Nieuw oud wandbord van Tiktak

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Gezien bij Tante Til te Enumatil: dit emaille reclamebord van Tiktak. Ik kende het niet, wel een ander bord, en ze legde me uit dat het geen antiek bord was, maar een remake, uitgegeven door Segafredo, de Italiaanse firma die Tiktak rond 1990 overnam. Volgens de giftshop van Tiktak/Segafredo moet je er 750 Tiktakjes voor inleveren. Particuliere liefhebbers moeten dus nog even sparen.

Meer over Tiktak op dit weblog:


De Grouwelderij als koemelkerij zonder land (1921)

Geplaatst op 26 mei 2011  h

In de beschrijving van de Grouwelderij zoals die op 11 en 15 januari 1921 in de kranten stond vallen op het kantoor, de als woonkamer ingerichte stookhut en de capaciteit van de nieuwe stallen, waar maar liefst 40 koeien kunnen staan. Op geen enkele wijze wordt er verwezen naar een horecafunctie en -verleden van het goed. Maar voor een koemelkerij zit er wel wat weinig land bij – helemaal niets. De kopers mogen hopen dat ze dat los in de omgeving kunnen pachten.

Het hoogste bod op de veiling was 8075 gulden en kwam van de oud-moesker Freerk Nienhuis uit Groningen, die voor zijn zoon, de Groningse koemelker Jacob Nienhuis en diens vrouw bood, Volgens hun dochter Reinie moesten haar ouders weg van een stadsboerenplaats aan de Hereweg. De Grouwelderij had al eerder eens te koop gestaan,

“…maar toen leek het ze niets. Er zou zich nog wel wat opdoen, dachten ze, maar dat bleek niet zo te zijn en het liep al aardig naar mei toe. Toen hebben ze het alsnog gekocht, maar er 1000 gulden meer voor moeten betalen.”

Haar moeder had dit haar eens verteld. In dit geval spoort de overlevering met de historische feiten, want de verkoper – Willem Kamps, een boer uit Hoogkerk – had de Grouwelderij nog geen maand eerder gekocht voor 7000 gulden. Hij maakte dus een mooi winstje, na aftrek van de veilingkosten.

Bronnen, afgezien van de krant: RHC Groninger Archieven, notarissen Groningen standplaats 27 (toegang 1876) inv. nr. 441 en 442, notaris J. Offerhaus Wzn. akten 12860 en 12908 de dato 28 december 1920 en 20 januari 1921.

De foto is genomen van een microfiche-lezer. Hoop deze nog te vervangen door iets scherpers.


Poging tot dijkdoorbraak, Paddepoel

 

Leeuwarder Courant 14 augustus 1911:

Geplaatst op 17 mei 2011  a

Leeuwarder Courant 17 november 1911:

Geplaatst op 17 mei 2011  b

Leeuwarder Courant 1 december 1911:

Geplaatst op 17 mei 2011  c

 


‘Gebouwd met naadlooze stalen buizen’

Vooroorlogs reclamefilmpje van Fongers, gepost door het GAVA:


“Stap nu weer flink en kregel, door likdoornzalf ‘de Egel'”

Groningens fabrikaat, op meerdere adressen gemaakt, op de markt vanaf ongeveer 1920 tot ca. 1960:

Geplaatst op 8 mei 2011  a

Geplaatst op 8 mei 2011  b


De Grouwelderij op oude ansichten

Bij de Grouwelderij op bezoek geweest en daar mijn logjes op papier heengebracht, zodat ze ze daar ook kunnen lezen. Heb twee oude ansichten mogen fotograferen die er ingelijst aan de wand hingen.

De Grouwelderij in haar laatste herberggedaante van even voor 1936 (toen het voor- of woonhuis opnieuw, maar groter werd opgetrokken):

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het huis heeft een doorlopend dak met wolfseind. Links zie je de dubbele deur van de doorrit. Er zit een flauw boogje boven, wat doet vermoeden dat deze voorgevel dateert van 1870, 1880. Voor het dubbele raam van het woongedeelte staat een steenperenboom. Via de enkele deur rechts kwamen de klanten de kroeg binnen, die in het kamertje rechts van de deur gehuisvest was. Deze had een aparte schoorsteen en dus haard.

