Westerdijkshorn en Onderwierum
Geplaatst op: 21 mei 2009 Hoort bij: Ommelanden 8 reactiesNet La Fontaine:

Jong schaap verkleed als panda:

Weer zo’n houtje-touwtje schuur, nu in Onderwierum:

Langs de weg één enkele struik die totaal ingepakt en kaalgevreten was door rupsen:

Hoe heten die rupsen ook alweer?
Rondje Niebert en Norg
Geplaatst op: 16 mei 2009 Hoort bij: Drenthe, Ommelanden 15 reactiesDe Poffert:

Zevenhuizen:

Hooiland dat eigenlijk weiland is, bij Een:

Overtollige hekken in Een:

Romaanse wijwaterbak, Norg:

Gereconstrueerde beek tussen Norg en Donderen:

Bij elkaar geïmproviseerde schuur tussen Norg en Donderen:

Peizermade:

Wildlife bij Garnwerd
Geplaatst op: 10 mei 2009 Hoort bij: Ommelanden 11 reactiesZoef zat vlakbij de weg en maakte geen aanstalten om er vandoor te gaan:

Dat deed hij pas toen ik een paar keer op de grond stampte om te zien of hij ziek was. Dan nog bleef hij heel parmantig binnen schootsafstand zitten:

Aan de andere kant van Garnwerd deze grutto op de uitkijk:

En bij de Paddepoelsterweg zat deze in het gras:
Naar Lutjegast
Geplaatst op: 9 mei 2009 Hoort bij: Ommelanden 5 reactiesIn de kerk van Den Horn – stilleven met perculator-koffiepot tussen de begane grond en de orgelbeun:

Overal werd gehooid. Dit is tussen Den Horn en Enumatil:

Bonte Piet op dampaal bij ’t Kret:

Kraanvogel in een vogeltuin tussen Niekerk en Oosterzand:

Meanderende sloot in hooiland bij Oosterzand:

Inkuilen van gras bij Oosterzand:

Paardje in top, Lutjegast:

Vallei met ‘dolmen‘, Lutjegast:

In de coulissen van Pasop
Geplaatst op: 3 mei 2009 Hoort bij: Ommelanden 10 reactiesSnavelloos eierlegbeest:

Aangetaste knotwilg:

Schaapjes op het droge:

Uiteind van een doodlopend zijweggetje, met fazantenhaan:

Slootje, weidje, koetjes en boompjes:

Katoen van rietsigaren:

In het ene weiland stikt het van de paardebloemen, in het andere groeien ze niet:

Voormalige petgaten, die alweer danig verland zijn:

Boer drijft kudde voor zich uit. Het lijkt goed te gaan, maar het blijft oppassen, zelfs in Pasop – zie dit exclusief voor jullie gedraaide filmpje:

De eigenaar vroeg of ik dit keuterijtje van hem wilde kopen. Ik vroeg hem een prijs. Hij noemde die niet en lachte:

Wat heet een ram. Het ras is Hampshire Down:

Slootwal met kruiderij en vergeetmenietjes:

Waar komt de naam ‘Pasop’ vandaan?
Geplaatst op: 3 mei 2009 Hoort bij: Geschiedenis, Ommelanden 7 reactiesIn 2001 vroeg cultureel geografe Tialda Haartsen voor Noorderbreedte aan mensen in Pasop, wat die naam eigenlijk betekende. Een lokale boer opperde twee verklaringen:
“De eerste is dat er vroeger een tolhuis was. Als de tollenaar even in de tuin aan het werk was, probeerden de mensen zonder te betalen langs het hek te komen. De tollenaar zou dan uit de verte met de vuist omhoog ‘Pas op!’ geschreeuwd hebben.”
Een mooi verhaal, maar totaal ongeloofwaardig, ook in de ogen van Haartsens’ zegsman. Er was wel een tolhuis geweest, maar dat stond veel noordelijker, bij de Fanerweg, zoals oude kaarten tonen.
De tweede verklaring van de boer was:
“…dat Pasop een verbastering is van het Latijnse pascua, dat weiland en rijk aan weiden betekent, of van het werkwoord pascere, weiden of laten grazen.”
Deze latijnse verbasteringshypothese klonk de boer èn Haartsen “wel logisch” in de oren, omdat een deel van Pasop nog steeds ‘de mienscheer’ heet, naar het gemeenschappelijke weidegebied dat er ooit lag.
Het stukje van Haartsen staat inmiddels niet alleen op de site van Noorderbreedte, maar ook op de dorpswebsite van Midwolde-Pasop. Bovendien is het herdrukt in het aprilnummer van Historisch Leek en heeft de Wikipedia er overduidelijk uit geput. En daarmee lijkt de Latijnse verbasteringshypothese vrij veel gezag te hebben verworven. De vraag is of dat terecht is.
Opvallend aan het stukje van Haartsen is, dat ze heel weinig documentatie gebruikte, eigenlijk alleen de Nieuwe Groninger Encyclopedie. Die rept inderdaad van de gemene weiden of (in dialect) mienscheren, en komt op de proppen met een verklaring voor de naam Pasop die Haartsen verder niet noemt:
“..men zou bij Pasop dus aan een hut voor een veehoeder kunnen denken.”
Natuurlijk liet het format van de serie in Noorderbreedte geen uitgebreide literatuurstudie toe, maar zelfs al had Haartsen alle plaatsnaam-vraagbaken geraadpleegd, dan nog was ze niet ver gekomen. Qua Pasop heb je daar namelijk niet veel aan. Het was ook nooit een officiële plaatsnaam. Zo negeert Van der Aa Pasop in zijn aardrijkskundige woordenboek (1847, 1851) en noemt Moerman Pasop evenmin in zijn overzicht over Nederlandse plaatsnamen. De laatste wijst wel weer op namen met pas (pasch, pech, peske), die verband houden met het Latijnse pascuum voor weide, terwijl Van Berkel en Samplonius in hun werk alleen genre-gelijke namen noemen als Kijkuit, Kopaf en Valom.
Dergelijke namen stammen vaak uit de negentiende eeuw. Dat gaat ook op in dit geval. De eerste kaart waarop het toponiem Pasop verschijnt is bij mijn weten de Topografische en Militaire Kaart van het Koninkrijk der Nederlanden die tussen 1851 en 1854 verscheen. Daarop zien we de naam Pasop staan bij een al veel langer bestaande huiskavel ongeveer halverwege de afstand Midwolde – Dijkstreek, Hetzelfde geldt voor Kuypers’ gemeente-atlas van 1867. Het heeft er veel van weg dat de hele wegomgeving de naam Pasop aan die enkele huiskavel ontleende.
Helaas schittert Pasop ook weer door afwezigheid in het register van Ligterinks’ werk over de cultuurgeschiedenis van het Westerkwartier (1968). Maar dat register blijkt bij nader inzien uiterst zwak, In de tekst van het boek staat namelijk wel degelijk een naamsverklaring voor Pasop. En wat mij betreft is deze de plausibelste.
Ligterink geeft zijn verklaring in de paragraaf over de Midwolder meentscheer, op pagina 377. Van alle kerspel-meentscheren in het Vredewold, zo laat hij doorschemeren, was die van Midwolde de grootste. Denkelijk waren de woeste gronden hier ook het ruigst, en kwamen ze het minst voor een andere exploitatie in aanmerking. Zeker heeft hier de praktijk om naar rato van betaalde grondbelasting gemeenschappelijk vee en paarden te laten weiden, het langst bestaan. Tot in de tweede helft van de negentiende eeuw, namelijk.
Volgens Ligterink werd de weg door deze wildernis die nu Pasop heet, ook weer op basis van aandelen onderhouden door de Midwolder boeren die gerechtigd waren tot het laten lopen van vee en paarden in de meentscheer. Bij het begin van de meentscheer bevond zich een wring of hek:
“Daar stond de herberg waar de boeren die naar hun vee kwamen kijken, door het uithangbord werden uitgenodigd tot een dronk. De herbergier hield tevens enig toezicht op het ingeschaarde vee, waardoor de herberg de naam ‘Pasop’ kreeg. De naam is tot op heden blijven bestaan voor het hele meentscheergebied.”
De verklaring die Ligterink hier geeft, lijkt me veel minder vergezocht dan de Latijnse verbasteringshypothese. Latijn werd lokaal alleen gesproken door de dominee, de dokter en de notaris, en het is maar de vraag of een plaatselijke bevolking zonder enig begrip Latijnse termen overnam. Bovendien vormen herbergen heel vaak naamgevers voor hun omgeving. Als ik mijn geld ergens op zou moeten inzetten, dan zou het dus op de verklaring van Ligterink zijn.
Alleen wil ik die verklaring dan wel een ietsjepietsje amenderen. Want volgens de oudste kadasterkaarten van ca. 1832 hadden de volmachten van de Midwolder meenschaar nog uitgebreide weidegronden TEN ZUIDEN van het bewuste huisperceel. In casu ging het om sectie C, de nummers 401 en 410. Vanuit Midwolde gezien stond de herberg dus niet aan het begin, maar aan het eind van de meentscheer.
Sectie C 402, ten noorden van C 401, bleek anno 1832 hooiland van een herbergier Gerrit Jans Reitsma uit Tolbert. Deze bezat ook land op de plek van latere petgaten, aan de westkant van de weg. Misschien dat Reitsma zich hier later op de hoek van de zijweg en de hoofdweg als vervener en herbergier heeft gevestigd? Zo ja, dan was het vooral Reitsma die “Pas op” zal hebben geroepen als zijn klanten en andere passanten de wring van de meentscheer vergaten te sluiten.
Waterrijk Westerkwartier
Geplaatst op: 1 mei 2009 Hoort bij: Ommelanden 3 reactiesHoendiep bij de Poffert:

Lettelberterdiep bij Lettelbert:

Slootje bij Pasop:

Traansterwijk aan de oostkant van de Tolberter petten:

Dam en duiker Traansterwijk:

Wolddiep of Matsloot bij ’t Kret:

Wolddiep bij Bakkerom (ten noorden van Boerakker):

Wolddiep bij Kuzemerbalk:

Solexclub
Geplaatst op: 26 april 2009 Hoort bij: Ommelanden 14 reactiesRedelijk hallucinant. Ben je rustig een gans aan het kieken, op een verlaten landweggetje ergens tussen Midwolde en Leek, komt er opeens een horde Solexen voorbijsnorren:




—
Naschrift 15 juni 2014: Toen was het verschijnsel nog nieuw.
Paasarcadia
Geplaatst op: 13 april 2009 Hoort bij: Ommelanden 16 reactiesGezien op het rondje langs Den Horn, Lagemeeden, De Poffert, Oostwold, Lettelbert, Midwolde, Leek, Roderwolde, Peizermade:





Een muskusrat bij de Hoornsedijk
Geplaatst op: 10 april 2009 Hoort bij: Ommelanden 13 reacties
Twee Pieterpadlopers stonden op de Hoornsedijk te turen naar iets en hielden me staande: “Meneer, misschien weet u wat dat voor een beest is?” Ze wezen op een stelletje futen, althans dat meende ik eerst, maar ze stelden mijn vizier bij. Daar zat een meter of tien van ons af een knaagdier doodgemoedereerd op een sappig stukje gras te knabbelen. “Is dat een bever?” “Nee, die zitten hier niet, en die zijn ook een stuk groter.” Ik gokte dat het om een beverrat of een muskusrat ging, maar als ik thuis google op plaatjes van beide soorten, lijkt het nog het meest op een muskusrat. Ik dacht dat die veel schuwer waren. Let ook eens op die graafhandjes.
Hoornsedijk bij het begin van de meteorologische lente
Geplaatst op: 1 maart 2009 Hoort bij: Ommelanden 9 reactiesVliegerfoto’s van De Toekomst, Scheemda
Geplaatst op: 14 februari 2009 Hoort bij: Ommelanden Een reactie plaatsenKAPturer stuurde dit keer zijn camera de lucht in bij de voormalige strokartonfabriek De Toekomst, in Scheemdermeer. Hier is de slideshow.
Oudere fotoseries van De Toekomst.
Ganzedijk, nog steeds op de kaart
Geplaatst op: 12 februari 2009 Hoort bij: Ommelanden Een reactie plaatsenBouwkundestudent Rob Brink, alias Bob de Bouwer, was in Ganzedijk en maakte er deze fotoserie.






















Recente reacties