andere woorden – ze vormden het toenmalige equivalent van een Top 40-orkestje. Qua zingen noemt Van der Valle Bij de Muur van het Oude Kerkhof, een hit van Willy Derby. Qua dansen herinnert hij zich  polka, wals en uiteraard de valeta. Helemaal niet zo bijzonder dus eigenlijk. Eerder nogal algemeen en dertien in een dozijn.


Noordfolk II in Veenhuizen

De meteorologen voorspelden voor deze zaterdag een soort van permanente zondvloed. Maar een blik op de Buienradar leerde om 12 uur ’s middags dat er alleen maar een paar buienslingers door het land heengingen, met uren tussenruimte. Het er daarom net als de vorige keer maar op gewaagd met de fiets naar Veenhuizen te gaan voor de tweede editie van het Noordfolkfestival. Op de heenweg inderdaad lekker veel zon en het droog gehouden tot een stortbui me in het zicht van de haven dwong om te schuilen bij het Gevangenismuseum. Op de terugweg bleef het helemaal droog.

Bij de Heideweg achter Peize was dit nog het laatst resterende stukje heide:

Voor het overige bleek de boel daar decoratief vergrast:

Naast het Oostervoortsediepje ten noordoosten van Norg staat tegenwoordig een uitkijktoren die dit uitzicht geeft:

Van een lokale vereniging had de festivalorganisatie een grote tent gehuurd, gelukkig maar, want een paar stevige plensbuien vielen er toch wel:

Mede-organisator Bert Ridderbos, tevreden over de opkomst:

Annemarieke Coenders:

Sido Martens:

Roos Galjaard:

Vlak na een bui, in de rij voor een pizza:

Coulissenlandschap bij het festivalterrein:

Flip Rodenburg voor het artiestenhonk:

Mede-organisator Linde Nijland, die een prachtig optreden verzorgde:

Bij donker terug. Dat was vooral op de totaal onverlichte, bosomzoomde wegen tussen Veenhuizen en Westerveld en Norg en Langelo geen lolletje. Automobilisten hebben er de neiging om groot licht te voeren en als tegenliggende fietser voel je je dan als een konijn voor de lichtbak, je ziet geen hand voor de ogen en moet verrekte goed opletten dat je niet in de berm belandt. Ik begrijp heus wel dat automobilisten wat verder vooruit willen kunnen kijken, maar dimmen voor fietsers is er vaak niet bij, iets waar ik maar één woord voor over heb: a-sociaal.

 


Hendriktje – ’t Koolzoad Bluit

Grunniger fado: