Vanavond in de Graanrepubliek


Langs het oude Hoendiep naar Stroobos

Briltil:

Bij Noordhornertolhek:

Tussen Gaarkeuken en Eiberburen:

Tussen Eiberburen en Stroobos, brugornament:

Jongen speelt spelletje met opengaande brug in Stroobos (op de achtergrond gilt zijn moeder dat hij moet gaan liggen):

Scheepswerf Barkmeijer, Stroobos:

Oost West, thuis best. 🙂

De spoorbrug tussen Noordhorn en Zuidhorn:


In de kerk van Niehove

Plafondstuk:

Spel in vitrine:

In dezelfde vitrine: pijpen en een blik tabak:

Schoolplaat:

Wapen met drie gezichtswassenaars op herenbank:

Maquette van het wierdedorp anno 1820, 1830:

De kerkfiets, waarmee voor de oorlog zieken en gehandicapten naar dit godshuis werden gebracht:

Springend hert op de zerk van dominee Reneman (1704):


Bijgezet op het koor van de Farmsumer kerk

Ik ging vanmiddag naar Farmsum om de pas ontdekte graven in de kerk te zien. Het was er een beetje druk. Enkele honderden mensen waren op hetzelfde idee gekomen.

Archeoloog Ko Lenting als explicateur:

Het graf van Frouke Onsta, van voorname Ommelander Hoofdelingenkomaf, in 1475 de bruid van Focko Ripperda en twee jaar later in de bloei van haar leven overleden. Een zerk uit de 15e eeuw dus. Dat zoiets tevoorschijn komt is van een grote zeldzaamheid:

Detail helm met vederbos:

Ook ruim een half millennium oud, zij het iets jonger, is de zerk van Hayo Ripperda II, die in 1504 overleed, vlak voordat hij Abraham zou zien. Van hem stammen alle latere heren Ripperda van Farmsum af. Op de steen draagt hij een harnas, heeft hij een zwaard opzij en ligt zijn helm aan zijn voeten:

In de media ging de aandacht uitsluitend uit naar de oudste grafstenen.  Maar ook die uit de zeventiende en vooral de achttiende eeuw zijn interessant:

Zoals de zerk van de Convooimeester Jan Sissingh, die in 1733 overleed. De steenhouwer gaf hem een gekroonde zandloper mee::

De volgende steen was getuige het grafdicht van een bevindelijke predikant:

Wiens leven was vol strijdt
vol elend vol onwaerde
Diens ziele rust by Godt
diens Lichaem in dees aerde
Godt heeft my nu bevrydt
van boos en sondigh volck
Twelck Christum ick voordroeg
als een getrouwe Tolck

De lokatie van deze graven moet het koor van de in 1869 gesloopte middeleeuwse Farmsumer kerk geweest zijn, want op zo’n plek, vlakbij de kansel, lagen meestal de predikanten en andere hotemetoten van een kerspel.

Nog een laatste blik op het geheel. Goed te zien is hoeveel grond er in en sinds 1869 over de graven heenging. Doordat de houten vloer vermolmd was en vervangen moest worden en dit keer wèl een kruipruimte gewenst werd, kwamen de graven aan het licht.


Rondje Noordhorn

Den Horn:

Huisvlijt aan de Spanjaardsdijk:

De Sicke Benninghestede in Noordhorn, een appartementencomplex dat als boerderij eeuwenlang Bennemahuis heette, naar een familie die, anders dan de kroniekschrijver, geworteld was in Noordhorn:

Gevelsteen die herinnert aan het leggen van de eerste steen van Piloersema in 1633. Vanaf 1699 was Piloersema geen borg meer, dus ook hier moest in de naamgeving iets meer lijken dan het was:

Indrukwekkende, maar uiterst kalme stier bij Fransum:

Weerbeeld Feerwerdermeeden – boven de lijn Groningen- Termunten was het een stuk zonniger dan elders in de provincie:

Aaan het Aduarderdiep:

Ook daar, een kleine zwerm scholeksters, gezien de veren tussen het gras ruiend:


Avondretour Oldehove

Broeinest Den Ham:

Noordhorn vanaf de Piloersemaborg:

20th Century Fox-emulatie boven Ezinge:

Tussen Dorkwerd en Slaperstil – potentieel bedrijfsuitje:


Fredewalda gooide de deur even open

Ter gelegenheid van de Tolberter Jaarmarkt hield Fredewalda open huis in haar boerderij die dè oudheidkamer van ’t Vredewold gaat worden:

Het interieur van het voor- of binnenhuis, waar vroeger gewoond werd:

Tegeltableau met steigerend paard:

Het achterhuis met de koedeel. Een zee van ruimte, zou je zeggen, maar uit welingelichte kringen wordt vernomen, dat Fredewalda straks ruimte tekort komt:

Sttilleven met een afgedankt mestbassin, stapeltje dakpannen en betonijzer:

Een schuur achter de boerderij zal ook nog worden verbouwd:

Een laatste spoortje verval:

De gracht met doorkijkje naar de ezel van de buren:


De kerk teruggeven aan het dorp

Als je in Huizinge de kerk van binnen wil zien, dan moet je naar een zijstraatje om bij een klein huisje aan te bellen. Degene die dan de deur voor je open doet, is Reint Wobbes, al sinds jaar en dag een van de drijvende krachten achter de stichting Oude Groninger Kerken. Van de week was hij even in het Journaal te zien, omdat hij uit handen van koningin Beatrix een zilveren anjer ontving. In dit filmpje legt hij uit, hoe dat met zijn passie zit:


Retour Zuurdijk

Grazers in diverse formaten bij Leegkerk:

Nubische geit bij de Tichelwerkbrug (met dank aan Hendrika voor de soort):

Bij de Spanjaardsdijk in de buurt:

Balkhuisje op dijk achter gemaal Electra, Lammerburen:

Monument voor de naamloze armen zonder monument, noordkant kerk Zuurdijk:

Treurende engel, zuidkant kerk Zuurdijk:

Vervallen boerderij tussen Zuurdijk en Warfhuizen:

Werkzaamheden aan de torenspits van Feerwerd:


Koe in de sloot

Paddepoelsterweg, vanmiddag om een uur of half vijf:

Er ligt een koe in de sloot en het beest heeft zich helemaal in de blauwe klei vastgewerkt. Daarom wordt er een tractor ingezet::

De eerste poging strandt. Eens proberen van de andere kant:

De koe staat nu de andere kant op, met zijn kont naar de duiker. Eerst maar weer eens op handkracht proberen:

Dan toch maar weer met de trekker:

En zo raakt de koe dan eindelijk op het droge:

“Heb ik wat van je aan?”

Die geeft de komende dagen wat minder melk:


Waar komt de naam Schifpot vandaan?

Zondag kwam ik weer eens langs Schifpot. Jaren geleden, in 2006, vroeg ik me al eens af wat die naam betekende, maar kwam er toen niet achter.

De eerste gissing was indertijd dat de naam van Schippot zou kunnen komen. Van mijn achterneef had ik eens gehoord dat hier, voordat de Torensmabrug er lag, een pontje over het Aduarderdiep heen en weer voer.

De oudste kaart waarop ik Schifpot vond was de chromotopografische, verkend in 1905 (een van de zogenaamde Bonnebladen). Onder het toponiem staat daarop de afkorting voetv. van voetveer. Door het ontbreken van oudere meldingen dacht ik dat het toponiem uit het eind van de 19e eeuw zou stammen en samenhing met een functiewijziging in het gebied.

Bij het eerste kadaster lag hier aan weerszijden van het Aduarderdiep nog louter weiland, in 1867 was er op de Feerwerder kant een steenfabriek gekomen en stonden er bovendien kalkovens Dan komen er wat woninkjes bij in de bocht van het kanaal en ik vermoedde er ook een café. Bovendien lag er een kade. Met de komst van zulk vastgoed hing de naam samen, dacht ik. In elk geval situeerde ik Schifpot op de Feerwerder kant.

Indertijd moest ik de vraag laten rusten, maar nu ik er weer langskwam, besefte ik dat er intussen heel wat jaargangen Groningse kranten op de KB-website zijn komen staan. Ik besloot daar eens in te gaan zoeken.

De (voorlopig) oudste krantenmelding van Schifpot is te vinden in een rubrieksadvertentie uit 1912.  Dat spoort chronologisch wel ongeveer met de oudste melding op een kaart. Bij de tweede krantenmelding, uit 1917, gaat het om de veiling van een partij gebruikt scheepshout aan de Feerwerder kant. Wat overeenkomt met de gedachte lokatie.

Uit de jaren 19261935 zijn er echter wat advertenties waarin te huur wordt aangeboden een huis op de Garnwerder kant. Niet alleen zijn een tuin en drie percelen dijk bij de huur inbegrepen, dat geldt ook voor een “recht van overzetterij over het Aduarderdiep”, dus van bovengenoemd voetveer. Eind 1934 heet deze overzetterij ‘Schifpot’. Waarbij je je natuurlijk afvraagt of het gehucht naar de overzetterij heet, of andersom.

De overzetterij, ontdekte ik, dateerde van 1853. Op 4 augustus dat jaar verkreeg de wed. Bakker-Smit te Garnwerd bij Koninklijk Besluit vergunning tot aanleg van het voetveer en het heffen van een veerrecht. Deze vergunning gold voor vijftig jaar en moet rond 1903 dus nog eens verlengd zijn geweest.  Het voetveer had toen zijn langste tijd al gehad, want er zou een brug komen. Deze werd in 1919 al gewenst, het besluit ertoe viel in 1936, de bouw vond plaats in 1938 (foto’s), terwijl de effectieve ingebruikneming in september 1939 was, vlak na de mobilisatie.

Juist in de tijd dat de brug er definitief zou komen, besteedde Jacob Tilbusscher in de bijlage Ter verpoozing van het Nieuwsblad van het Noorden aandacht aan het Aduarderdiep. Door zijn stukje (pag. 2) kreeg ik eindelijk antwoord op mijn vraag:

“Aan het noordeinde van het Aduarderdiep staat aan den oostelijken oever een klein typisch huisje, vroeger een druk bezochte herberg. Vooral des winters bij ijs was het daar bijzonder druk. ’t Huisje wordt steeds aangeduid door den eigenaardigen naam Schifpot. Een Schifpot is een primitieve kachel. Eigenlijk een cylindervormige pot, waarin schif — afval van vlas — smeulde…. Ook nam men wel zaagmeel. Oudtijds zal dan in ’t huisje menig gezelschap rondom den schifpot hebben gezeten, onder ’t genot van een glaasje “dikke stukken” vertellend. Ouden van dagen in de omgeving van ’t Aduarderdiep weten heel wat van ’t gezellig verkeer in den Schifpot te vertellen.”

Het huis op de Garnwerder kant waaraan de overzetterij was verbonden, fungeerde dus tevens als herberg. In de volksmond heette dit établissement Schifpot naar de eigenaardige verwarming, en de naam van dit huis ging later over op die van het gehucht.

Als ik achteraf nog even op Wikipedia kijk, zie ik dat deze verklaring sinds oktober vorig jaar daar ook min of meer in het lemma Schifpot opgenomen is:

“De betekenis van het woord ‘schifpot’ is volgens het WNT een ‘.. ijzeren pot, waarin schif wordt gebrand’ waarbij ‘schif’ staat voor ‘de houtachtige deeltjes die bij het zwingelen van vlas .. afvallen’.”

Voordat het lemma in deze zin gewijzigd werd, stond er maandenlang te lezen dat de naam ‘Schifpot’ mogelijk verwees “naar een pot waarin vleesafval (schif) werd gestookt”, wat dan wel aan een leesfout zal hebben gelegen. Wikipedia noemt ook dat het veerhuis de naam Schifpot droeg, maar positioneert dat per abuis aan de Feerwerder kant.

