Jacobskruiskruid

kruiskruid en peter

Ik heb al niet zoveel sjoege van planten, maar in een vlaag van totale botanische verstandsverbijstering zeg ik tegen Peter: “Het staat hier wèl vol met boerenwormkruid”. “Dat is geen boerenwormkruid“, corrigeert hij me meteen. “Het is Jacobskruiskruid.”

Peter is de adoptievader van de ecologische binnentuin aan de Mauritsstraat, waar vroeger het gemeentelijk huisvestingsbureau zat. Hij beheert deze tuin en brengt er allerlei bijzondere planten naar toe die hij bijvoorbeeld op braakliggende industrieterreinen aantreft.
Naderhand herinner ik me dat we met zijn beiden al eens een discussie over deze plant hadden. Jacobskruiskruid is giftig voor vee, had ik gehoord.

Thuis google ik er nog maar eens op dat Jacobskruidkruid. Het klopt dat het het spul
giftig is voor paarden, koeien en schapen. In een weiland grazen die er met een boog omheen, maar in het hooi verliest het zijn pregnante smaak en eten ze het wel op. Het gif tast de lever aan, hoopt zich op en als de dieren er maar genoeg van verorberd hebben, gaan ze eraan dood.

In Groningen blijken de provincie, de gemeenten, rijkswaterstaat, waterschappen , landbouworganisaties en natuurclubs net vorige maand een indammingspolitiek te hebben afgesproken. Berm- en natuurbeheerders en particulieren moeten de plant weghouden uit risicovol gebied. Gevaar lopen vooral wei- en hooilanden op zandgrond. In een zone van honderd meter daaromheen hoort de plant te worden uitgeroeid. Grondeigenaren mogen hun buurman daarop aanspreken. Verder mag er geen hooi met Jacobskruiskruid op de markt komen en zullen berm- en natuurbeheerders bij het inzaaien geen gebruik meer maken van zaadmengsels met Jacobskruiskruid.

Toch erkent het Groninger convenant ook de natuurwaarde van de plant, waar nogal wat insecten dol op zijn. Dat blijkt wel aan de Mauritsstraat. Alleen heb ik er de Sint Jacobsvlinder, die het Jacobskruiskruid als waardplant heeft, nog niet gezien. Ik zal eens op de rupsjes letten, als ik er weer eens langs kom.


Beekje op de Linie

beek op de linie

Er ligt opeens een alleraardigst beekje op De Linie, aan de voet van de vroegere Hondsrug. Het gaat om ongeveer de plek waar de stadsarcheoloog eerder de oudste bewoningssporen van het stadsgebied aantrof. Die boerderijsporen – uit de late ijzertijd, 200 voor Christus – bevonden zich in het zand, maar de sloten en greppelsporen die er bijhoorden bleken laagjes klei te bevatten, om precies te zijn zeeklei dat zich bij overstromingen had afgezet. Tot hier kon de zee dus komen, als ze zich tot het alleruiterste had uitgestrekt.

Later, toen de omstandigheden vochtiger werden en de mensen deze plek metterwoon verlieten, heeft zich hier vrijwel zeker een laag veen gevormd. Op de grens van het Hondsrugzand en dat veen lag er waarschijnlijk een beekje, dat ergens in de late middeleeuwen getemd werd tot een meanderende sloot langs veenpolder de Meeuwerd.

In 1875 werd er op een groot gedeelte van die sloot de nog steeds meanderende Meeuwerderweg aangelegd. Omdat het de laatste weken nou ook weer niet zo vreselijk veel geregend heeft, dacht ik dat het water in ons nieuwe beekje uit de bodem opwelde. Bij de aanleg van de Oosterhaven, ook weer omstreeks 1875, hadden de aannemers daar ontzettend veel last van, en als er op de uiterste oostflank en aan de voet van de vroegere Hondsrug veel schoon bronwater uit de grond kwam, dan zou dat in prehistorische tijden een gunstige vestigingsvoorwaarde zijn geweest. En ook weer iets zeggen over de rest van de stad.

