Ommetje Harkstede

In het Betonbos hebben ze vandaag een feest met de Fuckups:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Oosterhogebrug – hier vloog net een ijsvogel voorbij met een visje in zijn snavel:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Achter Klein Harkstede is de aanleg van Meerstad begonnen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Vingerhoedskruid op de dijk rond roeibaan Harkstede:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Museumboerderij Hermans Dijkstra in Midwolda

De plaatselijke historicus Jan Pieter Koers gaf me vanmiddag een privé-rondleiding in boerderij Hermans Dijkstra in Midwolda. Achter de schuur zitten gastenverblijven en in de schuur een restaurant, maar een groot deel van de schuur en bijna het gehele voorhuis vormen een museum dat een beeld geeft van de Oldambster boerenstand.
Dit is het voorhuis, in 1858, 1859 opgetrokken in Zwitserse chaletstijl en aanzienlijk uitgebreid in 1877, toen een nieuwe generatie de boerderij overnam:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Hoog op de voorgevel een cartouche met attributen van de Oldambster landbouw: paard en wagen, ploeg, spaden en een bijenkorf:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bij en in de paarden- en koeienstallen staan en hangen allerlei oude landbouwwerk- en voertuigen. Jan demonstreert hier hoe een draineerbuis onderin een sleuf werd gelegd. Ik dacht dat die sleuven zo’n dertig centimeter diep waren, maar volgens Jan waren ze zeker een meter diep.  Met de lange, dunne spa rechts van zijn hand groef men de eerste steek van de sleuf uit. Daarna werd met de gekromde spaden (nog verder naar rechts) de sleuf uitgediept:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Zaaibakken:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

In het museum zit heel veel vrijwilligerswerk. Dat geldt zowel het vastgoed, als de mobilia. Hier een boerenwagen, gereconstrueerd uit afzonderlijk aangeleverde onderdelen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een multifunctionele wipkar – op de boom kon men een extra wagenbodem leggen, die met een stuk hout door de beugel werd vastgezet. De wielen van zo’n kar waren in het Oldambt een stuk zwaarder uitgevoerd dan op het Hogeland:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De eetkamer – bij het raam staat een stoel met een Jugendstil-achtige rugleuning uit de meubelfabriek van Pander in Groningen. Pander was indertijd een heel degelijk merk en had een een enorm goede naam:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

In het interieur zitten nogal wat Jugendstil-elementen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Tot 1994 is de boerderij bewoond geweest. De laatste boer en zijn vader fokten Oldenburger werkpaarden en wonnen daar vele prijzen mee:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een blik in de linnenkast met onder meer antiek gestreept ondergoed, dat nog net kon worden gered voordat het naar het Leger des Heils zou gaan:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De koren- en zaadzolder boven het voorhuis – op de balken staan nog talrijke krijtnotities over de voorrraden die hier werden opgeslagen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een blik op de voortuin door het oude, welvende glas:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Jan, nogmaals bedankt!


Zandhoos

Toch wel een beetje blij met die regen, want door de droogte zag je alweer enorme stofwolken achter tractoren op het land en achter voortjakkerende auto’s op zandwegen. Bovendien krijg je windhozen met dat mooie weer van de afgelopen tijd. Windhozen die een hele partij zand in één keer weg kunnen zetten. Vorige week meende ik in Oost Groningen al zo’n zandhoos te zien, maar Luken Hulsker heeft er nu eentje vastgelegd in de buurt van Wollinghuizen.


Tractorenkerkhof Muntendam

Een kilometer buiten Muntendam heb je op de hoek van de Duurkenakker en de Spoorhavenweg een tractorenkerkhof, dat langzamerhand overwoekerd raakt door groen. Een impressie door het gaas heen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Zuidrand Oldambt

Bij de Hamdijk, ten zuiden van Nieuweschans, is mijn betovergrootvader Elzo Perton eens betrapt op smokkel. De douaniers moeten hem van mijlen ver hebben zien aankomen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Door alle koolzaad ruikt het er naar honing:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ingestorte boerderij, ook aan de Hamdijk:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Oudeschans – dit stalen silhouet van een kanonnier stond er nog maar pas:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Leuk optrekje in Bellingwolde. Het staat sinds begin dit jaar op Marktplaats, als je er gading naar maakt moet je je wenden tot een Adviesbureau in nota bene Uffelte:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Vriescheloo – bij de Bisschopsweg:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Meeden – van dit pandje kwam een heleboel riet. Er is een aannemer uit Groningen mee bezig, maar dat is geen rietdekker, dus of dezelfde dakbedekking er nog weer op komt lijkt me twijfelachtig:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Toen ik bij het station in Zuidbroek een bouwbord van het Noord-Nederlands Trein- en Trammuseum (NNTTM) fotografeerde, nodigde een vrijwilliger me uit om een kijkje te nemen in het gebouw. Over twee jaar moet het museum klaar zijn, het ziet er dan zo uit:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Route: Nieuweschans, Hamdijk, Klein Ulsda, Koudehoek, Oudeschans, Bellingwolde, Vriescheloo, Bisschopsweg, Lutjeloo, Blijham, Turfweg, Oude Pekela, Westerlee, Meeden, Muntendam, Zuidbroek. Ongeveer 47 kilometer.


Ommetje Leekstermeer

Ik zag op meerdere plekken vrolijke paarden, vanmiddag. Deze liepen in een wei achter Oostwold (Westerkwartier):

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ik heb er ook nog wat bewegende beelden van. Maar toen ze me in de gaten kregen hielden ze abrupt op.

Eenzijdig groeiende boom tussen Leek en Roderwolde:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

‘En nou allemaal dezelfde kant op grazen’ (Peizermade):

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Overstelpende hoeveelheden fluitekruid langs het Omgelegde Eelderdiepje:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Ongegund brood in Onderdendam

Vorig jaar vielen ze me voor het eerst op, twee gevelsteentjes in Onderdendam, met een uil en een kat. Helaas onttrok een rozenstruik de uil grotendeels aan het zicht. Maar die struik bleek dit weekend gesnoeid, zodat ik het hele stel kon fotograferen.

De uil heeft een muis in de snavel en steekt de kat min of meer de gek aan:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“Kadt Gy Moedt Het Weten, Ongegund Brodt Wordt Veel Gegeten”

Maar de kat, die het smakelijke hapje aan zijn neus voorbij ziet gaan, waarschuwt de uil alvast:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“Ul Dit Is Een Stuck Daer Ick Op Let, Ick Krieg Dy Noch Wel Bi De Neck.”

Googelend op de tekst blijkt die op Wikipedia met foto’s en al model te staan voor het epigram of het puntdicht. Ook op de Wikipediapagina over Onderdendam komt hij voor, met de verklaring dat de uil net als de muis een prooidier voor de kat is. Een steen met een vergelijkbare tekst zou zich in Ommen bevinden, ziehier.


Rondje Feerwerd

De vrijwillige molenaars van de Koningslaagtemolen hadden de Groningse vlag in top, wat niet helemaal de bedoeling is op 4 mei. Aan de achterkant van de molen stond deze giertank. Zulke tref je zelden meer aan:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Aan de stadskant van Adorp heb je de Harssenslaan een puinweggetje, dat schuin het land inloopt en doodloopt op een hek. Ooit meanderde hier de Hunze, lokaal ook wel het Selwerderdiepje geheten:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bij de Wierumerschouwsterweg, tussen Adorp en Wierumerschouw, staat een boerderij die reddeloos lijkt. De schuur is nog in bedrijf, van het wegzakkende voorhuis zijn de ramen dichtgespijkerd. Toch schijnt het nog te worden bewoond. Het land voor het huis is nu al voor het tweede of derde jaar doodgespoten. Vandaar die rooie kleur, terwijl alles eromheen ontzettend groen is. Naar ik hoorde ligt de reden in een ruzie tussen de huurder en de eigenaar. Hoe dan ook, als het waar is, mag de overheid hier wat mij betreft ingrijpen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ook rood, maar dan wel van nature, zijn deze blaarkoppen bij de Brillerij:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Toertje Westerwijtwerd

Voor de eerste keer dit jaar een behoorlijke tocht gemaakt (ca. 43 kilometer). Alles was nog niet extreem uitgebot. Wel al veel insecten onderweg. Onder meer gezien:

– Een privé openluchtmuseumpje voorbij Thesinge:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Boer laat schapen vrij in de wei. Terwijl koeien uit pure vreugde enorme bokkesprongen gaan maken, reageerden deze wolbalen heel nuchter. Echte Grunneger schapen, zullen we maar zeggen. Of ze gingen van het ene naar de andere weiland, dat kan ook nog natuurlijk:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Jongetje tussen Sint Annen en Westerwijtwerd houdt zielsveel van zijn hond. Ik meen dat het beest Boebels heette. Het jongetje stak een heel verhaal over hem af, maar daar verstond ik geen moer van:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Doel van de tocht was de molen van Westerwijtwerd, waar Rutger Hiemstra, van het weblog Krabbenvangen,  op drie verdiepingen zijn schilderijen exposeert. Tegelijkertijd gaven vrijwillige molenaars tekst en uitleg over de molen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Koolzaadveld tussen Middelstum en Onderdendam. Volgens Kees, bij wie ik even thee ben wezen drinken, ging het om een vrij nieuw gewas in deze omgeving:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Kapotgereden dampaal bij de Wolddijk:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– De Koningslaagte, natter dan ik haar ooit gezien heb. Stichting het Groninger Landschap, die hier veel grond bezit, noemt dit hier Reitdiepdal (zie ook), maar volgens mij is het Reitdiep toch echt het gegraven water aan de noordwestkant van Groningen, terwijl hier aan de noordoostkant ooit de Hunze stroomde:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Paarden met de Walfridusbrug op de achtergrond:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


‘Goud Volk’

“Met dat beroerde plat moeten ze mij niet aankomen”, schreef Fenna Tiessens in haar dagboek. “Daar gaan wij mee achteruit”, vond de creatie – sinds 1922 – van Jacob Rietema:

“Daar komen wij weer mee op de koestal terecht en wij moeten vooruit met ’n kanner. ’t Kan mij toe grijzeln as ’k hoor hoe paartij menschen, die heel goed fersoenlijk Hollandsch praten kennen, ook nog mee doen aan dat gedoente in ’t plat, maar ze kennen doen wat ze willen, mij krijgen ze nooit zo wijd, dat wil ‘k heur opslag wel beloven.”

Ondanks dit ferme standpunt is Fenna, later de tederbeminde echtgenote van Lammert Slapsma, toch in de nieuwe bloemlezing van Groningstalige literatuur terechtgekomen. Sterker nog, zij kreeg het allerdikste deel toegewezen. Als ze nu nog leefde zou dat haar ongetwijfeld een bult plezier hebben gedaan. Zoals ze zelf eens zei: “Op plaatsen daar van mij wat staat is vanzelm geen ruimte meer voor dat allernaarste pladde, dat bij mij op achterdeel thuishoort bij ozzen en koeien en nergens anders.”

Wat Fenna nooit heeft beseft, is dat het Gronings aan alle kanten door haar quasi-Hooghaarlemmerhouts heen schemert. Daarom gaf Siemon Reker, hoogleraar Groningse taal en cultuur aan de RUG, haar ook zo’n prominente plek in die bloemlezing van hem. Volgens Reker behoort haar werk tot ”het succesvolste uit de vroegere Groninger letterkunde”.

Alleen het populairste werk, zoals blijkend uit herdrukken, nam Reker in zijn bloemlezing op. En dan niet bij stukjes en beetjes, zoals andere bloemlezers doen, maar liefst integraal. En met toelichtingen en vertalingen van hemzelf. Vandaar die maar liefst vijf delen voor de periode 1830 – 1940, waar straks nog even zoveel delen met recenter werk bijkomen.

Reker bekreunde zich dus niet om een canon, voor zover die er al is. Hij maakte in het algemeen geen schifting op basis van wat wij anno 2008 het hoogst waarderen. Als dat zo was geweest, dan had hij, vermoed ik, niet het op een na dikste deel van zijn bloemlezing aan Geert Teis besteed. Want die spil van de Groninger beweging, wiens Groningse volkslied nog onlangs uit bijna drieduizend kelen weerklonk op de Grote Markt (een wereldrecord),  mag dan omstreeks 1920 enorm populair zijn geweest, achteraf valt zijn werk nogal tegen. Zelfs als je de room eraf schept, zoals Reker deed, zitten daar nog berijmde mopjes bij. En Teis’ toneelwerk is al helemaal niet te harden, zo drakerig. Dikke boer gunt zijn dochter niet aan jongen uit lager milieu, daar komt het op neer. Er zijn verwikkelingen, er komt een oplossing en het hangt van de toevalligheden aan elkaar. Voor Teis waren er ook nogal wat Groninger schrijvers, die op dat schema varieerden. Nee, voor de verhalen en de psychologische karakterontwikkeling lees je zulk werk niet.

