Cadeautjes

Geplaatst op 28 september 2005  exlibris-middel

Bij mijn afscheid van de Oosterpoorter kreeg ik van Nico Visscher, de nationaal bekende tekenaar die de laatste jaren ons wijknieuws van cartoons voorzag, deze prachtige karikatuur. Ben er bijzonder mee in mijn sas!

De redactie als geheel gaf ook iets toepasselijks: ‘De historicus’, een kloeke roman van Elisabeth Kostova. Hoewel ik nog zelden fictie tot mij neem, zal ik dit boek zeker gaan lezen. Als ik op de flaptekst afga, moet dat wel lukken:

“De historicus is een ware pageturner, die de lezer niet zal loslaten (…), een boek dat gedoemd is onsterfelijk te worden.”


Overdracht

Vanavond zitten werken aan een soort overdrachtsprothocol voor De Oosterpoorter. Zoals gemeld hou ik op met onze wijkkrant, waar ik – ruw geschat – de laatste veertien jaar ongeveer tien werkweken vrijwilligerswerk per jaar in heb gestoken. Morgen vergaderen de overige redactieleden voor het eerst zonder mij over de vervulling van de vacatures, en ik had ze beloofd aandachtspunten toe te sturen voor hun agenda.

PERSONELE CONSEQUENTIES
De vorige keer sprak ik nog met hun over drie, maar eigenlijk zijn het vier functies, waarvoor bij voortzetting van het huidige beleid even zoveel mensen moeten worden gezocht:

1) – advertentiewerver
Jaarlijks hield ik in augustus een wervingsronde langs alle adverteerders, om te kijken of ze met adverteren door wilden gaan. Daarvoor gebruikte ik een vouwblad, dat ieder jaar gekannibaliseerd werd. In die jaarlijkse wervingsronde zaten twee à  drie werkdagen werk: de prospectus maken, kopiëren, vouwen, rondbrengen en opsturen. Vervolgens na een week bescheid halen bij de middenstanders en eventuele andere adverteerders uit de buurt en bellen naar de ‘buiten-adverteerders’. Deze operatie twee maal herhaald uitvoeren voor degenen die het nog niet weten. Uiteindelijk de achterblijvers nog telefonisch benaderen. En dan zorgen dat er een nieuwe alfabetische lijst wordt opgemaakt van alle adverteerders (ook weer een kwestie van overschrijven van de ouwe staat).
Maandelijks waarschuwde ik bovendien de middenstanders die graag steeds een andere invulling van hun advertentie wilden eerst telefonisch en e-mailsgewijs op de zaterdag voor de deadline-woensdag. En ging ik ze in persoon langs op de donderdagmiddag na de deadline-woensdag. Met elkaar zat hier anderhalf uur werk in. In het opmaken van de mutatiestaat, het overbrengen van mutaties op de alfabetische staat, en beide staten, nieuw uitgedraaid, samen met de teksten en het nieuwe opmaakmateriaal (logo’s etc.) naar de advertentie-opmaker brengen – zat een verdere anderhalf à twee uur werk.
Recapitulatie:
Jaarlijks 2 à  3 werkdagen campagne
Maandelijks een klein dagdeel op zaterdagmiddag en donderdagmiddag/avond samen.

2) Opmaker voor het redactionele gedeelte:
Dit werk kostte me (bij benadering) iedere maand een zondag van ongeveer 16.00 tot 23.00 uur, met een uurtje eraf om te eten. Maar ik werkte ook nog met het ouderwetse Ventura, aangevuld met ouderwets snij- en plakwerk.

3) Coördinator, schrijvend hoofdredacteur, eindredacteur en duvelstoejager
Onderdelen:
– maandelijkse redactievergadering convoceren en bekijken wat er al is aan kopij of wat zich aandient;
– iedereen herinneren aan de gedane kopijbeloften, per telefoon en mail;
– inzamelen van buurtnieuws (op vergaderingen, onder andere van het Breed Buurtoverleg, maar ook telefonisch), dat opschrijven, deze verse nieuwzen bezorgen bij bij de tekenaar, bellen voor en opstellen van de evenementen-agenda, zorgen dat de oproepjes en mededelingen (binnenkomend per telefoon, snail- en email) in ordentelijk Nederlands en volgens een min of meer vaste volgorde achter elkaar komen te staan.
– redigeren van het hele redactionele gedeelte
– het spul naar de drukker brengen (eigenlijk opmakerswerk, maar alla

In totaal ging hier een anderhalf à twee dagen werk in zitten (exclusief fotowerk). Steeds gespreider, omdat de nieuwtjes voor de site zich hergebruiken lieten voor het blad.

4) Brocheerder en chef distributie inclusief bezorging middenstand
Het brocheren van De Oosterpoorter deden we altijd zelf in de drukkerij, omdat dat een aanzienlijke som geld scheelde. Sinds er een raapvouwknaknietmachine is, kan je het in je eentje doen, maar met zijn tweeën is het een stuk gezelliger.
Vanaf de drukkerij werd een portie voor De Meeuwen afgehaald. Voor de ouwe Oosterpoort ging de hele zwik met de auto naar de twee bezorgers. Dat betekende: op tijd auto regelen. Zelf bracht ik altijd de winkels rond, vanwege de advertenties en omdat sommige adverteerders geen brievenbus hebben. Kostte ook weer een uur à anderhalf. Op zaterdag zorgde ik dan in het wijkpand voor de lijst met 140 exemplaren die de buurtconciërge naar instanties en buitenadverteerders bracht, en voor de postlijst en exemplaren voor de ca. 15 ‘abonnees’ en ver verwijderde adverteerders, waarvoor de buurtconciërge de verzending deed (half uurtje werk voor mij).

Tot zover mijn wijkkrantroutine, exclusief de historische stukken, die ik wel wil blijven schrijven, en de foto’s, die ik ook nog wel wil blijven maken.

Voor de inzichtelijkheid nog even de maandelijkse procedure:

  • twee weken voor deadline-woensdag: redactievergadering met bijkomende klussen;
  • deadline-woensdag (altijd eerste woensdag van de maand): overzicht krijgen redactionele kopij, nieuws opronden, zo veel mogelijk naar tekenaar brengen;
  • donderdagmiddag laat en donderdagavond: overzicht krijgen advertenties, portefeuille naar de advertentie-opmaker brengen;
  • vrijdag: restanten nieuws, foto’s, agenda, oproepen en mededelingen verzorgen;
  • zaterdag overige schrijfklussen, eindredactie, indeling;
  • zondag: opmaak
  • maandagochtend: spul naar de drukker brengen
  • vrijdag: brocheren en distributie

Buurtmississippi

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De aannemer van de riool- en wegvernieuwing aan de Oosterweg liep voor de bouwvakvakantie een flinke vertraging op. Omdat het karwei voor eind dit jaar klaar moet zijn, is hij met een inhaalslag bezig. Daarom ligt de Oosterweg er nu van de Parklaan tot de Boumanstraat uit, en is onze buurt zo’n beetje in twee delen gesplitst.Toen ik er vanmiddag langs kwam, bleek bovendien alles onder meurend water te staan. “Het is toch niet te geloven”, mopperde een voorbijkomende studente, “het lijkt de Mississippi wel.”


Kogel door de kerk (II)

affoporter

Ik heb gisteravond de knoop doorgehakt en besloten om ermee op te houden. Ik ga niet langer door met het Buurtoverleg Oosterpoort en de organisatie van wijkkrant De Oosterpoorter.

Anders zou er dit weekend een eerste nummer van een nieuwe cyclus van tien Oosterpoorters in elkaar worden gezet. Daar had ik altijd zin in. Maar dit jaar niet, integendeel.