Terecht constateert de nieuwste Wikipedia-versie dat er vroeger aardig wat vlas in deze omgeving werd geteeld. Begin twintigste eeuw ging het volgens de jaarverslagen van de gemeente Ezinge om ruim 50 hectare.

Schifpot 1938. Collectie RHC Groninger Archieven 818-4054.


Rondje Aduard Adorp

Het Kliefdiep, noordkant Hoogkerk, is een zeer oude regulering van het Eelderdiep:

Zwanenpaar, noordkant Gravenburg:

Detail van een uitwateringsschroef, liggend op de werf  bij watermolen de Jonge Held:

De Jonge Held kreeg een jonkie. Het kleintje heet de Morgenster, maar is volgens zijn maker, watermulder Cusiël van de Jonge Held, gemodelleerd naar de Helper molen bij de Hoornsedijk:

Op de achtergrond de heemstede van het Oude Washuis, een verdwenen boerderij met recht van overzet over het Aduarderdiep, in de Middeleeuwen waarschijnlijk (hoofdstuk 2, pag. 261) ontstaan als voorwerk van de Aduarder abdij:

Dorpsgezicht Garnwerd:

Wegje bij Hekkum:

Rollebollend paard van Marjan Schaap in de kerk van Adorp:


Ooievaarsvaria

Op het ooievaarslogje kwamen per mail nog enkele reacties vanuit het Oldambt. Daniel Oudman wees me erop dat sinds maart in Oostwold op initiatief van de lokale vereniging voor dorpsbelangen weer een paal met een oud wagenwiel staat.  Ooievaars hebben deze voorziening echter nog niet betrokken.

En Jan Pieter Koers stuurde me een vooroorlogse ansicht van Huize Vredenhoven in Scheemda. 

Oude Scheemders halen graag herinneringen op aan het nest op de schoorsteen van Vredenhoven.  Een enkele grijsaard weet zelfs nog welk drama zich hier in 1933 afspeelde:

Naar aanleiding van dit berichtje uit het Nieuwsblad ben ik eens gaan kijken of de oudere Groninger Courant ook ooievaarsnieuws bevatte. En dat deed hij. Heel vaak ging het om ooievaars die lang bleven in de herfst, en zo een zachte winter zouden voorspellen, of die zelfs gedurende de hele winter overbleven. Een extreem voorbeeld kwam uit Zuidhorn, midden december 1846:

Dat een juffrouw ooievaar eigenlijk een zij moest zijn, daar maalden correspondent en redactie niet om.

 


Ommetje Paterswolde

Bij het Transferium Hoogkerk kleuren een paar pas voltooide wallen geel van het raapzaad:

Bij Eelderwolde hebben ze de huizen gelijk maar in oranje opgetrokken:

Een acrobaat en een hooischudder – ouderwets hooigerei dat in een opmerkelijk goede staat verkeert:

Bij de Schelfhorst:

Bij het Omgelegde Eelderdiepje, in de verte is de Hoogkerker suikerfabriek nog net te zien:

Net nu het Meerschap eindelijk al dat overbodige autoverkeer aan de Hoornsedijk wil gaan aanpakken, heeft de benzineverslaafde medelander ontdekt dat hij ook wel per speedboat dit natuurgebied betreden kan:

Fuut met jongen, eveneens bij de Hoornsedijk:

Reiger, alert op jonge futen:


Retour Ezinge

Costa Hoogkerk (Ruskenveense Plas):

Autokerkhof Aduarderdiepsterweg:

Opeens was er een camping bij het Aduarderdiep:

Drie zonnebaadsters:

De Jonge Held:

Dorkwerd vanaf de Zijlvesterweg:

Porsche tractor uit de jaren zestig:

Boer zoekt vrouw?:

Landgeit bij Suttum:

Het kerkje van Fransum:

Er was een heel stel grutto’s aan het fourageren op een afgehooid stuk land bij de Zijlvesterweg:

Ik telde er zes. Dit was het individu dat het dichtste bij kwam: