Omweg via Dorkwerd etc.

Ik kwam ruim na vieren uit het crematorium en besloot via de Paddepoelsterweg, Dorkwerd, Kleiwerd en Leegkerk naar huis te gaan.

De Kolde Ovent bij het Reitdiep:

Kleiwerd:

Paarden aan het hooi bij de Noodweg:

Vanaf de brug in Hoogkerk:


Retour Aduarderzijl

Bij het Aduarderdiep. Aan de overkant  de plek waar voor 1883 de Oude Held of Noorderwatermolen stond:

Rommelhoekje Leegkerk:

Leegkerk op afstand. De populieren zijn al bijna kaal:

Bij de Lindt, het kanaaltje vanaf het Aduarderdiep bij Nieuwklap naar Aduard:

Fransumer Voorwerk:

Feerwerdermeeden:

Nog steeds niet verhakseld maisveld, Feerwerdermeeden:

Veld bij de Meedenerweg, Feerwerd:

Dezelfde lokatie:

Nattigheid tussen de Onnesweg en de Meedenerweg, feerwerd:

Het kerkhof van Feerwerd:

Aduarderzijl:


Rondje Foxham

Een beginnetje van de herfst aan de Hoornsedijk:

Hooibalen op polder het Oosterland onder Paterswolde:

Oud email reclamebord, Glimmen:

Uitzicht vanaf de Vogelzangsteeg onder Noordlaren. Op de achtergrond een maisveld waarin zich de resten bevinden van de Nuthspete, een middeleeuwse Drentse sterkte:

Tuintje met zonnebloemen onder Foxhol:

Scheepswerven, Foxham:

Muzikaal topgeveltje aan de Oudeweg onder Westerbroek:

Laantje dat het loodje gaat leggen, in de s-bocht van de Peizerweg, Groningen:

 


Bewolkt Wetsinge

Het brugje waarmee de Karspelweg het Wetsingermaar passeert:

Dat kanaaltje loopt hier buiten een afgesneden Hunzemeander om:

Achteraanzicht van Groot Wetsinge:

Voorkant vanaf het oude kerkhof:

Plaatsnaambordje voor oldtimers:

De Klein Wetsinger paardenweide, met op de achtergrond de molen Eureka:

Balconhekje van 1870, 1880, schat ik:

Eureka vindt een likje verf wel een gaaf idee:


Een aaibare huisnaam achter Sauwerd

Tja, daar kijk je dan vreemd van op. Toch maar even googlen. Blijkt het bord van een kattenpension te zijn. Uiteraard is dat genoemd naar deze onvergetelijke vertolking van het kinderliedje.


Antiek winkeltje, Feerwerd

Van de eigenaar, Klaas Jan Staal uit Feerwerd, kreeg ik een uitnodiging om het monumentale pand  pand Aduarderdiep 1, tegenover de vroegere overzet naar herberg de Schifpot, te komen bekijken. Ooit stonden er twee kalkovens, in de schuur werd kalk ‘gelescht’, maar in het voorhuis bevonden zich een café en een winkeltje en van dat winkeltje is het toonbankje en het achterlggende rek nog steeds aanwezig:

Boven bakjes en vakjes voor kleine producten, onderaan grote bakken voor gort en meel:

Er zit ook een collectie voorraadblikken bij, waarvan dit het pronkstuk is:

Een blik voor puddingpoeders van AJ Polak uit Groningen. A.J.P.: “Altijd Je Pudding”. Of: “Puddingen merk A.J.P. stellen iedereen tevree”.