Deze zomer merkte ik al dat ik extreem blij met de vakantie was. Ik had zelfs geen fut om nog mailtjes te beantwoorden. Voor de opmaak zou ik InDesign gaan leren, maar hoewel het weer behoorlijk meewerkte en ik er twee handboeken voor gekocht had, heb ik die maar heel weinig ingekeken. Wel heb ik de advertentiewerving gedaan, maar geen redactie bij elkaar geroepen. Vooral de laatste weken, nu de cyclus weer zou beginnen, bekroop me een stevige weerzin. Ik ging er tegenop zien, het werd me teveel.

Veertien jaar heb ik De Oosterpoorter gedaan: organisatie, acquisitie, redactie, schrijverij, brocheren in de drukkerij en een klein deel van de bezorging. Gemiddeld kostte me dit een werkweek per nummer, dus tien werkweken per jaar. Dit geheel als onbezoldigd vrijwilligerswerk in mijn vrije tijd, en sinds eind 1996 naast mijn betaalde redactie- en schrijfwerk voor de UK. Feitelijk was ik sindsdien doorlopend in touw voor hetzelfde soort zaken. De laatste jaren ging dat hele pakket steeds zwaarder wegen en merkte ik al dat ik steeds moeier werd. Dat gold vooral voor de afgelopen jaargang. Er kwamen meer adverteerders, ook meer medewerkers, de nummers werden dus dikker, maar er viel daarom ook meer te regelen en dat gaf ook steeds meer stress. Achteraf moet ik het feit onder ogen zien dat ik een paar keer fysiek de eindjes ternauwernood aan elkaar heb kunnen knopen.

Op de achtergrond speelt mee dat mijn vader eind vorig jaar overleed. Hij was een volstrekte workaholic, tegelijkertijd zeer opofferingsgezind en ergens volgde ik hem hierin na. Op een escapistische manier. Als je het zo druk hebt hoef je je om andere zaken niet te bekommeren. Ik vind dat ik daar nu mee kappen moet.

Van het besluit verwacht ik vooral stressreductie. Het komende jaar wil ik uitgeruster zijn, ook met het oog op de UK. Ik denk meer tijd over te houden voor leuke dingen. Ik wil een socialer leven in die zin dat niet al mijn contacten nog in het teken staan van mijn (vrijwilligers)werk. Ik wil minder contacten met een vooropgezet doel voor ogen, en meer tijd hebben voor mijn familie, voor het lezen van boeken en het schrijven van historische verhalen.

Een negatief effect is, dat de wijkkrant nu even niet verschijnt. Voor de verdere continuïteit zal het nodig zijn mijn functie in enkele onderdelen te splitsen. Daarover en over heel veel zaken meer hebben we over twee weken een vergadering.

Jammer vind ik het vooral voor de mensen van drukkerij De Marge, die zich altijd met hart en ziel hebben ingezet voor onze wijkkrant. Omdat de nieuwe redactie zelf moet gaan bepalen in welke frequentie en vorm zij de Oosterpoorter overeind willen houden, staat een belangrijke klus voor De Marge op losse schroeven. Dat spijt mij zeer, maar aan de andere kant kan dat mij niet van mijn besluit afbrengen.

Op mijn terugtrekking maak ik nog wel een uitzondering voor mijn historische verhalen over de Oosterpoort. Die blijf ik graag aan de wijkkrant leveren, tenminste, als de nieuwe redactie dat wil. Jarenlang archiefwerk heeft bijzonder veel materiaal opgeleverd, en dat gooi ik natuurlijk liever niet weg.

Het moment van terugtreden, zo aan het begin van een nieuw seizoen, is ook gunstiger dan er middenin afknappen, waar ik bang voor ben. In 2005 zijn er al voldoende nummers verschenen om de gemeentelijke subsidie veilig te stellen. Verreweg de meeste adverteerders hebben tegen mij uitgesproken dat ze door willen gaan met adverteren. Dat zullen ze ook wel willen doen in een nieuwe constellatie, met een nieuwe redactie, die dan zelf de frequentie, het formaat en de inhoud van de Oosterpoorter bepaalt. Hoe die redactie de zaken regelt moet ze helemaal zelf weten. In die keuzes wil ik me niet mengen. Wel wil ik uiteraard graag de zaken goed overdragen en afsluiten.


Kogel door de kerk (I)

Ik heb vanavond een voor mij belangrijke beslissing genomen.


Update van Vloten

DvhN-rechtbankverslaggever Rob Zijlstra gaat op zijn weblog in op de moordzaak Maja van Vloten. Hij noemt het “een tamelijk bizarre geschiedenis”. Want de man die zichzelf aangaf was indertijd gescheiden en liep dakloos en doelloos langs de Meeuwerderbaan. Daar stond een deur open, hij liep naar binnen en Maja begon te gillen. In paniek stak hij haar dood. En nu hij zelf aan de beurt is om dood te gaan, wil hij van zijn geheim af.

 


Wroeging

Langzamerhand komen er sprankjes informatie vrij over de moordzaak Maja van Vloten. Voor het Dagblad van het Noorden sprak Rob Zijlstra met de advocaat van de man die zichzelf aangaf. Die advocaat zegt dat de man uit wroeging bij de politie zijn hart kwam luchten, waarlijk iets zeldzaams. Vooral het laatste zinnetje van Zijlstra intrigeert:

“Voor zover bekend gaat het om een alleenstaande man, geboren en getogen in Groningen die niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.”


Moord om de hoek mogelijk opgelost

Groot nieuws vandaag: het politie-onderzoek naar de moord op Maja van Vloten is heropend.
Maja woonde bij het einde van mijn straat om de hoek en was een bekend gezicht in onze buurt. Een paar maanden voor haar dood interviewde ik haar nog voor onze wijkkrant over haar werk voor vluchtelingen. Toen bekend werd dat ze vermoord was, hakte dat er bij mij zwaar in. Ik was bang dat iemand uit de buurt haar had omgebracht, en dat het interview daarin een rol speelde. Al gauw gingen de vermoedens van de politie echter een heel andere richting uit. Toch hebben ze de dader nooit gevonden. Naar het zich laat aanzien, heeft die zich nu vrijwillig gemeld.


Sponsorwerving

Het vrijwilligerswerk voor De Oosterpoorter, onze wijkkrant, is vandaag ook weer begonnen met de jaarlijkse sponsorwervingscampagne. Dat betekent het A3-wervingsvouwblad actualiseren met voornamelijk de nieuwe kopijsluitings- en verschijningsdata en het financiële overzicht over het vorige seizoen, dat vouwblad in een oplage van 140 kopiëren, vervolgens die 140 exemplaren in tweeslag tot A5 vouwen, om de eerste 70 alvast bij de bestaande sponsors rond te brengen.

Daar ben ik de hele middag zoet mee geweest. Vanavond nog even de postexemplaren verzenden en morgen de buitensponsors doen, dan is dat werk ook weer gebeurd en kunnen we volgende week eerst lijfelijk en daarna telefonisch bescheid gaan halen, zodat we in principe weten waar we het komende seizoen financieel aan toe zijn.

Vorig jaar zaten we op gemiddeld bijna 9 pagina’s sponsor-advertenties per nummer van 24 pagina’s A4. Dat zit er dit jaar ook wel weer in, maar mocht het wat minder worden dan is er geen man over boord en gaan we mooi terug naar een omvang 20 bladzijden per nummer.

Ik doe dit werk nu voor het vijftiende jaar. Vroeger kon ik me er van te voren heel erg druk over maken of we de portefeuille wel vol genoeg kregen, maar de laatste jaren verloopt die werving zo soepeltjes, dat de stress er helemaal af is. Al wil die ook nog wel eens ontstaan door het almaar uitstellen van de klus. Dat heb ik dit keer niet gedaan, dus hier schrijft een tevreden mens.


Oosterpoort, anno 1875

Geplaatst op 30 juli 2005  oosterpoort

De zuidelijke stadswal is al gedeeltelijk afgegraven en weldra zal ook de Oosterpoort worden gesloopt. Nog net op tijd maakt Van Kolkow twee foto’s van de binnen- en de buitenkant. Deze hier is van het exterieur. Aangezien de Oosterpoort een zuidzuidoostelijke oriëtatie had, het licht van rechts komt en de lange schaduwen bijna haaks op de weg staan, was de fotograaf heel vroeg in de ochtend actief, nog voordat zijn atelier open ging.

Voor de poort staat een drekmenner met zijn kar. Even buiten de Oosterpoort ligt de Drekstoep, daar ging de man net naar toe om zijn onwelriekende fecaliëlading te lossen. Een hulp van de fotograaf houdt zijn paard echter tegen. Dat gaat goed, het is een brave hit en zelfs zijn oren staan er scherp op. Wel kijkt de drekmenner de fotografenhulp wat gemelijk aan. Zo te zien vindt hij het oponthoud vervelend.

Van de twee passanten links – vader en zoon, of baas en knecht – heeft de jongste op een krampachtige manier beide zijn handen in de zakken. Het lijkt warempel wel of hij zo zijn broek ophoudt. Ondanks het ernstige vermaan om vooral niet te bewegen, kon het jong ’t niet nalaten om even naar de drekmenner en diens paard te kijken. Daarom houdt hij voor eeuwig een vaag gezicht.

Voor een grotere en vergrootbare versie, klik hier


Kunst in de Kop

pieter van der veld

Maakte gister dit portret van Pieter van der Veld, de drijvende kracht achter galerie ‘Kunst in de Kop’ aan de Meeuwerderweg. Vind het zelf wel een geslaagd, arty portret, hoewel de foto niet helemaal scherp is.


Meeuwerderweg 20 herrijst

Ik kom opeens dit tegen: “Groepspraktijk Oosterpoort, Meeuwerderweg 20, 9724 ET GRONINGEN”. Geïnteresseerd lees je dan verder, want zo’n groepspraktijk van psychologen is je aan de Meeuwerderweg ten ene male onbekend. Tot je ziet dat er niets van het plaatje klopt en dat ’t een dummy-site is: “Dit is geen echte praktijk”.

Het huisnummer is goed gekozen, want sinds de sloop van de oude en het verrijzen van de nieuwe Kop van de Oosterpoort bestaat er geen Meeuwerderweg 20 meer. Althans, tussen foto Vaszlovszky, nu Meeuwerderweg 10 en eetcafé Michel, op Meeuwerderweg 28, verspringt de nummering.

Bij nader inzien blijkt het ook te gaan om een van de drie dummy- of voorbeeldsites, waarmee een softwarebedrijfje huisartsen, tandartsen en psychologen als klant probeert binnen te halen. Steeds komen de medewerkers op die sites nagenoeg overeen. Vermoedelijk gaat het om (oud-)Groninger studenten die nu in het westen de boer opgaan met hun systeem voor e-consults, dat telefonische spreekuren overbodig moet maken. Hier hun overkoepelende site.


Voor het Kleinpoortje

Geplaatst op 23 juli 2005  klein poortje

Grappig. Een maand geleden kreeg ik deze foto van Tineke Amse. En nu vind ik hem in de fotocollectie van Rijksmonumentenzorg in Zeist, die ontsloten is via Het geheugen van Nederland. Het gaat om een gezicht op het Kleinpoortje, met een licht telelens-effect genomen vanaf de Steentilbrug. Op de voorgrond het binnen-Winschoterdiep. Links de kade die nu ‘Voor het Voormalig Kleinpoorje’ heet.

Het pand van cajun-restaurant Tijdloos staat er al, met luiken voor de ramen. Daarachter de muur die aan de binnenkant tegen de stadswal aan staat. Het voetgangerspoortje, in 1653 opengesteld, voerde buiten naar een voor ons onzichtbare loopbrug over de stadsgracht. Wel is er voorbij de wal een baar met een munnik te zien. Het water in het Winschoterdiep lag op een hoger peil dan in de stadsgracht, bij een beleg kon zo’n baar eenvoudig worden ondermijnd om de vlakte onmiddellijk ten zuiden van de stadsgracht meer dan manshoog onder water te zetten.

Heel in de verte valt er nog een wit huisje te onderscheiden. Dat stond aan de Brink, dateerde van ongeveer 1710, en heeft er tot diep in de twintigste eeuw gestaan. Hoewel dit Winschoterdiep verreweg het drukste kanaal van heel Groningen was, is het nogal een sereen plaatje. Dat het zo rustig is – en bewegende elementen het resultaat voor de fotograaf niet bedierven – komt dan ook doordat het gevroren heeft en er een vlies ijs op het water ligt. Rechts op de voorgrond liggen enige aangemeerde snikken of trekschuiten, weliswaar met mast om bij gunstige wind te kunnen zeilen, maar gewoonlijk van en naar hun plattelandsbestemmingen voortgetrokken door een paard. Zowel links als rechts van het binnen-Winschoterdiep konden de passagiers terecht bij meerdere herbergen en logementen, bijvoorbeeld de Karper, het Winschoter Veerhuis en De Hamburg.

Voor wie de de foto groter wil zien.


’t Vlaggeschip van ‘A Star is born’

paviljoen a star is born

“Je krijgt het echt heet van de naald”, zegt Chris Beuker, eigenaar van een schaats- en skeelerwinkel aan de Oosterkade en uitvinder van de gesmeerde schaats. “We zijn van plan dat drijvende paviljoen te integreren in de uitbreiding van de jachthaven. Die uitbreiding ligt er al, die is aangelegd in het kader van het baggerproject. Er hebben tijdelijk woonschepen aan gelegen. Inderdaad, dat is die steiger aan de overkant van de Oosterhaven. Aan de zuidkant ja. Daar leggen we hem neer.” Die kale steiger even voorbij de Brink-flats ligt er op een tijdelijke vergunning vanwege dat baggerproject. “Maar”, zegt Beuker, “we zijn er nu mee bezig om dat om te zetten in een permanente vergunning.” Het paviljoen wordt multifunctioneel, zegt hij. “Er komen vele nationaliteiten in de haven, die kunnen er een babbeltje maken. Maar binnen zit ook een grote ruimte en het is de bedoeling om daar exposities en af en toe een concert te houden. En dat alles zonder commercieel oogmerk.”

Het ziet er deerniswekkend uit, het drijvende paviljoen dat de Japanse architect Fumihiko Maki voor A Star is Born ontwierp. Bedoelde Maki het bij die cultuurmanifestatie (1996) als “kleine oase van rust”, “een sprookjesachtig ding voor kinderen” en “een zeepbel waarin de mensen de stad even kunnen vergeten”, op dit moment lijkt het wat al te extreem in die bedoelingen doorgeschoten. Schijnbaar vergeten ligt het op een achterafplek aan de doodlopende Gideonweg. De stangen roesten en de lappen hangen eraan. Maar Beuker gaat het opknappen en exploiteren. En dan krijgt het een plek in de Oosterhaven, alleen niet aan de kant waar die boulevard vanaf de Ikea had moeten komen.

De gemeente Groningen springt nogal slordig om met de paviljoens die ze onder architectuur voor haar cultuurmanifestaties laat bouwen. Hoewel die toch een lieve cent moeten hebben gekost. Eerder dreigde al de shredder voor de Video Folly van Coop Himmelblau. Die heeft nu een mooi plaatsje in Delfzijl, naast een kantoor van een onderneming die de Folly liet opknappen. En dat het drijvende paviljoen van Maki nu de slopershand ontloopt, is evenmin op de eerste plaats te danken aan de gemeente.