Reini herinnerde zich nu ook dat in het bovenlicht geschilderde letters hadden gezeten, die aangaven dat de Grouwelderij een herberg was. Ze had ze niet met eigen ogen gezien, haar moeder had dat wel eens verteld. De letters waren weggeschrapt, maar als de zon op een bepaalde manier in het bovenlicht scheen, kon je de tekst nog lezen. Volgens haar hadden haar ouders  echter nooit getapt en waren de Van Dijkens de laatsten gweest die er alcohol schonken. In het boek over boeren in Paddepoel staat dat verkeerd, volgens haar. Ze merkte op dat er in de winter van 1920 op 1921 een advertentie met de Grouwelderij in de krant had gestaan – waarschijnlijk in het Nieuwsblad – voordat haar ouders de plaats kochten. De koopakte, die ze helaas kwijt is, zou bij de notaris verleden zijn voordat ze de plaats betrokken – dat zal dan in maart of april 1921 geweest zijn.

Haar vader, Jacob, kortweg Jaap Nienhuis op zijn melkslijterswagen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

In de bussen zat bijna alleen maar melk, geen zoepen of karnemelk, want die werd weer door anderen verkocht. Maar soms, als er vraag naar was, verkocht haar vader ook wel zoepenbrij of karnemelksepap. Die haalde hij dan van een klein melkfabriekje aan het Hoendiep (De Volharding?). De wilgenboompjes voor de nieuwe gevel zijn nog niet zo groot, ik denk dat de foto van omstreeks 1938 dateert.

Toen Reini het fragment van de stafkaart zag, gaf ze aan dat boerderij waar nu de moskee in zit, ten zuiden van de Selwerderhof, ooit van de oom van ome Klaas is geweest. Op de boerderij daarnaast, waar je nu de wijkpost van openbare werken hebt, zat Pieter van Dijken  en de boerderij daar weer naast, die gesloopt is, daar zaten de grootouders van oom Klaas.

 


De functies van de Grouwelderij

Ik heb hier een lijst neergezet van de bewoners van de Grouwelderij en hun beroepen, waarmee ook iets te zeggen valt over de functies die het huis gehad heeft.

Mijn conclusie luidt dat het begin 18e eeuw waarschijnlijk al een herberg was. De boedelinventaris van 1763 laat zien hoe zo’n tapperij gecombineerd werd met een klein boerenbedrijf en een soort van taxi-onderneming met een enkele sjees. Echt expliciet genoemd wordt de herbergfunctie vanaf 1783.

De eerst bekende hoofdbewoners uit de 19e eeuw gaven allemaal tapper als hun hoofdberoep op. Vanaf 1871 wordt dat echter landbouwer en landgebruiker, en vanaf 1887 koemelker, veehouder en melkslijter. Maar ook dan hebben deze hoofdbewoners voorlopig nog steeds vergunningen tot het verkopen van sterke drank op hun naam staan. Pas vanaf 1898 zijn die vergunningen niet meer terug te vinden. Toch wordt er ook dan nog wel geschonken in de Grouwelderij, die daarmee evolueerde van een officiële herberg of tapperij tot een stille knip.

Eerdere stukjes over de Grouwelderij:

 


Vröngelhoezen mit vröngeltoenen

Geplaatst op 1 mei 2011 vrongelhoezen

Onlangs was er op de site van de Groninger Internet Courant enige discussie of de Oude Nadorst wel ooit een herberg is geweest.

Ik meen van wel. In de eerste helft van de 18e eeuw was het net als de Grouwelderij het eigendom van brouwers, bovendien noemde een uitbater van begin 19e eeuw zich kastelein.

In de collectie Lonsain bij de Groninger Archieven bevindt zich bovendien bovenstaand knipseltje (dat je kunt vergroten door erop te klikken). Helaas had Lonsain niet de gewoonte om zijn knipsels te dateren, maar gezien een datum van een iets oudere Staatscourant op de achterkant en de daarop eveneens aangekondigde predikbeurten van enkele predikanten die weldra met emeritaat zouden gaan, is het te pinnen op de eerste helft van de jaren 1930. De beschreven situatie – “voor een zestigtal jaren” – gaat dan op voor de periode omstreeks 1870, zeg maar de tijd van vlak voor de ontmanteling van de Groninger vestingwerken, en eerder.

In die periode, medio 19e eeuw, namen Groningers op zondagen met mooi weer dus graag de kuierlatten door de Boteringepoort, langs de Moesstraat met zijn Noorderbegraafplaats naar de Oude Adorperweg, waar ze zich in uitspanningen als de Nadorst tegoed deden aan ‘vröngel’, ‘wrongel’ of ‘diksoepen’, oftewel gestremde melk – wij zouden zeggen: kwark.