Alliantiewapen weer zichtbaar door brand

De verrassing van dit open monumentenweekend zat voor mij in het hervormde kerkje van Leek:

Eind 2000 verbrandde bij een restauratie vooral het dak van deze kerk en liepen kansel, orgelbeun en herenbalkon nogal wat water-, en roetschade op. Er bleek echter ook een lichtpuntje.  Onder de bladderende verflagen van het balkon kwam het alliantiewapen Van Ewsum-Van In- en Kniphuisen tevoorschijn, dat er in 1660, bij de bouw van de kerk, op was aangebracht:

Met het wapen gaven de kerkstichters, de eigenaren van de borg Nienoord en eigenlijk algeheel Leek, te kennen wie het hier voor het zeggen had. Mogelijk werd het grof overgeschilderd in 1798, toen radicale democraten de macht grepen en de verwijdering van alle herenwapens van publieke plaatsen verordonneerden:

Natuurlijk zag dat wapen er onder alle verflagen die er sinds de overschildering bijgekomen waren niet echt jofel meer uit. Het heraldische stuk bleek zelfs niet meer terug te restaureren. De reconstructie kostte een ton, op ruim zes ton voor het opknappen van de gehele kerk.


Kameleonnig opduwertje

Over het aanvankelijk nog vrijwel spiegelgladde Leekster Hoofddiep bewoog zich een opduwertje. Terwijl ik het bootje op de fiets inhaalde, zag ik dat het behoorlijk wat water verplaatste:

Op de een of andere manier appelleerde het aan mijn latente Kameleon-gevoelens:

Ik fietste het bootje vooruit en wachtte het op ’t hoogholtje op:

Aan de andere kant van het bruggetje verdween het uit zicht:

Net zie ik op een van de foto’s, dat het MS Zulthe heet, naar een oeroude naam van het Leekstermeer (dat ooit brak of zilt was). Veel ouwe schepen staan op internet,  zelfs dit onaanzienlijke gevalletje.  Het blijkt sinds 1965 het eigendom van waterscoutinggroep de Bevers, die er een Deutz motor van 16 pk uit 1953 in hebben gezet.


Retour Ezinge

Hoogkerk – grootgrutter hoopt op offensief publiek:

Leegkerk – Oranje blanje bleu of Holland in verwarring:

Bij Aduard lagen twee jonge struikrovers met hun supersoakers op de wal van het Van Starkenborghkanaal. Ze namen alleen maar auto’s te grazen, beweerden ze, “omdat die het milieu vervuilen”:

(Mogelijk was hier sprake van een sociaal gewenst antwoord.)

Een van de zwarte zwanen bij de Oldijk:


Zaterdags ommetje

De Van Hall-brug – terwijl het spoorgedeelte (rechts) sluit, blijft het smalle gedeelte voor fietsers en voetgangers (links) omhoog staan. Ik meen me te herinneren dat dat altijd synchroon verliep, en vraag me af hoeveel moeite het een brugwachter zou kosten, om twee knopjes tegelijkertijd in te drukken:

Oude tractoren onder een afdak bij de Slochtersluis:

De prijs voor het meest achterlijke fietspad van de hele provincie Groningen gaat naar de gemeente Slochteren. Je kunt dus helemaal niet over de dijk, waarop de autoweg ligt, heenkijken, en je blikveld blijft daarom noodgedwoongen beperkt tot saai cultuurland, terwijl aan de andere kant juist het Slochterdiep en natuurgebieden liggen:

Wat mij  betreft komt het fietspad op de dijk, en de autoweg beneden aan de dijk waar nu het fietspad ligt. Het gros van de automobilisten maalt immers toch niet om het landschap en wil alleen maar zo snel mogelijk van a naar b.

Bij Lageland schoot ik een dertien-in-een dozijnkiekje van een dorpsgezicht met brug, dat niet eens het vertonen waard is. Er staan wel wat mensen op, maar heel klein, als donkere schimmen, figuranten. Ik stapte weer op mijn fiets, en werd een paar honderd meter verderop ingehaald door een auto, die vlak voor me stopte. De deur ging open en er kwam een man uit. Hij vroeg wat ik fotografeerde en wilde de foto zien. Ik merkte op dat hij een shirtje aanhad van een plaatselijke motorclub, de MC Overstuur. Ik kon dus, toen ik hem de foto had laten zien, naar waarheid zeggen dat er niets op stond waar je overstuur van zou kunnen raken. Hij leek bedremmeld, durfde me niet meer aan te kijken, maar maakte ook geen excuses en ik overweeg daarom een klacht bij de politie te deponeren. 

Bij de Meerstadburelen in Harkstede waren de voorbereidingen voor het ballonnenfeest in volle gang:

Een juveniele meeuw bij het Oude Winschoterdiep:

Pramenvloot bij de Gideonbrug:

Tot mijn verbazing ligt het schip van Kars Thaden nog steeds bij de Mediacentrale:

Op de binnentuin aan de Mauritstraat in de Oosterpoortwijk mijn panada’s (vispasteitjes) van Rima opgegeten:


Retour Westeremden

Ik moest even in Westeremden wezen. Erheen met de trein (dat wil zeggen tot station Stedum) en terug helemaal per fiets (tegen de wind in).

Er stonden een paar karren met ongedorst graan verdekt opgesteld:

Vlakbij een veld met hennep:

(Het leek wel op een Nederlandse versie van de de Beka-vallei.)

Electriciteitshuisje halfweg Huizinge:

Als het polderpeil al met al 2.65 meter onder NAP ligt, dan verzuipen er een heleboel als het hier bij Fraamklap overstroomt:

(Of zou het een verdwaald bord zijn?)

Weer een paardje voor de verzameling, in dit geval uit Fraamklap:

En ziedaar, een moderne gevelsteen, met, als ik me niet vergis, letters uit de jaren zeventig:

(Ast regent lopt de geut.)

Appels in kroos bij Onderwierum:

Gezicht op Westerdijkshorn:

Peerd op toren ter plaatse:

Boer ploegt bij de Wolddijk. Op de achtergrond een gaswinningslokatie:

Stookhut of zomerkeuken, ook bij de Wolddijk:


In de kerk van Pieterburen

Bij aankomst slaat je de schrik om het hart:

Maar binnen valt de schade mee, en zijn er veel fraaiïgheden te zien. Met die van Zandeweer behoort deze kerk wat dat betreft tot de rijkste van Stad & Lande.

Een multi-instrumentale Cecilia op het hek van de orgelbeun:

Allegorisch figuur met boek aan het hart op de kansel (ca. 1780-1785):

Laatbarokke vaas, eveneens op de preekstoel:

(De groene vlekken komen van het glas-in-lood en niet van een doorgeslagen buitenmuur.)

Amazone met wierookvat:

Het wapen op de zerk van ds. Johannes Piccardt die hier van 1677 tot 1680 op de preekstoel stond:

Het houtsnijwerk in de koorboog, dat het herenvertoon erachter accentueert:

Detail met eikebladeren:

Een schilderijtje op het koor van de pas in 1903 gesloopte borg Dijksterhuis, ooit gebouwd op een buitendijkse oeverwal, waarvan de eigenaren eeuwenlang heren van Pieterburen waren en ook het strandvondersrecht in deze contreien uitoefenden:

Zowaar nog een wildeman:

Een van de schildhoudende leeuwen op de herenbank, net als die van Zuidbroek, Uithuizen, Uithuizermeeden en de Nienoordpoort waarschijnlijk gemaakt door Jan de Rijk (1661-1738):

Het meest prominente rouwbord, dat van Gerhard Alberda van Dijksterhuis (1705-1784). Hij was behalve heer van Pieterburen ook nog afgevaardigde van Stad & Lande ter Staten-Generaal, bewindhebber van de West-Indische Compagnie (WIC) en curator van de Groninger academie:

Het oudste rouwbord is dat van Diederik Sonoy (1529-1597), als geuzenleider en papenvreter het equivalent van generaal Mladic in Noordhollands Noorderkwartier tijdens de Nederlandse Opstand. Zijn wapen bestaat uit drie mispelbloemen:

Fascinerend zijn de bekroningen van de rouwborden, met doodskoppen, slangen die in hun eigen staart bijten, en zandlopers. Bij deze is het dna-materiaal in de beenderen nog zichtbaar:

Zag je bij deze een liggende zandloper, op een ander rouwbord staat hetzelfde voorwerp als symbool voor het vervlietende leven rechtop, maar heeft het vleugels van een duif (voor de dag) en een vleermuis (voor de nacht):

Weer buiten in de warmte wijzen vaan en pijl op koor en toren de windrichting aan:


Naar de Noordpolder

Ben naar de Noordpolder gefietst. De wind in de rug was weldadig. Maar in de polder werd de zon verzengend.

Oude vrachtboot in het Aduarderdiep bij Nieuwbrug:

Bij Den Ham in de buurt: aai paard:

Boerderij achter Pieterburen:

Sinds hooi en stro machinaal worden opgerold tot enorme balen die ook machinaal op wagens worden geladen, raakt de edele kunst van het pakjes stapelen in vergetelheid. Maar misschien ligt het ook wel gewoon aan aan het zonnesteekweer, dat deze wagen er nogal slordig opgetast uitziet:

Een huisje genaamd ‘De Kokkel’ onderaan de dijk:

Dijkema, hoe komen ze erop?!:

Warffum in de verte:

Het ontzagwekkende polderverkeer:

Koeientheater:

Wrak brugje – de zogenaamde Ludvenster Til – bij graanveld:

Oud sluisje:

Pootjebaaien in de peerdewas:


Rondje Onderdendam

De Kolde Ovent, gewezen boerderij-herberg aan de Reitdiepdijk ten westen van Dorkwerd:

Het wapen van Veendam-Wildervank op het huis Dageraad, nabij Oostum:

Bij het kerkje van Oostum staan sinds kort weer de Ploeg-bankjes, met schilderspalet-vormige zittingen waarop een QR-code te vinden is waarmee je Ploeg-schilderijen van het kerkje op je smartphone kunt krijgen:

Dode haas langs de Trekweg van Winsum naar Onderdendam:

Gezicht op Onderdendam:

Ornament op het vroegere Waterschapshuis in Onderdendam:

Maaidorser aan het werk tussen de Wolddijk en Adorp:

Door bruidssluier overwoekerd pandje aan de Wolddijk onder Noordwolde:

De afgelopen maanden maar enkele kievieten gezien,  en nu dan een hele zwerm op de Koningslaagte:

Plantje in een sloot bij Harssens. Wie kent de naam?:

Koe, grazend in het avondlicht:

Als een schip de Paddepoelsterbrug gepasseerd is, duurt het minstens een minuut voordat de brug zich überhaupt weer in beweging zet. Soms duurt het zelfs ettelijke minuten. Waarbij je je altijd afvraagt of dat ligt aan een mensonvriendelijke brugwachter (die je kan observeren via de camera’s op de omringende masten) of aan een gebrekkige techniek. Vooral met regen niet fijn, maar vandaag scheen de zon gelukkig:


De opgetogen poppetjes van Onnen

Het dorp Onnen heeft sinds kort een shared space:

Waar gemotoriseerde en ongemotoriseerde weggebruikers elkaar heus niet in de weg gaan  zitten en waar zelfs een leeuw voorrang zou geven aan een lam.

Toch lijken ze maar wat blij dat je het dorp heelhuids verlaat. “Mooi dat je er geweest bent”:

Hoewel: heelhuids? De blije poppetjes op de borden blijken bij nader inzien gehandicapt. Immers, beide hebben nog maar drie vingers aan beide handen:

Veelzeggend? Of is al dat vertoon van verkeerskundig idealisme dan toch echt geen dun alibi voor het recht van de sterkste?