Geheelonthoudershoreca

Bij het opruimen vond ik een paar velletjes met advertenties terug, die Boekito ooit aan mij gaf. Ze komen uit Jonge Kracht, het blad van “den Kweekelingen Geheel Onthouders Bond”. Waarschijnlijk de jaargang 1934, omdat er sprake is van een spellingshervorming. De redactie werd gevoerd door een Sjoerd Rijfkogel uit Zwolle, wat je goed kunt merken aan die advertenties, want zeven daarvan kwamen uit die plaats. Ook zeven kwamen er uit Zutphen, en zeven uit Groningen. Dat waren dan de plaatsen waar de kwekelingen-geheelonthouders het meest zullen hebben geworven.

Tien advertenties zijn voor kleding en schoeisel, tien andere voor muziekinstrumenten, negen voor fietsen en negen voor droge kroegen, d.w.z. alcoholvrije horeca. Juist in dat laatste segment scoorde Groningen hoog. Het was voor jonge geheelonthouders uit 1934 blijkbaar de plek om per fiets op vakantie heen te gaan, om er het bucklertje van dat jaar te drinken. Ze konden kiezen uit de volgende zich beleefd aanbevelende zaken:

Geplaatst op 19 januari 2011  a

Geplaatst op 19 januari 2011  b

Zie ook


De Groninger Billy Turf

Billy Turf was in de jaren zestig een stripfiguur uit de Sjors. Het betrof een enorm dikke jongen, die het op zijn Engelse kostschool voortdurend aan de stok had met de graatmagere meester Kwel.

De naam Billy Turf sloeg ook over op reëel existerende figuren met een neiging tot corpulentie of obesitas. Zo bijvoorbeeld een nors overkomende man, die met een soort van gele bakfiets met zijkleppen bladen rondbracht in onder andere de Professorenbuurt, en wellicht ook elders in de Korrewegwijk.

Voor een verhaal dat hij wil schrijven, zoekt een lezer van dit weblog, afkomstig uit die buurt, nu naar gegevens over de Groninger Billy Turf. Zijn er mensen die iets meer weten over deze figuur? Een foto zou helemaal geweldig zijn.

Alvast bedankt voor de reacties, hieronder dan wel per mail!


Het leek hier wel de omgekeerde wereld

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bij het opruimen van mijn keukenkast vond ik achter een al jaren niet meer gebruikte voorraadbus deze rijksdaalder. Er staan twee koninginnen op: Juliana en Beatrix. De munt is geslagen vanwege 30 april 1980, toen de kroning van Beatrix plaatsvond, terwijl Juliana tegelijkertijd afstand van de troon deed.

In Amsterdam ging het er die dag, zoals bekend, heet aan toe. Vooraf hingen er overal in die stad affiches met het motto ‘Geen Woning, Geen kroning’. Deze waren op de zeefdrukkerij van het Groningse Open Jongerensentrum Vera gedrukt. Op internet zie je alleen maar het exemplaar van Beatrix met een half gesloopte flat op de achtergrond, maar er was er ook nog een met allemaal bommetjes. Achteraf glommen de makers van trots dat hun affiches tot de geschiedenis hadden bijgedragen. Wel moest het naar buiten toe liever geheim blijven dat die posters van Vera kwamen.

De politieke vleugel van het kraakwezen, de Kraak Organisatie Groningen (KOG), had zijn hoofdkwartier in Vera. Al weken liepen de KOG-bobo’s zich daar te verheugen op Koninginnedag. Ze hadden hun zinnen gezet op de Faun, op de hoek van het Zuiderdiep en de Herestraat. Dat complex stond weliswaar al geruime tijd leeg, maar er hadden in de krant ook berichten gestaan dat kunstinstellingen als de Arthoteek erin zouden komen. Op de hoogte gesteld van die berichten, wilden de KOG-bazen echter van geen afblazen weten. De demonstratieve kraakactie ging dus door.

Aangezien ik als een van de weinigen tegen de actie gewaarschuwd had, was ik niet van plan me in de Faun te laten vinden. Ik bleef lekker op Vera. ’s Middags drongen er echter geluiden door, dat er een broeierig-agressief sfeertje rond de Faun ontstond. Dit door toedoen van Z-siders en andere voetbalsupporters die in een van de achterliggende straten een hang-out hadden. Een groepje mensen uit Vera ging alsnog naar de Faun om de bezetting te versterken, Uit nieuwsgierigheid ging ik mee.

In de Faun was de sfeer ongelooflijk opgefokt en paranoïde. Mensen ijsbeerden er rond met helmen op en dikke stukken hout in hun handen. Later die middag escaleerde de situatie. Er vloog van buitenaf een partij stenen door de ramen. Een van de krakers, ene Hans, een junk, werd aan zijn hoofd geraakt. Deze martelaar van de goede zaak is – meen ik – per ambulance afgevoerd.

Of iemand van binnen de politie te hulp vroeg, dat weet ik niet, maar zo stond het naderhand wel in de krant. In elk geval zagen we vanaf de bovenste verdieping hoe de Mobiele Eenheid het Zuiderdiep schoonveegde. Terwijl in Amsterdam krakers en politie slag leverden, beschermde in Groningen de politie de krakers. Het leek hier wel de omgekeerde wereld.

In De Faun bleef het de hele avond nog onrustig. De kamers werden verdeeld onder de mensen die er wilden blijven wonen. Maar daar werd niet geslapen. Dat gebeurde collectief, in een grote ruimte die niet bereikbaar was voor de stenen van buitenaf.


De erfenis van een vuurwerkmaker

Geplaatst op 31 december 2010  a

Begin juli 1797 overleed de vuurwerkmaker Francois Foucque “op reize met negotie, binnen Leeuwarden”. Zijn thuisbasis was de stad Groningen, waar hij wel wat vastgoed bezat, maar woon- en werkruimte huurde van een schoolmeester aan het Lage der A, bij wie hij mogelijk ook in de kost was.

Omdat ze niet wisten hoe zijn zaken ervoor stonden, vroegen zijn Groninger erfgenamen het beneficium inventarii aan, oftewel het voorrecht van boedelbeschrijving, zodat zij de aanvaarding van de erfenis konden laten afhangen van het saldo, positief of negatief. Daarom werden Foucque zijn spullen geïnventariseerd, waaronder ook de materialen en gereedschappen die hij nodig had voor zijn beroep. Het leek me wel eens aardig, om dit lijstje op een oudejaarsavond te reproduceren:

  • 1 grauwpapieren zak met kruit gevulde pijpjes voor kanonnen
  • 1 vat met gemaakte en ongemaakte vuurwerken
  • 1 open kistje met zwavel als anders
  • 3 blokken tot het maken van vuurwerken
  • 4 pakken zwermpapier (voor voetzoekers, HP)
  • 1 open kist met gemaakte en ongemaakte vuurwerken
  • 1 dito met gereedschappen van onderscheiden zoort en vuurradjes
  • 1 vatje met gezifte houtskool
  • 7 kruitteemsen (teems = fijne zeef HP)
  • 1 werktafel tot het vervaardigen van vuurwerken
  • 1 korf met gereedschappen tot het maken van vuurwerken
  • 1 marmer mortier (= soort vijzel)
  • 1 ijzeren vijzel met dito stamper
  • 1 bosje stokken
  • 3 ijzers tot vuurwerken
  • 1 zak met grof kruit pl.m. 50 à 60 lood
  • 1 zak met grof kruit pl.m. 60 lood
  • 1 open kist met pijpjes tot vuurwerken en lugtballen
  • 1 leeren sak tot berging van kruit
  • 1 vat met kruit pl.m. 40 lood
  • 1 vatje met snippels papier
  • 1 bak met onderscheiden gereedschap
  • 2 vlesjes met vijlsel van staal
  • 1 bak met 4 lederen sakken
  • 1 bos pijpjes tot vuurradjes
  • 1 langwerpig bakje met lond
  • 1 lange kist met houten machines behoorende tot het maken van vuurwerken
  • 1 glas met vijlsel
  • 1 volledige draaibank geheel los uit elkander
  • 1 folio boek over de draaikonst met platen

(Ik ben er niet helemaal zeker van of de laatste twee items tot de vuurwerkmakerij behoorden.)

NB: In de achttiende eeuw mochten Groningers eigenlijk alleen vuurwerk afsteken met Gronings Ontzet. Lokale vuurwerkmakers waren er niet veel en iemand als Fouque moest zijn inkomen kennelijk uit een hele ruime regio halen.

Bron: RHC Groninger Archieven, toegang 1534, Volle Gericht van de stad Groningen, inv. nr. 921 (10 juli 1797)


Schoolmeesters en hun vakanties

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

In 1756 hadden de meesters van de twee stad-Groninger armenscholen vakanties van de kerstdagen tot 2 januari, en verder in de paasweek, in de pinksterweek, en van 20 juni tot en met 20 juli.

Al met al zeven weken. Dat lijkt nu wellicht weinig, Maar het was veel in de tijd dat men zes dagen in de week werkte van zonsopgang tot zonsondergang. Alleen heren namen toen vakantie.

Zo bezien had het Groninger stadsbestuur het goed met de meesters voor.


Schoolmeesters en hun vakanties

Meesters en vakantie 

In 1756 hadden de meesters van de twee stad-Groninger armenscholen vakanties van de kerstdagen tot 2 januari, en verder in de paasweek, in de pinksterweek, en van 20 juni tot en met 20 juli.

Al met al zeven weken. Dat lijkt nu wellicht weinig, Maar het was veel in de tijd dat men zes dagen in de week werkte van zonsopgang tot zonsondergang. Alleen heren namen toen vakantie.

Zo bezien had het Groninger stadsbestuur het goed met de meesters voor.


Een lijstje Groninger huisnamen van 1766

Geplaatst op 16 december 2010 koning polen  a

In 1765 was de verdeling van de lantaarns onder de twaalf Groninger lantaarnopstekers zo ongelijk, dat het stadsbestuur besloot een nieuwe verdeling te maken. Daarbij kreeg iedere lantaarnopsteker ongeveer 35 lantaarns toegewezen. Nauwkeurig werd ieder zijn ‘pand’ omschreven, met een looproute van lantaarn tot lantaarn. De meeste lantaarns bleken te staan voor de huizen van meer gegoede ingezetenen. Tussen hun dure familienamen door worden echter ook wel eens huisnamen genoemd. Deze staan hieronder op een rijtje met de huidige straatnamen en (voor zover mij bekend) de functie die de aangeduide panden eertijds hadden.

  • Het Wapen van Drenth – Schuitendiep oz. tussen Oudeweg en Pluimersgang.
  • Het Klokhuisje – Tussen Steentilpoortenboog en ’t Kleinpoortje. Hierop stond een dakruiter met een klokje dat waarschuwde voor de afvaart van de trekschuiten die hier aan de kade aangemeerd lagen. Zie >
  • Raadhuis van Emden – Damsterdiep zuidzijde, tussen het verlaat en de Snikkevaardersgang. Herberg, genoemd naar een imposant renaissance-bouwwerk in de stad aan de overkant van de Eems, waar wellicht ook een deel van de klanten vandaan kwam.
  • De Pelmolen – omgeving Carolieweg, Kleine Gelkingestraat en Achter de Muur. Onzeker of daarmee een huisnaam aangeduid is of een bedrijf.
  • De Bolderie – Grote Markt zuidzijde bij het Raadhuis. Herberg/horecagelegenheid die na de sloop van het oude Raadhuis (ca. 1775) een tijd in de Oosterstraat zat, maar later weer terugkeerde naar de Grote Markt, en zelfs in de jaren zestig nog bestond, zij het in of bij de nieuwbouw onder het afgebroken nieuwe stadhuis.
  • De Pauw – Grote Markt zuidzijde, hoek Waagstraat, waar zich nu het News Café bevindt. Zie >
  • De Koning van Polen – Kleine Gelkingestraat, nabij de huidige Burchtstraat. Herberg, die genoemd was naar de man die in 1683 de Turken bij Wenen versloeg (zie plaatje).
  • De Ossekop – waarschijnlijk gelijk aan de Os, een brouwerij in het verdwenen stukje Achter de Muur tussen de Herestraat en de Gelkingestraat, waar het doodlopende stukje Burchtstraat een restant van is.
  • De Lutherse kerk – Beulsgang (nu Kleine Steentilstraat), op de hoek van de Kostersgang. Het gebouw, met hele dikke muren en behoorlijk lage deuren, staat er nog steeds, al weet niemand meer dat dit zo’n beetje de eerste Lutherse kerk van de stad is geweest.
  • De oude Münster – Oostzijde Herestraat op de hoek van de Kleine Pelsterstraat. Dus bij het wagenplein (het brede straatgedeelte). Grote herberg, waar de postwagens naar Coevorden en Münster vertrokken.
  • De Schaal – hoek Haddingestraat en Nieuwstad. Waarschijnlijk een winkel voor kruidenierswaren.
  • De Joden kerk – Kleine Volteringe-, oftewel Folkingestraat. Synagoge. Sjoel.
  • De Eckelboom – Nieuwstad zz tussen de Folkinge- en de Haddingestraat, op de hoek van een gang die ernaar genoemd was. Naam betekent dus gewoon eik, maar klinkt wat vriendelijker.
  • Het Westindisch Huis – Munnekeholm wz. Onderkomen, kantoor en pakhuis van de boekhouder der Westindische Compagnie, kamer Stad & Lande.
  • De Malmolen – bij het Kleine der A oz, uiteind Schuitemakerstraat. Herberg, die eind 18e eeuw afgebroken is. Fungeerde tevens als veerhuis.
  • De Stijfselmakerie – Lage der A, bij de Apoortenboog. Huisnaam of bedrijf?
  • De Steern (Ster) – Vismarkt nz bij de Guldenstraat.
  • De Spijkerboor – Vismarkt nz. (Kremerrype) IJzerwarenwinkel.
  • De Swarte Hoed – omgeving A-kerkhof zz en Brugstraat.
  • De Seeperie – Hoge der A tussen de Turftorenstraat en de Vissersbrug. Zeepziederij of huisnaam?
  • ’t Ameland – bij de hoek van de Noorderhaven. Herberg. Er tegenover aan de andere kant van de Vissersbrug, lag de Schiermonnikoog, ook een herberg.
  • Het Heren Wijnhuis – Grote Markt, annex aan het Raadhuis. Wijnhuis voor heren, tevens lokatie waar de wijn- en brandewijnaccijns betaald werd.
  • Het Grote Comptoir – Het huidige Goudkantoortje op de Grote Markt.De Stads Waag – Waar de Waagstraat uitkomt op de Grote, zo u wilt Brede Markt. Plek waar boter en andere handelswaar werd gewogen.
  • Sint Jacob – Kromme Elleboog. Voor 1651 een herberg, waarvan de naam nog anderhalve eeuw overgeleverd werd als oude Sint Jacob, mogelijk omdat er een gevelsteen aan herinnerde.
  • Nuirenborg (Neurenberg) – Herberg aan de Visserstraat nz.
  • ’t Schippers Geselschap – Noorderhaven zz. Herberg waar het Grote Schippersgilde vergaderde.
  • De Valk – Messemakersstraat (= Poststraat). Herberg waar het kleermakersgilde samenkwam.
  • De Borse – Broerstraat nabij Oude Boteringestraat. Gesubsidieerde eetgelegenheid voor studenten, waarvan enkele er ook boven op kamers woonden.
  • Professorspoort – Oude Kijk in het Jatstraat oz. Er is nog steeds een poort ter plaatse, tegenover het Harmonieplein, waar men menige hoogleraar door ziet komen.
  • De Zoutkeet – Noorderhaven nz. Plek waar zout gefabriceerd werd.
  • Het Tugthuis – nabij Noorderhaven nz. Ook wel: spinhuis. Provinciale gevangenis voor veroordeelden.
  • Het Oude Coffijhuis – Grote Markt nz. Begin 18e eeuw het Franse koffiehuis van de gevluchte hugenoot Jacques Fabre.
  • Het Provinsijaale Hof – Oude Boteringestraat oz. Tot de nieuwbouw bij het Guyotplein verrees de hoogste rechtbank van onze provincie. Nu het onderkomen van de RUG-faculteit voor godgeleerdheid en godsdienstwetenschap.
  • De Gouden Engel – Oude Boteringestraat.
  • Corps-degarde – Oude Boteringestraat bij de boog. Wachtlokaal voor militairen. Het gebouwtje, een monument, bestaat nog steeds.
  • De Hoop – Oude Ebbingestraat wz. Zou ook een familienaam kunnen zijn. Al neig ik naar een huisnaam.
  • Het Klokhuis – Kop Boterdiep. Ook hier zal een klok de afvaart van trekschuiten hebben aangekondigd, net als bij het Kleinpoortje.
  • De Stads Timmerschuir – Boterdiep nabij Bloemstraat.
  • De Geweldige – Omgeving Oude Ebbingestraat tussen de Hofstraat en de Butjesstraat. Waarschijnlijk het woonhuis van de stadscipier, waar dan enkele cellen aan verbonden waren voor ingezetenen (geen burgers zijnde) in voorarrest. een soort Huis van Bewaring dus.
  • Rotterdam – Nieuwe Ebbingstraat oz. nabij de Nieuwe Kerk. Het Rotterdammerstraatje is ernaar genoemd. Herberg tot in de negentiende eeuw, toen aartsvader Niemeyer er een tabaksfabriek begon, die nog tijden als merk het Wapen van Rotterdam voerde.
  • Het Blauwe Paard – Boerenherberg aan de zuidzijde van het kerkhof der Nieuwe of Noorderkerk.
  • Het Ommelanderhuis – Vergaderplaats van de Ommelander Staten aan de Achter de Muur, het gedeelte dat nu Schoolstraat heet. Tegenwoordig tehuis voor daklozen met een psychiatrische problematiek

Oud-Groninger vuurwerk-verbod

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ziehier de artikelen 8 en 9 van de stad-Groninger brandpreventie-verordening uit 1732. Het stadsbestuur constateerde dat er “groote onheylen” ontstonden door het afschieten van vuurpijlen en ander vuurwerk. Daarom verbood het “by dage ofte nachte eenige vuir-pijlen te laten vliegen” en “vuir-wercken an te steeken”. Tenzij er een militaire overwinning gevierd werd, maar zelfs dan mocht men het alleen doen met uitdrukkelijke toestemming van de Raad, of in elk geval de voorzittende Burgemeester.

Op het overtreden van dit verbod stond drie gulden boete, een bedrag dat verdubbelde als iemand dit deed “nadat met de avondklocke ruimstrate is geluidet”, iets wat ’s winters al om negen uur en ’s zomers om tien uur ’s avonds gebeurde. NB: drie gulden was voor veel mensen een weekloon.

 


Maria van witte klei

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Dit Mariabeeldje van pijpaardewerk is is minstens een half millennium oud. De herkomst is mogelijk ’s Hertogenbosch, maar het kwam hier in Groningen uit de grond. Samen met enkele trippen of patijnen (houten schoeisel, eveneens uit de vijftiende eeuw), een bescheiden collectie pelgrimsinsignes (waarbij de Servaezen uit Maastricht opvallen), en onder meer wat stokoude stalen behang, maakt het Mariatje deel uit van een expositie in de hal van RHC de Groninger Archieven, welke voortborduurt op de inhoud van het vorige week verschenen jaarboek Hervonden Stad.

Openingstijden


Lachende baardman

 

Geplaatst op 21 november 2010  baardman

Uit de opgravingsput aan de Sint Jansstraat kwam van de week deze vrolijke baardman tevoorschijn. Een heel wat opgewekter tiep dan zijn collega die ooit eens elders in de stad opdook.

Die opgraving leverde wel meer aardige gebruiksartikelen uit de zestiende en zeventiende eeuw op. Zoals een schattig zalfpotje, een ingedeukte vingerhoed, en een groot deel van een Delftsblauwe tegel met een soldaat op wacht,

De bovenstaande en gelinkte foto’s zijn van Kiekert. De hele set is hier te zien.

 


Kook electrisch! (I)

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Propaganda van de Laagspanningsnetten, eertijds het distributiebedrijf voor stroom in Groningen en het grootste deel van Drenthe. Deze staat achterop een soort van girobetaal- of ponskaart uit de jaren vijftig.

Als dochter van een electriciën met een erkenning van de Laagspanningsnetten was mijn moeder altijd een verklaard voorstander van electrisch koken. Zij verdedigde deze afwijkende voorkeur met verve. Voordat het gas er in de jaren zestig in kwam, kookten de meeste huisvrouwen op het noordelijke platteland nog met petroleum, op van die groene stellen.


Een tsunami in de Noorderhaven

“Van hier valt te melden dat voorleeden zaturdag yets gebeurd is waarvan hier te lande geen voorbeeld in veele eeuwen geweest is, namentlyk: ’s voordemiddag ten elf uuren heeft zig het water in het Loopend Diep alhier en byzonder in den haven op een bod zoo schielyk en sterk bewoogen, dat de scheepen met de masten teegens malkanderen geslaagen, de touwen waar meede ze gebonden waaren gebrooken, en de scheepen 5 à 6 voeten verre van den wal gesmeeten wierden, en onder anderen een schip dus teegens de buyning (= beschoeiing HP) gesmakt, dat het zweerd ter dikte van 8 a 9 duymen gansch verbrysseld is geworden.

Te Garnwert aan het Ryddiep, buyten de Kraanpoort, in het zoogenaamde Garnwerder Rak, is een schip van de eene zyde van den dyk na den anderen gesmeeten.

Op het Leekstermeyr is het water derwyze omhoog gesteegen, dat het over het aan de kanten staande riet, ’t geen de hoogte van een manslengte heeft, is heenen gestooven. Dit alles met mooy stil weer, zynde voorts die beweeging in meest alle de wateren hier om heeneri waargenoomen.

De post van Zwolle heeden morgen hier gearriveert, verhaald dat in en by die stad op denzelven dag en uur yets diergelyks is voorgevallen, zynde de scheepen aldaar van gelyken teegens malkanderen geslaagen, de touwen verbrooken enz.”

Aldus de Groninger Courant van dinsdag 4 november 1755. Hoewel deze krant zelden over plaatselijke toestanden berichtte, kon ze er kennelijk niet onderuit om over deze onverklaarbare, wonderlijke gebeurtenissen van zaterdagochtend 1 november te rapporteren. Gaf op dinsdag 4 november de postrijder van Zwolle een verslag van een soortgelijke vloed aldaar, hoe meer tijd er verstreek, hoe wijder de kring werd waaruit soortgelijke berichten kwamen. Tot men na ettelijke weken doorkreeg, wat er in Lissabon gebeurd was. Op zaterdag 1 november had daar, een kleine anderhalf uur voor de plotselinge vloed in de Noorderhaven, een enorme aardbeving plaatsgevonden, die gevolgd werd door een verschrikkelijke tsunami.


De Grouwelderij, een boerderij-herberg aan de Paddepoelsterweg

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Grouwelerie is een straatnaam op het Zernike-terrein, waarvan wel eens gedacht wordt dat deze verwijst naar het galgenveldje van Selwerd. Dat is onjuist, want op zijn laatst vanaf de zeventiende eeuw stond er aan de oostkant van de Paddepoelsterweg een boerderij-herberg, waarvan de naam afwisselend gespeld wordt als Grouwelderie, Grouwelarij en zelfs Griffelderie.

Uiteraard kan je veronderstellen dat de huisnaam van deze boerderij-herberg samenhangt met het veel oudere galgenveldje. Maar ten eerste lag dat veldje honderden meters zuidelijker en ten tweede lijkt dat ook zonder die afstand niet erg logisch. Zou de huisnaam immers werkelijk slaan op de huiveringwekkende gruwelen die hier zouden hebben plaatsgevonden, dan had de herberg maar heel weinig klandizie gehad.

Dat grouwel komt dan ook niet van de gerechtsplaats, maar van een andere, tweede betekenis van grouwel of gruwel, een betekenis die we nu alleen nog maar kennen van een ouderwetse spijs. Het WNT zegt hierover:

“Een aan het Romaansch ontleende naam, eigenlijk voor gerstebrij of gortepap, bij uitbreiding echter ook voor andere, min of meer brijachtige gerechten. Zoo vindt men voor Twente: gruël, brij van gepelde gerst met een scheut azijn er in, en vermeldt Van Dale (als “gewestelijk”, doch zonder nadere aanduiding) de beteekenissen: broodwater, gerstewater, dunne gort, veelal met bessensap en krenten.”

Bovendien geeft het WNT voor de samenstelling watergruwel een verwijzing naar het Groninger woordenboek van Molema:

“Gruwelwoater, ook woatergruwel, in de kindertaal: krintjebrei; een soort van pap, gekookt van gort, bessensap (of wijn), krenten en suiker.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Nog steeds bestaat de Grouwelderij als huisnaam aan de oostkant van de Paddepoelsterweg. Het gaat om een een enigszins vervallen boerderij, waar je honing kunt kopen. In de topgevel zit een natuurstenen plaat met de huisnaam, al is die door het geboomte nauwelijks leesbaar.

Van 1918 tot 1921 woonden hier Jan Enne van Dijken en zijn vrouw Trientje Duisterwinkel. In die tijd zat er nog een Vergunning A op het pand. Wat betekende dat er in de gelagkamer, links van de deur, wèl zwak alcoholische dranken als bier, maar geen brandewijn en jenever mochten worden geschonken. De meeste klanten – voornamelijk passerende veehouders – vergenoegden zich daarmee, maar er was ook een enkeling die perse een borrel wilde. Die kon in de stookhut naast het huis gaan zitten, en was dan zogenaamd op visite, want in die stookhut werd ’s zomers ook wel gewoond. Zodoende combineerde de Grouwelderij een officiële vergunning met een ‘stille knip’.

Hoewel Trientje van Dijken een mooie vrouw was, iets wat extra klanten trok, had ze al snel haar bekomst van het café:

“Ze hield niet zo van dat geloop over de vloer en had ook geen zin om naar dat gewouwel van die kerels te luisteren.”

Ze deed wel eens alsof ze het geklingel van de deurbel niet hoorde en liet klanten dan op een droogje zitten. Daarom gingen mensen steeds vaker de deur voorbij.