Waar dan wel voor? Nou, voor historische en antropologische aspecten bijvoorbeeld. Neem ‘De golden Kette’, een novelle uit 1875, waar Herman Bouman, schoolhoofd en onderwijzersopleider in Beerta, en later Amsterdam, hoogstwaarschijnlijk de auteur van was. Weliswaar is het weer eens een verhaal van niks – dikke boer geeft zijn dochter niet weg – maar de auteur vertelt tussen neus en lippen door wel veel over de toenmalige sociale omstandigheden in het Oldambt. Zo begrijpt een Oldambster knecht in militaire dienst niet, dat een officier hem voor boer uitscheldt. Thuis is een boer immers een hoog verheven personnage.

Op zo’n manier mogen we ‘Fivelingoër Landleven’, een bundel verhalen van A.S. de Blécourt uit 1901, niet lezen, vindt Reker. Volgens hem is dat werk niet realistisch, omdat het ontstond als kolderiek studentikoos vermaak, en het ’t dagelijks leven ook niet nauwkeurig weergeeft. De hoofdpersoon vertelt namelijk ongeloofwaardige leugenverhalen, bijvoorbeeld over een scheuvelrijder uit Sint Annen, die tussen het opzetten en het afgieten van de aardappels nog snel even mosterd voor zijn vrouw uit de stad haalt. Maar, zeg ik dan, dat soort sterke verhalen werd werkelijk verteld. Er is een hele serie van bekend. Het is dus realisme, als de Blécourt zijn protagonist Jan Elemoa zo’n verhaal laat vertellen. Ik ben het hier dus niet met de bloemlezer eens, en ook gaf De Blécourt volgens mij vrij goed de gang van zaken op een boeldag weer. Er kwam zelfs een notaris aan te pas om zijn verhaal zo waarschijnlijk mogelijk te maken.

Maar meer nog dan voor de historische en antropologische aspecten, is die oude Groningstalige literatuur genietbaar door het kernachtige idioom. Zo is het Gronings onovertroffen in zijn maledicta (scheldwoorden), uitdrukkingen en zegswijzen (zie kaders). Overigens komt er in Rekers’ bloemlezing niet uitsluitend Gronings voor. Zo bevat ‘’n Hijl plezijrig proatje over de peerdriederei’ (ca 1860) ook een paar prachtige staaltjes jiddisch van een joodse sinasappelkoopman uit de stad, die deze ventersroepen voor ons in petto heeft:

“Citroune, en appelsjiene! Zoek uit maar, lhekkere bheste waar, hier motje weze, hier zel je geneze! Goekoop en niet dier, nooit zoo beleefd!!!”

En:

“Alderlei kleere van band! Khoop wat, dan heb je wat, heb je wat, dan khoop je wat!”

Dat zijn geen dingen die je terugvindt in een geluidsarchief, helaas. Het ‘koop wat, dan heb je wat’ verklaar ik bij deze graag van toepassing op Rekers’ bloemlezing, die ook nog eens goedkoop en niet duur is.

‘Goud volk’ – delen I tot en met V in een cassette, samen 1280 pagina’s, In Boekvorm Uitgevers Assen, € 27,50

De mooiste maledicta

Bekstukken – schreeuwlelijk
Haffelbekken – kijfziek wijf
Inktverknooier – inktmorser
Koaljoager – kale jonker
Maalhibbel – kwast
Nathals – zuiplap
Perekop – paardenkop
Ragvat – helleveeg
Smachtlappe – hongerlijder
Tutendraaier – kippenslachter
Verdurven herink – bedorven haring
Windzak – windbuil

UITDRUKKINGEN

“Grillen!, zee de snieder en beet ien toafel”
Kuren zei de kleermaker en hij beet in de tafel

Grillen zee Geert, en kreeg zien mouder veur de ploug
Kuren zei Geert, en zette zijn moeder voor de ploeg

Doar gait ’t hen, zee de jonge, en dou lijt ‘e en loes dansen
Daar gaat ie zei de knecht en liet een luis dansen

’t regent zoo biester of sunte Margrijt an ’t woateren is
Het regent alsof de heilige Margaretha aan het urineren is

Woar men ’t minste verwachte, sprong de hoaze oet de grachte.
Waar men het minst verwacht, komt de haas uit de gracht

Oapen bie oapen en meerkatten bie meerkatten
Soort bij soort

Kallen is mallen, doun is ’n ding
Geen woorden maar daden

Hai is goud om Leermens komen.
Hij weet wat er ein de wereld te koop is

Mit ’n Sidboerster wals deur oet
met een schop onder de kont de deur uit

Aole kerels en jonge wieven geft veul kinder en veul kieven
Oude kerels en jonge wijven geeft veel kinderen en kijven

Wieshaid van zeuven verdaipens en nog ’n akkenail d’rop
Wijsheid van zeven etages met nog een penthouse erop

De roegste volen worren de beste peerden
De wildste veulens worden de beste paarden

Elk leuft zien aigen ezel beter as aander lu’s peerd
Elk heeft zijn eigen ezel hoger dan andermans paard

As ’t op de pestoor regent, den drupt ’t op de koster
Als het regent op de predikant, drupt het op de schoolmeester

Wat aine nait zingen ken, mot he moar floiten
Wat iemand niet zingen kan moet hij maar fluiten

Roup maor ho! As ’t peerd al mit de wupkaore in de onderwale zit
Ho roepen als paard en wagen al van de wal gekukeld zijn

 

Recensie, verschenen in de UK van deze week.


Dorpsgezichten en bovenlichten Menterwolde

De gemeente Menterwolde (Noordbroek, Zuidbroek, Muntendam en Meeden) heeft sinds vorige week een website met dorpsgezichten, waarvan ik vooral de serie bovenlichten heel aardig vond. Zelf heb ik ook nogal wat fotos van dergelijke ornamenten, binnenkort zal die eens tevoorschijn trekken.

Via


‘De tille veurbie woonden de klaaiedoggen’

Geplaatst op 28 februari 2008  a

Gister op 44, vandaag op 39. En ik snapte maar niet, waar ik die blogtopper-noteringen aan te danken had. Tot ik een plaatje ging zoeken. En zag wat het het trefwoord Ganzendijk bij Google opleverde.

De blogtoppernotering is zwaar ten onrechte, en het resultaat van meerdere vergissingen. Want niet alleen wordt Ganzendijk gespeld als Ganzedijk zonder tussen-n, ook betreffen bijna al die van Gelkinghe geïndexeerde plaatjes Finsterwolde. En Finsterwolde ligt dan wel vlakbij Ganzedijk, maar is toch niet de buurtschap waarvoor het geschifte plan bestaat, om ’t van de aardbodem weg te vagen. (Gelukkig staat het voorlopig weer stevig op de kaart.)

Eigenlijk zocht ik een plaatje van Ganzedijk voor bij een logje over Oabel Oabels. Diens verhalenbundel Bie tille harom, met jeugdherinneringen van het Ganzedijk rond 1900, heb ik namelijk net teruggevonden (beter laat dan nooit).

Deze Oabel Oabels, zo hoorde ik eens, was een neef of achterneef van mijn grootvader. Ik heb dat nooit geverifieerd, maar in elk geval maakte hij net als mijn grootvader carrière bij de belastingdienst. Vaak hadden ze ook nog eens vlak bij elkaar hun standplaatsen, maar ik weet dus totaal niet of ze ook contact onderhielden. Bijzonder aan dat soort rijks-ambtenaren was, dat ze zomervakantie hadden, iets wat bijna ongekend was in de Oldambster dorpen waar ze vandaan kwamen, omdat het daar dan juist de drukste tijd van het jaar was. Oabels schreef met zelfspot:

“Van oetgoan, schoolraiskes moaken, haren ze dou nog nooit heurd. Behaalm den lu dij femilie haren bie kommiezen, schoulmeesters, postlopers en zok goudje. Dij kwammen mie doar bie zummerdag, midden in drokste tied, moar zo mit verlof.
Ie zollen toch zeggen! Aal doage stieve bore om nekke, dophoudje op en wikste schounen aan, doar ie joe wel in spaigeln konnen. En traktement van dij lu gong der gewoon om deur! Wat was ’t toch ’n roare wereld, wel dus dat en kon dat verantwoorden, om in zo’n drokke tied moar wat bie pad en weg lopen te lanterfanten? Toch gain fesounlieke aarbaaider!”

In Bie tille harom beschrijft Oabels de dikke en wat minder dikke boeren, de grote en de kleine burgers en de arbeiders van Ganzedijk. En hij doet dat zo levendig, dat ik zijn bundel stukgelezen heb, iets waar de abominabele kwaliteit van het bindwerk, eerlijk gezegd, mede debet aan is. De neiging bestaat om hele verhalen uit de bundel over te typen, puur uit protest tegen dat geschifte plan en dat bindwerk, maar dat zal ik maar uit mijn hoofd laten. Wel wil ik nog een passage citeren, waaruit blijkt dat de gemeente waaronder de Ganzedijk ressorteert, al nooit veel ophad met de buurtschap:

“Was onderschaaid tussen ’t volk dat nog net veur tille woonde en de lu, dij aan de aander kaante in de klaaie vastbakt zatten. De tille veurbie woonden de klaaiedoggen.
Wor ducht mie ook van hogerhand aannomen, dat dij lu achterlieker wazzen. ’t Bewies der veur ston levensgroot bie tille. In de haile gemainte heb ik nooit aanplakt zain of zo, dat der nait mit woagens op ’t voutpad voaren worden mog, of dat ie der nait mit kouien en peerden opkomen moggen. Wor zeker op vertraauwd dat mensen dat oet zok zulf wel begrepen.
Moar hier, bie ’t begun van dat smale stainen padje, anderhaalf staine braid, mos ’n poale zet worden mit ’n bred der aan doar op ston:

“Het is verboden
op dit voetpad te rijden
of daarop enge vee te drijven of te leiden”

Veur wat soort wezens mout ’t gemaintebestuur ons toch wel aankeken hebben? As ie over dat padje laipen en overenne blieven wollen, mos je net as ’n koorddanser, ’n evenwichtsstok in handen hebben. As ie ’n koare veur joe oetschoven, haren ie doar holvast aan, moar ik garandeer joe dat den joen nieren aan de kaaier gongen, zo rotterde ’t deur aal joen leden hèn.
En mit ’n kou of ’n peerd der op? Dij daaiern wazzen gelukkeg te verstandeg om der ’n pote of bain op te zetten.
Hou en woarom kon den in ’s hemelsnoam zo’n verbod neudeg wezen?”


Ballonvaart over het Gorecht

Sander de Jong postte vandaag drie filmpjes van een ballonvaart over het Gorecht. De koers was van de Hoornseplas naar het zuiden van Wildervank. De filmpjes maakte hij respectievelijk


Rawhide bij Westerdijkshorn

Vanochtend even over het spoor bij Westerdijkshorn. Pittige beesten, die Piëmontese runderen. Ze laten zich maar zo niet in het hok jagen.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Rust een weinig

Aan de Warffumer Trekvaart tussen Onderdendam en Warffum stuit je op dit oude en fraaie pandje:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het is de voormalige herberg ‘Rust een weinig’. Het uithangbord van deze uitspanning hangt er nog steeds:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Op de achterkant heeft het bord een wapen in goud, met in sinopel (groen) een diagonale baan, waarop drie verticale haringen staan. Eertijds was dit het wapen van de gemeente Warffum. Bij de deur prijkt geen monumentenbordje, maar het pand is tussen 1970 en 1974 wel degelijk als monument gerestaureerd, getuige dossier 7504 in het archief van de provincie Groningen.

Als herberg lag ‘Rust eens even’ natuurlijk op een strategisch punt, daar bij de Bieuwketil:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Nog even een blik op het pand vanaf de overkant. Het zag er niet erg bewoond uit, en als je het mij vraagt is het opnieuw aan restauratie toe. Niet dat ik erachter heb gekeken, zo brutaal ben ik niet, maar de dwars op het huis staande schuur leek me een doorrit voor paarden en wagens te bevatten:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Jammer dat zo’n herberg op deze’plek niet meer rendabel te maken valt. Ik zou er zeker wat hebben gedronken, als ik de kans had gehad, maar kwam hier ook niet zo vreselijk veel fietsers tegen. Wel een kruisertje, dat vanaf Warffum de smalle vaart doorvoer – maar de wallen zijn ter plaatse tamelijk steil, dus van plezierschippers kan men er ook nauwelijks klandizie verwachten.