Maar volgens Johan Dijkstra, de projectleider van het Europapark die ik er vandaag even over sprak, bevat dat alleraardigste beekje op de Linie zowel kwel- als hemelwater. “Vergeet niet, het water blijft daar heel gemakkelijk staan omdat er een metersdiepe laag keileem ligt”. zegt hij. En hij memoreert dat er inmiddels drainage is aangelegd om al dat regen- èn kwelwater naar het Winschoterdiep af te voeren.


Boog van Heemwerd

3 flags & 3 men ,  groningen 14-07-2005

Reyer Boxem maakte eergister deze foto van een rij nieuwe woningen aan de Boog van Heemwerd, bij het Reitdiep, de kant van Dorkwerd op. Ik kreeg wat heet ‘een schok der herkenning’, want qua architectuur lijkt deze nieuwbouw sterk op de oudbouw van rond 1900 waarin ik zelf woon, in de Groninger Oosterpoortwijk. De Heemwerder woningen staan namelijk in een gekromde rij, net als veel woningen in mijn omgeving. Bovendien zijn ze om en om van een andere kleur baksteen opgetrokken en hebben ze puntdaken met dwarskappen, net als bij ons in de Oosterpoorter revolutiebouw.

Grappig is dat de projectontwikkelaar de Heemwerder woningen ook aanprijst in termen die bij uitstek opgeld doen voor mijn buurt. “De lichte boogvorm waarin de rij woningen is opgesteld”, zegt hij, “geeft ze enige geborgenheid onderling”.

Dat elke woning een eigen topgevel heeft, zorgt volgens hem voor een “speels en vriendelijk” beeld. “In de detaillering van de woningen is de eerlijke traditie van de originele Groninger bouw doorgezet”, aldus nog steeds de projectontwikkelaar. Daarom hebben ze dakpannen, zinken goten, standaard een arkeneel, verschillende kleuren stenen en metselwerk in de gevels en houten kozijnen met schuiframen. Allemaal net als bij ons in de Oosterpoort.

Het gekke is: twintig jaar geleden was dergelijke nieuwbouw bij ons niet aan de orde. Toen een deel van onze revolutiebouw in het zogenaamde zwarte gebied tussen de Nieuwstraat en het Winschoterdiep, gesloopt moest worden, en daarvoor nieuwbouw in de plaats kwam, wilden de bewoners graag de vertrouwde rode bakstenen gevels en de puntdaakjes terug, vooral ook omdat zulke nieuwbouw goed in de omgeving paste. Maar daar kwam niets van in. De gemeente wilde het niet. En dus ging onze nieuwbouw bestaan uit foeilelijke witte schimmelflatjes met platte daken, die nog steeds verschrikkelijk in hun omgeving detoneren.

De Heemwerder woningen moesten iets van 170.000 euro per stuk doen, wat niet echt duur is, vergeleken bij de huidige prijzen in de Oosterpoort. De economische argumenten die de gemeente indertijd hanteerde waren dus ook nep, blijkt achteraf. Maar achteraf kijk je een aap in de kont, zeggen ze in Drenthe.

Voor het ontwerp van de Boog van Heemwerd tekende Francine Oving, een vrij jonge architecte, die nog niet zo lang geleden in Eindhoven afstudeerde. Ze is dochter en firmant van de Theo Oving van Oving Architecten die in de Oosterpoort ook nogal wat sporen heeft nagelaten, qua nieuwbouw en renovatie. Kennelijk heeft ze haar ogen goed de kost gegeven, indertijd, als ze met vader meeging.

Website Reyer Boxem (warm aanbevolen).


Bruggetje kaduuk

trompbrug dicht

Sinds gistermiddag is het Trompbruggetje gestremd. Volgens de visboer die er met zijn kraam naast staat wilde de brug niet verder dicht, na een doorvaart. En dat terwijl de brug een paar jaar geleden nog geheel opgeknapt is. Het muurwerk van de ronde zuil waarop het geheel berust, zag er trouwens ook niet al te degelijk meer uit. Dus wat voor aannemer de gemeente daar aan het werk heeft gehad?


Vanochtend in de Mauritsstraat