“Ik ben de redder van dat ding!”, zegt Andre Hoornstra, beeldend kunstenaar en galeriehouder. “Daar ben ik wel vijf jaar mee bezig geweest! Ik heb ’t aangekaart bij de gemeente dat hij lag te verroesten. Ze hadden hem eigenlijk afgeschreven en wilden hem laten slopen. Er was onderzoek geweest van deskundigen, in opdracht van de gemeente. En hun conclusie was dat het paviljoen niet meer te herstellen viel.”

Hoornstra lacht: “In die commissie zaten nota bene de heren in die hem hadden laten bouwen, zoals Ypke Gietema.” Hij zocht contact met Maki en vertelde de architect dat de gemeente Groningen diens geesteskind wilde laten slopen. “Maki reageerde woedend”, zegt Hoornstra. “Ik heb uitgezocht hoe het met de rechten van de architect zat, en een advocaat die het nog eens voor me bekeek kwam al gauw tot de conclusie dat we een sterke zaak hadden. En daarom ging de gemeente overstag.”

De gemeente bepaalde dat het paviljoen als kunstwerk in stand moest blijven en een openbare functie moest krijgen. Alleen mocht het haar geen cent kosten. Een van de vier ingediende ondernemingsplannen kwam van Hoornstra. “Als je het goed bekijkt”, taxeert hij, “dan moet je even wat roest wegwerken – dat ben ik als woonschipper wel gewend. Het duurste is nog dat zeil. Want het casco lekt niet. De stahoogte is binnen twee meter dertig, laat mij daar maar een galerietje beginnen. Met af en toe kleinschalige cultuurprojecten op de tribune. Dat was mijn ondernemingsplan. Maar de gemeente was bang om het aan mij te geven. Het moest voor een symbolische prijs en ze waren bang dat ik hun om subsidie zou vragen.”

Hoornstra had anders al een mooi plekje voor Maki’s creatie in gedachten: “In de tankerinham bij het Oude Winschoterdiep tegenover De Linie. Achteraf bleek dat daar op het Europapark ook nog eens een cultuurpark met paviljoentjes komt. Wat wil je nog meer?”


René Paas en de Trompbrug

trompbrug

Broerstraat 5, het blad voor alumni van de RUG, heeft een serie waarin bekende oud-RUG-studenten vertellen over een voor hun speciale lokatie in de stad. Al eerder haalde Hieke Jippes, Journaal-correspondente in Londen, in deze serie herinneringen op aan de Meeuwerderweg en in het juli-nummer, dat gister in de bus viel, kiest ook René Paas, de nieuwe CNV-voorman en oud-wethouder van de stad Groningen, een plekje in mijn buurt uit als bijzondere lieu de memoire.

In Paas’ geval betreft het de Trompbrug. Als roeier deed hij maar liefst twaalf maal voor Gyas mee aan de Gyas-Hunze race, de traditionele opening van het roeiseizoen in Groningen. Bij die vaak siberisch-koude wedstrijd tussen Gyas (studenten) en De Hunze (burgers) vormt de Trompbrug steevast de lastigste horde, en tegelijk is het de plek waar het publiek zich het meest vermaakt. “Boten die tegen elkaar of op de brug knallen”, aldus CDA-er Paas. “Gevloek, gedoe, krakende geluiden. Zelf heb ik ook een paar keer genadeloos vastgezeten onder de Trompbrug.”

Tevens memoreert Paas dat de Trompbrug tijdens zijn wethouderschap gerestaureerd is: “Helemaal gestript en steen voor steen weer opgebouwd. Ik mocht de brug met een grote stoomhijskraan weer in haar oksels laten landen.” Curieus is dat de Trompbrug er net uit lag tijdens de verschijning van dit Broerstraat 5-nummer. Paas was in mijn ogen een goeie wethouder, maar of die restauratie wel helemaal goed verlopen is, daarover zullen we wellicht van mening verschillen.