Getuige het WNT-lemma wrongel waren zulke wrongelhuizen vooral bekend aan de andere of zuidkant van het stadsgebied’, waar mensen nog veel vaker heengingen op hun zondaagse uitstapjes. Klik bij dit lemma maar eens op het vierkantje voor de samenstelling ‘wrongelhuis’.

Zulke ‘vröngelhoezen’ buiten de Herepoort – dat wil zeggen langs de Hereweg – waren volgens Molema dan wel geen logementen, maar toch wel degelijk herbergen – een term waarbij het verschaffen van logies voor hem kennelijk niet de eerste connotatie was.

In allerlei bronnen uit de 18e eeuw kom je de wrongelhuizen al tegen. Er lagen grote tuinen bij met koepeltjes en priëlen, waar de ouwelui met speciale wrongellepels de koele wrongel met suiker, honing of likeuren uit hun wrongelkommen schepten, terwijl hun koters zich vermeiden op wipwap en schommel.

Rond 1900 was een van de bekendste wrongelhuizen ten zuiden van de stad nog dat van Vorenkamp in Helpman. Tegenwoordig ligt daar een gelijknamig tennispark, waar de Cream Crackers hun wedstrijden spelen, maar indertijd had je daar dus een ‘vröngeltoene’ met speeltoestellen en zelfs een heus doolhof.  Stadshistoricus Beno Hofman wijdde er een paar jaar geleden een uitzending aan, en beschreef de ontstaansgeschiedenis tevens voor het Verhaal van Groningen.

Bron van het knipseltje: RHC Groninger Archieven, toegang 1687 collectie Lonsain, inv. nr. 177.


Schandesteen

1598, 11 mei

“Deechtrochache interdiceert ende verboeden hoer mit lese, wicherie ende diergelijcke onbehoerlike handel neet meer tho beholpen ende dat bij straffe an den kaeck t’staen ende den schandesteen tho draegen.”

Het betreft hier een verbod aan iemand, wier naam nogal verhaspeld lijkt, om zich met handlezen, wikken etc, bezig te houden, op straffe van aan de kaak gezet te worden met de schandesteen aan de hals.

1601, 18 augustus

“Teete N. ende Anneke Peters van Essens sint ter cause hoer ontuchtige levent mit de schandesteen an de kaeck gesattet ende voerts durch den scharprichter ther poorten wuthgelet ende hoer der stadt ende stadtsgebede bij lijffstraffe verboeden.”

Twee vrouwen zijn vanwege hun bandeloze leven met de schandesteen aan de kaak gezet en vervolgens door de scherprechter (=beul) de stad uitgeleid, Als ze zich hier nog eens durven vertonen, ondergaan ze een lijfstraf, aldus het stadsbestuur.

Ik had er nog nooit van gehoord, kennelijk raakte het in de 17e eeuw in onbruik, maar de stad Groningen kende daarvoor een schandesteen. Volgens de Friese Wikipedia kregen mannen en vrouwen van een verkeerd levensgedrag die met een beugel aan de hals, als ze aan de kaak stonden. De Woordenschat van De Beer en Laurillard uit 1899 noemt middeleeuwse voorbeelden uit Frankrijk:

“Soms stelde bij kwaadspreeksters die steen een reusachtig vrouwenhoofd voor, met uitgestoken tong; of ook een honde- of kattekop.”

Net als in Leeuwarden is er in Nijmegen nog een schandsteen bewaard, zo leert hetzelfde woordenboek bij het lemma steendraagsters:

“(Middeleeuwen) vrouwen, die, schier naakt, wegens laster, een zwaren steen aan een ketting om den hals bevestigd, door al de straten der stad moesten dragen; waarbij het belangstellend publiek een afschuwelijke ketelmuziek maakte. Op het Stadhuis te Nijmegen vindt men in de Gemeenteverzameling nog den schandsteen: een zwaren steenen bal, rood en zwart geverfd, met een ketting aan een ijzeren halskraag, als straf voor ontuchtige vrouwen; ao. 1618.”

Een plaatje van de IJsselsteinse exemplaren staat hier. Zeeuwse zijn elders te vinden.

Bron voor de Groninger citaten: het Diarium Julsing, zoals het getranscribeerd is door Duco Kuiken.


De Grouwelderij omstreeks 1700

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Op een kaart uit 1675 van de Paddepoelsterweg, gemaakt door een landmeter Bierum, vond ik de tot nu toe oudste vermelding van De Grouwelderij. De tochtsloot en de Kloosterlaan, iets zuidelijker gelegen, bestaan ook nog steeds.

Het Kloosterlaantje voert tegenwoordig naar een uitkijktorentje, dat uitzicht biedt over De Huppels, dat zijn de welvende weidegronden waaronder zich de restanten van het middeleeuwse kasteel Selwerd bevinden. Mijn achterneef en zijn achternicht, woonachtig op De Grouwelderij. vinden dat Kloosterlaan maar bedenkelijke nieuwlichterij, omdat zij het landweggetje vanouds als ‘dodenlaantje’ kennen – voor de komst van het Van Starkenborghkanaal gingen hier namelijk de doden langs, op weg naar het kerkhof van Noorddijk. Maar wat betreft die nieuwvorm blijken deze zegslieden van mij dus ongelijk te hebben. Waarschijnlijk heeft de gemeente Groningen, voordat ze het straatnaambordje hier plaatste, een stadshistoricus geraadpleegd.

Wat me tegenviel was het vignetje waarmee landmeter Bierum de Grouwelderij aanduidde. In zijn visie was het niet veel meer dan een hooischuur. Een klein eindje oostelijker, daar waar de Oude Adorperweg het Selwerderdiepje (een voormalige Hunzeloop) kruiste, gaf hij wat meer cachet aan een andere boerderij-herberg, de Nadorst:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Door het verschil tussen die vignetjes twijfelde ik zelfs even aan de herbergfunctie van de Grouwelderij, waarmee dan ook de naamsverklaring op losse schroeven zou komen te staan. Aan die twijfel kwam vandaag evenwel weer een eind, dankzij de ontdekking dat de Grouwelderij èn de Nadorst in de eerste helft van de achttiende eeuw het eigendom waren van een en dezelfde brouwer, namelijk Hendrik Ottinga van brouwerij de Sleutel, waarvan het pand nog steeds aan de stad-Groninger Noorderhaven staat. Net als collegae van toen en brouwers van nu, bezat Ottinga meerdere herbergen, waaronder deze twee. Zo was men verzekerd van de bier-afzet.

Bronnen:

De kaartfragmenten komen uit de kaart van het gebied buiten de Groninger Boteringepoort, met name de Paddepoelsterweg, door landmeter Bierum (1675), RHC Groninger Archieven toegang 817 (kaartencollectie RAG), inv. nr. 1257.

Documentatie bezit Ottinga: de boedelscheiding uit 1722 van Roelof Lanckhorst (RA III x deel 99 fo 148); en de boedelinventaris uit het archief van de Groninger Weeskamer 1757-10 (alles op microfiche geraadpleegd).


Jaagerslied (1799)

Jagertjes stelt u maar in ’t rond,
Ik zal u wat verhalen in een korte stond,
Ons patenten zyn hier al,                   bis
Wy maaken een bly geschal,
Wy verlaaten Groningen nu al,
Roep maar viva overal.

Wy hebben met vreugde zo meenig een nagt
By de Groninger meisjes doorgebragt,
Wy zyn jagers vol van moed,              bis
wy hebben verteert ons geld en goed
By die Groninger meisjes zoet
Wy verlaaten haar met spoed.

Grietje en Lysje is er voorwaar niet mis.
Daar haar zuster een van de grootste is
Die liet haar ’s avonds laat,                  bis
Zoenen op de straat
Van een jager maar van geen soldaat,
In de Bemtem straat.

Poppetje is er voorwaar niet bon,
Daar zo menig een Jager van ons battaljon,,
Heeft gehaald een kwaade naem          bis
By dat meisje wil verstaan,
En daar konnen wy het kryge gedaan,
Om de glaase in te slaan.

Wel Jager hoe spreek jy nu zo asstrant
Nu jy heb geblust jou minnebrand,
Met uw verlydende tong,                      bis
Heb geplukt myn magedom,
Jy gaat heen en komt nooit weerom,
Nu gy hebt geplukt myn blom.

Wel meisje dat is er voor jou wel bon,
Anders zou gy vergeeten ons braaf battaljpn,
Komt daar een kleintje van,                  bis
Wy stooren ons daar niet an,
Maake er een student tot vader van,
die het mentineeren kan.

Sa muzikanten wil de mars maar blazen
En wil de vaandels haalen gaan,
Breng ze met plyzier,                            bis
Voor ons bataljon alhier,
Wy vertrekken liever als blyve hier ,
Wy zyn jagers van plyzier.

Zo gaane wy de Scheerpoort uit,
En de meisjes leijen ons al voor uit
Zy hebben ons uitgely gedaan,              bis
Tot aan een dorp wil verstaan,
En daar moesten zy blyve staan,
Met haar oogjes vol getraan.

Dit “Jaagerslied’  vindt men in De vrolyke Nederlander, zingende met zyn incréable meisje de hedendaagsche liederen, een bundeltje dat anno 1799 te Amsterdam verscheen en waarvan het enige bekende exemplaar in de KB bewaard wordt. Helaas staat er geen melodie bij het lied, alleen dat het “op een aangenaame wijs” moet worden gezongen.

In het lied staan jagers – infanteristen die wat beter met wapens konden omgaan dan andere voetsoldaten en daarom werden ingezet bij snelle manoeuvres – op het punt van vertrek uit hun tijdelijke garnzoensstad Groningen. Met enig genoegen zien ze terug op hun veroveringen onder de vrouwelijke kunne aldaar. Ze hebben wat meisjes bezwangerd. en omdat ze niet wilden trouwen, leidde dat tot een slechte naam, die ze gewroken hebben door wat glazen in te slaan. Als de meisjes geen ongehuwde moeders willen worden moeten ze maar studenten als vaders aanwijzen, die kunnen zulke kinderen beter onderhouden dan jagertjes van plezier.

In het eerste en tweede couplet wordt Groningen duidelijk aangewezen als plaats van handeling. Vandaar dat Tjaard de Haan, die het lied in zijn Prisma-bundel Straatmadelieven (1957) opnam, gewaagde van “dit zo plaatselijke lied”. Van De Haan is bekend dat hij nog wel eens veranderingen wilde aanbrengen in oude lied-teksten. Ook in dit Jagerslied voerde De Haan wat wijzigingen door, de meeste puur redactioneel en volstrekt te billijken, alleen maakte hij van de Scheerpoort de Steenpoort. Een Scheerpoort bestond er indertijd niet in Groningen, en een Steentilpoort wel, vandaar wellicht. Maar als er dan toch geredigeerd moest worden in de richting van dat Groningen, zou ik er Heerpoort van gemaakt hebben, of liever nog: Herepoort.

Helemaal raadselachtig is de Bemtemstraat. Die bestond net zomin als een Scheerpoort, maar in tegenstelling tot de Scheerpoort valt er van Bemtemstraat nauwelijks iets te maken. Qua straatnaam komt Boteringestraat nog het dichtst bij, maar blijft dan nog heel ver weg. En in de Herestraat was er weliswaar een herberg met de naam Benthum (=Bentheim), maar die herberg bestond alleen in de eerste helft van de zeventiende eeuw, toen er nog helemaal geen jagers waren als leger-onderdeel. Bovendien is er, voor zover bekend, geen steeg naar die herberg genoemd. iets wat wel bij andere herbergen het geval was..

De verbastering en het raadsel in aanmerking genomen. zet ik mijn vraagtekens bij de toeschrijving naar Groningen. De couleur locale is te mager. Wellicht koos de – matige – tekstdichter alleen voor Groningen omdat het hem beter uitkwam. Dat de struise Groninger maagden en bloc voor jagers vielen, is dus tamelijk twijfelachtig. Hoe graag de jagers dat ook mochten geloven.


Russische kaart van Groningen

Al heb ik hier wel eens een Pravda gekocht, begin januari 1974, met het konterfeitsel van een blije Breznjev erop, ik kan me niet herinneren dat hier toen ook echt Russen rondliepen. Later wel, maar dat is een andere zaak. Ondanks het gebrek aan Russen echter, was er medio jaren zeventig een gedrukte kaart van Groningen met alle straatnamen in het Russisch. De hier nauwelijks voorkomende Russen kenden dus uitstekend de weg.

