Kikkerorgie bij de Paddepoelsterweg


Willy Weits en zijn hammond-orgel

Ik heb hem in de jaren negentig wel eens zien spelen bij een jubileumreceptie van de Ouderen Soos Oosterpoort (OSO): nostalgische melodieën uit de jaren ’50 op een hammond-orgel, met een verticale bas en kwastjesdrums ter ondersteuning erbij. Niet bepaald mijn muziek, maar ik kan genieten van genietende mensen en heb het vast glimlachend gadegeslagen.

Voor Willy Weits (1930-2004) zal het een van de vele schnabbels zijn geweest. De man schnabbelde werkelijk net zo vaak als Loutje Leeuw tegenwoordig. Ook die doet aan nostalgie, maar dan van een wat een latere periode. Zo schuift alles op. Voor je het weet zit je op de bejaardensoos te rocken op Loutjes deunen.

Terug naar Willy. Diens carrère in de muziek begon zo ongeveer rond 1950, toen hij hier in Groningen als “accordeonvirtuoos” bars en dancings als De Pijp en De Corner bespeelde. Hoewel in 1952 noordelijk kampioen op de accordeon  – je had er toen nog wedstrijden in – stapte hij niet lang daarna over op hammond-orgel en dat instrument bleef hij, ondanks latere uitstapjes naar o.a. de synthesizer, zijn verdere leven trouw.

In de jaren vijftig en zestig luisterde hij er menig feest mee op, van de Bond van Melkhandelaren tot de Reünisten van Beatrixoord. Maar hij kwam er ook vaak mee op de radio. Om te beginnen natuurlijk bij de Regionale Omroep Noord (RON), waar hij een vast contract had. In 1966 volgde hij bij de VARA “meneer ” Cor Steyn op – een hele eer! – en nog weer later kon je hem zelfs op de BBC horen spelen. Maar getuige de krantenstukjes bleef hij toch ook altijd in Groningen wonen, vandaar dus dat ik hem op die bejaardenclub in bezadigde actie kon zien.

Willy Weits overleed in 2004, maar een paar jaar voor zijn dood maakten cameraman Tjerk Bekius en interviewer Mieneke Zevenberg behoorlijk wat filmopnamen van hem, in de bedoeling er, gelardeerd met interviews met derden, een documentaire uit samen te stellen. Het project raakte in het slop, maar nu willen Bekius en Zevenberg het graag alsnog weer oppakken èn voltooien. Aan mensen die meer over Willy Weits weten te vertellen, daarom het vriendelijke verzoek zich aan te melden bij Mieneke.


Een kwartet liederen uit het Antwerps liedboek

De DBNL heeft vandaag zowel het tekstdeel als het commentaardeel  online gezet van het uit 1544 daterende Antwerps Liedboek in de editie van Vellekoop, Nolthenius e.a.

Hier vier liederen uit dat Antwerps Liedboek in een uitvoering zoals die op YouTube staat, met een link naar de oorspronkelijke teksten:

– Rum – Naar Oostland wil ik varen:

Tekst

– Vega-González – Ghi sotten en sottinnekens:

Tekst

– Rum – Het viel een hemels dauwe:

Tekst

– ??? – Ick seg adieu:

Tekst


Van Tjerk Vermaning naar Joseph Schmidt

Ik hoorde onlangs een anekdote over de uitvaart van Tjerk Vermaning. De grasmachineslijper en amateur-archeoloog was bij leven en welzijn nogal een operetteliefhebber geweest en indachtig deze muzikale voorkeur werd tussen de toespraken door een moppie operette gedraaid. Dit bleek: ‘Heut ist der schönste Tag in meinem Leben‘. Wat enig besmuikt gegrinnik opleverde bij aanwezigen die wèl Duits verstonden.

De gelinkte versie van het lied is een vertolking door de ‘Beukenlandse‘ tenor en filmster Joseph Schmidt, die gezien de lengte van de biografische artikelen over hem op de diverse Wikipedia’s vooral wereldberoemd was in Nederland. Wat waarschijnlijk ook samenhangt met zijn versie van ‘Ik hou van Holland‘.

Schmidt wist in het najaar van 1942, zo lees ik in zijn Nederlandstalige Wikibio, met heel veel moeite te ontkomen naar het voor joden potdichte Zwitserland, waar men hem in een kamp stopte en het werken verbood. Volgens Zwitserse medici simuleerde hij zijn hartklachten. Ze stuurden hem daarom terug naar het kamp. Daar kreeg hij prompt een fatale hartaanval. Een dag later kwam er alsnog een werkvergunning voor hem los, waardoor hij het kamp had mogen verlaten. Maar ja, toen hoefde het al niet meer.

Op YouTube staat ook een opname van een live-optreden, dat Schmidt in 1936 verzorgde op een zomerfestival van de VARA.  Ik ben zelf geen overdreven operetteliefhebber, maar erg mooi vind ik zijn versie van Tiritomba, oorspronkelijk een Napolitaans volksliedje, waarvan later de meest afgrijselijke versies zijn geproduceerd.


Linde Nijland – Wachten

Tekst: Jan Boer, Melodie: Eddy de Jonge. Filmpje: Herman Tulp.


Upsetters – Return of Django

Eertijds een van mijn favoriete afwasmuziekjes:

Ook leuk van deze beste ska-groep aller tijden: Clint Eastwood.


Devin Townsend – Solar Winds

Soms is Vera net een ouderwetse folktent. Zoals jongstleden woensdagavond, toen de Canadees Devin Townsend er speelde:

En omdat het zo herfstig is, doe ik er dit nummer ook maar even bij: Fall.

Ben niet bij dit concert geweest, had zelfs nog nooit van de man gehoord, de video’s zijn niet van mij maar van Hiddos.


Ziffels – Cold day in Bermuda (1987)

 

Ben wel eens met deze jongens meegeweest in een busje helemaal naar Eindhoven, waar ze de vernissage van een bevriende kunstenaar opluisterden. Toen kreeg ik pas goed door dat er omtrent het bestaan van de popmuzikant vele romantische legenden leugens de ronde doen. Zo fijn is al dat gereis, al dat gewacht en al die verveling niet.

Jammer genoeg deed deze single niet veel. Hij werd een paar keer gedraaid op Hilversum III, meen ik, en de Ziffels zijn ook bij de VPRO op de nationale buis geweest, maar dat was het zo’n beetje. Wat ik me herinner is dat een ander nummer veel meer catchy was en in mijn ogen veel meer hitpotentie had. Helaas viel daar de keuze niet op. De achterkant van de single was met al die galm ook nog eens slecht geproduceerd. Dat nummer had een veel ‘drogere’ behandeling verdiend.

Via


Het summum der onmogelijkheden

Als er witte ravens vliegen,
Als er geen advocaten liegen,
Als er geen snijder hoogmoed heeft,
Als de koeien in de kerken
Voedzel plukken op de zerken,
Als de visch in ’t duinzand leeft,
Als prins Willem van Oranje
Mosterd veilt in Groot Brittanje,
Als het wolknat smaakt als wijn,
En de keien zijn brillanten,
Zullen onder Muzikanten
Rijke stervelingen zijn.

Spotdichtje door ene Coster, achttiende eeuw.


Abeln zingt Brel


Herfsttij der Middeleeuwen in muziek

Dit is een prachtdag! Want de Wereldomroep zette een hele ris muziek uit de Bourgondische periode (15e, 16e eeuw) online. Het betreft een in 1976 gemaakte serie van zes programma’s en in de derde, vierde en zesde aflevering treffen we tal van opnamen aan van Studio Laren, de formatie van Marijke Ferguson en Donald de Marcas die tot nu toe op internet bijna schitterde door afwezigheid. Naast nogal wat onbekend materiaal, bevatten de opnamen de liederen uit het Gruuthuuse Manuscript en het Antwerps Liedboek, die in die tijd al op een zeldzaam EP’tje terecht kwamen:

III

  • vanaf 01:55 – Mien herte en can verbliden niet (Gruuthuuse Manuscript, NN)
  • vanaf 02:39 – Kerelslied – (Gruuthuuse Manuscript, NN)
  • vanaf 05:57 – Ick sag een scuurdeur openstaan (Gruuthuuse Manuscript, NN)

VI

  • vanaf 08:52 – Ghy sotten en sottinnekens – (Antwerps Liedboek, NN)
  • vanaf 11:48 – ‘t Sou een meisken gaan om wijn – (Antwerps Liedboek, NN)
  • vanaf 12:53 – Gevaere – (Antwerps Liedboek, NN)

 


Rachel Sermanni – Song For a Fox


Addy Scheele zingt Simon van Wattum

Soort van dierendag op Gelkinghe:

Poetje Tekst Simon van Wattum, muziek Addy Scheele 1 en 2 by Addy Scheele


Perton en het chanson

Toen ik een jaar of elf. twaalf was, in het midden van de sixties, heb ik nog een poos gitaarles gehad. Ik kwam tot het zesde gitaaarboek van Ilja Croon. Daarna was de lol er voorlopig af.

Die Croon, ontdek ik vanavond, heette in werkelijkheid Theo Ettema. Hij schreef niet alleen lesboeken voor gitaar, maar ook voor harmonium, blokfluit en accordeon, en dat steeds onder andere pseudoniemen. Vraag me nu af of hij alles wel bij de belasting opgaf.

In elk geval zijn z’n gitaarboeken niet onomstreden. Terwijl de een het een “goede basis” noemt, vind een ander het maar oubollige draken. Tegenwoordig tref je ze nog regelmatig op Marktplaats aan. Ze moeten behoorlijk hoge oplagen hebben gekend.

Mijn gitaarleraar – ik ben zijn naam helaas kwijt, maar hij werkte voor de Meppeler Muziekschool – schreef in een apart bruin notenschriftje ook populaire liedjes uit. Nou ja populair, het moest vooral niet al te wild zijn. Mede daarom had hij een voorkeur voor het Franse chanson. Een specimen dat ik vrij vlot onder de knie kreeg was L’eau vive van Guy Béart, dat volgens mij ook een Nederlandse vertaling kende, die ik nu niet terugvinden kan. Béart speelt het zelf in bovenstaand filmpje. Gelieve dat behoedzaam tot u te nemen, want anders kleeft dat wijsje dagenlang in uw hoofd vast.

Op de middelbare school kwam ik Béart nog een keer tegen. Onze leraar Frans,de heer A.A.J.I.M. Smeele, vond het een goed idee om de meisjes bij ons in de klas via Béarts Fille d’aujourd’hui op bedekte wijze te waarschuwen dat ze beter niet al te vroeg aan de vrijerij konden beginnen:

“Tout s’est passé trop tôt et trop vite:
J’étais jolie et j’étais petite,
j’ai couru trop tôt et mon corps n’était pas prêt.
Je ne pouvais plus arrêter après”

(Alles kwam te vroeg en ging te vlug / ik was knap en ik was klein / ik liep te hard van stapel en mijn lichaam was er niet klaar voor / en ik kon er achteraf niet meer mee ophouden.)


'Dan zal ik, juichend, stem en snaren…'

Vond hier bij het eerste luidsprekertje een uitvoering, door Maarten Biesheuvel, van psalm 43 vers 4 in de berijming van 1773. Prachtig! Vooral de wijs. Heb even gekeken of er koor-equivalenten van zijn op YouTube, maar nergens vind ik die melodie op die manier terug. En overal van die zware orgels in de begeleiding. Kunnen die reformatorische mannebroederskoren het eigenlijk wel zonder?

Ja, eertijds wel, getuige de mp3-tjes op de Liederenbank van de Hazeu-zangers uit Nieuwleusen (1968). Volgens mij zingen zij die psalm (‘Geduchte God’) nog volgens de berijming van Dathenus, uit de 16e eeuw. op hele noten.

Ook volkscultuur, inderdaad. Het negeren van een verleden betekent nog niet dat je ermee in het reine komt.