In 1921 kochten Jaap Nienhuis en Engel Bierling het spul. Volgens Jacob van Dijken, die dat uit de overlevering had, waren die wat gemoedelijker, ze konden uren met de mensen door blijven teuten. Anders dan hun gereformeerde voorgangers schonken zij ook op zondagen. Eveneens volgens Van Dijken leed hun boerenwerk wel eens onder het café.

Volgens hun dochter Reinie, die er nog steeds woont, is dit verhaal onjuist en hebben haar ouders nooit getapt. Inderdaad bleef de Grouwelderij geen café. In 1936 lieten Nienhuis en zijn vrouw voor 5000 gulden een geheel nieuw voorhuis bouwen in plaats van het oude. Reinie vertelde me dat deze verbouwing nogal wat voeten in de aarde had, onder andere door problemen met een heel weinig voortvarende eerste aannemer, die uiteindelijk moest worden afgekocht. Een tweede aannemer had moeite om zijn ontwerp op het gemeentehuis van Noorddijk goedgekeurd te krijgen:

“De burgemeester keurde de tekening eerst af, omdat er nog ramen in de topgevel zaten. Dat vond hij niet goed. In plaats van die ramen is naderhand die plaat met de huisnaam gekomen. Deze is gemaakt door een onderaannemer, een steenhouwer. De naam van het huis stond in de koopacte.”

Toen het pand klaar was zijn de wilgen voor de gevel gepoot. Reinie:

“Eentje ging er al gauw dood door de winter. Die is vervangen, maar je kunt dat nog altijd zien, want ze worden op een verschillend tijdstip groen.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bijgewerkt op 5 augustus 2012.

Bronnen:
– Groninger Archieven, Rechterlijke Archieven III (stad) x (verzegelingen) de delen 144 fo. 71 vso. en 156 fo. 122 (koopacten dd 28 april 1757 en 23 oktober 1766).
– Jakob van Dijken, Boer in Paddepoel (Ommen 1998) de pagina’s 20, 63, 93/94 en 99.
– Gesprek met Reinie Nienhuis, augustus 2010.

Geplaatst op 31 oktober 2010  d

(Kaart uit 1962, toen het bij de Paddepoelsetrweg veel kaler was dan nu. Veel bossages bij deze weg zijn in de jaren tachtig aangeplant door Staatsbosbeheer. De rode pijl geeft de plek van de boerderij aan.)


De joodse voetballers van Swastika

Kijk, dat de swastika vlak na de Eerste Wereldoorlog nog een onbezoedeld symbool was, gedragen door talrijke sportverenigingen – dat was me dankzij Max Dohle allang bekend. Zoals ook het feit dat roeivereniging De Hunze in Groningen dit embleem zonder politieke bijbedoelingen heeft gevoerd.

Maar dat er hier in de stad een voetbalvereniging was die Swastika heette, waarvan verreweg de meeste spelers joods waren en de secretaris in het hartje van de jodenbuurt woonde, dat is achteraf bijna te bizar om te geloven.

En toch bestond die club. Gerard Helsma, de voetbalhistoricus van deze stad, vertelde mij er van de week over.

De club heeft van 1922 tot 1924 bestaan en speelde op een veld achter café Keuning in Helpman. Het tenu bestond uit een geelzwart shirt en een zwarte broek. Op dat shirt hadden de spelers een swastika als embleem. Ze speelden in de tweede klasse van de onderbond en hun prestaties waren redelijk goed. Het eerste seizoen werden ze kampioen, zonder evenwel te promoveren. In hun tweede jaar werden ze tweede. Daarna ging hun cluppie op in De Raven, wat helemaal een joodse vereniging was. De secretaris van Swastika kreeg daar dezelfde functie.

Een en ander is ook te vinden in:
G. Helsma – Het Joodse voetbal in Groningen (eigen uitgave, Groningen 1998) pag. 3, 4 en 17, 18.


Groninger ventersroepen uit het Interbellum