Via


Van aaltrekken tot en met zwilkfabricage

Opnieuw zijn er enkele bestanddelen uit de verzameling Duco Kuiken (Groninger Archieven toegang 1700) op het web gezet:

  • inv. nr 8 – 10: Funny Noises – Het betreft een kaartenbak met meldingen van allerlei maatschappelijke verschijnselen in de stad Groningen, van aaltrekken tot en met zwilkfabricage. Via deze kaartenbak kan je bronnen vinden die anders praktisch onbereikbaar zijn, omdat deze verder nauwelijks op thema toegankelijk zijn gemaakt.
  • inv. nrs. 18 – 20: Bronnen voor onroerend goed in de stad in de 17e en 18e eeuw, hoofdzakelijk gegroepeerd op straatnaam (alfabetisch, van A tot Zwanestraat). Deze toegang, die vooral naar verzegelingen (notariële akten) leidt, maar ook wel naar processen, faillissementsveilingen etc.  is onontbeerlijk voor het reconstrueren van de economische functies en eigendomsverhoudingen van vastgoed. Ik heb er jaren geleden al dankbaar gebruik van gemaakt voor het gebied rond de Oosterweg en het Winschoterdiep.

Via


Klompien over de veemarkt etc. (1991)

Op de website van de stichting Beeldlijn staat tegenwoordig een zoekpagina, waarmee je kunt zoeken in enkele duizenden filmfragmenten. Daarbij zitten ook talrijke gekillde darlings die de documentaires van deze stichting niet gehaald hebben. Zo vond ik met het trefwoord Oosterpoort een stuk interview met Marten Klompien over de veemarkt en de Brink uit 1991. Ik weet niet of deze de film over de schilder haalden, ik zal dat zeer binnenkort eens nazien, maar hij heeft in elk geval weinig op met de architectuur die vanaf medio jaren tachtig in deze omgeving verrees. Waarbij hij mijns insziens de detaillering in de gevels van de Koolhaas-flats over het hoofd ziet. Wat me dan weer een beetje van hem tegenvalt.

Ook leuk: het fragment waarin Dick Leutscher en zijn vrouw onder meer vertellen hoe ze al Sinterklaasliedjes zingend met Henri de Wolf in bed lagen. Dat heeft zeer beslist niet de docu over De Wolff gehaald.

 


Nadere toegangen van Duco Kuiken online

Iets voor de liefhebbers. Onlangs heeft RHC de Groninger Archieven enkele nadere toegangen uit de verzameling van Duco Kuiken met pdf’s online gezet. Kuiken werkte, tot hij door de MS niet langer kon, voortdurend aan het toegankelijk maken van bronnen uit het oude stadsarchief. Weliswaar was zijn materiaal op de studiezaal van de Groninger Archieven opvraagbaar, maar zo bleef het helaas te onbekend. Met het online zetten kan de onderzoeker nu meteen zien, hoe vaak een bepaalde persoon of zaak in de door Kuiken verwerkte bronnen voorkomt.

Vier voorbeelden:

Zoeken op mijn held AJ de Sitter levert hier op dat hij in 1767 rentmeester der venen werd, in 1781 raadsheer, en in 1783 drost van het Oldambt, uit welke functie hij in 1788 werd ontslagen wegens zijn patriotse opvattingen. Dat hij later nog een keer baas over het Oldambt werd, staat er niet bij, maar dat is ook logisch, aangezien de stad toen (na 1798) haar macht over die streek kwijt was. Hij werd toen dus door een andere instantie benoemd.

Hierin komen bijvoorbeeld alle poortiers van de Oosterpoort voor. Behalve voor de laatste jaren, toen die portiers geen tractement meer kregen en zich moesten bedruipen van de poortgelden. Overigens bleek mijn held A.J. de Sitter in 1796 syndicus van de stad.

Van Aardappelbeurs tot Zijdeweverij, verreweg de meeste bekende huisnamen komen hierin voor. Hoewel Kuiken hier een overstelpende hoeveelheid materiaal in verwerkte, vooral uit de verzegelingen van de stad, is de lijst toch niet uitputtend. Volgens mij zou het echter een uitstekende basis kunnen vormen voor een wiki, waaraan archiefbezoekers hun eigen aanvullingen doorgeven.

Met alle ondernemingen die dat jaar in de stad actief waren, zoals de stoffenverver Eerelman, de geweermaker Wolfgram, en de zilversmid Crone.

(En nu maar hopen dat de linkjes doorkomen. Bij mij in eerste instantie niet, reden om de laatste versie van de Acrobat Reader te downloaden, waarna het allemaal weer prima werkte.)